Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2013, 238AMvB

Besluit van 19 juni 2013, tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 mei 2013, nr. 2013-0000058357;

Gelet op artikel 19ab, vierde lid, van de Ziektewet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 mei 2013, No. W12.13.0143/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 juni 2013, 2013-0000072730;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN HET SCHATTINGSBESLUIT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSWETTEN

Het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder verlettering van de onderdelen e tot en met j tot f tot en met k wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

e. ZW:

Ziektewet;

2. In onderdeel f (nieuw) wordt na «van» ingevoegd: de ZW,.

3. In onderdeel h (nieuw) wordt «Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen» vervangen door: Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.

4. In onderdeel i (nieuw) wordt «artikel 1 van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen» vervangen door: artikel 13 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.

5. In onderdeel j (nieuw) wordt na «Wet Wajong,» ingevoegd: artikel 19aa, vijfde lid, van de ZW,.

B

In artikel 2, eerste lid, wordt na «Wet Wajong,» ingevoegd: de beoordeling van het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, bedoeld in de ZW.

C

Aan artikel 5, onderdeel d, wordt toegevoegd: en artikel 19aa, eerste lid, onderdeel b, van de ZW.

D

In artikel 6, zevende lid, wordt na «op grond van» ingevoegd: de ZW,.

E

In artikel 7, eerste en derde lid, 7a, eerste lid, en 8, eerste lid, wordt na «artikel 6, eerste en derde lid,» ingevoegd: artikel 19aa, vijfde lid, van de ZW.

F

Aan artikel 7, derde lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d, van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof.

G

In artikel 9, onderdelen b en f, wordt na «artikel 6» ingevoegd: , artikel 1 van de Wet WIA of artikel 19aa, vijfde lid, van de ZW.

H

Artikel 11a, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 7a , en van de feitelijke inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 10, zesde lid , kan het in de relevante aangiftetijdvakken opgebouwde bedrag aan vakantiebijslag en extra periodiek salaris in aanmerking worden genomen in plaats van het in relevante aangiftetijdvakken betaalde bedrag aan vakantiebijslag en extra periodiek salaris.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2013, met uitzondering van artikel I, onderdeel A, onder 3 en 4 en onderdeel H dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en terug werkt tot en met 1 juni 2013. Artikel I, onderdeel F, werkt terug tot en met 1 januari 2013.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 19 juni 2013

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de achtentwintigste juni 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Met de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters1 wordt in de Ziektewet een aangescherpt ZW-criterium geïntroduceerd. Dit aangescherpte criterium wordt na 52 weken ziekte van toepassing op de verzekerde die geen werkgever meer heeft. Deze verzekerde houdt alleen recht op ziekengeld als hij niet in staat is met arbeid 65% van het maatmaninkomen per uur te verdienen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt of de verzekerde voldoet aan dit criterium.

Op grond van artikel 19ab, vierde lid, van de Ziektewet kan bij algemene maatregel van bestuur verder uitgewerkt worden op welke wijze beoordeeld wordt wat de verzekerde met arbeid kan verdienen. Met deze wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidwetten wordt hier invulling aan gegeven.

De beoordeling van wat de verzekerde die recht heeft op ziekengeld met arbeid kan verdienen, sluit aan bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten. Het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten regelt de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling voor deze wetten reeds. In dit wijzigingsbesluit wordt voor de nieuwe beoordeling in de zin van de Ziektewet hierbij aangesloten. Voor de Ziektewet is met name van belang of sprake is van een verlies van verdiencapaciteit van tenminste 35%.

Tevens zijn in dit besluit wijzigingen opgenomen die samenhangen met de wijzigingen in de dagloonregels die voortvloeien uit het wetsvoorstel vereenvoudiging regelingen UWV (33 327). De nieuwe dagloonregels vereenvoudigen de wijze waarop voor de dagloonvaststelling rekening wordt gehouden met vakantiebijslag en extra periodiek salaris in het loon van de werknemer. De bepaling in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten die verwijst naar de regels over de dagloonvaststelling wordt aangepast. Bepaald wordt dat UWV rekening kan houden met het opgebouwde bedrag en niet met het uitbetaalde bedrag. Het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen is in werking getreden met ingang van 1 juni 2013. Onderhavige wijzigingen zijn een technisch uitvloeisel van de wijziging in de dagloonregels en dienen derhalve dezelfde ingangsdatum te hebben. Aansluiten bij de vaste verandermomenten zou ongewenste uitvoeringstechnische en financiële nadelen hebben.

In artikel I, onderdeel F, is voorts aangesloten op het nieuwe artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964. Met het Belastingplan 2013 is in artikel 39d Wet op de loonbelasting 1964 geregeld dat de werknemer vanaf 1 januari 2013 zijn tegoed aan levensloop geheel of gedeeltelijk kan opnemen ook zonder dat van onbetaald verlof sprake is. Een dergelijke uitkering wordt aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en daarmee zou de opname meegenomen worden voor de berekening van de hoogte van het maatmanloon en de loonwaarde van in aanmerking te nemen feitelijke arbeid. Dat is uiteraard een niet beoogd effect omdat het opgenomen tegoed niet in de plaats komt van loon tijdens onbetaald verlof, maar wordt genoten naast het loon en geen relatie heeft met de verrichte arbeid. Om die reden wordt buiten onbetaald verlof uitgekeerd of opgenomen levenslooptegoed uitgezonderd van het loonbegrip voor het bepalen van de hoogte van het maatmanloon en van de feitelijk verrichte arbeid. Het begrip «extra verlof» is hier gebruikt aangezien dat het begrip was waarmee in artikel 19 van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2011, deze situatie werd omschreven. In artikel 7 wordt het loon voor het maatmanloon nader gedefinieerd. Artikel 10 betreft het inkomen uit feitelijk verrichte arbeid. Het zesde lid van dit artikel bepaalt dat voor het loon in aanmerking wordt genomen hetgeen op grond van artikel 7 in aanmerking wordt genomen. Omdat de werknemer vanaf 1 januari 2013 zijn tegoed aan levensloop kan opnemen dient deze wijziging terug te werken tot en met 1 januari 2013.

Wijzigingen in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten dienen te worden voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal. Hierin is voorzien.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Stb. 2012, 464.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.