Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is de Wet aansprakelijkheid
kernongevallen te wijzigen om de mogelijkheid die artikel 1, onderdeel b, van het
op 29 juli 1960 te Parijs tot stand gekomen Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid
op het gebied van kernenergie (Trb. 1961, 27), biedt om kerninstallaties uit te sluiten van de toepassing van dat verdrag op te
nemen in die wet;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet aansprakelijkheid kernongevallen wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 5, tweede lid, wordt «Onze Minister van Justitie» vervangen door: Onze
Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Economische Zaken.
B
Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5a
-
1. Onze Minister van Financiën kan, met inachtneming van de krachtens artikel 1, onderdeel b,
van het Verdrag van Parijs door de Bestuurscommissie genomen besluiten, in Nederland
gelegen kerninstallaties van de toepassing van dat verdrag uitsluiten, indien de geringe
omvang van de betrokken risico’s in relatie tot de kosten van de verdragsverplichtingen
dat naar zijn oordeel rechtvaardigen. Het besluit daartoe wordt genomen in overeenstemming
met Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Economische Zaken.
-
2. In een besluit op grond van het eerste lid kan worden bepaald dat de exploitant van
de kerninstallatie aansprakelijk blijft voor schade waarop ten gevolge van dat besluit
het Verdrag van Parijs niet meer van toepassing is. Aan het besluit kunnen tevens
voorschriften worden verbonden met betrekking tot het bedrag en de vorm van die aansprakelijkheid,
alsmede voorschriften met betrekking tot de wijze waarop daarvoor financiële zekerheid
wordt gesteld.
C
Aan artikel 18, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien het een ongeval
betreft waarbij de aansprakelijkheid van de exploitant op grond van artikel 5, tweede
lid, op een lager bedrag is vastgesteld dan het op grond van artikel 5, eerste lid,
geldende bedrag, stelt de Staat tot een bedrag van € 1,5 miljard aan openbare middelen
beschikbaar.
ARTIKEL II
Indien deze wet eerder in werking treedt dan de Wet van 30 oktober 2008 tot wijziging
van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen ter uitvoering van het Protocol van 12 februari
2004 houdende wijziging van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid
op het gebied van de kernenergie en ter uitvoering van het Protocol van 12 februari
2004 houdende wijziging van Verdrag van 31 januari 1963 tot aanvulling van het Verdrag
van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie
(Stb. 2008, 509):
a. wordt in artikel I, onderdelen A en C, van deze wet «artikel 5, tweede lid» telkens
vervangen door: artikel 5, derde lid;
b. wordt in artikel I, onderdeel D, van de genoemde wet van 30 oktober 2008, in artikel 5,
tweede lid, «Onze Minister van Justitie» vervangen door: Onze Minister van Veiligheid
en Justitie en Onze Minister van Economische Zaken;
c. wordt in artikel I, onderdeel N, van de genoemde wet van 30 oktober 2008, aan onderdeel 1
een zin toegevoegd, luidende: Voorts wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien voor
de desbetreffende installatie op grond van artikel 5, tweede lid, een lager bedrag
is vastgesteld, stelt de Staat tot een bedrag van € 1,5 miljard aan openbare middelen
beschikbaar.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Gegeven te Wassenaar, 1 maart 2014
Willem-Alexander
De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
De Minister van Buitenlandse Zaken,
F.C.G.M. Timmermans
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp
Uitgegeven de zevenentwintigste maart 2014
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten