Besluit van 19 november 2012, houdende vaststelling van het tijdstip van gedeeltelijke inwerkingtreding van het Besluit van 26 september 2012 tot wijziging van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (Stb. 2012, 466)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 13 november 2012, nr. IenM/BSK-2012/222257, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel IV van het Besluit van 26 september 2012 tot wijziging van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (Stb. 2012, 466);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Het Besluit van 26 september 2012 tot wijziging van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (Stb. 2012, 466) treedt, met uitzondering van artikel I, onderdeel A, voor zover het betreft artikel 1, eerste lid, categorieën 5, 23b en 33, in werking met ingang van 1 januari 2013.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 november 2012

Beatrix

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W. J. Mansveld

Uitgegeven de vierde december 2012

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

NOTA VAN TOELICHTING

Op grond van dit koninklijk besluit treedt het Besluit van 26 september 2012 tot wijziging van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (hierna: wijzigingsbesluit Bssa), op drie onderdelen na, op 1 januari 2013 in werking. De categorieën 5, 23b en 33 van artikel 1, eerste lid, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (hierna: Bssa), zoals opgenomen in artikel I van het wijzigingsbesluit Bssa, treden op een ander bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking.

In artikel I, onder A, van het wijzigingsbesluit Bssa staan in het nieuwe artikel 1, eerste lid, van het Bssa, categorieën afvalstoffen vermeld die niet gestort mogen worden in inrichtingen die behoren tot een van de categorieën die zijn aangewezen in onderdeel C van bijlage I bij het Besluit omgevingsrecht.

Artikel 1, eerste lid, categorie 5, van het Bssa (nieuw) betreft het stortverbod voor kwikhoudend afval met een gehalte aan kwik van meer dan 50 mg/kg droge stof. De minimumstandaard voor het verwerken van deze afvalstoffen is het afscheiden en concentreren van kwik en een zodanige verwerking dat verspreiding in het milieu wordt voorkomen. Na het ontkwikken mag het kwikhoudend afval een kwikgehalte bevatten van ten hoogste 50 mg/kg. Recentelijk is geconstateerd dat er binnen deze categorie enkele stromen zijn die niet volgens de minimumstandaard verwerkt kunnen worden. Voor onder meer bepaalde rookgasreinigingsresiduen van Afval Energiecentrales (AEC’s) en kwikhoudende afvalstoffen die overblijven na de vacuümdestillatie ten behoeve van de kwikverwijdering, is het thans technisch niet mogelijk het kwik (verder) af te scheiden. Deze constatering geeft aanleiding tot het evalueren van het beleid voor kwikhoudend afval zoals dat is weergegeven in sectorplan 82 van het Landelijk afvalbeheerplan. Aangezien het stortverbod, zoals opgenomen in artikel 1, eerste lid, categorie 5, van het Bssa (nieuw), is gebaseerd op het beleid voor kwikhoudend afval en dit beleid mogelijk wordt gewijzigd, is het niet doelmatig het stortverbod per 1 januari 2013 in werking te laten treden.

Artikel 1, eerste lid, categorie 23b, van het Bssa (nieuw) betreft het stortverbod voor deelstromen of residuen van de mechanische en fysische verwerking van de stromen van AVI-bodemas (bodemas van een afvalverbrandingsinstallatie). Op 7 maart 2012 is een Green deal gesloten tussen de Rijksoverheid en een negental AEC’s – vertegenwoordigd door de Vereniging Afvalbedrijven – met als doel een verdere en structurele kwaliteitsverbetering van AEC-bodemas. Gezien het feit dat de kwaliteitsverbetering bij enkele processen leidt tot een residustroom die thans niet nuttig kan worden toegepast en alleen kan worden gestort, zal artikel 1, eerste lid, categorie 23b, van het Bssa op een later moment, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, in werking treden. Tot dat tijdstip kunnen deelstromen of residuen van de mechanische en fysische verwerking van de stromen van AVI-bodemas worden gestort.

Opgemerkt dient te worden dat op pagina 26 van de nota van toelichting van het wijzigingsbesluit Bssa vermeld staat dat deze categorie afvalstof, als onderdeel van de Green deal «Verduurzaming nuttige toepassing AEC-bodemas», gestort mag worden en dat daarvoor te zijner tijd een ministeriële regeling (op grond van artikel 5 van het Bssa) opgesteld zal worden. Echter, gelet op het feit dat de Green deal gesloten is voor de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit Bssa en derhalve al bekend is dat de afvalstof genoemd in categorie 23b gestort kan worden, is nu gekozen voor de mogelijkheid om het stortverbod voor deze categorie afvalstof op een later moment bij koninklijk besluit in werking te laten treden. Zo hoeft er geen aparte ministeriële regeling opgesteld te worden.

Artikel 1, eerste lid, categorie 33, van het Bssa (nieuw) betreft het stortverbod voor hechtgebonden asbestcement of asbestcementproducten. Gelet op het feit dat de verwerkingstechniek voor deze categorie afvalstoffen nog niet operationeel is en storten nog de enige optie is voor hechtgebonden asbestcement(producten), zal ook dit onderdeel van het Bssa op een later moment, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, in werking treden. Inmiddels zijn er initiatieven bij het bedrijfsleven, waarbij de asbestvezel in een thermisch proces wordt vernietigd en nieuwe grondstoffen ontstaan: het denatureren van hechtgebonden asbestcement. Zodra dit proces operationeel is, zal het stortverbod gaan gelden voor alle hechtgebonden asbestcement producten, omdat deze geschikt zijn voor denaturering.

In de artikelsgewijze toelichting bij artikel IV van het wijzigingsbesluit Bssa is ingegaan op de systematiek van de zogeheten vaste verandermomenten.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W. J. Mansveld

Naar boven