Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2012, 498Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 11 oktober 2012, tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 oktober 2012, nr. IVV/I/2012/15232;

Gelet op artikel XXVI van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 oktober 2012

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, P. de Krom

Uitgegeven de drieëntwintigste oktober 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

De Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Er wordt op gewezen dat een aantal wijzigingen van artikelen van wetten die zijn gewijzigd bij de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving eveneens op 1 januari 2013 in werking treedt als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet uniformering loonbegrip.

Hierbij gaat het om de wet van 6 juni 2011 tot wijziging van een aantal wetten ter uniformering van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip) (Stb. 288). Deze wet treedt op grond van het inwerkingtredingsbesluit van 6 februari 2012 (Stb. 45) in werking op 1 januari 2013. Bij de Wet uniformering loonbegrip is het in artikel XIV, onderdeel Aa, opgenomen artikel 25, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidongeschikte werkloze werknemers gewijzigd, is het in artikel XV, onderdeel Aa, opgenomen artikel 25, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk gewezen zelfstandigen gewijzigd en is het in artikel XVIII, onderdeel H, opgenomen artikel 58, vierde lid, van de Wet werk en bijstand gewijzigd.

Aangezien voornoemde leden van de artikelen van de desbetreffende wetten bij de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving worden vernummerd is het van belang dat eerst de wijzigingen op grond van de Wet uniformering loonbegrip in werking treden alvorens de vernummering van de desbetreffende leden en de wijzigingen die hiermee verband houden in werking treden.

Op grond van de aanwijzingen voor de regelgeving (nr.173a) geldt dat wanneer twee wetten op hetzelfde tijdstip in werking treden, voor de volgorde van inwerkingtreding bepalend is de datum van vaststelling van de wet. Omdat de Wet uniformering loonbegrip op 6 juni 2011 is vastgesteld treden de wijzigingen van de wetten die zijn gewijzigd bij de Wet uniformering loonbegrip eerst in werking en daarna de wijzigingen van de wetten die zijn gewijzigd bij de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving. Hiervoor is geen aparte voorziening vereist.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, P. de Krom