Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2010, 839AMvB

Besluit van 23 december 2010 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Verzamelwet SZW 2011 en het tijdstip van inwerkingtreding van enkele artikelen van de Wet werk en bijstand met betrekking tot zelfstandigen en het tijdstip van intrekking van enkele artikelen van de Algemene bijstandswet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 december 2010, nr. W/WBJA/2010/25064;

Gelet op artikel XXIV van de Verzamelwet SZW 2011 en artikel 78g, eerste en tweede lid, van de Wet werk en bijstand;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1. De Verzamelwet SZW 2011 treedt, met uitzondering van artikel VIII, onderdelen A en B, in werking met ingang van 1 januari 2011 met dien verstande dat:

    • a. artikel XXIII, onderdeel D, terugwerkt tot en met 8 juli 2009;

    • b. de artikelen X, onderdeel C, en XI, onderdelen A, B, C en E, terugwerken tot en met 1 december 2009;

    • c. dde artikelen I, onderdeel A, III, onderdeel A, V, onderdeel A, onder 1, IX, onderdeel A, X, onderdeel B, XII, onderdeel A, XX, onderdeel A, en XXI, onderdeel B, terugwerken tot en met 1 januari 2010; en

    • d. artikel II, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 april 2010.

Artikel 2

  • 1. De artikelen 18, tweede en derde lid, en 53a van de Wet werk en bijstand treden, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 78f van de Wet werk en bijstand, in werking met ingang van 1 juli 2011.

  • 2. De artikelen 14 tot en met 14f, 66 en142a van de Algemene bijstandswet, voor zover het betreft zelfstandigen als bedoeld in artikel 78f van de Wet werk en bijstand, vervallen met ingang van 1 juli 2011.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 23 december 2010

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp

Uitgegeven de achtentwintigste december 2010

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Artikel XXIV van de Verzamelwet SZW 2011 voorziet in de mogelijkheid dat de artikelen van die wet in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en tevens dat die artikelen of onderdelen daarvan kunnen terugwerken tot en met in dat besluit te bepalen tijdstippen. In het onderhavige besluit wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

Artikel 1

Artikel VIII, onderdelen A en B, treden nog niet in werking. Beoogd was deze onderdelen met ingang van 1 januari 2012 in werking te laten treden. Naar aanleiding van de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is echter besloten om deze bepalingen vooralsnog niet in werking te laten treden, maar eerst de effecten nader te bezien en met betrokken organisaties te bespreken. Daarna zal over de inwerkingtreding een besluit worden genomen.

Aan artikel XI, onderdeel E, waarin de groep kinderen die recht heeft op een overlijdensuitkering op dezelfde wijze wordt gedefinieerd als in vergelijkbare bepalingen in andere sociale zekerheidswetten (onder meer in de Algemene Ouderdomswet en in de Ziektewet) wordt, in weerwil van hetgeen in de memorie van toelichting daarover is aangekondigd, geen terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2010 maar tot en met 1 december 2009. Hiermee werkt deze aanpassing terug tot en met de datum van inwerkingtreding van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW). Vanwege de onderlinge samenhang tussen de onderdelen E en A van artikel XI, geldt voor onderdeel A hetzelfde.

Artikel 2

Toen de Wet werk en bijstand (WWB) in voorbereiding was, was de verwachting dat er op korte termijn een aparte wet zou komen waarin alle regelgeving met betrekking tot zelfstandigen zou worden gebundeld (hierna: Zelfstandigenwet). Om die reden werden er in de WWB geen aparte artikelen opgenomen met betrekking tot zelfstandigen. Omdat de Zelfstandigenwet later dan de WWB in werking zou treden, werd wel bepaald dat een aantal artikelen van de Algemene bijstandswet (Abw) met betrekking tot zelfstandigen nog tijdelijk van toepassing zou blijven. Dit werd geregeld door te bepalen dat die artikelen uit de Abw pas vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (zie artikel 78g, eerste lid, van de WWB). Daarnaast is om voornoemde reden geregeld dat een aantal artikelen uit de WWB nog niet in werking zou treden voor wat betreft zelfstandigen (zie artikel 78g, tweede lid, van de WWB).

Nu de Zelfstandigenwet er niet is gekomen, is besloten om bij dit koninklijk besluit te bepalen dat de artikelen uit de Abw ook voor zover het zelfstandigen betreft per 1 juli 2011 vervallen en te bepalen dat die artikelen uit de WWB voor zover het zelfstandigen betreft in werking treden per 1 juli 2011.

Gekozen is voor de datum van 1 juli 2011 zodat gemeenten voldoende tijd hebben om zich voor te bereiden op deze wijzigingen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp