Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2014, 245Wet

Wet van 19 juni 2014 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke stage door een facultatief programmaonderdeel, het invoeren van de vakbenaming Latijnse en Griekse taal en cultuur en het schrappen van het verplichte vak algemene natuurwetenschappen uit het gemeenschappelijk deel van de vwo-profielen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES te wijzigen om te regelen dat de verplichte maatschappelijke stage wordt afgeschaft en wordt vervangen door de mogelijkheid voor scholen om deze stage als facultatief programmaonderdeel aan te bieden, de vakbenaming Latijnse taal en cultuur en Griekse taal en cultuur wordt ingevoerd en het verplichte vak algemene natuurwetenschappen uit het gemeenschappelijk deel van de vwo-profielen wordt geschrapt;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I WIJZIGING VAN DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

0A

In artikel 1 wordt in de begripsomschrijving «maatschappelijke stage» de zinsnede «onderdeel d» vervangen door: onderdeel b.

A

Artikel 6f komt als volgt te luiden:

Artikel 6f Maatschappelijke stage

  • 1. Een onderwijsprogramma in het voortgezet onderwijs kan mede een maatschappelijke stage omvatten.

  • 2. Indien het onderwijsprogramma van een school tevens een maatschappelijke stage omvat, sluit het bevoegd gezag voor deze stage met de leerling en de stagebieder tezamen een schriftelijke stageovereenkomst.

  • 3. Voor vermelding op de cijferlijst bij het diploma, bedoeld in artikel 29, derde lid, of op het getuigschrift, bedoeld in artikel 29a, omvat de maatschappelijke stage tenminste 30 uren.

B

Artikel 10b1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid vervalt onderdeel b onder vervanging van de komma aan het einde van onderdeel a door «, en» en verlettering van onderdeel c tot onderdeel b.

2. Na het derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Een leer-werktraject kan een maatschappelijke stage als bedoeld in artikel 6f, omvatten, indien het onderdeel uitmaakt van het onderwijsprogramma.

C

Artikel 10f wordt als volgt gewijzigd:

1. In lid 3a wordt «leerjaar» vervangen door: schooljaar.

2. In het vijfde lid vervallen de zinsnede «en de maatschappelijke stage, bedoeld in artikel 6f,» en de laatste volzin.

D

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel e onder verlettering van de onderdelen f en g tot e en f.

2. In het eerste lid komt onderdeel e (nieuw) als volgt te luiden:

  • e. culturele en kunstzinnige vorming, en.

3. In het tweede lid, onderdeel c, wordt de zinsnede «Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur,» vervangen door: Latijnse taal en cultuur of Griekse taal en cultuur,.

4. In het tweede lid wordt de komma aan het slot van onderdeel d vervangen door:, en.

5. In het tweede lid vervallen de onderdelen e en f onder verlettering van onderdeel g tot onderdeel e.

Da

In artikel 22, derde lid, vervallen de onderdelen a en b onder verlettering van de onderdelen c en d tot a en b.

E

Artikel 85, vierde lid, vervalt.

ARTIKEL II WIJZIGING VAN DE WET VOORTGEZET ONDERWIJS BES

Artikel 39 van de Wet voortgezet onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel e onder verlettering van de onderdelen f en g tot e en f.

2. In het eerste lid komt onderdeel e (nieuw) als volgt te luiden:

  • e. culturele en kunstzinnige vorming, en.

3. In het tweede lid, onderdeel c, wordt de zinsnede «Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur,» vervangen door: Latijnse taal en cultuur of Griekse taal en cultuur,.

4. In het tweede lid wordt de komma aan het slot van onderdeel d vervangen door: , en.

5. In het tweede lid vervallen de onderdelen e en f onder verlettering van onderdeel g tot onderdeel e.

ARTIKEL III WIJZIGING VAN DE WET OP DE EXPERTISECENTRA

In artikel 22, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra wordt na onder 2°. een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • 3°. indien het uitstroomprofiel vervolgonderwijs wordt verzorgd, de invulling van de maatschappelijke stage, bedoeld in artikel 6f van de Wet op het voortgezet onderwijs,.

ARTIKEL IV WIJZIGING VAN DE WET TOT WIJZIGING VAN ENKELE ONDERWIJSWETTEN IN VERBAND MET EEN HERZIENING VAN DE ORGANISATIE EN FINANCIERING VAN DE ONDERSTEUNING VAN LEERLINGEN IN HET BASISONDERWIJS, SPECIAAL EN VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS, VOORTGEZET ONDERWIJS EN BEROEPSONDERWIJS

De wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel I, onderdeel HH, met betrekking tot artikel 125 van de Wet op het primair onderwijs, wordt onder «1» «van alle scholen in het verband» vervangen door: van alle scholen in het samenwerkingsverband.

B

Artikel II, onderdeel II, met betrekking tot artikel 117 van de Wet op de expertisecentra wordt gewijzigd als volgt:

1. Onder «1» wordt het derde lid vernummerd tot vierde lid en het vierde lid tot derde lid.

2. Onder «2» wordt «het vierde lid» vervangen door: het derde lid.

ARTIKEL V WIJZIGING VAN DE WET VAN 11 OKTOBER 2012 TOT WIJZIGING VAN ONDER MEER DE WET OP DE EXPERTISECENTRA IN VERBAND MET DE KWALITEIT VAN HET SPECIAAL EN VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS

In de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra in verband met de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 2012, 545) vervallen de artikelen VII en VIII, onderdeel D.

ARTIKEL VI INVOERING PER LEERJAAR LATIJNSE EN GRIEKSE TAAL EN CULTUUR

  • 1. De wijzigingen die artikel I, onderdeel D, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming, en artikel II, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming, aanbrengen in artikel 13 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 39 van de Wet voortgezet onderwijs BES en de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften, vinden met ingang van het eerste schooljaar na inwerkingtreding van deze artikelen of onderdelen successievelijk toepassing per opvolgend leerjaar.

  • 2. Op de leerjaren waarvoor de wijzigingen als gevolg van hun successievelijke toepassing nog niet gelden, blijft van toepassing het bepaalde bij en krachtens artikel 13 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 39 van de Wet voortgezet onderwijs BES zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming, en artikel II, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming.

ARTIKEL VII OVERGANGSBEPALING AFBOUW KLASSIEKE CULTURELE VORMING

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld tot welk tijdstip, voor welke leerlingen of staatsexamenkandidaten, en voor zover nodig op welke wijze, nog gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van een eindexamen of staatsexamen als bedoeld in artikel 29 onderscheidenlijk artikel 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 72 onderscheidenlijk artikel 116 van de Wet voortgezet onderwijs BES, volgens de bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet voortgezet onderwijs BES vastgestelde voorschriften zoals luidend op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming, en artikel II, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het afleggen van het vergelijkbare examen van een opleiding voortgezet algemeen volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.

ARTIKEL VIII INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 19 juni 2014

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

Uitgegeven de derde juli 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 740