Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2010, 830Wet

Wet van 16 december 2010 tot derde aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Derde Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen dat zij een staatsrechtelijke positie krijgen binnen het Nederlandse staatsbestel en het in verband hiermee wenselijk is wetten en de Nederlands-Antilliaanse regelingen, die ingevolge de Invoeringswet BES als wet van toepassing blijven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die nog niet zijn meegenomen in het voorstel voor de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Kamerstukken II, 2008/09, 31 959, nr. 2), aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt als volgt gewijzigd:

A t/m S

[Vervallen]

Ja

Artikel 5.2 (Handelsregisterwet BES) vervalt.

T

Artikel 11.18 (Cessantiawet BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel E, subonderdeel 1, komt te luiden:

  • 1. In het eerste lid wordt «krachtens artikel 4» telkens vervangen door «op grond van artikel 4», wordt «artikellid» vervangen door «lid», wordt «de Bank» telkens vervangen door «Onze Minister» en wordt «onderscheidenlijk» vervangen door «dan wel».

2. Het in onderdeel H opgenomen artikel 7, wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid vervalt: aan Onze Minister.

b. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. De premie komt ten gunste van het Rijk.

c. In het achtste lid wordt «Ten laste van de rekening, bedoeld in het zevende lid» vervangen door: Ten laste van het Rijk.

3. Onderdeel I komt te luiden:

I

Na artikel 7 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7a

Voor zover op grond van deze wet niet anders is bepaald is ten aanzien van de premieheffing en invordering op grond van artikel 7 en de invordering daarvan hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES van overeenkomstige toepassing.

4. Onderdeel L , subonderdeel 1, komt te luiden:

  • 1. In het eerste lid wordt «als bedoeld in deze landsverordening, welke» vervangen door «op grond van deze wet, die» en wordt de komma na «uitbetaald» vervangen door een punt.

5. Aan onderdeel M wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 4. In het vijfde lid (nieuw) wordt «ten onrechte is betaalbaar gesteld» vervangen door «ten onrechte betaalbaar is gesteld».

6. Onderdeel Q, subonderdeel 2, komt te luiden:

  • 2. In het tweede lid wordt «artikel 10, tweede lid,» vervangen door «artikel 10, derde lid,», wordt «een der verplichtingen gesteld bij of krachtens de artikelen» vervangen door «een verplichting op grond van de artikelen», en wordt «ten hoogste vijfduizend gulden» vervangen door «de tweede categorie».

U

Artikel 11.21 (Wet algemene ouderdomsverzekering BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A wordt na «de artikelen 6,» ingevoegd: 17, tweede lid,.

2. Onderdeel B komt te luiden:

B

In artikel 53 wordt «landsbesluit, houdende maatregelen» vervangen door «algemene maatregel van bestuur».

3. In het in onderdeel F, opgenomen artikel 3, tweede lid, wordt «nadere regels stellen» vervangen door: nadere regels worden gesteld.

4. Onderdeel I wordt als volgt gewijzigd:

1. Subonderdeel 6 komt te luiden:

  • 6. In het derde lid wordt «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door «bij of krachtens algemene maatregel van bestuur», worden «ingevolge» en «in de zin van» vervangen door «op grond van» en wordt «deze landsverordening»vervangen door «deze wet».

2. Er wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 10. In het eerste lid wordt «60 jaar» vervangen door: 65 jaar.

4a. Na onderdeel I wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ia

In artikel 6 wordt «60 jaar» vervangen door: 65 jaar.

5. Onderdeel J wordt als volgt gewijzigd:

a. In het derde subonderdeel vervalt «en derde».

b. Het vierde subonderdeel komt te luiden:

  • 4. Het derde lid komt te luiden:.

    • 3. De aanpassing van het pensioenbedrag, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats met ingang van de eerste dag van enig kalenderjaar op basis van de stijging die het consumentenprijsindexcijfer voor het derde kwartaal daaraan voorafgaande aangeeft ten opzichte van het consumentenprijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het voorafgaande jaar. Onze Minister bepaalt welk consumentenprijsindexcijfer, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, voor de toepassing van de eerste zin wordt gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen verschillend zijn.

6. Onderdeel K wordt als volgt gewijzigd:

a. Het vijfde subonderdeel komt te luiden:

  • 5. Het vierde lid komt te luiden:

    • 4. Onder inkomen als bedoeld in het eerste lid en het derde lid, onderdeel e, wordt verstaan de belastbare som, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting BES.

b. Het zevende subonderdeel komt te luiden:

  • 7. In het zesde lid vervalt «22,», vervalt «24, tweede lid,», vervalt «38,» en vervalt «, 48».

c. Het achtste subonderdeel komt te luiden:

  • 8. Het zevende lid komt te luiden:

    • 7. Op de toeslag wordt een korting toegepast van:

      • a. 2% voor elk kalenderjaar dat degene die gehuwd is met de pensioengerechtigde, behoudens in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen, na het bereiken van zijn 15-jarige leeftijd, doch voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar van de pensioengerechtigde, niet verzekerd is geweest;

      • b. 3% voor elke jaarpremie op grond van deze wet, die degene die gehuwd is met de pensioengerechtigde schuldig nalatig is geweest te betalen.

d. In het negende subonderdeel wordt «zevende lid (nieuw)» vervangen door: achtste lid.

e. In het tiende subonderdeel wordt «achtste lid (nieuw)» vervangen door: negende lid.

f. Er wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 11. In het eerste en derde lid, onderdeel a, wordt «60 jaar» vervangen door: 65 jaar.

7. Na onderdeel K wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ka

Na artikel 7a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7b

  • 1. Degene, die woonachtig is in één van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die recht heeft op een ouderdomspensioen, heeft tevens recht op een tegemoetkoming, die is gerelateerd aan het prijsniveau van het openbare lichaam waarin de pensioengerechtigde woonachtig is, indien het prijsniveau in het desbetreffende openbare lichaam hoger ligt dan het prijsniveau van het openbare lichaam met het laagste prijsniveau.

  • 2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt niet beschouwd als ouderdomspensioen op grond van deze wet.

  • 3. De hoogte van de tegemoetkoming, die per openbaar lichaam kan verschillen, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze van betaling van de tegemoetkoming.

8. Onderdeel L wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede subonderdeel komt te luiden:

  • 2. In het derde lid wordt «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden, gehoord de Bank, regels gesteld omtrent» vervangen door «Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over» en wordt «alsmede» vervangen door «en».

2. Er wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 4. Het eerste lid komt te luiden:

    • 1. Op het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt een korting toegepast van 2% voor elk kalenderjaar dat de pensioengerechtigde na het bereiken van de leeftijd van 15 jaar, doch voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, niet verzekerd is geweest.

9. In onderdeel O komt het derde subonderdeel te luiden:

  • 3. In het derde lid wordt «welke» vervangen door «die», wordt «der» telkens vervangen door «van de» en wordt «ingevolge artikel 37, eerste lid onder a» vervangen door «op grond van artikel 37, eerste lid, onderdeel a,».

10. Onderdeel P wordt als volgt gewijzigd.

a. Het eerste subonderdeel komt te luiden:

  • 1. In het eerste lid wordt «de Bank» vervangen door «Onze Minister» en vervalt de zinsnede «als regel».

b. Het vierde subonderdeel komt te luiden:

  • 4. In het vierde lid wordt «landbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door «ministeriële regeling», wordt «regelen» vervangen door «nadere regels», wordt «inzake» vervangen door «ten aanzien van», wordt «welke» vervangen door «die» en wordt «ingevolge deze landsverordening» vervangen door «op grond van deze wet».

11. Onderdeel S komt te luiden:

S

1. In het eerste lid wordt «volgende» vervangen door: tweede.

2. In het tweede lid wordt «krachtens» vervangen door «op grond van».

12. Na onderdeel V wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Va

In artikel 20, eerste lid, wordt «onderscheidenlijk» telkens vervangen door «dan wel».

