Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2010, 282Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 1 juli 2010, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 4 februari 2010 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet medezeggenschap op scholen en de Leerplichtwet 1969 in verband met de invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten, alsmede een aanvulling van de interventiemogelijkheden in het kader van het overheidstoezicht, en de verbetering van het intern toezicht (Stb. 80) en het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 1 juli 2010 tot wijziging van het Besluit bekostiging WPO en het Inrichtingsbesluit W.V.O. houdende vaststelling van de wijze van meting en beoordeling van leerresultaten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 25 juni 2010, nr. WJZ/216062 (6260), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel II van de Wet van 4 februari 2010 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet medezeggenschap op scholen en de Leerplichtwet 1969 in verband met de invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten, alsmede een aanvulling van de interventiemogelijkheden in het kader van het overheidstoezicht, en de verbetering van het intern toezicht en artikel III van het Besluit van 1 juli 2010 tot wijziging van het Besluit bekostiging WPO en het Inrichtingsbesluit W.V.O. houdende vaststelling van de wijze van meting en beoordeling van leerresultaten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 4 februari 2010 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet medezeggenschap op scholen en de Leerplichtwet 1969 in verband met de invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten, alsmede een aanvulling van de interventiemogelijkheden in het kader van het overheidstoezicht, en de verbetering van het intern toezicht en het Besluit van 1 juli 2010 tot wijziging van het Besluit bekostiging WPO en het Inrichtingsbesluit W.V.O. houdende vaststelling van de wijze van meting en beoordeling van leerresultaten treden in werking met ingang van 1 augustus 2010.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 1 juli 2010

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Uitgegeven de zestiende juli 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

De wet en de algemene maatregel van bestuur treden met ingang van 1 augustus 2010, één van de vaste verandermomenten, in werking. Voor wat betreft de algemene maatregel van bestuur betekent dat een afwijking van de minimuminvoeringstermijn van 2 maanden. Een uitzondering op de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn is mogelijk wanneer het gaat om regelgeving die gepaard gaat met uitgebreide voorlichtingstrajecten en/of afspraken en overleggen met doelgroepen. Daarvan is in het onderhavige geval sprake, omdat voor de vaststelling van de wijze van beoordeling en meting van leerresultaten is aangesloten bij de geobjectiveerde en transparante systematiek van de inspectie voor de analyse en waarderingen van de leerresultaten in het basis- en voortgezet onderwijs die reeds gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van de onderhavige wet. Dit maakt het ook mogelijk om de wijzigingswet met de daarbij behorende uitvoeringsvoorschriften direct toe te passen: het gaat immers om een al bestaande en in de praktijk beproefde werkwijze. Daarbij geldt dat niet alleen over de vaststelling van deze werkwijze maar ook over wijzigingen daarin door de inspectie overleg wordt gevoerd met vertegenwoordigers van de onderscheiden sectoren in het onderwijsveld en andere betrokkenen in de zogeheten «kwaliteitsringen». Dit alles draagt eraan bij dat de bevoegde gezagsorganen en scholen vertrouwd zijn met de beoordelingssystematiek van de inspectie.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart