Beschikking van de Minister van Justitie van 21 september 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet toezicht effectenbeurzen BES, zoals gewijzigd bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingsregeling BES-wetten

De Minister van Justitie,

Gelet op artikel 24, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

Besluit:

de tekst van de Wet toezicht effectenbeurzen BES, zoals gewijzigd bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingsregeling BES-wetten in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking.

’s-Gravenhage, 21 september 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Uitgegeven de eerste oktober 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

TEKST VAN DE WET TOEZICHT EFFECTENBEURZEN BES, ZOALS GEWIJZIGD BIJ DE AANPASSINGSWET OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA EN DE AANPASSINGSREGELING BES-WETTEN

HOOFDSTUK I Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. effecten:
  • 1°. aandeelbewijzen, schuldbrieven, winst- en oprichtersbewijzen, optiebewijzen, warrants en soortgelijke waardepapieren;

  • rechten van deelgenootschap, opties, rechten op overdracht op termijn van zaken, inschrijvingen in aandelen- en schuldregisters en soortgelijke, al dan niet voorwaardelijke, rechten;

  • rechten uit overeenkomsten tot verrekening van een koers- of prijsverschil en soortgelijke verhandelbare rechten en waarden;

  • certificaten en recepissen van waarden als hiervoor bedoeld, met uitzondering van waarden die uitsluitend het karakter van betaalmiddel dragen en appartementsrechten;

b. effectenbedrijf:

de natuurlijke of rechtspersoon, die beroeps- of bedrijfsmatig bemiddelt of handelt in effecten, dan wel in het kader van vermogensbeheer voor rekening van een ander transacties in effecten verricht;

c. effectenbeurs:

een aan regels onderworpen markt die bestemd is voor het bijeenbrengen van vraag en aanbod van effecten;

d. voorwetenschap:

de bekendheid met een bijzonderheid omtrent de rechtspersoon, vennootschap of instelling waarop effecten betrekking hebben of omtrent de handel in effecten:

  • die niet openbaar is gemaakt, en

  • waarvan openbaarmaking, naar redelijkerwijs is te verwachten, invloed zou kunnen hebben op de koers van de effecten, ongeacht de richting van die koers;

e. Onze Minister:

Onze Minister van Financiën;

f. Autoriteit Financiële Markten:

Stichting Autoriteit Financiële Markten.

HOOFDSTUK II Toezicht op effectenbeurzen

Artikel 2
  • 1. Het is verboden een effectenbeurs te houden zonder een daartoe door Onze Minister verleende vergunning.

  • 2. Het verzoek om vergunning wordt schriftelijk aan Onze Minister gericht onder overlegging van de gegevens die nodig zijn om te beoordelen of aan de in het derde lid bedoelde vereisten wordt voldaan.

  • 3. De vergunning wordt, gehoord de Autoriteit Financiële Markten, verleend indien het houden van de effectenbeurs, de voor de effectenbeurs te hanteren regels en hun toepassing, en de controle op de naleving van die regels zullen voldoen aan hetgeen nodig is met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten en de positie van de beleggers op die markten.

  • 4. Met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten en de positie van de beleggers op die markten:

    • a. kan de vergunning onder beperkingen worden verleend;

    • b. kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden.

  • 5. Onze Minister kan op verzoek geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de verzoeker aantoont dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken, anderszins worden bereikt.

Artikel 3
  • 1. Het is verboden de regels of de controle, bedoeld in artikel 2, derde lid, te wijzigen zonder dat de houder van de desbetreffende effectenbeurs een daartoe strekkende goedkeuring door Onze Minister, gehoord de Autoriteit Financiële Markten, heeft verkregen.

  • 2. De Autoriteit Financiële Markten kan met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten en de positie van de beleggers op die markten alsmede ter uitvoering van internationale afspraken en verdragen, aanwijzingen geven aan de houder van een effectenbeurs met betrekking tot de voor die effectenbeurs te hanteren regels, hun toepassing, en de controle op de naleving van deze regels.

Artikel 4
  • 1. De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verplicht periodiek aan de Autoriteit Financiële Markten gegevens te verstrekken die de Autoriteit Financiële Markten redelijkerwijs voor de vervulling van haar taak nodig heeft, overeenkomstig door de Autoriteit Financiële Markten te geven aanwijzingen met betrekking tot de inhoud van bedoelde gegevens en met betrekking tot de frequentie waarin en de wijze waarop die gegevens worden verstrekt.

