Besluit van 30 september 2010 houdende de vaststelling van regels over de rechtspositie van de vrijwillige ambtenaren van het brandweerkorps van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Besluit rechtspositie vrijwillige brandweerambtenaren BES)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 juli 2010, nr. 2010-0000463899, CZW/WSG;

Gelet op artikel 2, tweede lid, van de Wet materieel ambtenarenrecht BES;

De Raad van State gehoord (advies van 28 juli 2010, nr. W04.10.0294/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 september 2010, nr. 2010-0000607646;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALING

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Onze Minister:

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. vrijwillige ambtenaar:

degene die door Onze Minister is benoemd tot vrijwillige ambtenaar, aangesteld om werkzaamheden bij het brandweerkorps van Bonaire, Sint Eustatius en Saba te verrichten.

HOOFDSTUK 2 VERGOEDING

Artikel 2

  • 1. De vrijwillige ambtenaar ontvangt per kalenderjaar een aan zijn functie verbonden vaste vergoeding.

  • 2. De vrijwillige ambtenaar beneden de rang van hoofdbrandmeester die in opdracht van Onze Minister een voor zijn functie relevante cursus volgt dan wel deelneemt aan een oefening, ontvangt daarvoor een vergoeding.

  • 3. De vrijwillige ambtenaar die in opdracht van Onze Minister werkelijke dienst verricht in verband met brandbestrijding of andere taken van het brandweerkorps, ontvangt daarvoor een vergoeding.

  • 4. De vergoedingen, bedoeld in artikel tweede en derde lid, worden gesteld op een bedrag per uur, verbonden aan de door de vrijwillige ambtenaar beklede functie.

  • 5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de hoogte van de door Onze Minister verstrekte vergoedingen.

Artikel 3

  • 1. Onze Minister kan een vergoeding toekennen voor het verrichten van wacht-, consignatie-, en bewakingsdiensten door de vrijwillige ambtenaar.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4

Onze Minister kan in bijzondere gevallen aan de vrijwillige ambtenaar een vergoeding voor derving van loon of inkomsten toekennen wegens het verrichten van de in artikel 2, tweede en derde lid, bedoelde brandweerdienst.

Artikel 5

  • 1. De vrijwillige ambtenaar die ingevolge wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is, wordt geacht niet beschikbaar te zijn.

  • 2. Indien de periode van werkelijke militaire dienst van de vrijwillige ambtenaar meer dan twee maanden is, heeft hij gedurende deze periode geen recht op de aan zijn rang verbonden vaste vergoeding.

HOOFDSTUK 3 AANSPRAKEN BIJ ONGEVAL EN ZIEKTE

Artikel 6

  • 1. Onze Minister sluit ten behoeve van de vrijwillige ambtenaar een ongevallenverzekering af.

  • 2. De verzekering, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval de bepaling dat bij blijvende arbeidsongeschiktheid aanspraak op een uitkering ineens bestaat.

  • 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder «ongeval» en «arbeidsongeschiktheid» hetgeen daaronder wordt verstaan in de door Onze Minister ter zake gesloten ongevallenverzekering.

Artikel 7

  • 1. De vrijwillige ambtenaar wordt bij aanstelling in kennis gesteld van de bepalingen van de door Onze Minister te zijnen behoeve gesloten ongevallenverzekering.

  • 2. Van wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde bepalingen wordt de vrijwillige ambtenaar voor de inwerkingtreding ervan in kennis gesteld.

Artikel 8

  • 1. De vrijwillige ambtenaar die arbeidsongeschikt is, heeft, indien deze ongeschiktheid blijkens een geneeskundig onderzoek het gevolg is van een ongeval in verband met de vervulling van zijn functie, aanspraak op een uitkering overeenkomstig de bepalingen van de verzekering, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

  • 2. De vrijwillige ambtenaar heeft behoudens artikel 9 geen aanspraak op enige vergoeding ten laste van Onze Minister ter zake van een ongeval.

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing op de gewezen vrijwillige ambtenaar tot het tijdstip, bedoeld in artikel 93 van de Wet materieel ambtenarenrecht BES, indien hij blijvend arbeidsongeschikt is.

Artikel 9

  • 1. Indien een vrijwillige ambtenaar ten gevolge van een ongeval in verband met de vervulling van zijn functie komt te overlijden, hebben zijn weduwe of weduwnaar aanspraak op een uitkering overeenkomstig de bepalingen van de ongevallen verzekering, bedoeld in artikel 5, eerste lid.

  • 2. Artikel 40, derde en vierde lid, van de Wet materieel ambtenarenrecht BES is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

In geval van een ongeval, ontstaan ten gevolge van de vervulling van zijn functie, ontvangt de vrijwillige ambtenaar een vergoeding van de kosten van geneeskundige behandeling of verzorging die te zijnen laste blijven en die naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk zijn gemaakt.

Artikel 11

Indien geen sprake is van een ongeval, maar wel van een ziekte die is ontstaan of verergerd ten gevolge van de vervulling van de functie, stelt Onze Minister ter zake een uitkering vast voor zover de verzekering, bedoeld in artikel 6, eerste lid, daar niet in voorziet.

Artikel 12

De artikelen 8 tot en met 11 zijn van overeenkomstige toepassing op de gewezen vrijwillige ambtenaar, voor zover deze de leeftijd, bedoeld in artikel 93 van de Wet materieel ambtenarenrecht nog niet heeft bereikt.

HOOFDSTUK 4 WERKTIJDEN

Artikel 13

Onze Minister bepaalt de werktijden voor de vrijwillige ambtenaar, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 42 van de Wet materieel ambtenarenrecht BES voor wat betreft de ambtenaren aangesteld om bij wijze van beroep werkzaamheden bij het brandweerkorps te verrichten.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie vrijwillige brandweerambtenaren BES.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 30 september 2010

Beatrix

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

Uitgegeven de eerste oktober 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

I Algemeen

Op grond van artikel 27, eerste lid, van de Veiligheidswet BES is er een brandweerkorps voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die in elk van die openbare lichamen vestigingen heeft. Het brandweerkorps wordt bemand door beroepsbrandweerlieden en vrijwillige brandweerlieden (artikel 33, tweede lid).

De taken die de vrijwillige brandweerlieden zullen gaan verrichten, zijn (grotendeels) gelijk aan die van de ambtenaren die behoren tot de beroepsbrandweer. Dit volgt ook uit het Besluit brandweer BES, waarin de functies en rangen van het personeel van dit brandweerkorps is opgenomen.

Op de brandweerlieden, zowel beroeps als vrijwilligers, is de Wet materieel ambtenarenrecht BES van toepassing, voor zover bij of krachtens de Veiligheidswet BES niet anders is bepaald (artikel 3 van de Wet materieel ambtenarenrecht BES). Een voorbeeld van bepalingen die afwijken van de Wet materieel ambtenarenrecht BES, is te vinden in het Besluit brandweer BES, waarin onder meer aanstellingseisen zijn opgenomen.

Op ambtenaren die niet regelmatig dienst, zijnde onder meer de vrijwillige ambtenaren aangesteld om werkzaamheden bij het brandweerkorps te verrichten, is in artikel 2, tweede lid, eerste volzin, van de Wet materieel ambtenarenrecht BES bepaald dat de hoofdstukken IV, V en VI zijn uitgezonderd. Voor deze ambtenaren kunnen omtrent de in deze hoofdstukken geregelde onderwerpen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld (artikel 2, tweede lid, tweede volzin). Het voorliggende besluit regelt voor deze ambtenaren de onderwerpen vergoedingen, de aanspraken bij ongeval en ziekte alsmede de werktijden.

Onverminderd bij of krachtens de Veiligheidswet BES gestelde afwijkingen, zijn de overige hoofdstukken van de Wet materieel ambtenarenrecht van toepassing op de vrijwillige ambtenaren. Dit betekent bijvoorbeeld dat deze ambtenaren, net als de beroepsbrandweerlieden, verplicht zijn dienstkleding en onderscheidingstekenen te dragen (artikel 64), een eed of belofte af leggen (artikel 46) en dat dezelfde gronden voor disciplinaire straffen, schorsing en ontslag gelden. Voor zover bij deze gronden verwezen wordt naar een bezoldigingstrede of inkomen, spreekt voor zich dat voor de vrijwillige ambtenaar dit de vergoedingen bij of krachtens het voorliggende besluit betreft.

Financiële gevolgen

Uit de Veiligheidswet BES volgt reeds dat de vrijwillige ambtenaar van het brandweerkorps in dienst is van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Anders dan voor beroepsbrandweerlieden, ontvangen de vrijwillige ambtenaren een vergoeding. Voorts wordt de minister verplicht tot het afsluiten van een ongevallenverzekering voor de vrijwillige brandweerambtenaren van dat korps. De uitgaven die voortvloeien uit dit besluit, zullen worden bekostigd uit de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

II Artikelsgewijs

Artikel 1

Onderdeel b

Bij de definitie van «vrijwillige ambtenaar» is aangesloten bij artikel 33, tweede lid, onder b, van de Veiligheidswet BES.

Onderdeel c

Het voorliggende besluit heeft alleen betrekking op de vrijwillige ambtenaren die werkzaam zijn bij het brandweerkorps in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Op grond van de Veiligheidswet BES is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast met het aanstellen, bevorderen, schorsen en ontslaan van het personeel van de brandweer (artikel 33, eerste lid van die wet).

