Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Veiligheid en Justitie | Staatsblad 2013, 322 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Veiligheid en Justitie | Staatsblad 2013, 322 | AMvB |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 25 juni 2013, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 401981;
Gelet op de artikelen 5:3:3, tweede lid, en 5:3:10, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 juli 2013, nr. W03.13.0187/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 16 juli 2013, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 409394;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Als verplichting die op grond van artikel 5:3:3, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd, wordt aangewezen: de verplichting tot het ondergaan van elektronisch toezicht.
De lijst met feiten of soorten van feiten, bedoeld in artikel 5:3:10, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, luidt als volgt:
1. Deelneming aan een criminele organisatie
2. Terrorisme
3. Mensenhandel
4. Seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie
5. Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
6. Illegale handel in wapens, munitie en explosieven
7. Corruptie
8. Fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad in de zin van de Overeenkomst van 26 juli 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
9. Witwassen van opbrengsten van misdrijven
10. Valsemunterij, met inbegrip van namaak van de euro
11. Computercriminaliteit
12. Milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten
13. Hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf
14. Moord en doodslag, zware mishandeling
15. Illegale handel in menselijke organen en weefsels
16. Ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling
17. Racisme en vreemdelingenhaat
18. Georganiseerde of gewapende diefstal
19. Illegale handel in cultuurgoederen, waaronder antiquiteiten en kunstvoorwerpen
20. Oplichting
21. Racketeering en afpersing
22. Namaak van producten en productpiraterij
23. Vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten
24. Vervalsing van betaalmiddelen
25. Illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars
26. Illegale handel in nucleaire of radioactieve stoffen
27. Handel in gestolen voertuigen
28. Verkrachting
29. Opzettelijke brandstichting
30. Misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen
31. Kaping van vliegtuigen en schepen
32. Sabotage.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 5 juni 2013 tot implementatie van kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2009 inzake de toepassing tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis (PbEU L 294) (Stb. 2013, 250) in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot
Wassenaar, 19 juli 2013
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven
Uitgegeven de zesentwintigste juli 2013
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven
Dit besluit dient ter uitvoering van de artikelen 5:3:3, tweede lid, en 5:3:10, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, zoals deze luiden als gevolg van de wet van 5 juni 2013 tot implementatie van kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2009 inzake de toepassing tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis (PbEU L 294) (Stb. 2013, 250).
Dit besluit regelt in de eerste plaats dat bij de overname van de tenuitvoerlegging van een toezichtbeslissing Nederland in staat is ook de tenuitvoerlegging van het daarin eventueel voorziene elektronisch toezicht over te nemen. Als verplichting die in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd, wordt op grond van artikel 5:3:3, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering het ondergaan van elektronisch toezicht aangewezen. Elektronisch toezicht maakt op zich geen onderdeel uit van het kaderbesluit 2009/829/JBZ. De reden daarvoor is dat in verschillende Europese landen nog niet veel ervaring bestaat met de toepassing van elektronisch toezicht. Elektronisch toezicht kan in Nederland door de rechter verbonden worden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis. Elektronisch toezicht is nauw verbonden met het toezicht op de naleving van de schorsingsvoorwaarden door de reclassering en de politie, maar zij kunnen niet zelfstandig beslissen over de toepassing van elektronisch toezicht. In het licht van de regeling in het kaderbesluit brengt dit mee dat, daar waar een buitenlandse toezichtbeslissing (mede) de toepassing van elektronisch toezicht omvat, dit niet zonder meer door Nederland overgenomen kan worden, aangezien elektronisch toezicht niet is genoemd in de verplichtingen van artikel 8, eerste lid, van het kaderbesluit. Door elektronisch toezicht aan te wijzen (op grond van het tweede lid van artikel 8 van het kaderbesluit) kan dit beletsel worden weggenomen.
In de tweede plaats is in dit besluit de lijst met strafbare feiten opgenomen, bedoeld in artikel 5:3:10, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, waarbij geen sprake is van de toetsing aan dubbele strafbaarheid. Het kaderbesluit bepaalt dat het vereiste van dubbele strafbaarheid voor een aantal nader op een lijst aangeduide delicten en delictsvormen niet mag worden ingeroepen. In artikel 2 van dit besluit wordt de genoemde lijst met delicten en delictsvormen vastgesteld. Deze lijst komt overeen met de lijst zoals die is opgenomen in het kaderbesluit (artikel 14, eerste lid).
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten
Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2013-322.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.