Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2010, 716Wet

Wet van 20 september 2010 tot wijziging van de Wet Nationale ombudsman in verband met de instelling van de Kinderombudsman (Wet Kinderombudsman)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een Kinderombudsman in te stellen die zich bezig houdt met de belangen van jeugdigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet Nationale ombudsman wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt, onder verlettering van onderdeel b tot c, een onderdeel ingevoegd, luidende:

b. Kinderombudsman:

de als zodanig aangewezen substituut-ombudsman, bedoeld in artikel 9, eerste lid;.

B

Na artikel 1c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1d

De artikelen 1b en 1c zijn niet van toepassing op de Kinderombudsman, voor zover die als zodanig optreedt.

C

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, eerste volzin, vervalt «zo nodig» en wordt na «substituut-ombudsman» ingevoegd: en wijst daarbij de substituut-ombudsman aan die de functie van Kinderombudsman heeft.

2. Aan het slot van het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende:

Indien er geen Kinderombudsman is, draagt de ombudsman zo spoedig mogelijk zorg voor een verzoek als bedoeld in de eerste volzin.

D

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De ombudsman regelt tevens de vervanging van de Kinderombudsman door een substituut-ombudsman, voor het geval dat die tijdelijk niet in staat is zijn ambt te vervullen.

2. In het tweede lid wordt na «de ombudsman» telkens ingevoegd: of Kinderombudsman.

3. In het derde en zesde lid wordt na «de ombudsman» ingevoegd «of Kinderombudsman» en wordt na «van ombudsman» ingevoegd: of Kinderombudsman.

4. In het vierde lid wordt na «van ombudsman» ingevoegd: of Kinderombudsman.

5. In het vijfde lid wordt na «nieuwe ombudsman» ingevoegd: of Kinderombudsman.

E

Na artikel 11 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK IIA De Kinderombudsman

Artikel 11a

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. jeugdige:

een persoon die de meerderjarigheidsleeftijd nog niet heeft bereikt;

b. kinderrechtenverdrag:

het op 20 november 1989 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb. 1990, 46);

c. rechten van jeugdigen:

de rechten van jeugdigen, opgenomen in het kinderrechtenverdrag.

Artikel 11b
  • 1. De Kinderombudsman heeft tot taak te bevorderen dat de rechten van jeugdigen worden geëerbiedigd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties.

  • 2. Hij doet dit in elk geval door:

    • a. voor te lichten en informatie te geven over de rechten van jeugdigen;

    • b. gevraagd en ongevraagd advies te geven aan de regering en de Tweede Kamer over wetgeving die en beleid dat de rechten van jeugdigen raakt;

    • c. het instellen van onderzoek naar de eerbiediging van de rechten van jeugdigen naar aanleiding van klachten of uit eigen beweging;

    • d. het toezicht houden op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties, niet zijnde de ombudsman, worden behandeld.

  • 3. Bij de uitvoering van zijn taken, houdt de Kinderombudsman zo veel mogelijk rekening met de mening van jeugdigen zelf overeenkomstig artikel 12 van het kinderrechtenverdrag, met de belangen van jeugdigen en met hun belevingswereld.

Artikel 11c
  • 1. Een ieder die meent dat een of meer rechten van jeugdigen niet geëerbiedigd worden door:

    • a. een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1a, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 1a, eerste lid, onder b, daaronder mede worden begrepen bestuursorganen met een eigen voorziening voor de behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder b;

    • b. een orgaan van een rechtspersoon, niet zijnde een bestuursorgaan, voor zover die:

      • een bij of krachtens de wet geregelde taak ten aanzien van jeugdigen uitoefent; of

      • anderszins een taak ten aanzien van jeugdigen uitoefent op het terrein van het onderwijs, de jeugdzorg, de kinderopvang of de gezondheidszorg,

    kan een klacht indienen bij de Kinderombudsman.

  • 2. Een klacht over een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1a, geldt als een verzoek als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. Een gedraging van een medewerker van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, onder b, verricht in de uitoefening van zijn functie, wordt aangemerkt als een gedraging van die rechtspersoon.

Artikel 11d
  • 1. Op de behandeling van klachten over en onderzoek uit eigen beweging naar bestuursorganen met een eigen voorziening voor de behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder b, en organen van rechtspersonen als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder b, door de Kinderombudsman zijn artikel 15 alsmede titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

  • 2. In afwijking van artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan een klacht als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, mondeling worden ingediend. De artikelen 9:23 onder a en 9:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn in dat geval niet van toepassing.

  • 3. In afwijking van artikel 9:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de Kinderombudsman niet verplicht een onderzoek in te stellen, indien de klacht een orgaan als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder b, betreft.

  • 4. De in artikel 9:33 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde vergoeding van kosten vindt plaats ten laste van het Rijk indien het onderzoek betrekking heeft op een orgaan van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder b.

Artikel 11e
  • 1. De Kinderombudsman zendt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden aan de beide Kamers der Staten-Generaal en aan Onze Ministers, alsmede aan andere bestuursorganen en privaatrechtelijke organisaties voor zover hij dat wenselijk acht. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de Kinderombudsman bij het verslag gegevens kan voegen, slechts ter vertrouwelijke kennisneming door de leden van de Staten-Generaal en Onze Ministers.

  • 2. De Kinderombudsman draagt er zorg voor dat het verslag openbaar wordt gemaakt en algemeen verkrijgbaar wordt gesteld.

  • 3. De Kinderombudsman kan ook dadelijk na het afsluiten van een onderzoek de beide Kamers der Staten-Generaal en vertegenwoordigende organen van provincies en gemeenten inlichten omtrent zijn bevindingen, zo dikwijls hij de eerdere kennisneming daarvan voor het betreffende orgaan van belang acht of een orgaan als hiervoor bedoeld dit verzoekt.

ARTIKEL II

Indien het bij koninklijke boodschap van 26 mei 2009 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) (Kamerstukken 31 959), tot wet is of wordt verheven, en die wet eerder in werking is getreden of treedt dan onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als deze wet, wordt artikel I, onderdeel A van deze wet als volgt gewijzigd:

Artikel I, onderdeel A, komt te luiden:

A

In artikel 1 wordt, onder verlettering van de onderdelen b en c tot c en d, een onderdeel ingevoegd, luidende:

b. Kinderombudsman:

de als zodanig aangewezen substituut-ombudsman, bedoeld in artikel 9, eerste lid;.

ARTIKEL III

Indien het bij koninklijke boodschap van 26 mei 2009 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba), (Kamerstukken 31 959), tot wet is of wordt verheven, en later in werking treedt dan deze wet, wordt artikel 2.4, onderdeel A van die wet als volgt gewijzigd:

Artikel 2.4, onderdeel A, komt te luiden:

A

In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel ingevoegd, luidende:

d. openbare lichamen:

openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL V

Deze wet wordt aangehaald als: Wet Kinderombudsman.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 20 september 2010

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

E. M. H. Hirsch Ballin

De Minister voor Jeugd en Gezin,

A. Rouvoet

Uitgegeven de twaalfde oktober 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 31 831