  • 2. Alvorens de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen te geven, stelt de Autoriteit Financiële Markten de houder van de vergunning op wie de aanwijzingen betrekking hebben, in de gelegenheid daaromtrent te worden gehoord.

Artikel 5
  • 1. Onze Minister kan, gehoord de Autoriteit Financiële Markten, een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, tijdelijk, gedurende een door hem te bepalen periode, dan wel definitief intrekken, indien door de vergunninghouder:

    • a. voor het houden van de desbetreffende effectenbeurs onvoldoende waarborgen worden geboden met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten;

    • b. niet of niet genoegzaam de beperkingen of voorschriften, bedoeld in artikel 2, vierde lid, worden nageleefd;

    • c. het in artikel 3, eerste lid, vervatte verbod, wordt overtreden;

    • d. niet of niet genoegzaam de op grond van artikel 3, tweede lid, gestelde aanwijzingen worden nageleefd;

    • e. niet of niet genoegzaam het in artikel 4, eerste lid, vervatte voorschrift wordt nageleefd.

  • 2. De liquidatie van de effectenbeurs waarvan de vergunning is ingetrokken, wordt onder toezicht en volgens de aanwijzingen van de Autoriteit Financiële Markten uitgevoerd.

HOOFDSTUK III Uitvoering

Artikel 6
  • 1. Van het verlenen of het intrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 2. Met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten en de positie van de beleggers op die markten is de Autoriteit Financiële Markten, voor zover nodig in afwijking van artikel 10, bevoegd in voorkomende gevallen ter openbare kennis te brengen, dat:

    • a. de houder van een effectenbeurs niet over een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, beschikt, of

    • b. een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is geweigerd.

    • c. een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, al dan niet tijdelijk, is ingetrokken.

Artikel 7
  • 1. De Autoriteit Financiële Markten is, in afwijking van artikel 10, bevoegd gegevens en inlichtingen, verkregen bij de uitvoering van deze wet, te verstrekken aan het bevoegd gezag dat in andere delen van het Koninkrijk of in andere staten met het toezicht op het effectenwezen is belast, mits de geheimhouding van deze gegevens en inlichtingen in voldoende mate is verzekerd.

  • 2. De Autoriteit Financiële Markten is, voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd gegevens en inlichtingen te vragen bij het bevoegd gezag dat in andere delen van het Koninkrijk of in andere staten met het toezicht op het effectenwezen is belast.

  • 3. Voor zover het verstrekken van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, of het vragen van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, verband houdt met handel met voorwetenschap, hanteert de Autoriteit Financiële Markten voor zover mogelijk de regels, opgenomen in het Verdrag inzake handel met voorkennis (Straatsburg 20 april 1989, Trb. 1993, 111).

HOOFDSTUK IV Gebruik van voorwetenschap

Artikel 8
  • 1. Het is een ieder verboden om, beschikkende over voorwetenschap, in of vanuit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een transactie te verrichten of te bewerkstelligen in:

    • a. effecten die zijn genoteerd aan een effectenbeurs voor het houden waarvan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verleend dan wel aan een buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gevestigde en van overheidswege toegelaten effectenbeurs of effecten waarvan aannemelijk is dat deze spoedig aan een zodanige beurs zullen worden genoteerd; of

    • b. effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van onder a bedoelde effecten.

  • 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing:

    • a. op de tussenpersoon die, slechts over voorwetenschap beschikkend met betrekking tot de handel, volgens de regels van de goede trouw handelt ter bediening van opdrachtgevers.

    • b. op de rechtspersoon, vennootschap of instelling waarvan de werknemers die zijn betrokken bij het verrichten of bewerkstelligen van de transactie slechts beschikken over voorwetenschap met betrekking tot de handel; en

    • c. op degene die een transactie verricht of bewerkstelligt ter nakoming van een opeisbare verbintenis die reeds bestond op het tijdstip waarop hij kennis kreeg van de in het tweede lid bedoelde bijzonderheid.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van transacties worden aangewezen, waarop het in het eerste lid bedoelde verbod niet van toepassing is, Daarbij kan binnen een aan te wijzen categorie onderscheid worden gemaakt naar de personen door wie en de omstandigheden waaronder de transacties worden verricht of bewerkstelligd.

