Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekUitgiftedatum
Ministerie van JustitieStaatsblad 2009, 548Verbeterblad

Regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterbesluit)

VERBETERING

Op blz. 10 wordt onder het kopje «§ 2. Algemene bepalingen over het lozen» een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6.1b

Op de voorbereiding van een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de wet zijn de afdelingen 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing, indien het lozen plaatsvindt:

  • a. vanuit een inrichting, niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 8.1, eerste of tweede lid, van de Wet milieubeheer;

  • b. anders dan vanuit een inrichting in de zin van artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer.

Op blz. 71 wordt onder de toelichting op artikel 6.1a de volgende tekst geplaatst.

Artikel 6.1b (reguliere procedure voor vergunningen voor het lozen)

Deze bepaling regelt dat de watervergunning voor bepaalde lozingen niet met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt voorbereid, maar met de reguliere voorbereidingsprocedure. De reden hiervoor vloeit voort uit wijzigingen die met de inwerkingtreding van de Waterwet worden doorgevoerd in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit). In artikel 2.2 van dat besluit is, kort gezegd, bepaald dat lozingen die niet expliciet zijn toegestaan in het besluit, zijn verboden. Dit verbod kan bij maatwerkvoorschift worden opgeheven. Deze constructie staat op gespannen voet met de systematiek van zowel de Wet verontreiniging oppervlaktewateren als de Waterwet. Die wetten kennen immers een verbod om zonder vergunning te lozen, niet een verbod om zonder maatwerkvoorschift te lozen.

Het Activiteitenbesluit wordt zodanig aangepast, dat alleen de lozingen waaromtrent bij of krachtens dat besluit regels zijn gesteld, worden vrijgesteld van de vergunningplicht van artikel 6.2 van de wet. Lozingen waaromtrent in dat besluit geen regels zijn gesteld, blijven vergunningplichtig. Voor zover dergelijke lozingen op grond van het Activiteitenbesluit bij maatwerkvoorschrift konden worden toegestaan, was de uniforme openbare voorbereidingsprocedure daarop niet van toepassing. Deze praktijk wordt in deze bepaling voortgezet, door te bepalen dat de watervergunning voor lozingen vanuit inrichtingen, die geen inrichtingen zijn als bedoeld in artikel 8.1, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer, met de reguliere voorbereidingsprocedure worden voorbereid.

Lozingen vanuit inrichtingen als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid (lozingen vanuit inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort) en tweede lid (lozingen vanuit andere Wm-vergunningplichtige inrichtingen) van de Wet milieubeheer kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor het milieu. Voor dergelijke lozingen is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure bij vergunningverlening wel aangewezen.

Ten aanzien van lozingen anders dan vanuit inrichtingen zal in het toekomstige Besluit lozen buiten inrichtingen dezelfde systematiek als in het Activiteitenbesluit worden gevolgd. Vandaar dat ook voor lozingen anders dan vanuit inrichtingen thans bepaald is dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure niet van toepassing is bij de verlening van een watervergunning.

’s-Gravenhage, 4 februari 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin