Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatsblad 2011, 505Wet

Wet van 27 oktober 2011 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek tot aanpassing van artikel 97 en reparatie van enkele technische onvolkomenheden die zijn opgetreden bij de totstandkoming van de Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen teneinde artikel 97 aan te passen en enkele technische onvolkomenheden te repareren die zijn opgetreden bij de totstandkoming van de Wet van 18 april 2011 tot wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan het slot van artikel 80b wordt toegevoegd de zinsnede: met uitzondering van het omtrent scheiding van tafel en bed bepaalde.

B

Artikel 90, tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het bestuur van een echtgenoot over een goed omvat de uitoefening van de daaraan verbonden bevoegdheden, daaronder begrepen de bevoegdheid tot beschikking en tot beheer en de bevoegdheid om ten aanzien van dat goed feitelijke handelingen te verrichten en toe te laten, onverminderd de bevoegdheden tot genot en gebruik die de andere echtgenoot overeenkomstig de huwelijksverhouding toekomen.

C

Artikel 93, eerste volzin, vervalt.

D

Artikel 95, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste volzin komt te luiden:

Een goed dat een echtgenoot anders dan om niet verkrijgt, blijft buiten de gemeenschap indien de tegenprestatie bij de verkrijging van dit goed voor meer dan de helft ten laste komt van zijn eigen vermogen.

2. In de tweede volzin wordt «Voorzover» vervangen door: Voor zover.

E

Artikel 97, eerste lid, eerste volzin, komt te luiden:

Een goed dat op naam van een echtgenoot staat of dat hij krachtens erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift heeft verkregen, staat onder diens bestuur.

F

Artikel 102 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt de komma na «gemeenschapsschulden» geschrapt.

2. In de tweede volzin wordt «andere schulden van de gemeenschap» vervangen door: andere gemeenschapsschulden.

3. Na de tweede volzin wordt toegevoegd een volzin, luidende:

De rechtsvordering tot voldoening van de in de tweede volzin bedoelde schuld verjaart tegelijkertijd met de rechtsvordering tegen de echtgenoot, in wiens persoon de in die volzin bedoelde gemeenschapsschuld is ontstaan.

G

Artikel 104, tweede lid, tweede volzin komt te luiden:

Indien de gemeenschap is ontbonden op de wijze als bedoeld in artikel 99, eerste lid, onder c en d, eindigt de termijn drie maanden nadat het verzoek tot opheffing van de gemeenschap of tot scheiding van tafel en bed bij de rechtbank is ingediend.

H

In artikel 110 wordt in de eerste zinsnede «vraagt» vervangen door: verzoekt.

I

Artikel 111 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «machtiging» vervangen door: beslissing van de rechtbank.

2. In het tweede lid wordt «de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan» vervangen door: het verzoek tot opheffing van de gemeenschap bij de rechtbank is ingediend.

J

In artikel 139, tweede lid wordt «machtiging» vervangen door: beslissing van de rechtbank.

K

In artikel 164, eerste lid wordt «machtiging» vervangen door: beslissing van de rechtbank.

L

In artikel 174, eerste lid wordt «machtiging» vervangen door: beslissing van de rechtbank.

ARTIKEL II

Op een gemeenschap van goederen, ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 27 oktober 2011

Beatrix

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven

Uitgegeven de achtste november 2011

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 870