Wet van 7 november 2011 tot wijziging van de Comptabiliteitswet 2001 in verband met de wijziging van een aantal begrotingen en enkele technische aanpassingen (Vijfde wijziging van de Comptabiliteitswet 2001)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Comptabiliteitswet 2001 te wijzigen in verband met de departementale herindeling en enkele technische aanpassingen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Comptabiliteitswet 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b, komt te luiden:

  • b. de begroting van nationale schuld;

2. Onderdeel d, komt te luiden:

  • d. de begroting van de Koning;

3. Onderdeel g, komt te luiden:

  • g. de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat en de Kabinetten van de Gouverneurs;

4. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • j. een andere begroting, indien die begroting aan de Rijksbegroting wordt toegevoegd bij de wet waarmee die begroting voor de eerste keer wordt vastgesteld.

B

Artikel 8, eerste lid, eerste volzin, komt te luiden:

  • 1. De begroting van de Koning bevat de uitkeringen aan de leden van het koninklijk huis, alsmede de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap.

C

Na artikel 9 wordt een artikel 9a ingevoegd, luidende:

Artikel 9a

  • 1. In afwijking van artikel 1, eerste lid, onder i, artikel 1, tweede en derde lid, en artikel 12, eerste lid, kan vanaf het begrotingsjaar 2012 worden afgezien van het indienen van een voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Fonds economische structuurversterking.

  • 2. Indien in enig begrotingsjaar geen voorstel als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend, worden, in afwijking van de artikelen 2 en 3 van de Wet Fonds economische structuurversterking, de ontvangsten, respectievelijk de uitgaven van het fonds voor dat begrotingsjaar op nihil gesteld.

  • 3. Dit artikel vervalt op het moment dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend.

D

In artikel 19, vierde lid, wordt «de begroting van het koninklijk huis» vervangen door: de begroting van de Koning.

E

Aan artikel 19 wordt een achtste lid toegevoegd, luidende:

  • 8. De wet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, bepaalt wie van Onze Ministers belast is met het beheer van de begroting die met die wet aan de Rijksbegroting wordt toegevoegd.

F

Artikel 19a vervalt.

G

In artikel 43, eerste lid, onderdeel b, wordt «Commissie van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: Europese Commissie.

H

In artikel 43b, derde lid, onderdeel b, wordt «de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

I

Het eerste lid van artikel 57, alsmede de aanduiding «2.» voor het tweede lid, vervallen.

J

Artikel 91 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt « het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap» vervangen door: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2. In het vierde lid wordt « het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap» vervangen door: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

K

Artikel 92 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Commissie van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: de Europese Commissie.

2. In het vijfde lid wordt «de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

ARTIKEL II

In afwijking van artikel 1, eerste lid, onder i, artikel 1, tweede en derde lid, en artikel 12, eerste lid van de Comptabiliteitswet 2001, kan voor het begrotingsjaar 2012 worden afgezien van het indienen van een voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Waddenfonds.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst met uitzondering van de onderdelen A, onder 1, 2 en 3, B, C, D, F en I van artikel I, eerste lid, en van artikel II, die in werking treden met ingang van 1 augustus 2011. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na de datum van 1 augustus 2011, dan treden deze onderdelen in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werken zij terug tot en met 1 augustus 2011.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 7 november 2011

Beatrix

De Minister van Financiën,

J. C. de Jager

Uitgegeven de vierentwintigste november 2011

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 792

Naar boven