Artikel 2

De aan de vrijwillige brandweerambtenaar toekomende vergoeding bestaan uit:

  • een vaste vergoeding;

  • een vergoeding voor het deelnemen aan oefeningen of cursussen; en

  • een vergoeding voor brandbestrijding en andere brandweertaken.

De vergoedingen zijn gerelateerd aan de functie die de vrijwillige ambtenaar vervuld. De vergoedingen voor het deelnemen aan oefeningen en cursussen alsmede voor brandbestrijding en andere brandweertaken zijn daarnaast gerelateerd aan het aantal uren dat de vrijwillige ambtenaar deze brandweerdienst verricht. De hoogte van de vergoedingen worden bij ministeriële regeling vastgesteld. In de hoogte van de vergoedingen is rekening gehouden met de onkosten die een vrijwillige ambtenaar maakt. De vergoedingen volgen de salarisontwikkeling van de beroepsbrandweerlieden.

Artikel 3

Voor de uren waarin de vrijwillige ambtenaar verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk brandweertaken te verrichten, kan de minister eveneens een vergoeding toekennen. Of een dergelijke vergoeding wordt toegekend, is afhankelijk van de werktijden die door de minister worden gesteld op grond van artikel 13.

Artikel 4

In beginsel dienen de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, voldoende dekkend te zijn voor het financieel «nadeel» dat een vrijwillige ambtenaar heeft door verbonden te zijn aan het brandweerkorps. Immers, het zijn van een vrijwilliger brengt bepaalde rechten, maar ook verplichtingen met zich mee. Zo is de vrijwillige ambtenaar verplicht op afroep direct beschikbaar te zijn om brandweerdiensten te verrichten.

Niet kan worden uitgesloten dat de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, in alle gevallen dekkend zijn. Dit artikel biedt de mogelijkheid in bijzondere gevallen een vergoeding voor derving van loon of inkomsten toe te kennen. Benadrukt wordt dat dit artikel geen grondslag geeft voor een meer structurele vergoeding aan een individuele vrijwillige ambtenaar.

Artikel 5

In dit artikel is aangesloten bij hoofdstuk IV, paragraaf 3, van de Wet materieel ambtenarenrecht BES.

Hoofdstuk 3 Aanspraken bij ongeval en ziekte

Artikelen 6 tot en met 12

De minister is verplicht om ten behoeve van de vrijwillige ambtenaren van het brandweerkorps een ongevallenverzekering af te sluiten. Deze verplichting vloeit voort uit goed werkgeverschap. De kosten die dit voor het brandweerkorps met zich zal brengen, komen ten laste van de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Bij de artikelen 6 tot en met 12 is aangesloten bij hetgeen in de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) hieromtrent is geregeld in de artikelen 19:1:12 tot en met 19:1:17. Daarnaast is aangesloten bij hoofdstuk II, paragraaf 3, van het Besluit rechtspositie vrijwilligers politie.

Voorgeschreven is welke bepaling de door de minister met een particuliere verzekeraar af te sluiten ongevallenverzekering in elk geval dient te bevatten (artikel 6, tweede lid). Het staat de minister vrij een verdergaande regeling te treffen. De verzekering wordt gesloten om financiële schade die door de arbeidsongeschiktheid wordt geleden op te vangen. Van wijzigingen van de verzekeringsvoorwaarden dient de vrijwillige ambtenaar voor inwerkingtreding ervan in kennis te worden gebracht.

De vrijwillige ambtenaar heeft aanspraak op een uitkering voor zover de door zijn werkgever afgesloten verzekering dat regelt. Daarnaast kan eventueel nog een vergoeding worden verleend voor geneeskundige kosten.

Hoofdstuk 4 Werktijden

Artikel 13

Het brandweerkorps zal bestaat uit een groot aantal vrijwillige ambtenaren. Om een goede bezetting te waarborgen, stelt de minister de dienst- en werktijden vast. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan op de tijd die een vrijwillige ambtenaar gedurende een bepaalde periode op de kazerne dient door te brengen ten einde een minimale bezetting te waarborgen.

De Arbeidswet 2000 BES is niet van toepassing op personen van 18 jaar of ouder, die ambtenaar zijn in de zin van de Wet materieel ambtenarenrecht BES. Voor het vaststellen van de dienst- en werktijden van de vrijwillige ambtenaren zal bij de op grond van artikel 42, eerste lid, van de Wet materieel ambtenarenrecht BES vast te stellen werktijdenregeling worden aangesloten. Aangezien de vrijwillige ambtenaren niet regelmatig dienst doen, behoeft niet te worden voorzien in een regeling terzake verlof.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven