Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2009, 284AMvB

Besluit van 1 juli 2009 tot wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet investeren in jongeren en in verband met herstel van enkele technische omissies

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 maart 2009, nr. IVV/LZW/09/7370, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister voor Jeugd en Gezin, en de Staatssecretaris van Justitie;

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 3, vijfde lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 23, derde lid, 42, tweede lid, 46, eerste lid, 49, negende lid, en 50, vierde lid, van de Wet investeren in jongeren, 11, zevende lid, van de Wet sociale werkvoorziening, 24, vierde lid, van de Werkloosheidswet, 30a, negende lid, 30d, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, 69, tweede en derde lid, 73, derde lid, 74, derde lid, en 78f van de Wet werk en bijstand, 16, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, 33 en 34 van de Wet op de loonbelasting 1964 en 71, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de jeugdzorg;

De Raad van State gehoord (advies van 22 april 2009, no. W12.09.0106/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 juni 2009, nr. IVV/LZW/09/9974 uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister voor Jeugd en Gezin, de Staatssecretaris van Financiën en de Staatssecretaris van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN HET BESLUIT GELIJKSTELLING VREEMDELINGEN WWB, IOAW, IOAZ EN WWIK

Het Besluit gelijkstelling vreemdelingen WWB, IOAW, IOAZ en WWIK wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, aanhef, wordt na «de Wet werk en bijstand,» ingevoegd: de Wet investeren in jongeren,.

B

In artikel 1a wordt na «de Wet werk en bijstand» ingevoegd: , artikel 2, derde lid, van de Wet investeren in jongeren.

C

In artikel 3 wordt na «WWB,» ingevoegd: WIJ,.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN HET BESLUIT AANWIJZING REGISTRATIES GEZAMENLIJKE HUISHOUDING 1998

Het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

n. WIJ:

Wet investeren in jongeren.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel l vervalt: en.

2. In onderdeel m wordt «WWIK.» vervangen door: WWIK; en.

3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • n. artikel 3, vierde lid, onderdeel d, van de WIJ.

C

Aan artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van subonderdeel 13 door een puntkomma, een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • 14. de WIJ.

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt na «de WWB,» ingevoegd: WIJ,.

2. In de aanhef wordt na «WWB,» ingevoegd: artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van de WIJ,.

E

In artikel 5a wordt na «WWB» ingevoegd: , artikel 3, vijfde lid, van de WIJ.

ARTIKEL III. BESLUIT EXTRAMURALE VRIJHEIDSBENEMING EN SOCIALE ZEKERHEID

Het Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, aanhef, wordt na «de Wet werk en bijstand,» ingevoegd: 23, derde lid, en 42, tweede lid, van de Wet investeren in jongeren,.

B

In artikel 1a wordt na «de Wet werk en bijstand» ingevoegd: , 23, derde lid, en 42, tweede lid, van de Wet investeren in jongeren.

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN HET BESLUIT UITVOERING SOCIALE WERKVOORZIENING EN BEGELEID WERKEN

Het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5, derde lid, wordt «de Centrale organisatie werk en inkomen» vervangen door: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

B

In de bijlage wordt in ad 4 na «op basis van de arbeidsongeschiktheidswetten» ingevoegd: , de Wet investeren in jongeren.

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN HET BESLUIT PASSENDE ARBEID SCHOOLVERLATERS EN ACADEMICI WW EN ZW

Artikel 1 van het Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici WW en ZW komt te luiden:

Artikel 1

  • 1. In dit besluit wordt verstaan onder:

    a. academicus:

    de persoon die met goed gevolg een doctoraal examen of een afsluitend examen van een masteropleiding aan een instelling van wetenschappelijk onderwijs heeft afgelegd;

    b. schoolverlater:

    de persoon die de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of beroepsopleiding op grond waarvan aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 dan wel op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet, zolang een periode van drie jaar niet is verstreken, te rekenen vanaf:

    • 1°. de eerste dag van de maand waarin geen aanspraak meer bestaat op bedoelde studiefinanciering; onderscheidenlijk

    • 2°. de eerste dag van de maand volgend op die waarin het onderwijs of de beroepsopleiding daadwerkelijk is beëindigd.

  • 2. Niet als schoolverlater als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangemerkt de persoon die na het beëindigen van onderwijs of beroepsopleiding ter zake van arbeid verricht als werknemer, voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 17 van de Werkloosheidswet, of gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 26 weken zelfstandig in zijn bestaan heeft voorzien. De eerste zin is niet van toepassing indien die arbeid is verricht in het kader van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand of in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren.

ARTIKEL VI. WIJZIGING VAN HET BESLUIT SUWI

Het Besluit SUWI wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1.1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel v door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

w. WIJ:

Wet investeren in jongeren.

B

In artikel 4.1, derde lid, wordt na «WWB,» ingevoegd: 5, eerste lid, tweede gedachtestreepje, van de WIJ,.

C

In artikel 5.2a, eerste lid, wordt na «IOAZ, » ingevoegd: 46, eerste lid, van de WIJ.

D

In artikel 5.5a wordt na «WWB» toegevoegd: en voor de uitvoering van de WIJ.

E

Artikel 5.16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na «op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de WWB» wordt ingevoegd: of op grond van artikel 11, eerste lid, van de WIJ.

2. Na «voor de uitvoering van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de WWB» wordt ingevoegd: of voor de uitvoering van artikel 11, eerste lid, van de WIJ.

F

In Bijlage I als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, wordt na «WWB-uitkering» ingevoegd: of WIJ-uitkering.

G

In Bijlage II als bedoeld in artikel 5.2a, eerste lid, wordt «WWB:» vervangen door «WWB, WIJ:» en «de beëindiging van de bijstand» wordt vervangen door: de beëindiging van de uitkering.

ARTIKEL VII. WIJZIGING VAN HET BESLUIT BIJSTANDVERLENING ZELFSTANDIGEN 2004

Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel g wordt na «de wet,» ingevoegd: of de normen, bedoeld in de artikelen 26 tot en met 35, van de WIJ.

2. Er wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

l. WIJ:

Wet investeren in jongeren.

B

Artikel 2, eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. de persoon of de echtgenoot van de persoon die uit hoofde van werkloosheid een uitkering ontvangt of een inkomensvoorziening op grond van de WIJ ontvangt en die een bedrijf of zelfstandig beroep begint dat levensvatbaar is;

C

In artikel 23, eerste lid, wordt na «werkloosheid» ingevoegd: of de inkomensvoorziening op grond van de WIJ.

D

Artikel 29, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderscheidenlijk artikel 17, zesde lid, van de WIJ kan tot een bedrag van ten hoogste € 2.708,00 worden verleend aan:

    • a. een persoon als bedoeld in artikel 2, derde lid;

    • b. een persoon die uitvoering geeft aan een werkleeraanbod als bedoeld in artikel 17, zesde lid, van de WIJ.

E

In artikel 48, derde lid, vervalt: , waaronder begrepen de bedragen die de gemeente ontvangt door toepassing van artikel 14a van de Algemene bijstandswet.

F

In artikel 55, eerste lid, onderdeel b, vervalt: artikel 14a tot en met 14f van de Algemene bijstandswet of.

G

Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. 90% van de kosten van aan derden opgedragen begeleiding van personen aan wie algemene bijstand of inkomensvoorziening op grond van de WIJ wordt verstrekt als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 23 en 29, eerste lid, onderdeel b, voor zover de kosten een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag niet overschrijden.

2. In het vierde lid wordt «en in artikel 2, derde lid,» vervangen door: in artikel 2, derde lid, en in artikel 29, eerste lid, onderdeel b,.

ARTIKEL VIII. WIJZIGING VAN HET BESLUIT WWB 2007

Het Besluit WWB 2007 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6, onderdeel b, wordt «gemeentelijke bijstandskosten» vervangen door: kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.

B

In artikel 7 wordt «bijstandskosten» vervangen door: kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.

C

In artikel 8, eerste lid, wordt «gemeentelijke bijstandskosten» vervangen door: kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.

D

In artikel 10, tweede lid, wordt «werkelijke netto bijstandsuitkeringslasten» vervangen door: werkelijk gemaakte kosten als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.

E

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef, wordt na «verlening van bijstand» ingevoegd: op grond van de wet of inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren.

2. In het tweede lid wordt «De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend» vervangen door: De bijstand en de inkomensvoorziening, bedoeld in het eerste lid, worden verleend.

ARTIKEL IX. WIJZIGING VAN HET BIJDRAGEBESLUIT ZORG

In artikel 15, derde lid, van het Bijdragebesluit zorg, wordt na «ingevolge de Wet werk en bijstand» ingevoegd: of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren.

ARTIKEL X. WIJZIGING VAN HET UITVOERINGSBESLUIT WET OP DE JEUGDZORG

Artikel 71b, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg wordt als volgt gewijzigd:

1. «artikel 20, eerste lid, onder a,» vervalt.

2. Na «Wet werk en bijstand» wordt ingevoegd: of een inkomensvoorziening ontvangt op grond van artikel 26 of artikel 29, eerste lid, onderdeel a, van de Wet investeren in jongeren.

