Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2010, 17AMvB

Besluit van 23 december 2009, houdende vaststelling van de gegevens die door het hoofd van de school of de instelling of het bevoegd gezag dan wel door burgemeester en wethouders worden verstrekt voor opname in het meldingsregister relatief verzuim alsmede van de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt (Besluit Verzuimmelding)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 27 oktober 2009, nr. WJZ/162297 (3819), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 21a, elfde lid, van de Leerplichtwet 1969, 8.1.8a, tiende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, 47b, tiende lid, van de Wet op de expertisecentra en 28a, tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 9 december 2009, nr. W05.09.0443/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 21 december 2009, nr. WJZ/178260 (3819), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

De gegevensverstrekking, bedoeld in de artikelen 21a, eerste, tweede en zesde lid, van de Leerplichtwet 1969, 8.1.8a, eerste en vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, 47b, eerste en vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra en 28a, eerste en vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, vindt plaats langs elektronische weg.

Artikel 2

De nadere specificatie van de gegevens, bedoeld in artikel 21a, elfde lid, van de Leerplicht 1969, 8.1.8a, tiende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, 47b, tiende lid, van de Wet op de expertisecentra en 28a, tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2009.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijlage en de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 23 december 2009

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Uitgegeven de negentiende januari 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

BIJLAGE

Bijlage bij artikel 2 van het Besluit Verzuimmelding. Deze bijlage bevat de nadere specificatie, bedoeld in dat artikel.

Door de school of instelling te verstrekken gegevens:

Opmerking / uitwerking

Persoonsgebonden nummer leerling / deelnemer

 

Begindatum verzuim

 

Einddatum verzuim

Indien bekend

Vermoedelijke soort verzuim

Keuze uit lijst van 5:

– luxe verzuim;

– beginnend verzuim;

– signaal verzuim;

– ongeoorloofd verzuim van in totaal zestien uren in vier opeenvolgende lesweken;

– ongeoorloofd verzuim van 1 maand of langer.

Vermoedelijke reden verzuim

Vrij tekstveld

Alle lessen gemist

Ja / nee

Door school ondernomen actie

Vrij tekstveld

Actie door gemeente gewenst

Ja / nee

Toelichting als antwoord op vorige vraag: nee

Vrij tekstveld

Naam leslocatie

Uit door de school / instelling beheerde lijst

  

Gegevens melder:

 

Naam

 

Functie

 

Telefoonnummer

 

E-mail

 
  

Telefoonnummer ouder of leerling / deelnemer

 
  

Afwijkend adres leerling / deelnemer:

Indien verblijfadres afwijkt van GBA-adres

Straat

 

Huisnummer

 

Huisletter

 

Huisnummer toevoeging

 

Postcode

 

Locatie aanduiding

 

Plaatsnaam

 
  

Verzuimspecificatie:

 

Verzuimdagen

 

Verzuimuren

 

Door de gemeente te verstrekken gegevens:

 

Status melding

Keuze uit lijst van 3:

– in behandeling;

– afgesloten;

– ter kennisneming aangenomen.

Reden melding afgesloten

Keuze uit lijst van 7:

– terug naar school, opleiding hervat;

– inschrijving beëindigd, andere opleiding;

– inschrijving beëindigd, werk;

– inschrijving beëindigd, overige redenen;

– inschrijving beëindigd, leerling overleden;

– geen verzuim, langdurig ziek;

– geen verzuim, legitiem afwezig.

Toelichting afsluiting melding

Keuze uit lijst van 3:

– leerling / deelnemer is gezien door gemeente;

– er wordt actie ondernomen richting leerling / deelnemer door gemeente;

– er loopt geen actie meer richting leerling / deelnemer.

  

Gemeentelijke contactpersoon:

 

Naam

 

Functie

 

Telefoonnummer

 

E-mail

 

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Met de Wet van 18 juli 2009 tot wijziging van de Leerplichtwet 1969, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onder meer het vereenvoudigen van de procedure voor verzuimmelding (Stb. 2009, 334; hierna: Wet Verzuimmelding) is de verplichting ontstaan voor scholen en instellingen (hierna: scholen) van het bekostigd onderwijs om het zogenoemde relatief verzuim te melden via één uniforme procedure, aan de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep), en niet langer rechtstreeks aan de woongemeente van de betrokken leerling of deelnemer (hierna: leerling). Voor de achtergronden van het in het leven roepen van de uniforme meldprocedure voor relatief verzuim wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij het desbetreffende wetsvoorstel (Kamerstukken II 2008/09, 31 829, nr. 3). Ten behoeve van de uniforme meldprocedure is bij de IB-Groep een digitaal verzuimloket gerealiseerd. De juridische vormgeving hiervan is het bij de voornoemde wet geïntroduceerde meldingsregister relatief verzuim.

Op hoofdlijnen is de uniforme meldprocedure geregeld in de wet. Daarin is tevens een grondslag opgenomen voor het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels over de wijze van verstrekking van de gegevens en geven van een nadere specificatie van die gegevens. Dit besluit voorziet hierin.

De keuze voor vaststelling bij lagere regelgeving van de gegevensset die wordt gewisseld in het verzuimloket is gemaakt omdat er duidelijk sprake is van voorschriften op detailniveau. Daarbij is gekozen voor nadere regelgeving bij amvb en niet bij ministeriële regeling, vanwege het bij de vaststelling van de gegevensset betrokken belang van de bescherming van persoonsgegevens.

Gegevens over het relatief verzuim van een leerling zijn immers persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Dit betekent dat ten aanzien van deze gegevens uitvoering dient te worden gegeven aan de algemene norm van artikel 6 van de Wbp, dat persoonsgegevens in overeenstemming met de wet en op behoorlijke en zorgvuldige wijze worden verwerkt, zoals deze norm verder in hoofdstuk 2 van de Wbp is uitgewerkt.

Bijzondere aandacht verdient hierbij dat het digitale loket de mogelijkheid biedt om informatie te verstrekken over verzuimachtergronden. Daarbij kan het ook gaan om zogenoemde bijzondere persoonsgegevens. Dit zijn gevoelige persoonsgegevens waarvoor de Wbp een bijzonder, verhoogd, beschermingsregime kent: verwerking van deze gegevens is verboden, tenzij één van de in de Wbp genoemde uitzonderingen van toepassing is. Bij de Wet Verzuimmelding is vastgelegd dat de school via de uniforme meldprocedure bijzondere persoonsgegevens over (1) de godsdienst of levensovertuiging, (2) de gezondheid of (3) strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegde maatregel naar aanleiding van dat gedrag kan verstrekken, voor zover dat noodzakelijk is met het oog op de informatieverstrekking over de achtergronden van het verzuim. Zie de artikelen 21a, twaalfde lid, van de Lpw 1969, 8.1.8a, elfde lid, van de WEB, 47b, elfde lid, van de WEC en 28a, elfde lid, van de WVO. Voorbeeld van het gebruik van zo’n bijzonder persoonsgegeven is de toevoeging door een school ter zake van mogelijke ziekte van de leerling.

Het digitale loket kent drie vragen aan de school waarbij het antwoord in een zogenoemd vrij tekstveld wordt gegeven. Scholen zijn bij de gegevensverstrekking in deze vrije tekstvelden gehouden aan de algemene normering van de Wbp, toegepast op de situatie van het melden van relatief verzuim – kort gezegd: de gegevensverstrekking moet noodzakelijk zijn in het kader van de verzuimmelding – en wat betreft de bijzondere persoonsgegevens aan de hierboven weergegeven nadere normering op dit punt van de Wet Verzuimmelding.

De gegevensset voor het digitale loket bestaat uit voor de hand liggende basale gegevens die noodzakelijk zijn voor een zinvolle verzuimmelding aan de gemeente. De vragen zijn in verschillende typen te onderscheiden. (1) vragen waarop maar één eenduidig feitelijk antwoord mogelijk is, zoals: begindatum verzuim, naam- en adresgegevens; (2) vragen waarbij ter beantwoording de keuze uit een lijst van antwoorden gemaakt dient te worden, zoals: vermoedelijke soort verzuim; (3) vragen waarop met ja of nee geantwoord dient te worden, zoals: actie door gemeente gewenst; (4) vragen die worden beantwoord in een vrij tekstveld, zoals: vermoedelijke reden verzuim.

De gegevens zijn in overleg met de gemeenten bepaald: deze gegevens zijn voor de gemeenten noodzakelijk om het verzuim te kunnen aanpakken.

