Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2010, 886AMvB

Besluit van 23 december 2010 tot wijziging van het Subsidiebesluit Centraal Orgaan opvang asielzoekers 2005 en vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van wet van 20 mei 2010, Stb. 2010, 203, tot wijziging van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers in verband met de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de instelling van een raad van toezicht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Immigratie en Asiel van 8 december 2010, nr. 2010-0000792529;

Gelet op artikel 18 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 16 december 2010, no. W04.10.0556/I );

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Immigratie en Asiel van 22 december 2010, nr. 2010-0000843665;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Subsidiebesluit Centraal Orgaan opvang asielzoekers 2005 wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen 1 tot en met 7 en 9 tot en met 17 wordt «orgaan» telkens vervangen door: COA.

B

In artikel 1, onderdeel d, wordt «voorziening of geheel van voorzieningen» vervangen door: opvangvoorziening, dienst of geheel van opvangvoorzieningen en diensten.

C

In artikel 2, tweede lid, wordt «1 augustus» vervangen door: 1 september.

D

In artikel 3, eerste lid, wordt «1 oktober» vervangen door: 1 november.

E

In artikel 6, onderdeel c, wordt «artikel 4 van de wet» vervangen door: artikel 6 van de wet.

F

In artikel 8 wordt «18, eerste en derde lid, van de wet» vervangen door: 19, tweede lid, van de wet en 34 van de Kaderwet.

G

In artikel 13 vervallen het eerste lid en de aanduiding «2.»

H

In artikel 14 vervalt de eerste volzin.

I

Artikel 15, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De aanvulling van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Kaderwet, geschiedt tot het niveau van de ingevolge artikel 14 vastgestelde minimale omvang.

J

Artikel 16 vervalt.

K

In artikel 18 vervallen de aanduiding «1.» en het tweede lid.

L

Artikel 19 komt te luiden:

Artikel 19

Dit besluit berust op artikel 18 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

ARTIKEL II

De Wet van 20 mei 2010, Stb. 2010, 203, tot wijziging van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers in verband met de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de instelling van een raad van toezicht en dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2011.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 23 december 2010

Beatrix

De Minister voor Immigratie en Asiel a.i.,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de dertigste december 2010

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Bij wet van 20 mei 2010, Stb. 2010, 203, tot wijziging van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers in verband met de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de instelling van een raad van toezicht is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen (verder: de Kaderwet) van toepassing verklaard op het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (verder: COA). Dit noodzaakt tot enkele technische aanpassingen van het onderhavige Subsidiebesluit Centraal Orgaan opvang asielzoekers 2005 (verder: het subsidiebesluit). Uit praktisch oogpunt wordt in dit besluit tevens het tijdstip van inwerkingtreding van genoemde wetswijziging vastgesteld. Op grond van artikel 17a (thans: artikel 18) van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (verder: Wet COA) is het ontwerp van dit besluit aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Artikel I

A

In de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (verder: Wet COA) is de term «het orgaan» ter aanduiding van het COA vervangen. De artikelen 1 tot en met 7 en 9 tot en met 17 van het subsidiebesluit zijn hieraan aangepast.

B

Met de redactionele aanpassing van de voorheen gehanteerde term «voorziening» is inhoudelijk geen wijziging beoogd.

C en D

De tijdstippen waarop de aanvraag om subsidie moet zijn ingediend en daarop moet zijn beslist, zijn in het belang van de uitvoering aangepast. De aanvraag moet voortaan voor 1 september zijn ingediend en daarop moet voor 1 november zijn beslist.

E en F

De artikelen 6 en 8 zijn aangepast aan de gewijzigde nummering in de Wet COA en de Kaderwet. Omdat het COA op grond van artikel 34 van de Kaderwet verplicht wordt een jaarrekening op te stellen, moet bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet langer het financiële verslag (voorheen artikel 18, eerste lid, Wet COA), maar de jaarrekening overgelegd (artikel 34 Kaderwet). De accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:79 Awb (voorheen artikel 18, derde lid, Wet COA) is thans geregeld in het hernummerde artikel 19, tweede lid, van de Wet COA.

G

Artikel 13, eerste lid, van het subsidiebesluit bepaalde voorheen dat het COA voor het oprichten van of deelnemen in een rechtspersoon en voor het aangaan van overeenkomsten waarbij het COA zich verbindt tot zekerheidsstelling, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt (artikel 3.71, eerste lid, onder a en f, van de Algemene wet bestuursrecht), toestemming van de Minister van Justitie nodig heeft. Op grond van artikel 32 van de Kaderwet kan de Minister van Justitie bepalen dat het COA zijn voorafgaande instemming behoeft voor deze en andere financiële rechtshandelingen, zodat het eerste lid van artikel 13 kan vervallen. De delegatiebasis in de Wet COA om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen omtrent de handelingen, bedoeld in artikel 4.71 Awb, waarvoor voorafgaande toestemming nodig is, is vervallen.

H

De eerste volzin van artikel 14 van het subsidiebesluit bepaalde voorheen dat het COA een egalisatiereserve vormt. Dit volgt reeds uit artikel 33 van de Kaderwet en hoeft derhalve niet te worden herhaald. De regeling met betrekking tot de (minimale en maximale) omvang en aanvulling van de egalisatiereserve en het aanwenden van eventueel resterende overschotten zijn wel gehandhaafd. Deze zijn voortaan gebaseerd op artikel 18, eerste lid, onderdeel f, van de Wet COA

I

Het eerste lid van artikel 15 is redactioneel aangepast, aangezien uit artikel 33, tweede lid, van de Kaderwet reeds volgt dat het verschil tussen de gerealiseerde baten van het COA en de gerealiseerde lasten van de activiteiten ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve komt. Dit hoeft derhalve niet in het subsidiebesluit te worden herhaald. Inhoudelijk is geen wijziging beoogd.

J

Het voormalige artikel 16 van het Subsidiebesluit, waarin was bepaald dat het COA meewerkt aan door of namens de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van zijn beleid, heeft geen meerwaarde ten opzichte van de in de artikelen 20 van de Kaderwet en 14 van de Wet COA geregelde informatieverplichtingen, en is derhalve geschrapt.

K

Het voormalige tweede lid van artikel 18 bevatte een bepaling van overgangsrecht met betrekking tot de subsidieverstrekking in 2004. Deze is uitgewerkt en kan vervallen.

L

Voor alle duidelijkheid is in het opnieuw vastgestelde artikel 19 aangegeven dat het subsidiebesluit na hernummering van artikel 17a Wet COA niet langer is gebaseerd op dat artikel, maar op artikel 18 Wet COA.

Artikel II

Uit praktisch oogpunt wordt in dit besluit tevens het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 20 mei 2010, Stb. 2010, 203 van 10 juni 2010, tot wijziging van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers in verband met de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de instelling van een raad van toezicht vastgesteld op 1 januari 2011. Dit besluit treedt op dezelfde datum in werking. Dit laatste betekent een geringe afwijking van de minimale invoeringstermijn van twee maanden, die is ingegeven door het belang van de versterking van het (financiële) toezicht op het COA.

De Minister voor Immigratie en Asiel a.i.,

J. P. H. Donner


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.