Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 2009, 438Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 14 oktober 2009, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van bepalingen van de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens), van inwerkingtreding van het Besluit burgerluchthavens, van inwerkingtreding van het Besluit militaire luchthavens en van inwerkingtreding van bepalingen van het Besluit van 31 augustus 2009 tot aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan wijzigingen van de Luchtvaartwet en de Wet luchtvaart (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 oktober 2009, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie, nr. CEND/HDJZ-2009/1164 sector LUV, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op artikel XXV van de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 561), artikel 25 van het Besluit burgerluchthavens (Stb. 2009, 412), artikel 37 van het Besluit militaire luchthavens (Stb. 2009, 72) en artikel XVIII van het Besluit van 31 augustus 2009 tot aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan wijzigingen van de Luchtvaartwet en de Wet Luchtvaart (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 2009, 400);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

  • 1. Met ingang van 1 november 2009 treden in werking:

    • a. de artikelen I, met uitzondering van artikel 8.1a, vierde en zesde lid, in onderdeel F, en artikel 8a.50, derde lid, in onderdeel L, II, III, onderdelen A, B en D tot en met G, IV, met uitzondering van de onderdelen a en b van onderdeel 3, VI, IX, derde lid, X, XIII, eerste tot en met derde lid, XIV, eerste tot en met derde lid, XV, eerste en tweede lid, XVI, XVIB, XVIII, vierde lid, en XIX tot en met XXIV van de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens);

    • b. het Besluit burgerluchthavens;

    • c. het Besluit militaire luchthavens;

    • d. het Besluit van 31 augustus 2009 tot aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan wijzigingen van de Luchtvaartwet en de Wet Luchtvaart (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 2009, 400) met uitzondering van de artikelen II, VI, XII en XV.

  • 2. Met ingang van de eerste dag van de zesde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, treedt in werking: artikel 8.1a, vierde lid, in artikel I, onderdeel F, van de wet, genoemd in het eerste lid, onderdeel a.

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 oktober 2009

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings

Uitgegeven de dertigste oktober 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit leidt ertoe dat op 1 november 2009 een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, behalve Schiphol, in werking treedt. Dit stelsel is met de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 561) (hierna: de wijzigingswet) opgenomen in de Wet luchtvaart en nader uitgewerkt in het Besluit burgerluchthavens en het Besluit militaire luchthavens. Op 1 november 2009 treden separaat eveneens in werking de Regeling burgerluchthavens en de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen.

Het in werking treden van de wijzigingswet betekent overigens niet dat deze wet en de daarop gebaseerde regelgeving per 1 november 2009 in volle omvang van toepassing zijn op de nu bestaande luchthavens. Het in de wijzigingswet opgenomen overgangsrecht voorziet namelijk in een gefaseerde invoering van het nieuwe wettelijke regime voor luchthavens. Concreet betekent dit dat het regime van de Wet luchtvaart eerst op een bepaalde luchthaven van toepassing zal zijn indien voor die luchthaven een luchthavenbesluit of een luchthavenregeling is vastgesteld. Tot dat tijdstip blijft het regime van de Luchtvaartwet van toepassing.

Specifiek voor burgerluchthavens die zijn aangewezen op grond van artikel 18 van de Luchtvaartwet geldt dat het volledige regime van de Wet luchtvaart pas van toepassing wordt vanaf het moment dat een regeling op grond van artikel X van de wijzigingswet van kracht is geworden. Tot die tijd behoudt het aanwijzingsbesluit zijn geldigheid en blijft daarop het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IV van de Luchtvaartwet van toepassing.

De inwerkingtreding van het besluit van 31 augustus 2009 tot aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan wijzigingen van de Luchtvaartwet en de Wet Luchtvaart (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) leidt ertoe dat diverse algemene maatregelen van bestuur aan de nieuwe regelgeving voor luchthavens worden aangepast.

Een aantal artikelen van dit besluit zal op een later tijdstip in werking treden. Dit als gevolg van het feit dat aan de wijziging van bepaalde besluiten een zogenaamde nahangprocedure is gekoppeld die nog niet is afgerond op 1 november.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings