Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2010, 847Wet

Wet van 16 december 2010 tot vaststelling van de Wet invoeringswet fiscaal stelsel BES (Invoeringswet fiscaal stelsel BES)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in verband met de invoering en inwerkingtreding van de Wet Belastingwet BES, de Wet Douane- en Accijnswet BES, de Wet inkomstenbelasting BES en de Wet loonbelasting BES de aanpassing van enige wetten alsmede het overgangsrecht te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK I AANPASSINGEN

ARTIKEL I

[vervallen]

ARTIKEL II

[vervallen]

ARTIKEL III

Artikel 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «De bepalingen van deze wet gelden bij» vervangen door «De bepalingen van deze wet gelden in Nederland bij». Tevens wordt, onder vervanging van de punt aan het slot door een komma, toegevoegd: een en ander met uitzondering van de belastingen voor zover voor een belanghebbende na een door de inspecteur gedane uitspraak op bezwaar met betrekking tot deze belastingen beroep openstaat bij de Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES.

2. In het tweede lid vervalt de zinsnede «met uitzondering van de belastingen voor zover voor een belanghebbende na een door de inspecteur gedane uitspraak op bezwaar met betrekking tot deze belastingen beroep openstaat bij de Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in paragraaf 2b van de Wet geldstelsel BES».

ARTIKEL IV

[vervallen]

ARTIKEL V

De Invorderingswet 1990 wordt als volgt gewijzigd:

A.Artikel 2, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. rijksbelastingen:

belastingen als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, alsmede rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene douanewet, die in Nederland worden geheven;.

Aa. In artikel 5, eerste lid, wordt »van Nederland» vervangen door: van het Rijk.

B. [vervallen]

C. In artikel 26, vijfde lid, onderdeel b, vervalt de zinsnede «bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, 1°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,».

ARTIKEL VI

In artikel 1 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen wordt «volgens het bepaalde in de volgende artikelen» vervangen door: volgens het bepaalde in de volgende artikelen, tenzij ter zake kosten verschuldigd zijn op grond van artikel 8.39 van de Belastingwet BES.

ARTIKEL VII

[vervallen]

ARTIKEL VIII

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 1.7, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. een pensioenregeling als bedoeld in artikel 6A van de Wet loonbelasting BES.

B. Aan artikel 2.2, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: De eerste volzin is evenmin van toepassing indien de bedoelde persoon aannemelijk maakt dat hij op de BES eilanden als inwoner onderworpen is aan de Wet inkomstenbelasting BES.

C. [vervallen]

D. [vervallen]

E. [vervallen]

F. [vervallen]

G. [vervallen]

H. [vervallen]

I. [vervallen]

J. [vervallen]

K. [vervallen]

L. [vervallen]

ARTIKEL IX

De Wet op de dividendbelasting 1965 wordt als volgt gewijzigd:

A. Aan artikel 1 wordt een zesde lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Voor de toepassing van deze wet worden op de BES eilanden gevestigde lichamen die door de toepassing van artikel 5.2 van de Belastingwet BES geacht worden niet op de BES eilanden te zijn gevestigd, geacht in Nederland te zijn gevestigd.

B. [vervallen]

C. In artikel 11, eerste lid, aanhef, wordt «in de Nederlandse Antillen of Aruba» vervangen door: op Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden.

D. [vervallen]

ARTIKEL X

[vervallen]

ARTIKEL XI

[vervallen]

ARTIKEL XII

[vervallen]

ARTIKEL XIII

[vervallen]

ARTIKEL XIV

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:

A. Aan artikel 2 wordt een achtste lid toegevoegd, luidende:

  • 8. Voor de toepassing van deze wet worden op de BES eilanden gevestigde lichamen die door de toepassing van artikel 5.2 van de Belastingwet BES geacht worden niet op de BES eilanden te zijn gevestigd, geacht in Nederland te zijn gevestigd.

B.Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel c vervalt «die Nederlands inkomen genieten».

2. Na onderdeel c wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. maar op Aruba, Curaçao of Sint Maarten gevestigde lichamen die een onderneming drijven met behulp van een vaste inrichting op de BES eilanden of een vaste vertegenwoordiger op de BES eilanden; die Nederlands inkomen genieten.

C. [vervallen]

D. [vervallen]

E. [vervallen]

F. [vervallen]

G. [vervallen]

H. Aan artikel 17, derde lid, wordt na onderdeel b, onder vervanging van de punt door een puntkomma, een nieuw onderdeel c ingevoegd, luidende:

  • c. de belastbare winst van een op Aruba, Curaçao of Sint Maarten gevestigd lichaam voor zover die wordt behaald uit een op de BES eilanden gedreven onderneming met behulp van een vaste inrichting of een vaste vertegenwoordiger op de BES eilanden en die vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger op basis van artikel 5.2 van de Belastingwet BES voor de toepassing van de opbrengstbelasting als bedoeld in hoofdstuk V van de Belastingwet BES niet op de BES eilanden maar in Nederland zou zijn gevestigd indien de vaste inrichting een lichaam zou zijn geweest of de activiteiten van de vaste vertegenwoordiger in een lichaam zouden zijn ondergebracht.

I. [vervallen]

HOOFDSTUK II OVERGANGSRECHT EN INVOERING FISCAAL STELSEL BES

AFDELING 1 AFWIKKELING NEDERLANDS-ANTILLIAANS FISCAAL STELSEL

ARTIKEL I
  • 1. Dit hoofdstuk is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en verstaat onder:

    a. tijdstip van transitie:

    het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt;

    b. het tijdstip van inwerkingtreding:

    het tijdstip waarop de hoofdstukken IV tot en met VII en IX van de Belastingwet BES en de hoofdstukken III en V van de Douane- en Accijnswet BES in werking treden;

    c. overgangsperiode:

    de periode vanaf het tijdstip van transitie tot het tijdstip van inwerkingtreding.

  • 2. Op dit hoofdstuk zijn artikel 1.3 van de Belastingwet BES en artikel 1.1 van de Douane- en Accijnswet BES van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

[vervallen]

ARTIKEL III

[vervallen]

ARTIKEL IV

[vervallen]

ARTIKEL V

[vervallen]

AFDELING 2 SPECIFIEK OVERGANGSRECHT

ARTIKEL VI

De in artikel 8 121, tweede lid, van de Belastingwet BES en artikel 37, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bedoelde algemene maatregel van bestuur behoeft niet te worden overgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal indien de datum van plaatsing van deze wet in het Staatsblad is gelegen binnen twee maanden voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding.

ARTIKEL VII
  • 1. Op grond van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde in artikel 13b, eerste lid, onderdelen j tot en met n, van de Wet geldstelsel BES bedoelde verordeningen en de daarop gebaseerde regelingen verleende vergunningen voor het vervaardigen van accijnsgoederen, voor het opslaan van accijnsgoederen onder krediet voor de accijns of voor het opslaan van accijnsgoederen zonder verschuldigdheid van de accijns, worden tot wederopzegging aangemerkt als krachtens de Douane- en Accijnswet BES verleende vergunningen voor een accijnsgoederenplaats.

  • 2. De inspecteur onderzoekt binnen een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding of:

    • a. degenen van wie de in het eerste lid bedoelde vergunning ingevolge dat lid is aangemerkt als een krachtens de Douane- en Accijnswet BES verleende vergunning, voldoen aan de bij of krachtens de Douane- en Accijnswet BES gestelde voorwaarden voor de afgifte van deze vergunning;

    • b. de plaatsen waarvan de in het eerste lid bedoelde vergunning ingevolge dat lid wordt aangemerkt als een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, voldoen aan de bij of krachtens de Douane- en Accijnswet BES gestelde voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats.

  • 3. Houders van accijnsgoederenplaatsen voor wijn, sigaren, cigarillo’s of rooktabak doen binnen een week na inwerkingtreding van de artikelen 4.1, onderdelen e en f, 4.15, onderdelen b, c en d, en 4.18 tot en met 4.21 van de Douane- en Accijnswet BES aangifte van de op het tijdstip van deze inwerkingtreding in hun accijnsgoederenplaats aanwezige hoeveelheden wijn, sigaren, cigarillo’s en rooktabak.

  • 4. In afwijking van artikel 4.53 van de Douane- en Accijnswet BES kunnen tot inwerkingtreding van de artikelen 4.1, onderdelen e en f, 4.15, onderdelen b, c en d, en 4.18 tot en met 4.21 van de Douane- en Accijnswet BES accijnszegels voor sigaren, cigarillo’s en rooktabak worden aangevraagd door degene die een verzoek om vergunning voor een accijnsgoederenplaats op grond van hoofdstuk IV, titel 3, eerste en tweede afdeling van de Douane- en Accijnswet BES heeft gedaan.

ARTIKEL VIII
  • 1. Een op grond van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening economische zones 2000 ingestelde economische zone op de BES eilanden wordt aangemerkt als een krachtens de Douane- en Accijnswet BES door onze Minister ingesteld handels- en dienstenentrepot.

  • 2. Een op grond van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening economische zones 2000 verleende toelating tot een economische zone op de BES eilanden wordt aangemerkt als een krachtens de Douane- en Accijnswet BES door de inspecteur verleende toelating tot een handels- en dienstenentrepot.

  • 3. De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking binnen twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding of de ingevolge het tweede lid toegelaten bedrijven tot een handels- en dienstenentrepot voldoen aan de bij of krachtens de Douane- en Accijnswet BES gestelde voorwaarden voor de toelating tot een handels- en dienstenentrepot met uitzondering van de in artikel 5.4, tweede lid, onderdeel c, van de Douane- en Accijnswet BES bedoelde voorwaarde. Een ingevolge het tweede lid toegelaten bedrijf dat niet voldoet aan de bij of krachtens de Douane- en Accijnswet BES gestelde voorwaarden voor de toelating tot een handels- en dienstenentrepot wordt na twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding geacht uit de handels- en dienstenentrepot te zijn verwijderd.

ARTIKEL IX
  • 1. Dit artikel verstaat onder:

    a. landsverordeningen:

    de verordeningen, bedoeld in artikel 13b, eerste lid, onderdelen d en e, van de Wet geldstelsel BES en de daarop gebaseerde regelingen alsmede de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde in artikel 13b, eerste lid, onderdelen d en e, van de Wet geldstelsel BES bedoelde verordeningen en de daarop gebaseerde, in die periode als ministeriële regelingen geldende, regelingen;

    b. belasting:

    de belastingen geheven krachtens de in onderdeel a bedoelde landsverordeningen.

  • 2. In afwijking in zoverre van de bepalingen van de landsverordeningen wordt met betrekking tot leveringen en diensten, welke vóór het tijdstip van inwerkingtreding zijn verricht, de belasting uiterlijk op de aan het tijdstip van inwerkingtreding voorafgaande dag verschuldigd.

  • 3. In afwijking in zoverre van de bepalingen van de Belastingwet BES en die van de landsverordeningen wordt, voor zover met betrekking tot leveringen en diensten die op of na het tijdstip van inwerkingtreding worden verricht, vóór het tijdstip van inwerkingtreding een factuur is uitgereikt, de vergoeding of een deel van de vergoeding is ontvangen of is overeengekomen dat de vergoeding of een deel daarvan vóór die datum zal worden voldaan, de algemene bestedingsbelasting verschuldigd op het tijdstip van inwerkingtreding.

  • 4. Teruggaaf wordt verleend van de belasting die ingevolge de bepalingen van de landsverordeningen is voldaan met betrekking tot leveringen en diensten die op of na het tijdstip van inwerkingtreding worden verricht. De teruggaaf geschiedt bij wijze van verrekening met de in het derde lid bedoelde algemene bestedingsbelasting.

  • 5. Op verzoek wordt aan de ondernemer die op grond van de bepalingen van de Landsverordening omzetbelasting 1999 op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding, nog het recht heeft om een in de laatste aangifteperiode vóór die datum ontstaan overschot aan aftrekbare belasting naar een volgende aangifteperiode over te brengen, teruggaaf van belasting verleend tot het bedrag van dat door de ondernemer aan te tonen overschot. De teruggaaf wordt slechts verleend voor zover de ondernemer zijn verzoek binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding schriftelijk indient bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beslissing.

  • 6. In afwijking in zoverre van het derde en vierde lid, van de bepalingen van de Belastingwet BES en die van de landsverordeningen wordt:

    • a. indien een ondernemer ingevolge een vóór het tijdstip van inwerkingtreding gesloten overeenkomst op of na het tijdstip van inwerkingtreding een onroerende zaak levert tegen een vergoeding welke vervalt in termijnen, ten aanzien van het gedeelte van de vergoeding dat gelijk is aan de som van de termijnen die op grond van die overeenkomst vóór dat tijdstip zijn vervallen; of

    • b. indien een ondernemer op of na het tijdstip van transitie een onroerende zaak levert in de zin van artikel 6.4, eerste lid, onderdeel f, van de Belastingwet BES, welke onroerende zaak ingevolge een vóór het tijdstip van inwerkingtreding gesloten overeenkomst in opdracht is vervaardigd onder terbeschikkingstelling van stoffen, waaronder grond is begrepen, ten aanzien van het gedeelte van de vergoeding dat gelijk is aan de som van de termijnen die op grond van die overeenkomst vóór het tijdstip van inwerkingtreding zijn vervallen en de in de vergoeding begrepen kosten van de vóór die datum gestelde stoffen;

    de ter zake verschuldigde belasting bij wijze van verrekening in mindering gebracht op de ter zake van die leveringen verschuldigde algemene bestedingsbelasting.

  • 7. De verrekening bedoeld in het zesde lid, vindt slechts toepassing op verzoek van de ondernemer en voor zover de ondernemer de in het zesde lid bedoelde verschuldigde belasting heeft voldaan. De verrekening wordt slechts toegepast voor zover de ondernemer zijn verzoek vóór het tijdstip van verschuldigdheid van de in het zesde lid bedoelde algemene bestedingsbelasting schriftelijk indient bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

ARTIKEL X
  • 1. Voor een belastingplichtige die op de BES eilanden woont en die op de aan tijdstip van inwerkingtreding voorafgaande dag in aanmerking komt voor toepassing van de in de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E van de op basis van de Wet geldstelsel BES in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 opgenomen regeling voor penshonado’s, dan wel op grond van de artikelen 77 tot en met 82 van die op basis van de Wet geldstelsel BES in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening opgenomen overgangsregeling in aanmerking komt voor toepassing van de in de artikelen 23B, 23C, 23D en 23E opgenomen regeling voor penshonado’s, geldt, voor maximaal vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding voor zover hij op de BES eilanden woont en voldoet aan de in genoemde artikelen gestelde voorwaarden, dat, voor zover de belastbare som bestaat uit opbrengst van buitenlandse bronnen en voor zover dat tezamen met de overige bestanddelen van de belastbare som meer bedraagt dan USD 26 396:

    • a. het in de tweede regel van kolom IV in artikel 24A, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting BES genoemde percentage wordt gesteld op 10% of,

    • b. indien dit in een lagere belastingdruk resulteert, op 30,4% over een belastbare som van maximaal USD 243 934.

  • 2. Ten aanzien van een belastingplichtige die in aanmerking komt voor toepassing van het eerste lid, zijn de in de Wet inkomstenbelasting BES opgenomen bepalingen omtrent persoonlijke lasten en buitengewone lasten, niet van toepassing.

ARTIKEL XI
  • 1. Onder opbrengst van buitenlandse bronnen als bedoeld in artikel X, eerste lid, wordt verstaan de som van de volgende zuivere inkomsten:

    • a. opbrengst van bestaande of vroegere dienstbetrekking of van overige werkzaamheden uitgeoefend buiten de BES eilanden, tenzij het betreft de opbrengst van bestaande dienstbetrekking als bestuurder of commissaris van een lichaam dat feitelijk of statutair op de BES eilanden is gevestigd;

    • b. opbrengst van onderneming, voor zover deze persoonlijk met behulp van een vaste inrichting, of door vaste vertegenwoordiger of gemachtigden, buiten de BES eilanden wordt gedreven;

    • c. opbrengst van buiten de BES eilanden gelegen onroerende zaken of op zodanige zaken gevestigde rechten;

    • d. opbrengst van banktegoeden en overige schuldvorderingen, met uitzondering van:

      • 1°. schuldvorderingen, verzekerd door hypotheek, gevestigd op op de BES eilanden gelegen onroerende zaken;

      • 2°. schuldvorderingen, niet zijnde banktegoeden, ten laste van een natuurlijke of rechtspersoon die woonachtig of statutair dan wel feitelijk gevestigd is op de BES eilanden;

    • e. opbrengst van rechten op aandelen in de winst, anders dan als aandeelhouder, van een niet op de BES eilanden uitgeoefend bedrijf;

    • f. opbrengst van aandelen in, of winstbewijzen ten laste van een vennootschap welke niet feitelijk of statutair op de BES eilanden is gevestigd en waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld;

    • g. voordeel uit vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen in of winstbewijzen van een vennootschap welke niet feitelijk of statutair op de BES eilanden is gevestigd en waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld;

    • h. opbrengst van rechten op periodieke uitkeringen ten laste van een natuurlijke of rechtspersoon die niet woonachtig of gevestigd is op de BES eilanden;

    • i. de kapitaalsuitkering uit levensverzekering welke wordt betaald ten laste van een natuurlijke of rechtspersoon die niet woonachtig of gevestigd is op de BES eilanden.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder opbrengst van een vroegere dienstbetrekking verstaan de opbrengst uit een recht op periodieke uitkering, welke ter zake van een vroegere dienstbetrekking aan de belastingplichtige is toegekend mits dit hoofdzakelijk buiten de BES eilanden is opgebouwd.

  • 3. Voor de toepassing van artikel X blijven de artikelen 12, 16 en 16A van de Wet inkomstenbelasting BES buiten aanmerking.

  • 4. Ten aanzien van de belastingplichtige, bedoeld in artikel X, die in gebreke blijft tijdig volledige aangifte te doen, wordt de in de aanslag te begrijpen belasting verhoogd met de helft van het verschuldigde belastingbedrag.

  • 5. De overige artikelen van de Wet inkomstenbelasting BES blijven onverkort van kracht voor zover niet uitdrukkelijk in dit artikel hiervan is afgeweken.

  • 6. Het deel van de belastbare som waarop het tarief als bedoeld in artikel X niet van toepassing is, wordt belast op basis van artikel 24A van de Wet inkomstenbelasting BES. Bij de berekening van de belasting over het inkomen waarop het tarief van artikel X niet van toepassing is, worden de inkomsten waarop dit tarief wel van toepassing is, buiten beschouwing gelaten.

ARTIKEL XII
  • 1. Indien een op de BES eilanden gevestigd lichaam op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van inwerkingtreding eindafrekeningswinst geniet als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de op basis van de Wet geldstelsel BES in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940 en het lichaam vanaf het tijdstip van inwerkingtreding door de toepassing van artikel 5.2 van de Belastingwet BES in Nederland wordt geacht te zijn gevestigd, wordt de verschuldigde winstbelasting over die eindafrekeningswinst niet ingevorderd. In dat geval wordt voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bij het in de eerste volzin bedoelde lichaam vanaf het tijdstip van inwerkingtreding de boekwaarde van de vermogensbestanddelen gesteld op de boekwaarde zoals deze gold bij de op het tijdstip dat onmiddellijk voorafging aan het tijdstip van inwerkingtreding nog op de BES eilanden gevestigde lichaam.

  • 2. Indien een niet op de BES eilanden gevestigd lichaam, dat met behulp van een vaste inrichting of een vaste vertegenwoordiger op de BES eilanden een onderneming drijft, op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van inwerkingtreding eindafrekeningswinst geniet als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de op basis van de Wet geldstelsel BES in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940 en het bedoelde lichaam vanaf het tijdstip van inwerkingtreding in Nederland als buitenlandse belastingplichtige wordt aangemerkt op grond van artikel 3, onderdeel d, in samenhang met artikel 17, derde lid, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, wordt de verschuldigde winstbelasting over die eindafrekeningswinst niet ingevorderd. In dat geval wordt voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bij de in de eerste volzin bedoelde vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger vanaf het tijdstip van inwerkingtreding de boekwaarde van de vermogensbestanddelen gesteld op de boekwaarde zoals deze gold bij de op het tijdstip dat onmiddellijk voorafging aan het tijdstip van inwerkingtreding nog op de BES eilanden gevestigde vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger.

ARTIKEL XIII
  • 1. Indien een op de BES eilanden gevestigd lichaam op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van inwerkingtreding eindafrekeningswinst geniet als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de op basis van de Wet geldstelsel BES in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940 en het lichaam vanaf het tijdstip van inwerkingtreding door de toepassing van artikel 5.2 van de Belastingwet BES wordt geacht op de BES eilanden te zijn gevestigd, verleent de ontvanger voor de periode lopend vanaf het tijdstip van inwerkingtreding tot en met 31 december 2015 renteloos uitstel van betaling voor de verschuldigde belasting ter zake van die eindafrekeningswinst. Het uitstel wordt beëindigd ingeval artikel 5.8 van de Belastingwet BES toepassing vindt.

  • 2. Indien een niet op de BES eilanden gevestigd lichaam, dat met behulp van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger op de BES eilanden een onderneming drijft, op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van inwerkingtreding eindafrekeningswinst geniet als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de op basis van de Wet geldstelsel BES in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940 en het bedoelde lichaam vanaf het tijdstip van inwerkingtreding niet in Nederland als buitenlandse belastingplichtige wordt aangemerkt op grond van artikel 3, onderdeel d, in samenhang met artikel 17, derde lid, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, verleent de ontvanger voor de periode lopend vanaf het tijdstip van inwerkingtreding tot en met 31 december 2015 renteloos uitstel van betaling voor de verschuldigde belasting ter zake van die eindafrekeningswinst. Het uitstel wordt beëindigd ingeval de in de eerste volzin bedoelde vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger wordt opgeheven of ophoudt op de BES eilanden activiteiten te verrichten.

  • 3. De ontvanger verleent op verzoek van het in het eerste of tweede lid bedoelde lichaam kwijtschelding van de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde winstbelasting tot een bedrag gelijk aan de door dat lichaam onderscheidenlijk de op de vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger betrekking hebbende, verschuldigde vastgoedbelasting als bedoeld in hoofdstuk IV van de Belastingwet BES. Voorts wordt het op 1 januari 2016 nog openstaande bedrag kwijtgescholden.

ARTIKEL XIV

[vervallen]

ARTIKEL XV

[vervallen]

AFDELING 3 WIJZIGINGEN BELASTINGWET BES

ARTIKEL XVI

De Belastingwet BES wordt als volgt gewijzigd:

aA. In artikel 4.9 wordt «20%» vervangen door: 25%.

A.Artikel 6.7g komt als volgt te luiden:

Artikel 6.7g
  • 1. De plaats van dienst van kortdurende en andere dan kortdurende verhuur van een vervoermiddel, verricht door een ondernemer, een andere dan een BES ondernemer, is de plaats waar dat vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de afnemer wordt gesteld.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de plaats van dienst van andere dan kortdurende verhuur van een vervoermiddel bij verhuur aan:

    • a. een andere dan een ondernemer die gevestigd is of woont in de Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de omzetbelasting 1968, de plaats waar die afnemer gevestigd is of woont;

    • b. een ondernemer die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft in de in onderdeel a bedoelde Gemeenschap of in die Gemeenschap over een vaste inrichting beschikt die de dienst afneemt, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in die Gemeenschap heeft, de plaats waar die afnemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is de plaats van dienst van andere dan kortdurende verhuur van een pleziervaartuig aan een afnemer, een andere dan een in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde ondernemer, de plaats waar het pleziervaartuig effectief ter beschikking van de afnemer wordt gesteld, indien deze dienst daadwerkelijk door de dienstverrichter wordt verricht vanuit de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting aldaar.

  • 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder «kortdurende verhuur» verstaan: het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen, en voor schepen ten hoogste negentig dagen.

B. Artikel 6.7h, eerste lid, van de Belastingwet BES komt te luiden:

  • 1. De plaats van dienst van de volgende diensten die door een ondernemer, een andere dan een BES ondernemer, worden verricht voor een andere dan een ondernemer, is de plaats waar deze ondernemer gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft:

    • a. telecommunicatiediensten;

    • b. radio- en televisieomroepdiensten;

    • c. elektronische diensten als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel q, van de Wet op de omzetbelasting 1968.

C. In artikel 6.7i, eerste lid, van de Belastingwet BES vervallen de onderdelen i, j en k, onder vervanging van de puntkomma door een punt aan het slot van onderdeel h.

D.Artikel 6.7j van de Belastingwet BES komt te luiden:

Artikel 6.7j

Diensten als bedoeld in artikel 6.7i, eerste lid, onderdelen a tot en met g, die worden verricht voor in een openbaar lichaam gevestigde lichamen in de zin van deze wet, andere dan ondernemers, die worden verricht door ondernemers die buiten de BES eilanden wonen of zijn gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting hebben van waaruit de dienst wordt verricht, of die, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten de BES eilanden hebben, en waarvan de plaats van die diensten buiten de BES eilanden is gelegen, worden aangemerkt als worden zij in het openbaar lichaam van de afnemer verricht, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie in dat openbaar lichaam plaatsvinden.

E. De artikelen 6.10a en 6.19a van de Belastingwet BES vervallen.

AFDELING 4 OVERGANG NAAR FISCAAL STELSEL VOOR DE BES EILANDEN

ARTIKEL XVII

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld ter zake van de overgang van tot het tijdstip van inwerkingtreding op de BES eilanden geheven belastingen naar de Belastingwet BES, de Douane- en Accijnswet BES, de Wet inkomstenbelasting BES en de Wet loonbelasting BES.

HOOFDSTUK IIA WET INKOMSTENBELASTING BES

De Wet inkomstenbelasting BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «binnen de Nederlandse Antillen» en «in de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: op de BES eilanden.

2. «Aruba» telkens vervangen door: Aruba, Curaçao, Sint Maarten.

3. «de Minister van Financiën» telkens vervangen door: Onze Minister.

4. «Landsverordening Ongevallenverzekering» telkens vervangen door: Wet ongevallenverzekering BES.

5. «Landsverordening Ziekteverzekering» telkens vervangen door: Wet ziekteverzekering BES.

6. «Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering» telkens vervangen door: Wet algemene ouderdomsverzekering BES.

7. «Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering» telkens vervangen door: Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES.

8. «Landsverordening op de Loonbelasting 1976» telkens vervangen door: Wet loonbelasting BES.

B

Voor hoofdstuk I wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel A

De hoofdstukken I en VIII van de Belastingwet BES zijn van overeenkomstige toepassing op deze wet en de daarop berustende bepalingen.

C

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt na «wonen» ingevoegd: (binnenlandse belastingplichtigen).

2. In de aanhef van het tweede lid wordt «Of iemand op de BES eilanden woont, wordt naar de omstandigheden beoordeeld, met dien verstande,» vervangen door: In afwijking in zoverre van artikel 1.5 van de Belastingwet BES geldt.

3. In het tweede lid wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de BES eilanden.

4. In het derde lid wordt na «artikel 17» ingevoegd: (buitenlandse belastingplichtigen).

D

Het opschrift van hoofdstuk II komt te luiden: Op de BES eilanden wonende belastingplichtigen.

E

In artikel 3, vierde lid, vervalt onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b, c en d tot a, b en c.

F

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste, tweede en derde lid, alsmede de aanduiding «4.» voor het vierde lid vervallen.

2. In de tekst wordt «deze landsverordening» vervangen door: deze wet.

G

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Als opbrengst van roerend kapitaal worden beschouwd de vruchten van kapitaal, dat niet in onroerende zaken of de rechten waaraan deze zijn onderworpen of in een eigen bedrijf of beroep is belegd, zoals:

    • a. rente van inschrijvingen op de grootboeken der Nederlandse of andere schuld;

    • b. dividenden en rente van aandeelbewijzen, daaronder begrepen hetgeen wordt uitgedeeld door een stichting of doelvermogen;

    • c. obligatiën of andere effecten;

    • d. uitkeringen op geldschieting en commandite;

    • e. rente van andere schuldvorderingen, uit welken hoofde ook, onverschillig of van de schuld een bewijs is afgegeven en of de betaling door hypotheek of op andere wijze is verzekerd;

    • f. rente, begrepen in de aflossing van schuldvorderingen;

    • g. altijddurende rente;

    • h. liquidatieuitkeringen van vennootschappen, welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld, voor zover zij het gestorte kapitaal te boven gaan.

2. Het vierde tot en met negende lid vervallen.

H

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid, onderdeel g, wordt «artikel 16 letters d en e» vervangen door: artikel 16, letter e,.

2. In het vierde lid wordt «in deze landsverordening» vervangen door «in deze wet». Voorts vervalt «(P.B. 1975, no. 254)».

3. In het vijfde en zesde lid wordt «de omzetbelasting en de invoerheffingen» telkens vervangen door: de algemene bestedingsbelasting en de invoerrechten.

4. Na het zevende lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. Voor de toepassing van dit artikel wordt met betrekking tot personenauto’s die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet in het kentekenregister zijn geregistreerd onder algemene bestedingsbelasting mede verstaan: omzetbelasting en invoerheffingen.

I

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel l vervalt.

2. Onderdeel m komt te luiden:

  • m. rente van spaartegoeden tot ten hoogste USD 5.000 per jaar;.

3. Onderdeel n komt te luiden:

  • n. dividenden tot ten hoogste USD 5.000 per jaar.

4. Onderdeel q vervalt.

J

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid wordt «f. 500» vervangen door «USD 280» en wordt «f. 1.000» vervangen door: USD 560.

2. In het zevende lid wordt «f. 840,–» vervangen door: USD 470.

K

In artikel 9A, eerste lid, wordt «f. 5.000,–» vervangen door: USD 2 794.

L

Artikel 9C wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel j, wordt «een strafrechter van de Nederlandse Antillen» vervangen door «een strafrechter die bevoegd is op de BES eilanden», wordt «het Land de Nederlandse Antillen dan wel een van de eilandgebieden» vervangen door «het Rijk, Bonaire, Sint Eustatius en Saba», wordt en wordt «een lands- of eilandsverordening» vervangen door: een wet of daarop gebaseerde bepalingen.

2. In het eerste lid, onderdeel k, wordt «een strafrechter van de Nederlandse Antillen» vervangen door: een strafrechter die bevoegd is op de BES eilanden.

3. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «f. 750» vervangen door: USD 419.

4. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «f. 2 500» vervangen door: USD 1.397.

5. In het derde lid, onderdeel a, wordt «f. 0,35» vervangen door: USD 0,20.

M

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid, onderdeel a, wordt na «reservefonds;» toegevoegd: en.

2. In het derde lid, onderdeel b, wordt «kapitaal; en» vervangen door: kapitaal.

3. Het derde lid, onderdeel c, vervalt.

4. In het vierde lid wordt «bedrijfsmiddel op de opbrengst» vervangen door: bedrijfsmiddel of de opbrengst.

5. In het vijfde lid wordt «vervanging op het herstel» vervangen door: vervanging of het herstel.

N

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het vijfde lid, onderdeel g, wordt «inwoner van de Nederlandse Antillen» vervangen door: inwoner van de BES eilanden.

2. In het zevende lid wordt «belastingplichtige uit de Nederlandse Antillen» vervangen door: belastingplichtige uit de BES eilanden.

O

Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «het in enig kalenderjaar genoten belastbaar inkomen» vervangen door «de in enig kalenderjaar genoten belastbare som». Voorts vervalt «voor zover hierop het bepaalde in artikel 24, tweede lid, niet wordt toegepast en» en wordt «het eerste lid van artikel 24» vervangen door «artikel 24A». Ten slotte wordt «de in artikel 24A bedoelde bedragen» vervangen door: de in artikel 24, tweede, derde en vierde lid, bedoelde bedragen.

2. In het tweede lid wordt «Is» vervangen door «Indien», wordt «naar het oordeel van de Inspecteur aanzienlijk hoger» vervangen door «hoger is» en wordt «bepaalt evengenoemde authoriteit» vervangen door: «kan belastingplichtige verzoeken dat». Voorts wordt na «in afwijking van het bepaalde in het eerste lid» ingevoegd «wordt bepaald» en wordt «belastbaar inkomen genoten in het belastingtijdvak» vervangen door: belastbare som genoten in het belastingtijdvak. Ten slotte wordt «van het eerste lid van artikel 24» vervangen door: als bedoeld in artikel 24A.

P

In artikel 13, tweede lid, wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de BES eilanden.

Q

Artikel 16 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «f. 2.500» vervangen door: USD 1.397.

2. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt.

3. In het eerste lid, onderdeel f, wordt «f. 100,–» vervangen door: USD 56.

4. In het eerste lid, onderdeel g, wordt «Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden (P.B. 1975, no. 249)» vervangen door: Wet tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden BES.

5. In het eerste lid, onderdeel h, onder 1°, wordt «f. 27.500» vervangen door: USD 15.364.

6. In het eerste lid, onderdeel h, onder 2°, wordt «f. 3.000» vervangen door: USD 1.676.

7. In het tweede lid wordt «f. 1.000,–» vervangen door: USD 559.

8. In het vijfde lid, onder 1°, wordt «f. 5.000» vervangen door: USD 2.794.

R

Artikel 16A wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel e, wordt «f. 10.000» vervangen door: USD 5.587.

2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «f. 0,35» vervangen door: USD 0,20.

3. In het tweede lid, onderdeel c, wordt «f. 2.500» vervangen door: USD 1.397.

4. In het derde lid, onderdeel b, wordt «Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten (P.B. 1996, no. 211)» vervangen door «Wet algemene verzekering bijzondere ziektekosten BES».

5. In het vierde lid wordt «f. 1.500» vervangen door: USD 838.

6. In het vijfde lid, onderdeel a, wordt «f. 20.000» vervangen door: USD 11.174.

7. In het zevende lid wordt «derde lid» vervangen door: vijfde lid.

S

Het opschrift van hoofdstuk III komt te luiden: Niet op de BES eilanden wonende belastingplichtigen.

T

Artikel 17 wordt gewijzigd als volgt:

01. Het eerste lid, onderdeel a, vervalt.

1. In het eerste lid, onderdeel e, vervalt «, met uitzondering van vennootschappen zoals bedoeld in artikel 9A van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 en van lichamen die krachtens de Landsverordening op de Scheepsregistratiebelasting 1987 niet onderworpen zijn aan de winstbelasting».

2. In het eerste lid, onderdeel f, vervalt «, met uitzondering van vennootschappen zoals bedoeld in artikel 9A van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 en van lichamen die krachtens de Landsverordening op de Scheepsregistratiebelasting 1987 niet onderworpen zijn aan de Winstbelasting».

3. In het eerste lid, onderdeel g, vervalt «als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940» en wordt «buiten de Nederlandse Antillen» vervangen door: buiten de BES eilanden.

4. In het eerste lid, onderdeel h, wordt «buiten de Nederlandse Antillen» vervangen door: buiten de BES eilanden.

5. In het tweede lid wordt «inwoner van de Nederlandse Antillen» vervangen door: inwoner van de BES eilanden.

6. In het derde lid wordt «verlaten van de Nederlandse Antillen» vervangen door: verlaten van de BES eilanden.

7. In het vierde lid wordt «naar Nederlands-Antilliaans recht» vervangen door «naar het op de BES eilanden geldende recht». Voorts wordt «op de Nederlandse Antillen» vervangen door: op de BES eilanden.

U

Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het derde lid vervalt.

2. In het vierde lid wordt «De artikelen 16 en 23A zijn» vervangen door «Artikel 16 is». Voorts wordt «belastingplichten» vervangen door: belastingplichtigen.

V

Artikel 20 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid, onderdeel c, onder 3°, wordt «ingeval» vervangen door: ongeval.

2. In het vierde lid, wordt «onderdelen d,e en g» vervangen door: onderdelen e en g.

W

De artikelen 22 tot en met 23E vervallen.

X

Artikel 24 komt te luiden:

Artikel 24

  • 1. Belastbare som is:

    • a. ten aanzien van binnenlandse belastingplichtigen: het belastbare inkomen verminderd met:

      • 1°. het zuivere bedrag van de voordelen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder 3°;

      • 2°. de belastingvrije som;

      • 3°. de kindertoeslag indien tot het huishouden van de belastingplichtige een kind behoort dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt, en

      • 4°. de ouderentoeslag indien de belastingplichtige bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd heeft bereikt op grond waarvan hij ingevolge de Wet algemene ouderdomsverzekering BES in aanmerking zou komen voor een uitkering;

    • b. ten aanzien van buitenlandse belastingplichtigen: het belastbare inkomen voor zover dit is verkregen uit de opbrengsten, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, c, d, g en h.

  • 2. De belastingvrije som bedraagt USD 9.750.

  • 3. De kindertoeslag bedraagt USD 1.250 per kind, doch niet meer dan USD 2.500.

  • 4. De ouderentoeslag bedraagt USD 200.

  • 5. In afwijking van het derde lid wordt de kindertoeslag op nihil gesteld indien:

    • a. het persoonlijk inkomen van de belastingplichtige lager is dan het persoonlijk inkomen van zijn echtgenoot;

    • b. het persoonlijk inkomen van de belastingplichtige gelijk is aan het persoonlijk inkomen van zijn echtgenoot en de belastingplichtige jonger is dan zijn echtgenoot.

  • 6. De belastingplichtige die niet op de BES eilanden woont, komt in een kalenderjaar waarin hij tevens als op de BES eilanden wonende persoon belastingplichtig is, voor zijn periode van buitenlandse belastingplicht, in afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, in aanmerking voor de belastingvrije som voor zover deze in de periode van binnenlandse belastingplicht onbenut is gebleven.

Y

Artikel 24A komt te luiden:

Artikel 24A

  • 1. Het bedrag van de over de belastbare som, bedoeld in artikel 24, verschuldigde belasting wordt bepaald aan de hand van de navolgende tabel (tarieftabel):

    Bij een belastbare som van meer dan

    doch niet meer dan

    bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van de belastbare som dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

    I

    II

    III

    IV

    250.000

    30,4%

    250.000

    76.000

    35,4%

  • 2. Voor een belastingplichtige die premieplichtig is in de zin van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES of ingevolge de bij of krachtens de in artikel 18.4.1 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoelde algemene maatregel van bestuur inzake de Zorgverzekering BES gestelde regels, wordt het op basis van het eerste lid berekende bedrag verminderd met het bedrag van de heffingskorting.

  • 3. De heffingskorting bestaat uit de ouderdomsverzekeringskorting, de weduwen- en wezenverzekeringskorting en de zorgverzekeringskorting.

  • 4. De ouderdomsverzekeringskorting geldt voor de belastingplichtige die premieplichtig is in de zin van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES en bedraagt het door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister, op basis van artikel 27 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES bij ministeriële regeling vastgestelde percentage vermenigvuldigd met de premiegrondslag waarover de belastingplichtige op grond van die wet premie verschuldigd is.

  • 5. De weduwen- en wezenverzekeringskorting geldt voor de belastingplichtige die premieplichtig is in de zin van de Wet algemene weduwen en wezenverzekering BES en bedraagt het door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister, op basis van artikel 30 van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES bij ministeriële regeling vastgestelde percentage vermenigvuldigd met de premiegrondslag waarover de belastingplichtige op grond van die wet premie verschuldigd is.

  • 6. De zorgverzekeringskorting geldt voor de belastingplichtige die premieplichtig is ingevolge de bij of krachtens de in artikel 18.4.1 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoelde algemene maatregel van bestuur inzake de Zorgverzekering BES gestelde regels en bedraagt het door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, op basis van die algemene maatregel van bestuur bij ministeriële regeling vastgestelde percentage vermenigvuldigd met de premiegrondslag waarover de belastingplichtige op grond van die algemene maatregel van bestuur premie verschuldigd is.

  • 7. Voor de toepassing van het vierde, vijfde en zesde lid wordt als premiegrondslag ten hoogste een bedrag van USD 26.396 in aanmerking genomen.

  • 8. Indien in het belastbare inkomen persoonlijke lasten met betrekking tot een eigen woning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, zijn begrepen en de belastbare som:

    • a. meer bedraagt dan het in de eerste kolom van de tabel in het eerste lid, vermelde bedrag, of

    • b. niet meer bedraagt dan het in de eerste kolom van de tabel in het eerste lid vermelde bedrag maar meer zou bedragen dan dat bedrag indien daarin de persoonlijke lasten met betrekking tot een eigen woning, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, niet zouden zijn begrepen;

    wordt in afwijking van het eerste lid de belasting op het belastbare inkomen bepaald met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

  • 9. In gevallen als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, bedraagt de belasting op het belastbare inkomen het met toepassing van het eerste lid bepaalde bedrag vermeerderd met 5% van de persoonlijke lasten met betrekking tot een eigen woning, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, onder 1°.

  • 10. In gevallen als bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, bedraagt de belasting op het belastbare inkomen het met toepassing van het eerste lid bepaalde bedrag vermeerderd met 5% van het bedrag waarmee de belastbare som het in de eerste kolom van de tabel in het eerste lid vermelde bedrag te boven zou gaan indien daarin de persoonlijke lasten met betrekking tot een eigen woning, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, niet zouden zijn begrepen.

Z

Na artikel 24A wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 24B

Het zuivere bedrag van de voordelen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder 3°, alsmede de opbrengst, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdelen e en f, wordt belast naar een tarief van 5%.

Za

Na artikel 24B wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 24C

Indien de belastingplichtige ook premieplichtig is voor de algemene ouderdomsverzekering BES of de algemene weduwen- en wezenverzekering BES of inkomensafhankelijke premie verschuldigd is ingevolge artikel 11 van het Besluit zorgverzekering BES, geschiedt de heffing van de belasting en premie door middel van één belastingaanslag en voor zover de heffing plaatsvindt bij wege van conserverende aanslag, door middel van één conserverende belastingaanslag. Hierbij zijn de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de inkomstenbelasting van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt, indien artikel 8.22 van de Belastingwet BES toepassing vindt, die bepaling eenmaal toegepast.

AA

Artikel 25 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «de belastingbedragen van de tabel, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, en 24A,» vervangen door: de in de artikelen 24 en 24A vermelde bedragen.

2. In het tweede lid wordt «Centraal Bureau voor de Statistiek van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Centraal Bureau voor de Statistiek. Voorts wordt «betrekking hebben» vervangen door: betrekking hebbende.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Onze minister kan bij algemene maatregel van bestuur bepalen dat, in afwijking in zoverre van het eerste lid, bij het begin van de in die algemene maatregel van bestuur aangewezen kalenderjaren, de in de artikelen 24 en 24A vermelde bedragen worden vervangen door bedragen die worden berekend met een in die algemene maatregel van bestuur aangewezen factor. Deze factor bedraagt tenminste de helft van de tabelcorrectiefactor. De in de eerste volzin bedoelde algemene maatregel van bestuur dient tenminste twee maanden voor het begin van het eerste kalenderjaar waarop deze algemene maatregel van bestuur betrekking heeft tot stand te komen.

BB

De artikelen 36 en 39 vervallen.

CC

Artikel 41A wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. Opbrengstbelasting als bedoeld in de Belastingwet BES;.

2. In onderdeel c vervalt «de spaarvermogensheffing, bedoeld in de Landsverordening spaarvermogensheffing (P.B. 2006, no. 50) gelijkende». Voorts wordt na «ten behoeve van» ingevoegd: het voormalige land.

DD

Artikel 41B wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «f. 300» vervangen door: USD 168.

2. In het tweede lid wordt «f. 150» vervangen door: USD 84.

3. In het derde lid wordt «f. 50,–» vervangen door: USD 28.

EE

Artikel 58 komt te luiden:

Artikel 58

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ter uitvoering van deze wet worden vastgesteld.

FF

Artikel 74A vervalt.

GG

Artikel 75 komt te luiden:

Artikel 75

Deze wet wordt aangehaald als: Wet inkomstenbelasting BES.

HH

De artikelen 77 tot en met 82 vervallen.

HOOFDSTUK IIB WET LOONBELASTING BES

De Wet loonbelasting BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «binnen de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: op de BES eilanden.

2. «de Minister van Financiën», «de Minister» en «De Minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

3. «artikel 1 van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940» telkens vervangen door: artikel 1.3, onderdeel c, van de Belastingwet BES.

4. «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

5. «Landsverordening Ongevallenverzekering» telkens vervangen door: Wet ongevallenverzekering BES.

6. «Landsverordening Ziekteverzekering» telkens vervangen door: Wet ziekteverzekering BES.

B

Artikel A komt te luiden:

Artikel A

De hoofdstukken I en VIII van de Belastingwet BES zijn van overeenkomstige toepassing op deze wet en de daarop berustende bepalingen.

C

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «Nederlands-Antilliaans publiekrechtelijk rechtspersoon» vervangen door: publiekrechtelijk rechtspersoon naar het op de BES eilanden geldende recht.

2. In het tweede lid, onderdeel c, wordt «buiten de Nederlandse Antillen» vervangen door: niet op de BES eilanden.

3. In het vierde lid wordt «landsbesluit» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

4. Het vijfde lid vervalt.

D

In artikel 3, derde lid, wordt «de openbare rechtspersoon het Land de Nederlandse Antillen of één van de Eilandgebieden» vervangen door: het Rijk, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

E

In artikel 4 vervalt het vijfde lid, onder vernummering van het zesde en zevende lid tot vijfde en zesde lid.

F

In artikel 5 wordt «zuiver voljaarloon» vervangen door: zuiver voljaarsloon.

G

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt de tweede volzin.

2. Het derde lid, onderdeel c, vervalt.

3. In het derde lid, onderdeel d, wordt «pensioen-fondsen» vervangen door: pensioenfondsen.

4. In het derde lid, onderdeel f, onder 1°, wordt «Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943» vervangen door: Wet inkomstenbelasting BES.

5. In het derde lid, onderdeel f, onder 2°, wordt «genoemde landsverordening» vervangen door: Wet inkomstenbelasting BES.

H

In artikel 6A, eerste lid, onderdeel b, vervalt «voor de heffing van de winstbelasting».

I

Artikel 6B wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: op de BES eilanden.

2. In het derde lid wordt na «Aruba» ingevoegd: , Curaçao, Sint Maarten.

J

Artikel 6C wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt «omzetbelasting en de invoerheffingen» vervangen door: algemene bestedingsbelasting en invoerrechten.

2. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, wordt na het derde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt met betrekking tot personenauto’s die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Belastingwet BES in het kentekenregister zijn geregistreerd onder algemene bestedingsbelasting mede verstaan: omzetbelasting en invoerheffingen.

K

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel d, wordt «guincena-loners» vervangen door: twee weken (quincena)-loners.

2. In het derde lid wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

3. In het vierde lid, onderdeel a, wordt «f. 500» vervangen door: USD 280.

4. In het vierde lid, onderdeel a, vervalt «- met de bijdragen van een werknemer in de verschuldigde premies ingevolge de Wet Algemene ouderdomsverzekering BES en de Wet Algemene weduwe- en wezenverzekering BES».

5. In het vierde lid, onderdeel a, wordt «f. 840,–» vervangen door «USD 470», «- premies» vervangen door: «- met premies» en «de Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden (P.B. 1975, no. 249)» vervangen door «de Wet tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden BES».

6. In het vierde lid, onderdeel b, wordt «f. 500» vervangen door: USD 280.

L

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het bedrag van de verschuldigde belasting over een loontijdvak van een jaar wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 24 en 24A van de Wet inkomstenbelasting BES, met dien verstande dat in afwijking van artikel 24A, eerste lid, het bedrag van de over de belastbare som, bedoeld in artikel 24, verschuldigde belasting wordt bepaald door de belastbare som te vermenigvuldigen met een tarief van 30,4%, en dat geen vermindering plaatsvindt met het zuivere bedrag van de voordelen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder 3°, en met de opbrengst, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdelen e en f, van die wet.

2. In het tweede lid wordt «de basiskorting, kindertoeslag, alleenverdienertoeslag en de ouderentoeslag» vervangen door: de belastingvrije som, de kindertoeslag en de ouderentoeslag.

3. In het derde lid wordt «landsverordening» vervangen door «wet», wordt «bedoeld in het eerste lid» vervangen door «bedoeld in artikel 24A van de Wet inkomstenbelasting BES» en wordt «derde» vervangen door: vierde.

4. In het vierde lid wordt «duizend gulden» vervangen door: duizend dollar.

5. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde en zevende lid tot vijfde en zesde lid.

6. In het vijfde lid (nieuw) wordt «derde» vervangen door: vierde.

M

In artikel 9, eerste lid, wordt «43%» vervangen door: 35,4%.

N

Na artikel 9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9A

  • 1. Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van eenlichaam waarin hij een aanmerkelijk belang heeft als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting BES, wordt het in een kalenderjaar genoten loon ten minste gesteld op USD 20.000 dan wel, indien aannemelijk is dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt, in het economische verkeer een lager loon gebruikelijk is, gesteld op dat lagere loon. Indien aannemelijk is dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt, in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is, wordt het loon gesteld op een zodanig bedrag dat het niet meer in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is, met dien verstande dat – indien bij het lichaam of daarmee verbonden lichamen ook andere werknemers in dienst zijn – het niet lager wordt gesteld dan het hoogste loon van de overige werknemers. Ingeval aannemelijk is dat het loon, gelet op wat gebruikelijk is in het economische verkeer waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt, op een lager bedrag behoort te worden gesteld dan het hoogste loon van de overige werknemers wordt het, in afwijking in zoverre van de vorige volzin, op een zodanig bedrag gesteld dat het niet meer in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is. Het loon wordt nimmer op een lager bedrag gesteld dan het bedrag ingevolge de eerste volzin.

  • 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt het in een kalenderjaargenoten loon in het jaar van oprichting van het lichaam en de drie daaropvolgende kalenderjaren op verzoek van de werknemer gesteld op het bedrag van de commerciële winst van het lichaam, doch niet op een lager bedrag dan nihil.

Na

Aan artikel 10 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Voor zover ingevolge artikel 9A het loon hoger is dan het werkelijk genoten loon, wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de dienstbetrekking zo deze in de loop van het kalenderjaar eindigt.

O

Artikel 11 vervalt.

Oa

Na artikel 12 worden vier artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 12A

  • 1. Indien de werknemer ook premieplichtig is voor de algemene ouderdomsverzekering BES en de algemene weduwen- en wezenverzekering BES, geschiedt de heffing van de belasting en de premies voor deze volksverzekeringen in één bedrag dan wel in één percentage, met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting.

  • 2. Voor gevallen waarin het eerste lid toepassing vindt, worden, met overeenkomstige toepassing van artikel 8, derde lid, bij ministeriële regeling tabellen vastgesteld waarin telkens de belasting en de premies voor de algemene ouderdomsverzekering BES en de algemene weduwen- en wezenverzekering BES in één bedrag dan wel in één percentage worden opgenomen.

  • 3. Bij ministeriële regeling worden voor daarbij aan te wijzen gevallen berekeningsvoorschriften vastgesteld aan de hand waarvan uit de in het tweede lid bedoelde tabellen het bedrag van de belasting wordt afgeleid.

Artikel 12B

  • 1. Indien ten aanzien van de werknemer ook premieplicht voor de werknemersverzekeringen bestaat, geschiedt de heffing van de premies voor de werknemersverzekeringen gelijktijdig met die van de belasting en geschiedt de afdracht van die premies en de belasting op één aangifte, een en ander met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting.

  • 2. Toerekening van een betaling op de aangifte, bedoeld in het eerste lid, geschiedt naar evenredigheid aan de belasting en aan de premies voor de werknemersverzekeringen.

Artikel 12C

  • 1. Indien de werknemer ook verzekeringsplichtig is in de zin van het Besluit zorgverzekering BES, geschiedt de heffing van de premie die verschuldigd is ingevolge het Besluit zorgverzekering BES gelijktijdig met die van de belasting en geschiedt de afdracht van die premie en de belasting op één aangifte, een en ander met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de heffing en de invordering van de loonbelasting.

  • 2. Toerekening van een betaling op de aangifte, bedoeld in het eerste lid, geschiedt naar evenredigheid aan de belasting en aan de ingevolge het Besluit Zorgverzekering BES verschuldigde premie.

Artikel 12D

Voor zover de belasting en de premies voor de volksverzekeringen, de premies voor de werknemersverzekeringen of de ingevolge het Besluit zorgverzekering BES verschuldigde premie gelijktijdig worden geheven en artikel 8.22, 8.23 of 8.26 van de Belastingwet BES toepassing vindt, wordt dat artikel slechts eenmaal toegepast, met dien verstande dat alsdan voor de toepassing van artikel 8.26, tweede lid, van Belastingwet BES wordt uitgegaan van het gezamenlijk gelijktijdig geheven bedrag.

P

Artikel 19 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «inhoudingsplichige» vervangen door: inhoudingsplichtige.

2. Het derde lid vervalt.

Q

De artikelen 21 tot en met 21d vervallen.

R

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ter uitvoering van deze wet worden vastgesteld.

S

Artikel 36 komt te luiden:

Artikel 36

Deze wet wordt aangehaald als: Wet loonbelasting BES.

T

Artikel 37 vervalt.

HOOFDSTUK IIC WET ALGEMENE OUDERDOMSVERZEKERING BES

De Wet algemene ouderdomsverzekering BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 26 komt te luiden:

Artikel 26

  • 1. De premie ten behoeve van deze wet wordt geheven over het inkomen, met overeenkomstige toepassing van de hoofdstukken V, VI, VII en IX van de Wet inkomstenbelasting BES, de hoofdstukken III en VI van de Wet loonbelasting BES en de hoofdstukken I, VII en VIII van de Belastingwet BES.

  • 2. Onder inkomen wordt verstaan: de belastbare som, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting BES.

  • 3. Indien het inkomen meer bedraagt dan het in artikel 24A, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting BES genoemde bedrag, wordt over dat meerdere geen premie geheven.

B

In artikel 27 wordt «artikel 29» vervangen door: artikel 26.

C

Artikel 58 vervalt.

HOOFDSTUK IID WET ALGEMENE WEDUWEN- EN WEZENVERZEKERING BES

De Wet Algemene weduwen- en wezenverzekering BES wordt als volgt gewijzigd:

A.Artikel 29 komt te luiden:

Artikel 29

  • 1. De premie ten behoeve van deze wet wordt geheven over het inkomen, met overeenkomstige toepassing van de hoofdstukken V, VI, VII en IX van de Wet inkomstenbelasting BES, de hoofdstukken III en VI van de Wet loonbelasting BES en de hoofdstukken I, VII en VIII van de Belastingwet BES.

  • 2. Onder inkomen wordt verstaan: de belastbare som, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting BES.

  • 3. Indien het inkomen meer bedraagt dan het in artikel 24A, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting BES genoemde bedrag, wordt over dat meerdere geen premie geheven.

B.Artikel 52 vervalt.

HOOFDSTUK IIE CESSANTIAWET BES

Artikel 7 van de Cessantiawet BES wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «geïnd» vervangen door «geheven» en wordt «de hoofdstukken III en VI» vervangen door: hoofdstuk III.

2. In het derde lid vervalt «voor de werknemer».

HOOFDSTUK IIF WET ZIEKTEVERZEKERING BES

De Wet ziekteverzekering BES wordt als volgt gewijzigd:

A.Artikel 1, eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:

g. loon:

het loon, bedoeld in de artikelen 6 en 9a van de Wet loonbelasting BES;.

B.Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «geïnd» vervangen door «geheven» en wordt «de hoofdstukken III en VI» vervangen door: hoofdstuk III.

2. In het derde lid vervalt «voor de werknemer».

3. Het tiende lid vervalt.

HOOFDSTUK IIG WET ONGEVALLENVERZEKERING BES

In artikel 8, zesde lid, van de Wet ongevallenverzekering BES wordt «de hoofdstukken III en VI» vervangen door: hoofdstuk III.

HOOFDSTUK IIH VERVALLEN VOORZIENINGEN VAN OVERGANGSRECHTELIJKE AARD IN WET GELDSTELSEL BES

De paragrafen 2a, 2b, 2c, en 2d van de Wet geldstelsel BES vervallen.

HOOFDSTUK III SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL I

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter zake van de uitvoering van deze wet.

ARTIKEL II

  • 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2. In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk II, artikel XVI, onderdeel A, in werking met ingang van 1 januari 2013.

  • 3. In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk II, artikel XVI, onderdelen B tot en met D, in werking met ingang van 1 januari 2015.

  • 4. In afwijking van het eerste lid, treedt hoofdstuk II, artikel XVI, onderdeel E, in werking vijf jaar na het ingevolge het eerste lid bepaalde tijdstip.

ARTIKEL III

Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet fiscaal stelsel BES.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 16 december 2010

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

F. H. H. Weekers

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de achtentwintigste december 2010

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 276