In de Wet van 6 juli 2011 houdende implementatie van het op 23 februari 2006 te Genève
tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93) (Stb. 394) is een regeling ter zake van de zee-arbeidsovereenkomst opgenomen in afdeling 12 van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
Voorts zijn in een nieuwe afdeling 12a bepalingen opgenomen met betrekking tot de
zeevarende in de zeevisserij. Op de arbeidsovereenkomst van deze zeevarende zijn de
afdelingen 1 tot en met 9 en 11 en 12 van titel 10 van Boek 7 BW van toepassing voor
zover daarvan in afdeling 12a niet is afgeweken (art. 7: 740 lid 1 BW).
Tenslotte voorziet het nieuwe artikel 7: 693 BW in een regeling over de aansprakelijkheid
van de inlener bij het verrichten van arbeid aan boord van een zeeschip, als bedoeld
in artikel 7: 695 BW.
Dit artikel is ook van toepassing op de arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen de
uitzendovereenkomst, van de zeevarende in de zeevisserij (art. 7: 740 lid 1 BW).
Artikel 2, eerste lid, van Boek 8 BW, bevat een definitie van zeeschip die voor het
gehele BW geldt, derhalve ook voor de afdelingen 12 en 12a van titel 10 van Boek 7
BW. Volgens deze definitie zijn zeeschepen de schepen die als zeeschip te boek staan
in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van Titel 1 van Boek 3 en de schepen
die niet te boek staan in die registers en blijkens hun constructie uitsluitend of
in hoofdzaak voor drijven in zee bestemd zijn.
In artikel 2, tweede lid, van Boek 8 BW is de mogelijkheid voorzien om bij algemene
maatregel van bestuur schepen die geen zeeschepen zijn, voor de toepassing van bepalingen
van dit wetboek als zeeschip aan te wijzen of bepalingen van dit wetboek niet van
toepassing te verklaren op schepen die zeeschepen zijn.
Om in de afdelingen 12 en 12a van titel 10 van Boek 7 BW aan te sluiten bij de minder
ruime omschrijving van zeeschip in het Maritiem Arbeidsverdrag, is van deze laatst
genoemde uitzonderingsmogelijkheid gebruik gemaakt. Dit besluit is reeds aangekondigd
in de memorie van toelichting bij de implementatiewet (Kamerstukken II 2010/2011,
32 534, nr. 3, blz. 18).
Dezelfde categorieën schepen worden uitgezonderd als in het in de implementatiewet
opgenomen artikel 2, tweede lid, van de Wet zeevarenden (Kamerstukken II 2010/2011,
32 534, nr. 3, blz. 31-32). Het betreft hier schepen die uitsluitend varen op Nederlandse binnenwateren
of wateren binnen of dicht grenzend aan beschutte wateren of gebieden waar Nederlandse
havenvoorschriften gelden; onbemande schepen die niet van middelen tot werktuiglijke
voortstuwing zijn voorzien; oorlogsschepen en marinehulpschepen; reddingsvaartuigen;
pleziervaartuigen (artikel 1) en onoverdekte zeevissersschepen, die in de regel niet
buiten het zicht van de Nederlandse kust worden gebracht (artikel 2).