2. Consultatie

De gegevensset is opgesteld in overleg met de negen gemeenten die hebben meegedaan aan de pilot die van november 2007 tot en met april 2008 is uitgevoerd om de werking van het digitale loket in de praktijk te toetsen. Bij breder uitzetten onder gemeenten van de gegevensset in de loop van 2008 is gebleken dat deze set een adequate invulling is van de informatiebehoefte van gemeenten in het kader van verzuimmelding.

Van het onderhavige besluit is een ontwerp voorgelegd aan de VNG, Ingrado en de onderwijsraden.

De VNG, Ingrado, de MBO Raad en de VO-raad hebben laten weten geen opmerkingen te hebben bij het ontwerpbesluit.

De PO-raad heeft erop gewezen dat de uniforme meldprocedure ook voor het primair onderwijs (po) verplicht wordt gesteld wanneer het persoonsgebonden nummer in die sector is ingevoerd. De PO-raad heeft laten weten er daarbij van uit te gaan dat – zoals in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs – in het po pilots worden uitgevoerd voordat brede invoering plaatsvindt, om te kunnen vaststellen of aanpassingen voor het po gewenst zijn.

Naar aanleiding van deze reactie van de PO-raad wordt opgemerkt dat inderdaad is voorgenomen om voorafgaand aan brede invoering van de uniforme meldprocedure in het po een aantal pilots uit te voeren.

3. College bescherming persoonsgegevens

Een ontwerp van de Wet Verzuimmelding is destijds aan het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) gezonden voor advies. Het Cbp heeft naar aanleiding van die adviesaanvraag laten weten dat het voorontwerp in het licht van een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens geen aanleiding gaf tot het maken van op- of aanmerkingen.

Ook van het onderhavige besluit is een ontwerp ter advisering voorgelegd aan het Cbp.

Het Cbp heeft in reactie op deze adviesaanvraag laten weten van mening te zijn dat artikel 21a van de Lpw 1969 (dat is ingevoegd bij de Wet Verzuimmelding) niet in overeenstemming is met de begripsbepalingen van de Wbp. Het artikel regelt volgens het College wel de verstrekking van bijzondere persoonsgegevens, maar niet het verzamelen en vastleggen daarvan door scholen en instellingen, de IB-Groep en gemeenten. In zoverre is er, zo stelt het College, sprake van een onvolledige basis voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens in het digitale loket en is de wettelijke basis voor de uitwerking daarvan in het ontwerpbesluit te smal. Verder heeft het Cbp als terzijde de opmerking geplaatst dat de noodzaak voor het opzetten van een verzuimregister in de memorie van toelichting bij het voorstel voor de Wet Verzuimmelding nauwelijks wordt onderbouwd.

Naar aanleiding van deze opmerkingen wordt allereerst vastgesteld dat de uitwerking in deze amvb geheel en al overeenkomt met de bedoeling van de (formele) wetgever op het punt van de verwerking van bijzondere persoonsgegevens in het kader van het meldingsregister relatief verzuim. Deze bedoeling omvat uiteraard niet alleen het verstrekken van deze gegevens, maar ook de verdere verwerking daarvan voor zover noodzakelijk voor een zinvolle werking van dat register. Dit blijkt uit de nauw omschreven opzet van de meldingsprocedure en het meldingsregister relatief verzuim in de relevante wettelijke bepalingen, alsmede uit de kamerstukken van het voorstel voor de Wet Verzuimmelding en het gewisselde tijdens de behandeling van dat wetsvoorstel in de Tweede Kamer. Dit specifieke kritiekpunt van het Cbp is ook niet naar voren gebracht door de Raad van State in zijn advisering over het voorstel voor de Wet Verzuimmelding. Het standpunt van het Cbp dat de wet een onvoldoende basis zou bieden voor het besluit is hier dan ook niet overgenomen. Voorts kan, gelet op het feit dat het wetsvoorstel met de motivering ter zake van de noodzaak van het meldingsregister relatief verzuim door beide Kamers is aanvaard, de opmerking over een onvoldoende onderbouwing van dit register hier onbesproken blijven.

4. Financiële gevolgen

In de Kamerstukken bij het voorstel voor de Wet Verzuimmelding zijn de incidentele en structurele kosten van de invoering van de uniforme meldprocedure via het digitale loket bij de IB-Groep in beeld gebracht (Kamerstukken II 2008/09, 31 829, nr. 3). Het onderhavige besluit leidt niet tot andere of aanvullende kosten.

