Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2012, 123AMvB

Besluit van 11 februari 2012, houdende wijziging van het Besluit Verkrijging en Verlies Nederlanderschap in verband met de vereenvoudiging van de naturalisatieprocedure

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 31 januari 2012, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, nr. 12.000186;

Gelet op de artikelen 21 en 23 van de Rijkswet op het Nederlanderschap;

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 2 februari 2012, nr. W04.12.0029/l/K);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 februari 2012, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, nr. 2012-0000074820;

De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit Verkrijging en Verlies Nederlanderschap wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 31, vierde lid wordt na het woord «verzoeker» de zinsnede «en ieder minderjarig kind dat de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt» ingevoegd en na het woord «personen» wordt de zinsnede «van 15 jaar of jonger» ingevoegd.

B

In artikel 33, tweede lid wordt het woord «optanten» vervangen door: verzoekers.

B

Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede: , alsmede of er ernstige vermoedens bestaan als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet jegens de verzoeker of de personen die tot medeverkrijging van het Nederlanderschap in het naturalisatieverzoek zijn genoemd, indien zij ouder zijn dan zestien jaar.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot het derde tot en met zesde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Hij informeert de verzoeker over de wijze waarop Onze Minister toetst of ernstige vermoedens bestaan als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet jegens de verzoeker of de minderjarige personen die tot medeverlening van het Nederlanderschap in het naturalisatieverzoek zijn genoemd, indien zij ouder zijn dan zestien jaar.

ARTIKEL II

  • 1. Dit besluit is niet van toepassing op naturalisatieverzoeken die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend.

  • 2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

’s-Gravenhage, 11 februari 2012

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies

Uitgegeven de zevenentwintigste maart 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Dit besluit strekt tot wijziging van het Besluit verkrijging en verlies van het Nederlanderschap ter uitvoering van enige vereenvoudiging van de naturalisatieprocedure.

De belangrijkste wijziging is dat de rol van de burgemeester bij de toetsing van de openbare orde. De openbare orde-toets maakt op dit moment deel uit van de standaardvoorbereiding door de gemeente bij de completering van en advisering over het naturalisatieverzoek. Het verzoek om naturalisatie en het advies worden opgestuurd naar de IND. Namens de Minister voert de IND vervolgens dezelfde openbare orde-toets nogmaals uitgevoerd en de beslissing op het verzoek genomen.

Het is vanuit het oogpunt van stroomlijnen van de procedure niet wenselijk dat zowel de IND als de gemeenten in alle verzoeken een openbare orde-toets uitvoeren. Hierom wordt de toetsing van de openbare orde door de burgemeester geschrapt, waardoor alleen de Minister een openbare orde-toets uitvoert.

De tweede wijziging betreft het verplicht stellen van het ondertekenen van een verklaring dat de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt voor minderjarige kinderen van de verzoeker die de leeftijd van zestien jaren hebben bereikt. Thans is het ondertekenen van een dergelijke verklaring alleen verplicht voor de meerderjarige verzoeker.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 31

In dit artikel wordt de verplichting tot het ondertekenen van een verklaring dat de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt ook opgelegd aan kinderen die de leeftijd van zestien jaren hebben bereikt.

Artikel 33

Dit betreft een louter terminologische aanpassing.

Artikel 36

In dit artikel wordt de verplichting voor de burgemeester tot het doen van een onderzoek naar ernstige vermoedens van een inbreuk op de openbare orde geschrapt. In plaats daarvan doet de burgemeester een mededeling over de wijze waarop de Minister dit onderzoek zal voltrekken, zodat de verzoeker zelf een inschatting kan maken van de kansrijkheid van het verzoek.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.