Wet van 24 november 2011 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in verband met de verstrekking van inlichtingen aan het openbaar ministerie bij de tenuitvoerlegging van geldboeten en enkele verbeteringen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de informatiepositie van het openbaar ministerie bij tenuitvoerlegging van geldboeten en schadevergoedingsmaatregelen te verbeteren en enkele verbeteringen door te voeren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 572 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 572a

De officier van justitie kan van een ieder vorderen de gegevens te verstrekken die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van een vonnis, een arrest of een strafbeschikking houdende veroordeling tot geldboete of tot een maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

B

Artikel 576 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder b, vervalt «periodieke».

2. Het tweede lid, derde volzin, komt te luiden: Zij wordt verstrekt aan degene onder wie het verhaal wordt genomen en betekend aan de veroordeelde.

3. Onder vernummering van het achtste lid tot zevende lid vervalt het zevende lid.

C

Artikel 577bb, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Op de vordering bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is artikel 126a, derde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «Onze Minister van Justitie» vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en Justitie.

B

In artikel 2, zesde lid wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

C

Aan artikel 22 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Een ieder is verplicht desgevorderd onverwijld aan de officier van justitie, die met de inning van de administratieve sanctie is belast, de inlichtingen te verstrekken welke naar het redelijk oordeel van het openbaar ministerie noodzakelijk zijn ten behoeve van de toepassing van het eerste lid van dit artikel. De artikelen 217 en 218 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

D

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder b, vervalt «periodieke».

2. Onder vernummering van het achtste lid tot zevende lid vervalt het zevende lid.

ARTIKEL IIA

Indien het bij Koninklijke boodschap van 13 oktober 2009 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in verband met de introductie van DNA-verwantschapsonderzoek en DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van het onbekende slachtoffer en de regeling van enige andere onderwerpen (32 168) tot wet is verheven en die wet in werking is getreden voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, wordt het Wetboek van Strafvordering als volgt gewijzigd:

A

Artikel 151a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de derde volzin wordt «de volgende volzin» vervangen door: de laatste volzin.

2. Na de derde volzin wordt een volzin ingevoegd, die luidt: Celmateriaal wordt slechts van de verdachte afgenomen, nadat van hem één of meer vingerafdrukken overeenkomstig dit wetboek zijn genomen en verwerkt en zijn identiteit is vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.

3. In de vijfde volzin (nieuw) wordt «een groep derden van meer dan vijftien personen» vervangen door: een groep van vijftien derden of meer.

B

Artikel 195a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de derde volzin wordt «de volgende volzin» vervangen door: de laatste volzin.

2. Na de derde volzin wordt een volzin ingevoegd, die luidt: Celmateriaal wordt slechts van de verdachte afgenomen, nadat van hem één of meer vingerafdrukken overeenkomstig dit wetboek zijn genomen en verwerkt en zijn identiteit is vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.

C

In artikel 195g, derde lid, wordt «kan de rechter-commissaris dit resultaat in het gerechtelijk vooronderzoek gebruiken» vervangen door: kan de rechter-commissaris dit resultaat gebruiken bij onderzoekshandelingen die hij uit hoofde van de artikelen 181 tot en met 183 verricht.

ARTIKEL IIB

Indien het bij Koninklijke boodschap van 13 oktober 2009 ingediende voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in verband met de introductie van DNA-verwantschapsonderzoek en DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van het onbekende slachtoffer en de regeling van enige andere onderwerpen (32 168) tot wet is of wordt verheven en deze wet in werking treedt of is getreden voor of op het tijdstip waarop die wet in werking treedt, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onder C, wordt artikel 151a, eerste lid, als volgt gewijzigd:

1. In de derde volzin wordt «de volgende volzin» vervangen door: de laatste volzin.

2. Na de derde volzin wordt een volzin ingevoegd, die luidt: Celmateriaal wordt slechts van de verdachte afgenomen, nadat van hem één of meer vingerafdrukken overeenkomstig dit wetboek zijn genomen en verwerkt en zijn identiteit is vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.

3. In de vijfde volzin (nieuw) wordt «een groep derden van meer dan vijftien personen» vervangen door: een groep van vijftien derden of meer.

B

In artikel I, onder H, wordt artikel 195a, eerste lid, als volgt gewijzigd:

1. In de derde volzin wordt «de volgende volzin» vervangen door: de laatste volzin.

2. Na de derde volzin wordt een volzin ingevoegd, luidende: Celmateriaal wordt slechts van de verdachte afgenomen, nadat van hem één of meer vingerafdrukken overeenkomstig dit wetboek zijn genomen en verwerkt en zijn identiteit is vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.

C

In artikel I, onder M, wordt in artikel 195g, derde lid, «kan de rechter-commissaris dit resultaat in het gerechtelijk vooronderzoek gebruiken» vervangen door: kan de rechter-commissaris dit resultaat gebruiken bij onderzoekshandelingen die hij uit hoofde van de artikelen 181 tot en met 183 verricht.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 24 november 2011

Beatrix

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

Uitgegeven de tweede december 2011

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 702

Naar boven