13. Onderdeel Z komt te luiden:

Z

1. In het eerste lid wordt «pct.» vervangen door «procent».

2. In het tweede lid vervalt de tweede zin.

14. Onderdeel BB komt te luiden:

BB

Artikel 23 komt te luiden:

Artikel 23

  • 1. Ter zake van de kosten verbonden aan deze wet is door de verzekerden een premie verschuldigd.

  • 2. De premie komt ten gunste van het Rijk.

  • 3. De op grond van deze wet uit te keren pensioenen, de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 7b, de uitkeringen, bedoeld in artikel 20, en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten komen ten laste van het Rijk.

15. Onderdeel CC komt te luiden:

CC

Artikel 24 vervalt.

16. Onderdeel PP, subonderdeel 1, komt te luiden:

  • 1. Het eerste lid komt te luiden:

    • 1. Aan de belanghebbende wordt schriftelijk kennis gegeven van een beslissing op grond van deze wet , die verband houdt met het recht op en de uitbetaling van pensioen of uitkering of kerstuitkering.

16a. Na onderdeel RR wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

RRa

In hoofdstuk VII wordt voor artikel 40 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 39a

  • 1. In afwijking van de artikelen 5, eerste lid, 6, 7a, eerste lid, derde lid, onderdeel a, en zevende lid, en 8, eerste lid, wordt:

    • a. voor degene die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 60 jaar bereikt, in die artikelen in plaats van «65 jaar» gelezen: 60 jaar;

    • b. voor degene die in 2013 de leeftijd van 60 jaar bereikt, in die artikelen in plaats van «65 jaar» gelezen: 62 jaar;

    • c. voor degene die in 2014 de leeftijd van 60 jaar bereikt, in die artikelen in plaats van «65 jaar» gelezen: 63 jaar;

    • d. voor degene die in 2015 de leeftijd van 60 jaar bereikt, in die artikelen in plaats van «65 jaar» gelezen: 64 jaar.

  • 2. De artikelen 7a, zevende lid, onderdeel a, en 8, eerste lid, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan inwerkingtreding van de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, blijven van toepassing op de pensioengerechtigde die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.

17. Onderdeel ZZ komt te luiden:

In artikel 47 wordt «krachtens deze landsverordening» vervangen door «op grond van deze wet», wordt «landbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door «algemene maatregel van bestuur» en wordt «ten hoogste honderd gulden» vervangen door «de eerste categorie».

18. Onderdeel XX, subonderdeel 3, komt te luiden:

  • 3. In het derde lid wordt «ten hoogste tienduizend gulden» vervangen door «de derde categorie» en wordt «artikel 29A» vervangen door «artikel 29a».

18a. In onderdeel AAA, onder 1, wordt «tevens de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen functionarissen belast» vervangen door: belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren.

19. Onderdeel DDD wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste subonderdeel komt te luiden:

  • 1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «krachtens» vervangen door «op grond van» en wordt «ingevolge deze landsverordening» vervangen door «op grond van deze wet».

b. Er wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 4. In het vierde lid wordt «welke» vervangen door «die».

20. Na onderdeel DDD wordt een onderdeel ingevoegd luidende:

DDDa

Artikel 56 komt te luiden:

Artikel 56

Ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 54 en 55 kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden vastgesteld.

21. Onderdeel FFF komt te luiden:

Artikel 58 komt te luiden:

  • 1. Werkgevers, die personen in dienst hebben, die op grond van deze wet verzekerd zijn, betalen aan deze werknemers ter compensering van de door hen verschuldigde premie een toeslag op het loon.

  • 2. De toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt tenminste 7% van het inkomen waarover premie op grond van deze wet verschuldigd is.

V

Artikel 11.22 (Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel B komt te luiden:

B

In de artikelen 16 en 24a worden «de Bank» en «De Bank» telkens vervangen door «Onze Minister».

2. Na onderdeel E wordt een onderdeel ingevoegd luidende:

Ea

Artikel 5 vervalt.

3. Onderdeel F, vierde subonderdeel, komt te luiden:

  • 4. In het vierde lid wordt «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen kan van het bepaalde in lid 1 worden afgeweken» vervangen door «Bij algemene maatregel van bestuur kan van het eerste lid worden afgeweken», wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba», wordt «in lid 2 en van de in dit lid onder a, b en c» vervangen door «in het tweede lid en in de onderdelen a, b en c» en wordt «hier te lande» telkens vervangen door «op Bonaire, Sint Eustatius of Saba».

4. Onderdeel G komt te luiden:

G

In artikel 7 wordt «nog geen 60 jaar oud is» vervangen door «de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES niet bereikt heeft» en wordt «overeenkomstig de bepalingen van deze landsverordening» vervangen door «op grond van deze wet».

4a. Na onderdeel G wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ga

Artikel 8, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «60-jarige leeftijd» vervangen door: leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES.

2. In onderdeel b wordt «van 60 jaar» telkens vervangen door: waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES.

5. Onderdeel H, tweede subonderdeel, komt te luiden:

  • 2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «Burgerlijk Wetboek» vervangen door «Burgerlijk Wetboek BES» en wordt «krachtens» vervangen door «op grond van».

5a. Onderdeel I komt te luiden:

I

In artikel 10 wordt «wiens overlijden het recht» vervangen door «wiens overlijden het recht daarop» en wordt «60-jarige leeftijd» vervangen door «leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES».

6. Onderdeel J wordt als volgt gewijzigd:

a. In subonderdeel 1 wordt in het voorgestelde eerste lid, onderdeel d, «en 59 jaar» vervangen door: tot de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES.

b. Subonderdeel 7 komt te luiden:

  • 7. Het achtste lid komt te luiden:

    • 8. De aanpassing van de pensioenbedragen op grond van het zevende lid vindt plaats met ingang van de eerste dag van enig kalenderjaar op basis van de stijging die het consumentenprijsindexcijfer van het derde kwartaal daaraan voorafgaande aangeeft ten opzichte van het consumentenprijsindexcijfer van het derde kwartaal van het voorafgaande jaar. Onze Minister bepaalt welk consumentenprijsindexcijfer, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, voor de toepassing van de eerste zin wordt gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen verschillend zijn.

7. Onderdeel N, subonderdeel 3, komt te luiden:

  • 3. In het vijfde lid wordt «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regelen» vervangen door «Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels», wordt «inzake» vervangen door «ten aanzien van», wordt «welke» vervangen door «die» en wordt «ingevolge deze landsverordening» vervangen door «op grond van deze wet».

8. Onderdeel O komt te luiden:

O

In artikel 17, eerste lid, wordt «Indien een krachtens deze landsverordening gepensioneerde in een gesticht of door een instelling van weldadigheid, door het openbaar gezag erkend» vervangen door «Indien een op grond van deze wet gepensioneerde in een inrichting voor verpleging van geesteszieken en zwakzinnigen of door een instelling van weldadigheid, die door het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba is erkend» en wordt «ten laste komen van een openbaar lichaam of een instelling van weldadigheid als vorenbedoeld» vervangen door «ten laste komen van dat openbare lichaam of erkende instelling van weldadigheid».

9. Onderdeel S komt te luiden:

S

In artikel 23a wordt «krachtens deze landsverordening» vervangen door «op grond van deze wet», wordt «de bank» vervangen door «Onze Minister» en wordt na «het pensioen van de weduwe» een komma toegevoegd.

10. Onderdeel V komt te luiden:

V

Artikel 26 komt te luiden:

Artikel 26

  • 1. Ter zake van de kosten verbonden aan deze wet is door de verzekerden een premie verschuldigd.

  • 2. Aan de heffing van premie is niet onderworpen:

    • a. de verzekerde, die de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES heeft bereikt;

    • b. de gehuwde man wiens echtgenote in verband met het bepaalde in artikel 41, tweede lid, onderdeel c, van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES recht op ouderdompensioen heeft.

  • 3. De premie komt ten gunste van het Rijk.

  • 4. De op grond van deze wet uit te keren pensioenen en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten komen ten laste van het Rijk

11. Onderdeel W komt te luiden:

W

Artikel 27 vervalt.

12. In onderdeel II vervallen de subonderdelen 2 en 3.

13. Onderdeel KK komt te luiden:

KK

Artikel 42a komt te luiden:

Artikel 42a

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen functionarissen belast.

  • 2. De op grond van het eerste lid aangewezen functionarissen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd:

    • a. alle inlichtingen te vragen:

    • b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;

    • c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen functionarissen.

  • 3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, verschaft met behulp van de sterke arm.

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de op grond van het eerste lid aangewezen functionarissen.

  • 5. Een ieder is verplicht aan de op grond van het eerste lid aangewezen functionarissen alle medewerking te verlenen die in het kader van de toezicht uitoefening op grond van het tweede lid wordt gevorderd.

14. Onderdeel LL, subonderdeel 3, komt te luiden:

  • 3. Het derde lid vervalt.

14a. In onderdeel OO wordt «de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen functionarissen belast» vervangen door: belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren.

15. Na onderdeel PP wordt een onderdeel ingevoegd luidende:

PPa

In artikel 51 vervalt «43, derde lid,».

16. Onderdeel RR , subonderdeel 2, komt te luiden:

  • 2. In het tweede lid wordt «De Minister kan, gehoord de bank,» vervangen door «Onze Minister kan», wordt «krachtens deze landsverordening» vervangen door «op grond van deze wet» en wordt «krachtens» vervangen door «op grond van».

17. Onderdeel VV komt te luiden:

In artikel 57 wordt «ingevolge deze landsverordening» vervangen door: op grond van deze wet.

W t/m IJ

[Vervallen]

Z

Artikel 11.28 (Wet ongevallenverzekering BES) wordt als volgt gewijzigd:

0. In onderdeel A wordt artikel 1, eerste lid, onderdeel c, als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef na «wordt beschouwd» ingevoegd: omdat hij tot een inhoudingsplichtige in dienstbetrekking staat.

b. In het eerste subonderdeel wordt «, die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur,» vervangen door:, met uitzondering van degenen.

c. Aan het slot van het tweede subonderdeel vervalt «en».

d. Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van het derde subonderdeel door «, en» wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 4°. de bestuurder of commissaris, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Wet loonbelasting BES;.

1. Onderdeel H wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 6 komt te luiden:

  • 6. In het achtste lid wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba», wordt «6-daagse» vervangen door «zesdaagse», wordt «de bank» vervangen door «Onze Minister» en wordt «ongezet» vervangen door «omgezet».

b. Subonderdeel 8 komt te luiden:

  • 8. Onder vernummering van het twaalfde tot en met negentiende lid tot het elfde tot en met achttiende lid vervalt het elfde lid.

c. Subonderdeel 12 komt te luiden:

  • 12. Het veertiende lid komt te luiden:

    • 14. De toeslag wordt bij ministeriële regeling vastgesteld met ingang van de eerste dag van enig kalenderjaar op basis van de stijging die het consumentenprijsindexcijfer van het derde kwartaal daaraan voorafgaande aangeeft ten opzichte van het consumentenprijsindexcijfer van het derde kwartaal van het voorafgaande jaar. Onze Minister bepaalt welke consumentenprijsindexcijfers, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, voor de toepassing van de eerste zin worden gebruikt. De consumentenprijsindexcijfers kunnen voor de onderscheiden openbare lichamen verschillend zijn.

d. Subonderdeel 13 komt te luiden:

  • 13. In het vijftiende lid (nieuw) wordt «De bank» vervangen door «Onze Minister» en wordt «de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, no. 15)» vervangen door «de Wet Ziekteverzekering BES».

e. Subonderdeel 14 komt te luiden:

  • 14. In het zestiende en zeventiende lid (nieuw) wordt «De Bank» en «de Bank» telkens vervangen door «Onze Minister» en in het zeventiende lid (nieuw) wordt «door de Bank uitgevoerde sociale verzekeringswetten» vervangen door «door Onze Minister uitbetaalde socialeverzekeringsuitkeringen».

f. Er wordt een subonderdeel toegevoegd luidende:

  • 15. In het achttiende lid (nieuw) wordt «in het zeventiende en achttiende lid» vervangen door «in het zestiende en zeventiende lid» en wordt «de Bank» vervangen door «Onze Minister».

2. In het in onderdeel L, opgenomen artikel 8, wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid vervalt: aan Onze Minister.

b. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. de premie komt ten gunste van het Rijk.

c. In het achtste lid wordt «Ten laste van de rekening, bedoeld in het achtste lid» vervangen door: Ten laste van het Rijk.

3. Onderdeel Q komt te luiden:

Q

Artikel 9 en het opschrift daarboven vervallen.

4. Onderdeel S wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 2 komt te luiden:

  • 2. Het eerste lid komt te luiden:

    • 1. Een aanspraak op grond van deze wet vervalt, indien het ongeval niet binnen een jaar na de dag, waarop het de werknemer is overkomen, bij Onze Minister is gemeld.

b. Subonderdeel 3 komt te luiden:

  • 3. In het tweede lid wordt «uitkeringen in geld» vervangen door «uitkeringen» en wordt «met» vervangen door «niet».

5. Onderdeel V, subonderdeel 5, komt te luiden:

  • 5. In het zesde lid wordt «krachtens het eerste lid» vervangen door «op grond van het eerste lid», wordt «tweede lid» vervangen door «tweede en derde lid» en wordt «personen» vervangen door «functionarissen».

6. Onderdeel Y wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 1 komt te luiden:

  • 1. Het eerste lid komt te luiden:

    • 1. Op overtreding van artikel 11, vierde lid, en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de artikelen 5, twaalfde lid, eerste zin, 6, eerste lid, tweede zin, 8h, 12, tweede lid, en krachtens artikel 13 wordt een boete geheven van de tweede categorie.

b. Er worden twee subonderdelen toegevoegd, luidende:

  • 4. In het tweede lid wordt «de artikelen 9, derde lid, en 12, tweede lid,» vervangen door: artikel 12, tweede lid,.

    • 5. In het derde lid (nieuw) vervalt «en het derde».

7. Onderdeel Z wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 2 komt te luiden:

  • 2. Het eerste lid komt te luiden:

    • 1. Overtreding van artikel 11, vierde lid, en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de artikelen 5, twaalfde lid, eerste zin, 6, eerste lid, tweede zin, 8h, 12, tweede lid en krachtens artikel 13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie.

b. Subonderdeel 3 komt te luiden:

  • 3. In het tweede lid wordt «de artikelen 9, derde lid, en 12, tweede lid,» vervangen door «artikel 12, tweede lid,» en wordt «de bank» vervangen door «Onze Minister».

8. In het in onderdeel BB opgenomen artikel 15b, eerste lid, wordt «Wetboek van Strafvordering»vervangen door «Wetboek van Strafvordering BES» en wordt «belast de functionarissen van de Inspectie der Belastingen die daartoe bij ministeriële regeling zijn aangewezen» vervangen door «belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren».

AA t/m BB

[Vervallen]

CC

Artikel 11.32 (Wet ziekteverzekering BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel A wordt als volgt gewijzigd:

a. In artikel 1, eerste lid, onder a, wordt «Minister:» vervangen door: Onze Minister:.

b. Artikel 1, eerste lid, onder c, wordt als volgt gewijzigd:

1°. In de aanhef wordt na «wordt beschouwd» ingevoegd: omdat hij tot een inhoudingsplichtige in dienstbetrekking staat.

2°. Aan het slot van het tweede subonderdeel vervalt «en».

3°. Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van het derde subonderdeel door «, en» wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 4°. de bestuurder of commissaris, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Wet loonbelasting BES;.

c. In artikel 1, eerste lid, onder e, wordt «de Minister» vervangen door: Onze Minister.

2. Onderdeel I, subonderdelen 1 en 2, komt te luiden:

  • 1. In het eerste lid wordt «ten gevolge van» vervangen door «als gevolg van» en wordt «Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen» vervangen door «Burgerlijk Wetboek BES».

  • 2. Het tweede lid komt te luiden:

    • 2. Het ziekengeld bedraagt per dag 80% van het loon per dag van de werknemer. Voor zover het loon per dag meer heeft bedragen dan een door Onze Minister vastgesteld bedrag blijft het bij de toepassing van de eerste zin buiten aanmerking.

3. Onderdeel L, subonderdeel 1, komt te luiden:

  • 1. In het eerste lid wordt «de bank» telkens vervangen «Onze Minister», wordt «tegemoetkoming» vervangen door «uitkering» en wordt de punt na «d. indien hij niet op de tijden en plaatsen» vervangen door een komma.

4. In het in onderdeel N, opgenomen artikel 8, wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid vervalt: aan Onze Minister.

b. Het achtste lid komt te luiden:

  • 8. de premie komt ten gunste van het Rijk.

c. In het negende lid wordt «Ten laste van de rekening, beheerd door Onze Minister, bedoeld in het achtste lid,» vervangen door: Ten laste van het Rijk.

5. Aan onderdeel Y wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid.

6. Onderdeel Z, subonderdeel 3, komt te luiden:

  • 3. In het vierde lid vervalt de punt na «vaartuigen» en wordt «Wetboek van Strafvordering» vervangen door: Wetboek van Strafvordering BES.

7. Onderdeel CC wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 1 komt te luiden:

  • 1. Het eerste lid komt te luiden:

    • 1. Op overtreding van artikel 11, derde lid, en het niet of niet tijdig nakomen van een van de verplichtingen gesteld bij de artikelen 5, zesde lid, eerste zin, 6, eerste lid, tweede zin, 8h, eerste lid, 8i, 12, tweede lid, en krachtens artikel 13 wordt een boete geheven van de tweede categorie.

b. Er worden twee subonderdelen toegevoegd, luidende:

  • 4. In het tweede lid wordt «de artikelen 9, derde lid, en 12, tweede lid,» vervangen door: artikel 12, tweede lid,.

    • 5. In het derde lid (nieuw) vervalt «en het derde».

8. Onderdeel DD, subonderdeel 3, komt te luiden:

  • 3. In het tweede lid wordt «de artikelen 9, derde lid, en 12, tweede lid,» vervangen door «artikel 12, tweede lid,» en wordt «de bank» vervangen door «Onze Minister».

9. In onderdeel FF wordt «de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen functionarissen van de Inspectie der Belastingen belast» vervangen door: belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren.

DD

Hoofdstuk 11, paragraaf 3, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan artikel 11.33 wordt toegevoegd: of 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar.

2. Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 11.34

  • 1. Dit artikel is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en verstaat onder:

    • a. tijdstip van transitie: het tijdstip bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • b. het tijdstip van inwerkingtreding: het tijdstip waarop de artikelen 11.18, 11.21, 11.22, 11.28 en 11.32 van de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treden;

    • c. overgangsperiode: de periode vanaf het tijdstip van transitie tot het tijdstip van inwerkingtreding.

  • 2. Tijdens de overgangsperiode worden de volgende wetten en daarop berustende bepalingen uitgevoerd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

    • a. de Cessantiawet BES;

    • b. de Wet algemene ouderdomsverzekering BES;

    • c. de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES;

    • d. de Wet ongevallenverzekering BES, met uitzondering van de bepalingen inzake geneeskundige behandeling en verpleging;

    • e. de Wet ziekteverzekering BES, met uitzondering van de bepalingen inzake geneeskundige behandeling en verpleging.

  • 3. Voor de toepassing van het tweede lid worden in de in dat lid genoemde wetten tijdens de overgangsperiode voor «de Minister van Arbeid en Sociale Zaken» respectievelijk «de Sociale Verzekeringsbank» gelezen «Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid».

  • 4. Indien noodzakelijk voor een goede uitvoering van de in het tweede lid genoemde wetten tijdens de overgangsperiode, wordt de tekst daarvan gelezen in het licht van de tekst van die wetten zoals die komt te luiden na het tijdstip van inwerkingtreding. De toepassing van de eerste zin leidt niet tot een uitkomst ten nadele van de belanghebbende.

  • 5. Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

EE

Artikel 12.8 (Waterstaatswet 1900) vervalt.

FF

Artikel 12.9 (Waterwet) wordt gewijzigd als volgt:

1. De aanhef komt te luiden: Na artikel 5.31 van de Waterwet wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • 2. «Artikel 5.27» wordt vervangen door: Artikel 5.32.

GG

Artikel 12.10 vervalt.

HH t/m KK

[Vervallen]

ARTIKEL II

De Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 18.1, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent jeugdzorg in de openbare lichamen, met inbegrip van de toegang, het aanbod, de bekostiging en een bijdrage in de kosten van de jeugdzorg.

B

Na artikel 18.4.1, vierde lid, worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de verrekening van aanspraken krachtens dit artikel bij de vaststelling van schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van een feit, dat aanleiding geeft tot het verlenen van zorg, bedoeld in dit artikel.

  • 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan bepaald worden dat Onze Minister recht heeft op verhaal van kosten die zijn veroorzaakt door degene die in verband met het in lid 5 bedoelde feit jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, overeenkomstig daarbij te stellen regels.

Ba

In artikel 18.4.3, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 1, vervalt de zinsnede: «de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;».

C

Artikel 18.4.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid worden de onderdelen a, b en c geletterd d, e en f.

2. In het eerste lid worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:

  • a. het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten;

  • b. op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden;

  • c. het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning;.

3. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot een eigen bijdrage voor de verleende ondersteuning, voor zover die bestaat uit het verlenen van een individuele voorziening in natura of een persoonsgebonden budget.

D t/m O

[Vervallen]

ARTIKEL III

De Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 73 worden, onder vernummering van het vijfde lid tot het zevende lid, na het vierde lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 5. De beraadslagingen van de vertrouwenscommissie, bedoeld in het derde lid, vinden plaats met gesloten deuren. Van deze beraadslagingen wordt een afzonderlijk verslag gemaakt, dat niet openbaar is.

  • 6. Er geldt een geheimhoudingsplicht ten aanzien van:

    • a. de aanbeveling van de Rijksvertegenwoordiger, bedoeld in het tweede lid;

    • b. het verslag van de bevindingen van de vertrouwenscommissie, bedoeld in het derde lid;

    • c. de beraadslagingen van de vertrouwenscommissie en het verslag van de beraadslagingen, bedoeld in het vijfde lid.

B

Artikel 193 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «Kamers» vervangen door: kamers.

2. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. Andere inkomsten dan die bedoeld in het vijfde lid worden met de bezoldiging verrekend overeenkomstig artikel 3 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.

C

Artikel 194, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.

D

Artikel 203 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c vervalt.

2. De onderdelen d, e en f worden geletterd c, d en e.

E

In artikel 223, derde lid, wordt «Artikel 221» vervangen door: Artikel 222.

F

Aan artikel 233 wordt een nieuw lid toegevoegd dat komt te luiden:

  • 4. In afwijking van artikel 14, vijfde lid, wordt een eilandsverordening als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdeel d, die betrekking heeft op de eilandsraad van Sint Eustatius of Saba die op 2 maart 2011 wordt gekozen uiterlijk vastgesteld op 1 december 2010.

ARTIKEL IV

De Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 43, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. onder de naam grondbelasting, een eilandbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van:

    • 1°. onroerende zaken die als eigen woning worden aangemerkt als bedoeld in artikel 4 van de Wet inkomstenbelasting BES en die een in de aanhef bedoelde rechthebbende als hoofdverblijf ter beschikking staan;

    • 2°. onroerende zaken die tot het vermogen van een onderneming behoren waarmee die onderneming opbrengst als bedoeld in artikel 6 van de Wet inkomstenbelasting BES verkrijgt;.

AA

In artikel 44, tweede lid, onderdeel e, vervalt aan het eind van het onderdeel de puntkomma en wordt toegevoegd: , en.

AB

In artikel 44a, eerste lid, tweede volzin, wordt «1 oktober» vervangen door: 30 november.

AC

In het opschrift van artikel 47 wordt tussen «artikel» en «47» een spatie ingevoegd.

B

In artikel 45 wordt aan het slot, na «bij elkaar behoren», de puntkomma vervangen door een punt.

C

In artikel 51, tweede lid, vervalt: of kennisgeving.

CA

Artikel 54 komt te luiden:

  • 1. Onder de naam verhuurbelasting motorrijtuigen kan ter zake van de verhuur van een motorrijtuig op twee of meer wielen een eilandbelasting worden geheven van degene, die als verhuurder de huurovereenkomst ter zake van dat motorrijtuig sluit.

  • 2. De belasting kan als zodanig verhaald worden op degene die het motorrijtuig huurt.

D

Artikel 55 komt te luiden:

Artikel 55

  • 1. Ter zake van het houden van een motorrijtuig kan onder de naam motorrijtuigenbelasting een belasting worden geheven van degene die bij aanvang van een tijdvak het motorrijtuig houdt.

  • 2. Onder motorrijtuig wordt verstaan een personenauto, motorrijwiel, autobus, vrachtauto of bestelauto, die naar zijn aard voor gebruik op de openbare weg is bestemd en overeenkomstig deze bestemming binnen of op het grondgebied van het openbaar lichaam wordt gebruikt.

  • 3. Het tarief van de motorrijtuigenbelasting kan afhankelijk worden gesteld van

    • a. de massa van het motorrijtuig,

    • b. de aard van de brandstof van het motorrijtuig,

    • c. de aard van de aandrijving van het motorrijtuig, alsmede

    • d. het soort motorrijtuig.

  • 4. Het in het eerste lid bedoelde tijdvak is een kalenderjaar dan wel, indien het houderschap in de loop van een kalenderjaar aanvangt, het aantal nog in dat kalenderjaar resterende gehele of gedeeltelijke kalenderkwartalen.

DA

Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a, wordt «of in beheer en onderhoud zijn, en» vervangen door: of in beheer en onderhoud zijn;.

b. In onderdeel b wordt «de territoriale wateren als bedoeld» vervangen door: de territoriale wateren, bedoeld.

c. In onderdeel b wordt de zinsnede «in de Nederlandse Antillen» geschrapt.

DB

Aan artikel 67 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde wordt met betrekking tot eilandbelastingen in de Belastingwet BES onder «belastingwet» mede verstaan: een belastingverordening, bedoeld in artikel 40, en de daarop berustende bepalingen, alsmede andere algemeen verbindende voorschriften of besluiten van algemene strekking met betrekking tot de in paragraaf 1 bedoelde eilandbelastingen.

E

Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, eerste volzin, wordt na «8.1,» ingevoegd «8.4, eerste en tweede lid, 8.5, tweede lid, 8.11, eerste, vierde en vijfde lid, 8.43,» en wordt «8 120 tot en met 8 129» vervangen door: 8.120 tot en met 8.129.

2. In het eerste lid, tweede volzin, vervalt: 8.4,.

F

De artikelen 74 en 75 komen te luiden:

Artikel 74

  • 1. Met betrekking tot de bij wege van aanslag en bij wege van voldoening op aangifte geheven eilandbelastingen moet het aangiftebiljet binnen een bij de belastingverordening gestelde termijn worden ingeleverd bij de eilandambtenaar, bedoeld in artikel 67, tweede lid, onderdeel b. De belastingverordening kan bepalen dat de in de vorige volzin bedoelde eilandambtenaar voor de termijn, genoemd in de belastingverordening, een kortere termijn in de plaats kan stellen.

  • 2. Als de belastingverordening geen regeling bevat omtrent het inleveren van het aangiftebiljet is artikel 8.4 of artikel 8.5 van de Belastingwet BES onverkort van toepassing.

  • 3. Onverminderd artikel 8.3, vijfde lid, van de Belastingwet BES, kan in afwijking van artikel 8.3, eerste en vierde lid, van de Belastingwet BES de in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, bedoelde eilandambtenaar vorderen dat een verplichting tot het doen van aangifte of tot het indienen van een verzoek om uitreiking van een aangiftebiljet wordt nagekomen door het mondeling doen van aangifte. Daarbij:

    • a. worden de door de in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, bedoelde eilandambtenaar gevraagde bescheiden overgelegd;

    • b. kan de in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, bedoelde eilandambtenaar vorderen dat een van de mondelinge aangifte opgemaakt relaas door de aangever wordt ondertekend, bij gebreke waarvan de aangifte geacht wordt niet te zijn gedaan.

  • 4. Indien het derde lid toepassing vindt, kan de in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, bedoelde eilandambtenaar voor de termijnen, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, kortere termijnen in de plaats stellen en is artikel 8.9 van de Belastingwet BES niet van toepassing.

Artikel 75

  • 1. Met betrekking tot de bij wege van voldoening op aangifte geheven eilandbelastingen bepaalt de belastingverordening binnen welke termijn de verschuldigde belasting moet worden betaald.

  • 2. Voor zover de belastingverordening geen termijn noemt als bedoeld in het eerste lid is artikel 8.11 van de Belastingwet BES onverkort van toepassing.

  • 3. Bij toepassing van artikel 74, derde lid, kan de in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, bedoelde eilandambtenaar voor de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, een kortere termijn in de plaats stellen.

G

In artikel 80, eerste lid, onderdeel a, wordt «8.86 tot en met 8.88» vervangen door «8.86, 8.87,» en wordt na «8.91» een spatie geplaatst.

GA

Artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:

a. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd. luidende:

  • 2. Bij toepassing van artikel 74, derde lid, kan de in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, bedoelde eilandambtenaar voor de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, een kortere termijn in de plaats stellen.

b. In het vierde lid (nieuw) wordt «Het eerste en tweede lid» vervangen door: Het eerste tot en met derde lid.

H

Het opschrift van § 2 van hoofdstuk V komt te luiden:

§ 2 Het BES-fonds

I

Artikel 88 komt te luiden:

Artikel 88

  • 1. Er is een BES-fonds.

  • 2. Het fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001.

  • 3. Bij de begrotingswet van het het fonds wordt ten aanzien van ieder uitkeringsjaar een bedrag aan middelen van het Rijk ten behoeve van het fonds afgezonderd, dat als ontvangst in de begroting wordt opgenomen.

  • 4. De begroting van het fonds vermeldt het bedrag voor het totaal aan uitkeringen als bedoeld in het zesde en het achtste lid aan de openbare lichamen gezamenlijk.

  • 5. In afwijking van artikel 2, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 bevat de begroting van het fonds de ramingen van de uitgaven en de ontvangsten.

  • 6. Een openbaar lichaam heeft over het uitkeringsjaar recht op een vrije uitkering ten laste van het BES-fonds in de vorm van een vast bedrag.

    7.De vrije uitkering komt ten goede aan de algemene middelen van het openbaar lichaam.

  • 8. Uit het BES-fonds kunnen uitkeringen aan een of meer openbare lichamen worden verstrekt op een andere wijze dan door middel van een vrije uitkering als bedoeld in het zesde lid.

  • 9. Onze Minister beheertde begroting van het fonds.

J

In artikel 89, eerste en tweede lid, wordt steeds: «Onze Minister die het aangaat» vervangen door: Onze Minister wie het aangaat.

ARTIKEL V

De Veiligheidswet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5 wordt na het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 5. De Koninklijke marechaussee is tevens belast met de informatievoorziening ten behoeve van de opsporing van misdrijven door de Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de Wet politiegegevens.»

B

In artikel 17, tweede lid, wordt na «ten aanzien van» ingevoegd: de behandeling van.

C

Artikel 25 vervalt.

D

Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De gezaghebber roept een eilandelijk beleidsteam bijeen, dat in ieder geval bestaat uit de gezaghebber alsmede leidinggevenden van de politie, de brandweer, de geneeskundige hulpverlening en de eilandelijk rampencoördinator.

2. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

3. In het derde lid (nieuw) vervalt: of het eilandelijk operationeel team.

E

In artikel 68, eerste lid, wordt «de politietaak, bedoeld in artikel 5 van de rijkswet» vervangen door: de politietaken, daaronder begrepen de taak, bedoeld in artikel 5, vijfde lid.

F

In artikel 78, eerste en tweede lid, wordt «40, tweede» telkens vervangen door: 40, derde.

ARTIKEL VI

De Kieswet wordt als volgt gewijzigd:

In artikel G 1, derde lid, onderdeel b, G 2, derde lid, onderdeel b, en G 3, derde lid, onderdeel b, wordt «artikel 1a van de Handelsregisterwet BES» telkens vervangen door: artikel 2 van de Handelsregisterwet 2009 BES.

ARTIKEL VII

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

    a. Onze Minister:

    Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    b. Rijksvertegenwoordiger:

    Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 2, tweede lid, onderdeel d, wordt «of voorzitter of lid van het dagelijks bestuur van een waterschap» vervangen door: , voorzitter of lid van het dagelijks bestuur van een waterschap of de Rijksvertegenwoordiger.

C

Artikel 2a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «onder a en b,» ingevoegd: alsmede de Rijksvertegenwoordiger.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 11. Voor de toepassing van dit artikel ten aanzien van de Rijksvertegenwoordiger, kan voor «gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens» telkens worden gelezen: basisadministratie, als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministratie persoonsgegevens BES.

D

In artikel 2b, tweede lid, wordt na «onder d» ingevoegd: met uitzondering van de Rijksvertegenwoordiger.

E

In de artikelen 19, 64 en 143, eerste lid, onder b, wordt na «artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek» telkens ingevoegd: dan wel artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES.

F

In de artikelen 34, tweede lid, 79, tweede lid, en 101, vijfde lid, wordt «ten laste van de Nederlandse Antillen, van een publiekrechtelijk lichaam in Nederland of in evengenoemd land, dan wel ten laste van een door het openbaar gezag in Nederland of in dat land ingesteld fonds», telkens vervangen door: ten laste van Aruba, van Curaçao, van Sint Maarten, van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, van een publiekrechtelijk lichaam in Nederland of in evengenoemde landen, dan wel ten laste van een door het openbaar gezag in Nederland, in die landen of in die openbare lichamen ingesteld fonds.

G

In artikel 95, eerste lid, onder b, sub 3e, wordt «krachtens een wettelijke regeling van de Nederlandse Antillen, van Aruba of van een vreemde mogendheid» vervangen door: krachtens een wettelijke regeling van Aruba, van Curaçao, van Sint Maarten, van een vreemde mogendheid of krachtens een wettelijke regeling die uitsluitend in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing is.

H

Na artikel 130a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 130b

  • 1. Tenzij in de volgende leden anders is bepaald, is deze afdeling van overeenkomstige toepassing op de Rijksvertegenwoordiger, met dien verstande dat wordt gelezen voor:

    • a. lid van gedeputeerde staten: Rijksvertegenwoordiger;

    • b. provincie: Rijk;

    • c. provinciale staten: Onze Minister;

    • d. gedeputeerde staten: Onze Minister.

  • 2. Voor zover het de Rijksvertegenwoordiger betreft, kunnen Wij in bijzondere gevallen, de Raad van State gehoord, in afwijking van artikel 132, zesde lid, bepalen, dat de uitkering wordt voortgezet voor een, met inachtneming van artikel 136 vast te stellen termijn, die op dezelfde wijze kan worden verlengd.

  • 3. Voor de toepassing van artikel 137a wordt gelezen voor:

    • a. artikel 76, eerste lid, van de Provinciewet: artikel 200, eerste lid, Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • b. commissaris van de Koning: Rijksvertegenwoordiger.

      • 4. In afwijking van artikel 152, tweede lid, kunnen Wij, de Raad van State gehoord, een door of als gevolg van de toepassing van artikel 152, eerste lid, vervallen recht op pensioen herstellen.

ARTIKEL VIII

In artikel 2, eerste lid, van de Ambtenarenwet wordt na het onderdeel «– wethouders;» een onderdeel ingevoegd, luidende:

de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;.

ARTIKEL IX

Artikel 2, tweede lid, van de Wet privatisering ABP wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b, komt te luiden:

  • b. ministers, staatssecretarissen, gedeputeerden, wethouders, leden van dagelijkse besturen van deelgemeenten en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

2. Onderdeel e komt te luiden:

  • e. de gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

ARTIKEL X

De Wet merken BES wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In de artikelen van deze wet wordt «Verdrag van Parijs tot Bescherming van de industriële eigendom» of «Verdrag van Parijs» telkens vervangen door: Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883.

2. In de artikelen van deze wet wordt «Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken», «Overeenkomst van Madrid van 14 april 1 891 (Trb. 1969, 143 en 1970, 186)» of «Overeenkomst van Madrid» telkens vervangen door: Overeenkomst van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891.

B

In de artikelen 7, eerste lid, en 10, achtste lid, wordt «Verdrag tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (Trb. 1991, 235)» respectievelijk «Overeenkomst inzake handelsaspecten van de intellectuele eigendom (het TRIPs-Verdrag)» gewijzigd in: Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de Intellectuele Eigendom van 15 april 1994; bijlage IC bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie.

C

In de artikelen 7, tweede lid, onderdeel c, 8, onderdeel f, onder 1° en 2°, 9, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel a, 23, negende en elfde lid, 41, 42 en 47 wordt «in» telkens vervangen door: op.

D

Artikel 8, aanhef, komt te luiden: Er wordt geen recht op een merk verkregen door:.

E

In artikel 23, eerste lid, wordt «binnen» vervangen door: op.

F

Artikel 25, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt na «;» ingevoegd:c.

2. Onderdeel c wordt onder onderdeel b geplaatst.

G

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt na «de vernieuwingen van de depots» een komma ingevoegd.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Het in artikel 10 bedoelde register kan kosteloos worden geraadpleegd.

H

Artikel 48 vervalt.

ARTIKEL XI

De Wet post BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een concessie wordt verleend onder voorwaarden welke de houder van de concessie bij de uitvoering van artikel 2, tweede lid, gehouden is op te volgen. In plaats van concessievoorwaarden kan Onze Minister aan de houder van de concessie algemene richtlijnen geven die hij bij de uitvoering van genoemde artikelen gehouden is op te volgen.

2. In de aanhef van het tweede lid wordt «Deze richtlijnen» vervangen door: Deze concessievoorwaarden of deze algemene richtlijnen.

3. In het derde lid en vierde lid wordt «richtlijnen» vervangen door: concessievoorwaarden of algemene richtlijnen.

B

Na artikel 13 wordt een nieuw hoofdstuk III ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK III VERGOEDINGEN

Artikel 14
  • 1. De houder van de concessie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, de vervoerder, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, sub 2°, en de houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 13, eerste lid, zijn ter dekking van de kosten die verband houden met de werkzaamheden van Onze Minister, of de bestuursorganen of het college genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit, bedoeld in artikel 27, jaarlijks een vergoeding verschuldigd voor zover deze kosten niet reeds krachtens artikel 13, tweede lid, verschuldigd zijn.

  • 2. De vergoeding wordt bepaald aan de hand van de door Onze Minister, de bestuursorganen of het college te verrichten werkzaamheden toegerekend aan de onderscheiden marktcategorieën. Van de toerekening van kosten van werkzaamheden zijn uitgezonderd de kosten verbonden aan de behandeling van bezwaarschriften en aan het optreden als procespartij bij behandeling van beroepsschriften.

  • 3. Onze Minister stelt de hoogte van de vergoeding vast. Indien de vergoeding betrekking heeft op werkzaamheden van een bestuursorgaan of het college wordt de vergoeding vastgesteld op voorstel van het betreffende orgaan. De vergoeding wordt opgelegd door en wordt voldaan aan het betreffende orgaan dat de werkzaamheden heeft verricht.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de wijze waarop de vergoeding wordt vastgesteld, geheven en ingevorderd.

C

In artikel 27 wordt onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van artikel 15, eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur het toezicht op de daarbij aangegeven onderwerpen worden opgedragen aan het college genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. Bij het uitoefenen van de opgedragen toezichtstaken is het college bevoegd de bevoegdheden van artikel 15 toe te passen.

D

Artikel 27a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt aan het einde van de zin de punt vervangen door een komma en wordt toegevoegd: en heeft een geldigheidsduur tot 31 december 2012. Indien het belang van de continuïteit van de postvoorziening dat vordert kan de concessie eenmaal met een periode van maximaal 3 jaar worden verlengd. Aan de verlenging kunnen voorwaarden worden verbonden.

2. In het tweede lid wordt na «van toepassing» ingevoegd: met dien verstande dat nieuwe concessievoorwaarden kunnen worden gegeven en bestaande voorwaarden kunnen worden gewijzigd.

E

In artikel 27b, eerste lid, wordt «een ontheffing» vervangen door: een registratie.

ARTIKEL XII

De Wet telecommunicatievoorzieningen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een concessie wordt verleend onder voorwaarden welke de houder van de concessie bij de uitvoering van artikel 2, tweede lid, gehouden is op te volgen. In plaats van concessievoorwaarden kan Onze Minister aan de houder van de concessie algemene richtlijnen geven die hij bij de uitvoering van genoemde artikelen gehouden is op te volgen.

2. In de aanhef van het tweede lid wordt «Deze richtlijnen» vervangen door: Deze concessievoorwaarden of deze algemene richtlijnen.

3. In het derde lid en vierde lid wordt «richtlijnen» vervangen door: concessievoorwaarden of algemene richtlijnen.

B

In artikel 44b wordt onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van hoofdstuk VIII kan bij algemene maatregel van bestuur het toezicht op de daarbij aangegeven onderwerpen worden opgedragen aan het college genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. Bij het uitoefenen van de opgedragen toezichtstaken is het college bevoegd de bevoegdheden van hoofdstuk VIII toe te passen.

C

In artikel 44c, tweede lid, wordt na «van toepassing» ingevoegd: met dien verstande dat nieuwe concessievoorwaarden kunnen worden gegeven en bestaande voorwaarden kunnen worden gewijzigd.

ARTIKEL XIII

De Wet grondslagen natuurbeheer en -bescherming BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8d, eerste lid, wordt «de visserijzone, bedoeld in artikel 1 van de Visserijlandsverordening (P.B. 1991, 74)» vervangen door «de exclusieve economische zone» en wordt «de Minister» vervangen door «Onze Minister».

B

Artikel 8d, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Indien Onze minister in de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, beperkingen of verboden aan de vaart oplegt, doet zij dit in overeenstemming met Onze minister van Verkeer en Waterstaat.

C

Na artikel 18 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18a

  • 1. De ambtenaren of personen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, hebben de beschikking over de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 53 en 55 tot en met 61 van de Wet maritiem beheer BES.

  • 2. Het eerste lid is alleen van toepassing waar het betreft de opsporing van overtredingen van beperkingen of verboden opgelegd aan de vaart overeenkomstig artikel 8D, eerste en derde lid.

D

In artikel 33 wordt het zinsdeel «artikelen 7A, 7B, 8A, 8B en 8C» telkens vervangen door: artikelen 7A, 7B, 8A, 8B, 8C en 8D, eerste en tweede lid,.

ARTIKEL XIV

In artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet wordt de zinsnede «lid van gedeputeerde staten of wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente, voorzitter van een waterschap» vervangen door: lid van gedeputeerde staten, wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente, voorzitter van een waterschap of de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

ARTIKEL XV

De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1:3, tweede lid, wordt de zinsnede «in de Nederlandse Antillen, Aruba» vervangen door: in Aruba, Curaçao, Sint, en Sint Maarten, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 3:50, tiende lid, wordt de zinsnede «arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de sociale wetgeving van de Nederlandse Antillen, Aruba» vervangen door: arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de sociale wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, een vergelijkbare regeling van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

ARTIKEL XVI

In artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Ziektewet wordt de zinsnede «lid van gedeputeerde staten of wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente, voorzitter van een waterschap» vervangen door: lid van gedeputeerde staten, wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente, voorzitter van een waterschap of de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

ARTIKEL XVII

In de Wet aansprakelijkheid bestuurders, rijbevoegdheid en rijvaardigheid BES wordt na artikel 5 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

  • 1. Bij verdenking dat de bestuurder van een motorrijtuig heeft gehandeld in strijd met de bij eilandsverordening vastgestelde bepalingen omtrent het gebruik van alcohol of andere stoffen die de rijvaardigheid kunnen verminderen, kan de opsporingsambtenaar onderscheidenlijk de officier van justitie of de hulpofficier van justitie hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een blaastest of speekseltest onderscheidenlijk een onderzoek van bloed of urine teneinde de aanwezigheid van die stoffen vast te stellen.

  • 2. Indien uit een blaastest of speekseltest als bedoeld in het eerste lid of op andere wijze is gebleken dat een bestuurder onder zodanige invloed van het gebruik van een stof als bedoeld in het eerste lid verkeert dat hij onvoldoende in staat is een motorrijtuig behoorlijk te besturen, kan de opsporingsambtenaar, officier van justitie, of hulpofficier van justitie, bedoeld in het eerste lid, hem een rijverbod opleggen voor de tijd gedurende welke redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze toestand zal voortduren tot ten hoogste vierentwintig uren. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op degene die aanstalten maakt een motorrijtuig te gaan besturen. Degene die het rijverbod oplegt legt dit vast in een proces verbaal waarin ook aantekening wordt gemaakt van bezwaren van de betrokkene. Van dit proces verbaal ontvangt de betrokkene een afschrift.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het eerste lid. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de mogelijkheid tot het doen verrichten van een tegenonderzoek.

ARTIKEL XVIII

De Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel g, komt te luiden als volgt:

  • g. uitoefening der artsenijbereidkunde:

    • 1°. bereiden: geheel of gedeeltelijk vervaardigen van geneesmiddelen dan wel het verpakken of etiketteren daarvan;

    • 2°. in voorraad hebben; hieronder wordt niet verstaan het door geneeskundigen, tandheelkundigen, verloskundigen, mondhygiënisten of optometristen onder zich hebben van terhandgestelde geneesmiddelen alsmede het bewaren van terhandgestelde geneesmiddelen door de patiënt voor wie het geneesmiddel is bestemd;

    • 3°. afleveren: anders dan door terhandstelling of uitvoer leveren van geneesmiddelen;

    • terhandstellen: rechtstreeks verstrekken of doen bezorgen van een geneesmiddel aan de patiënt voor wie het geneesmiddel is bestemd, dan wel aan geneeskundigen, tandheelkundigen, verloskundigen, mondhygiënisten of optometristen die geneesmiddelen onder zich hebben ten behoeve van toediening aan hun patiënten; hieronder wordt niet verstaan het aanwenden van terhandgestelde geneesmiddelen door een geneeskundige, tandheelkundige, verloskundige, mondhygiënist of optometrist bij een patiënt.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «en afleveren» vervangen door «, mogen afleveren en mogen terhandstellen».

2. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd luidende:

  • 5. Aan geneeskundigen, tandheelkundigen, verloskundigen, mondhygiënisten of optometristen worden geneesmiddelen slechts ter hand gesteld na ontvangst van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek. Het verzoek vermeldt de naam, het adres en de hoedanigheid van de verzoeker alsmede de naam en de hoeveelheid van het geneesmiddel.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder d, wordt «, hetzij tot afleveren, hetzij tot het bereiden en afleveren in het groot» vervangen door «bereiden, invoeren, in voorraad hebben, verkopen, afleveren, of verhandelen, dan wel een combinatie van deze in het groot».

2. In het tweede lid wordt «het afleveren» vervangen door «het in voorraad hebben, afleveren, terhandstellen dan wel een combinatie van het in voorraad hebben, afleveren of terhandstellen».

3. In het derde lid wordt «of het afleveren» vervangen door «, het in voorraad hebben, het afleveren of terhandstellen», «van het afleveren» vervangen door «van het in voorraad hebben, afleveren of terhandstellen» en «en het afleveren» door «en het in voorraad hebben, afleveren of terhandstellen»

D

Hoofdstuk III wordt vervangen door:

HOOFDSTUK III VERPAKTE GENEESMIDDELEN

Artikel 5
  • 1. Het is verboden verpakte geneesmiddelen welke niet staan in het register, bedoeld in artikel 53 van de Geneesmiddelenwet, te bereiden, in voorraad te hebben, te verkopen, af te leveren, ter hand te stellen, in te voeren, of te verhandelen.

  • 2. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet voor:

    • a. door onze Minister aan te wijzen verpakte geneesmiddelen;

    • b. het bereiden, in voorraad hebben, afleveren of terhandstellen van zich nog in het stadium van proefneming bevindende verpakte geneesmiddelen welke niet staan in het register, bedoeld in artikel 53 van de Geneesmiddelenwet;

    • c. de invoer van verpakte geneesmiddelen welke niet staan in het register, bedoeld in artikel 53 van de Geneesmiddelenwet, en het in voorraad hebben, de aflevering en de ter hand stelling van deze geneesmiddelen in de bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, een en ander indien is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorschriften.

  • 3. Indien het belang van de volksgezondheid zulks vordert, is onze Minister bevoegd ten aanzien van een geneesmiddel, welk staat in het register, bedoeld in artikel 53 van de Geneesmiddelenwet, te bepalen, dat gedurende een bij zijn beschikking aan te wijzen tijdvak van ten hoogste twaalf maanden niet mag worden afgeleverd of terhandgesteld dan met inachtneming van bij die beschikking gestelde voorwaarden.

Artikel 6

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld nopens de bereiding, het in voorraad hebben, het verkopen, het afleveren, de ter hand stelling, de invoer, de handel en het ter aflevering in voorraad hebben, de aanprijzing en de verpakking van verpakte geneesmiddelen. Bij algemene maatregel van bestuur, kan, in het belang van de volksgezondheid bepaald worden dat een of meer van die voorschriften niet van toepassing zullen zijn op een verpakt geneesmiddel, of wel van toepassing zullen zijn op enige zelfstandigheid.

E

Het opschrift van paragraaf 3 komt te luiden: §3. De terhandstelling van geneesmiddelen

F

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «levert geneesmiddelen af» vervangen door «stelt geneesmiddelen terhand».

2. Het tweede lid komt te luiden als volgt: De geneesmiddelen welke als UR-geneesmiddelen staan vermeld in de lijst, bedoeld in artikel 60 van de Geneesmiddelenwet, mogen niet anders dan op recept worden afgeleverd.

3. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd luidende:

  • 3. Een apotheker die in een apotheek werkt, is bevoegd in spoedgevallen geneesmiddelen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, ter hand te stellen zonder dat een recept wordt overgelegd, indien hij zich voldoende zekerheid heeft verschaft dat gevaar voor misbruik niet kan ontstaan.

G

In artikel 17, eerste lid, wordt «levert op recept geen geneesmiddelen af» vervangen door «stelt op recept geen geneesmiddelen terhand».

H

In artikel 18, eerste lid, wordt «aflevert» vervangen door «terhandstelt».

I

In artikel 36, eerste lid, wordt «leveren geen geneesmiddelen af» vervangen door «stellen geen geneesmiddelen ter hand».

J

Artikel 43 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «uitsluitend aan de verpleegden verstrekken van geneesmiddelen» vervangen door «verstrekken van geneesmiddelen».

2. In het tweede vervalt de zinsnede: «, met dien verstande dat het in voorraad hebben en verstrekken van geneesmiddelen slechts zal zijn toegestaan ten behoeve van personen, die vanwege de betrokken ondernemingen in de polikliniek geneeskundig worden behandeld.»

K

In artikel 44, eerste lid, wordt «voorschreven» vervangen door: voorschrijven.

L

In artikel 49 wordt «vijfduizend gulden» vervangen door: de tweede categorie.

ARTIKEL XIX

  • 1. Geneesmiddelen welke zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van deze wet en die niet zijn vermeld in het register, bedoeld in artikel 53 van de Geneesmiddelenwet, zijn uitgezonderd van het verbod in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES, zoals dat luidt na inwerkingtreding van deze wet.

  • 2. De uitzondering bedoeld in het eerste lid geldt tot het moment waarop de inschrijving zou moeten worden verlengd, maar maximaal tot vijf jaar na inwerkingtreding van het verbod in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES, zoals dat luidt na inwerkingtreding van deze wet.

  • 3. Geneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid en die ingevolge het tweede lid van artikel 16 van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES zijn aangewezen, mogen niet anders dan op recept worden afgeleverd.

ARTIKEL XX

  • 1. Dit artikel is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en verstaat onder:

    • a. tijdstip van transitie: het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt;

    • b. het tijdstip van inwerkingtreding: het tijdstip waarop artikel 18.4.1 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt;

    • c. overgangsperiode: de periode vanaf het tijdstip van transitie tot het tijdstip van inwerkingtreding.

  • 2. Tijdens de overgangsperiode worden de volgende wetten en daarop berustende bepalingen, zonodig in afwijking van wat op dat punt in die wetten en bepalingen is geregeld, uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

    • a. de Wet ongevallenverzekering BES, voor zover het betreft de bepalingen inzake geneeskundige behandeling en verpleging;

    • b. de Wet ziekteverzekering BES, voor zover het betreft de bepalingen inzake geneeskundige behandeling en verpleging;

    • c. de Wet algemene verzekering bijzondere ziektekosten BES.

  • 3. Voor de toepassing van het tweede lid worden in de in dat lid genoemde wetten tijdens de overgangsperiode voor «de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne» gelezen «Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport».

  • 4. Indien noodzakelijk voor een goede uitvoering van de in het tweede lid genoemde wetten tijdens de overgangsperiode, wordt de tekst daarvan gelezen in het licht van de tekst van het Besluit zorgverzekering BES die genoemde wetten zal vervangen. De toepassing van de eerste zin leidt niet tot een uitkomst ten nadele van de belanghebbende.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

ARTIKEL XXI SLOTBEPALINGEN

  • 1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2. Artikel I, onderdelen DD, EE en FF, artikel II, onderdelen A, B en C, en de artikelen III, V, VII, VIII, IX, XV, XVI en XVII werken terug tot het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

  • 3. Deze wet wordt aangehaald als: Derde Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 16 december 2010

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de vierentwintigste december 2010

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 428