Artikel 9
  • 1. Het is een ieder die beschikt over voorwetenschap omtrent een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 1, onder d, of omtrent de handel in effecten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, die op die rechtspersoon, vennootschap of instelling betrekking hebben, verboden om, anders dan in de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie:

    • a. deze voorwetenschap aan een derde mee te delen, of

    • b. een derde aan te bevelen transacties te verrichten of te bewerkstelligen in die effecten.

  • 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de rechtspersoon, vennootschap of instelling, waarvan de werknemers die zijn betrokken bij het aanbevelen niet over voorwetenschap beschikken.

HOOFDSTUK V Bijzondere bepalingen

Artikel 10
  • 1. Gegevens en inlichtingen omtrent afzonderlijke ondernemingen en instellingen die ingevolge artikel 16 of artikel 7, tweede lid, zijn verkregen, zijn geheim.

  • 2. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Artikel 11
  • 1. De aanvrager van een besluit op grond van deze wet is voor het in behandeling nemen van de aanvraag een vergoeding verschuldigd van de met de behandeling van de aanvraag verband houdende kosten.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de doorberekening van kosten, verband houdend met de uitvoering van deze wet. Bij de maatregel kan worden bepaald dat die kosten mede ten laste komen van de aan een effectenbeurs verbonden effectenbedrijven.

Artikel 12
  • 1. De Autoriteit Financiële Markten stelt jaarlijks een begroting, een jaarrekening en een jaarverslag op terzake van de haar op grond van deze wet opgedragen taken en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De artikelen 1:30 tot en met 1:33, 1:35 en 1:36 van de Wet op het financieel toezicht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Tegen besluiten van Onze Minister inzake instemming met de begroting of de jaarrekening staat geen beroep open.

Artikel 12a

De Autoriteit Financiële Markten verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens of inlichtingen die deze behoeft om zich over de uitvoering van deze wet in de praktijk of over de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens of voorgenomen wettelijke voorschriften een oordeel te vormen.

HOOFDSTUK VI Beroep

Artikel 13
  • 1. Van een beslissing van de houder van een effectenbeurs omtrent de toelating van effecten tot of het doen vervallen van effecten uit de notering aan die effectenbeurs, staat voor belanghebbenden beroep open bij de Autoriteit Financiële Markten.

  • 2. Indien de houder van een effectenbeurs niet binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag om toelating tot de officiële notering of – indien hij om nadere gegevens heeft verzocht – binnen zes maanden na ontvangst van die gegevens op de aanvraag heeft beslist, wordt het uitblijven van een beslissing met een afwijzing gelijkgesteld.

  • 3. Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van zes weken, gerekend vanaf de datum van de bekendmaking van de beslissing van de houder van de desbetreffende effectenbeurs.

  • 4. Het beroep heeft geen schorsende werking.

  • 5. De Autoriteit Financiële Markten neemt ter zake geen beschikking dan na de houder van de desbetreffende effectenbeurs en de belanghebbende in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.

Artikel 14

Degene die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen door een op grond van artikel 13 door de Autoriteit Financiële Markten gegeven beschikking, kan tegen de beschikking beroep instellen bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba binnen zes weken na de dag waarop deze is gegeven.

HOOFDSTUK VII Strafbepalingen

Artikel 15
  • 1. Handelen in strijd met op grond van artikel 3, tweede lid gegeven aanwijzingen, artikel 4, eerste lid, en artikel 10, tweede lid, is, voor zover niet opzettelijk begaan, een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of met een geldboete van de vijfde categorie.

  • 2. Handelen in strijd met op grond van artikel 3, tweede lid gegeven aanwijzingen, artikel 4, eerste lid, en artikel 10, tweede lid, is, voor zover opzettelijk begaan, een misdrijf en wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of met een geldboete van de vijfde categorie.

  • 3. Overtreding van het in de artikelen 2, eerste lid, en artikel 3, eerste lid, gestelde verbod is een misdrijf en wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of met een geldboete van de vijfde categorie.

  • 4. Overtreding van het in de artikelen 8, eerste lid, en artikel 9, eerste lid, gestelde verbod is een misdrijf en wordt gestraft hetzij met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, hetzij met een geldboete van de vijfde categorie, hetzij met beide straffen.

HOOFDSTUK VII Toezicht en opsporing

Artikel 16
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van de Autoriteit Financiële Markten aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 17
  • 1. Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

HOOFDSTUK IX Slotbepalingen

Artikel 18

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht effectenbeurzen BES

Naar boven