5. Uitvoeringsgevolgen

Een ontwerp van het onderhavige besluit is voorgelegd aan CFI, de Auditdienst, de Inspectie van het onderwijs en de IB-Groep. CFI, Auditdienst en Inspectie hebben laten weten het ontwerpbesluit uitvoerbaar te achten. Opmerkingen van CFI hebben aanleiding gegeven tot een enkele redactionele verbetering.

De IB-Groep heeft vastgesteld dat het ontwerpbesluit ten opzichte van de wet van 18 juli 2009 geen nieuwe uitvoeringsgevolgen heeft. Ook de IB-Groep heeft het ontwerpbesluit uitvoerbaar verklaard.

6. Administratieve lasten

Het Adviescollege administratieve lasten (Actal) heeft laten weten vanuit het oogpunt van administratieve lasten geen bezwaar te hebben tegen het aan Actal voorgelegde ontwerp van het onderhavige besluit.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In dit artikel wordt voorgeschreven dat de gegevensverstrekking door scholen en gemeenten in het kader van de uniforme meldprocedure inderdaad langs digitale of elektronische weg geschiedt. Aan de meldverplichting is derhalve niet voldaan met, bijvoorbeeld, een briefje of een telefoontje.

Artikel 2 / Bijlage

Allereerst wordt verwezen naar hetgeen is opgenomen onder punt 1 van het algemeen deel van de toelichting. Artikel 2 en de bijlage schrijven gedetailleerd voor welke gegevens kunnen worden gewisseld in het digitale loket. Eerst worden de gegevens beschreven die door de school worden verstrekt bij het doen van de melding en vervolgens wordt aangegeven welke gegevens de gemeente waar de betrokken leerling woon- of verblijfplaats heeft, daaraan toevoegt.

Hierna volgt per gegeven, voor zover nodig, een toelichting.

– Einddatum verzuim

Ten tijde van de melding van het verzuim zal de einddatum hiervan over het algemeen nog niet bekend zijn. Mocht dit toch het geval zijn, dan wordt deze vermeld.

– Vermoedelijke soort verzuim

Luxe verzuim treedt op wanneer een leerling zonder toestemming tijdens de schoolperiode met vakantie gaat. Ouders nemen hun kinderen tijdens de schooltijd mee op vakantie om files te vermijden of met goedkopere vliegtickets weg te kunnen. Signaalverzuim is verzuim dat samenhangt met achterliggende problemen van de leerling. Een leerling wordt bijvoorbeeld gepest en wil niet meer naar school. Van beginnend verzuim is sprake in geval van ongeoorloofde afwezigheid die zich uit in regelmatig spijbelen, variërend van structureel te laat komen, uren verzuimen, tot regelmatig met vriend(inn)en een dagdeel spijbelen.

– Vermoedelijke reden verzuim

Beantwoording van deze vraag vindt plaats in een vrij tekstveld. De school kan hierbij achtergronden opgeven per vermoedelijke soort verzuim. Voor zover het gaat om bijzondere persoonsgegevens, dient de school zich te beperken tot de categorieën: godsdienst of levensovertuiging, gezondheid, of strafrechtelijke persoonsgegevens.

– Door de school ondernomen actie

Ook de beantwoording van deze vraag vindt plaats in een vrij tekstveld. Te denken is aan informatie over contact met de ouders of met de leerling gemaakte afspraken.

– Toelichting als antwoord op vraag «actie door gemeente gewenst» is: nee

Eveneens een vrij tekstveld. Het kán zo zijn dat de school meent dat de desbetreffende verzuimsituatie zodanig onder controle is dat een actie van de kant van de gemeente niet nodig is. Indien dit zo is, dient de school dat hier toe te lichten.

– Verzuimspecificatie

Hier wordt precies per dag en uur aangegeven wanneer is verzuimd.

Artikel 3

Het verdient de voorkeur dat de inwerkingtreding van dit besluit synchroon loopt met inwerkingtreding van de Wet Verzuimmelding. Aangezien die wet in werking is getreden met ingang van 1 augustus 2009, wordt in de inwerkingtredingsbepaling van dit besluit voorzien in terugwerkende kracht tot en met die datum. Scholen en gemeenten zijn middels het implementatietraject van het digitale loket zodanig geïnformeerd dat zij in staat zijn gesteld met ingang van 1 augustus 2009 dat loket conform dit besluit te gebruiken.

Deze toelichting wordt mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ondertekend.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.