ARTIKEL XI. WIJZIGING VAN HET VREEMDELINGENBESLUIT 2000

Het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.29, derde lid, vervalt: van 21 jaar of ouder.

B

In artikel 3.43, tweede lid, vervalt: van eenentwintig jaar en ouder.

C

In artikel 8.12, derde lid, wordt na «ingevolge de Wet werk en bijstand» ingevoegd: , of de Wet investeren in jongeren.

D

In artikel 8.15, zesde lid, wordt na «ingevolge de Wet werk en bijstand» ingevoegd: , of de Wet investeren in jongeren.

ARTIKEL XII. WIJZIGING VAN HET UITVOERINGSBESLUIT LOONBELASTING 1965

Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3a wordt «ingevolge de Wet werk en bijstand» telkens vervangen door: ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren.

B

In artikel 7, eerste lid, onderdeel b, wordt «ingevolge de Wet werk en bijstand» vervangen door: ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren.

C

In artikel 11, eerste lid, onderdeel g, wordt «ingevolge de Wet werk en bijstand» vervangen door: ingevolge de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren.

D

In artikel 12 wordt «ingevolge de Wet werk en bijstand» vervangen door: ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren.

ARTIKEL XIII. INWERKINGTREDING

  • 1. Indien artikel 13 van het bij koninklijke boodschap van 18 november 2008 ingediende voorstel van wet tot bevordering duurzame arbeidsinschakeling jongeren tot 27 jaar (Wet investeren in jongeren) (Kamerstukken 31 775) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treden de artikelen van dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking, met uitzondering van artikel X, onder 1.

  • 2. Artikel X, onder 1, treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 1 juli 2009

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. Klijnsma

Uitgegeven de tweede juli 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Dit besluit strekt tot aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan de Wet investeren in jongeren (hierna: WIJ). Daarnaast worden enkele omissies hersteld.

De wijzigingen in dit besluit zijn technisch van aard en dienen er hoofdzakelijk toe:

  • een verwijzing naar (artikelen van) de WIJ aan artikelen van de algemene maatregelen van bestuur toe te voegen.

  • te bepalen dat een aantal van de algemene maatregelen van bestuur mede hun grondslag vinden in de WIJ.

In het artikelsgewijze deel van de nota van toelichting worden slechts die technische wijzigingen behandeld die, in aanvulling op het bovenstaande, nog enige nadere toelichting behoeven.

Artikelsgewijs

Artikel I (wijziging van het Besluit gelijkstelling vreemdelingen WWB, IOAW, IOAZ en WWIK)

Onderdeel C

In de citeertitel van het Besluit gelijkstelling vreemdelingen wordt nu ook de WIJ opgenomen.

Artikel IV (Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken)

Onderdeel A

Deze wijziging betreft het herstel van een technische omissie. Met ingang van 1 januari 2009 dient niet meer naar de Centrale organisatie werk en inkomen verwezen te worden maar naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Om deze reden wordt artikel 5 alsnog gewijzigd.

Artikel V (Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici WW en ZW)

In artikel 1 van het Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici WW en ZW wordt geregeld wat onder schoolverlater en academicus wordt verstaan. In de definitie van schoolverlater was een uitzondering op die definitie opgenomen. Om een en ander meer overzichtelijk te maken is besloten deze uitzondering in een apart lid op te nemen. Daarnaast is in die uitzondering een verwijzing naar een voorziening gericht op arbeidsinschakeling op grond van de WIJ opgenomen.

Artikel VII (Wijziging van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004)

Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (hierna: Bbz 2004) stelt regels voor (verschillende groepen) zelfstandigen en voor personen die algemene bijstand ontvangen en zich willen voorbereiden op het bestaan als zelfstandige.

Aan de zelfstandigen kan algemene bijstand verleend worden en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. Voor de personen die zich willen voorbereiden op het bestaan als zelfstandige is geregeld dat de verlening van algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) gedurende een bepaalde tijd wordt voortgezet. Daarnaast kan aan hen bijstand in de met die voorbereiding samenhangende kosten worden verleend.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de WIJ, wordt geen algemene bijstand meer verleend aan mensen jonger dan 27 jaar. Om toch mogelijk te maken dat mensen onder de 27 jaar die zelfstandige zijn of die zich willen voorbereiden op het bestaan als zelfstandige, gebruik kunnen maken van de voorzieningen die het Bbz 2004 biedt, is een aantal dingen geregeld.

Ten eerste zijn met de WIJ twee wijzigingen doorgevoerd in het artikel dat de grondslag vormt voor het Bbz 2004 (artikel 78f van de WWB). In dit artikel is geregeld dat in het Bbz 2004 afgeweken kan worden van artikel 13 van de WWB. In artikel 13 is bepaald dat geen algemene bijstand wordt verleend aan personen jonger dan 27 jaar. De afwijkingsmogelijkheid zorgt ervoor dat aan zelfstandigen jonger dan 27 jaar in het kader van het Bbz 2004 algemene bijstand kan worden verleend. Daarnaast is in artikel 78f van de WWB bepaald dat ook aan mensen die een inkomensvoorziening op grond van de WIJ ontvangen, bijstand (in de met de voorbereiding op het bestaan als zelfstandige samenhangende kosten) kan worden verleend.

Verder is in artikel 17, zesde lid, van de WIJ geregeld dat het college aan jongeren die als zelfstandige wil beginnen een werkleeraanbod kan doen dat bestaat uit een voorbereidingsperiode op het bestaan als zelfstandige. Gedurende die periode hebben deze jongeren ook recht op een inkomensvoorziening (mits geen uitsluitingsgrond van toepassing is).

Naast bovenstaande aanpassingen zijn ook aanpassingen in het Bbz 2004 zelf nodig. Deze worden hierna toegelicht.

Onderdeel A

Ten eerste wordt in artikel 1, onderdeel g, van het Bbz 2004 een verwijzing naar de normen van de WIJ toegevoegd.

Daarnaast wordt in een nieuw onderdeel de definitie van de WIJ toegevoegd.

Onderdeel B

Zoals hiervoor beschreven kan aan verschillende groepen zelfstandigen algemene bijstand verleend worden. Een van deze groepen betreft de «beginnende zelfstandigen». Deze groep wordt beschreven in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004. Dit zijn mensen die bijvoorbeeld een uitkering op grond van de WWB of op grond van de Werkloosheidswet ontvangen en die een bedrijf of zelfstandig beroep willen beginnen. Hieraan is nu toegevoegd dat het daarbij ook kan gaan om mensen die een inkomensvoorziening op grond van de WIJ ontvangen en als zelfstandige willen beginnen. Dat kunnen mensen zijn die uitvoering geven aan een werkleeraanbod in de vorm van een voorbereidingsperiode (en die daarnaast dus een inkomensvoorziening ontvangen) en die klaar zijn om als zelfstandige aan de slag te gaan. Daarnaast valt daar ook de groep mensen onder die niet uitvoering geven aan een zodanig werkleeraanbod, maar die wel inkomensvoorziening op grond van de WIJ ontvangen en meteen (zonder voorbereidingsperiode) aan de slag gaan als zelfstandige.

Onderdeel C

Met onderdeel B is geregeld dat ook mensen die een inkomensvoorziening op grond van de WIJ ontvangen «beginnend zelfstandige» kunnen zijn aan wie algemene bijstand verleend kan worden. Om deze reden wordt in artikel 23 – waar regels staan met betrekking tot de «beginnend zelfstandige» – ook een verwijzing naar de inkomensvoorziening opgenomen.

Onderdeel D

Op grond van artikel 29 van het Bbz 2004 kan aan een persoon die algemene bijstand ontvangt en voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen tijdens de voorbereidingsperiode bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten worden verleend. Nu vanaf inwerkingtreding van de WIJ het college de mogelijkheid heeft om aan de jongere die als zelfstandige wil beginnen een werkleeraanbod te doen dat bestaat uit een voorbereidingsperiode op het bestaan als zelfstandige, dient deze verlening van bijstand voor de voorbereidingskosten ook op deze jongeren van toepassing te zijn. Dit wordt geregeld door de wijziging van artikel 29.

Onderdelen E en F

In de artikelen 48 en 55 van het Bbz 2004 zijn de verwijzingen naar artikelen van de Algemene bijstandswet geschrapt. Dit omdat deze artikelen per 1 januari 2009 geheel vervallen zijn.

Onderdeel G

Aan het eerste lid, onderdeel c, en aan het vierde lid van artikel 56 van het Bbz 2004 is een verwijzing naar personen toegevoegd die uitvoering geven aan een werkleeraanbod dat bestaat uit een voorbereidingsperiode op het bestaan als zelfstandige (zie ook de toelichting op onderdeel D). Aan deze personen kan, net zoals aan de personen als bedoeld in artikel 2, derde lid, bijstand worden verleend voor de voorbereidingskosten in verband met het bestaan als zelfstandige. Om deze reden dient de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook de kosten van aan derden opgedragen begeleiding van deze personen te vergoeden en worden deze personen genoemd in het vierde lid waarin deze begeleiding door derden is gedefinieerd.

Artikel X (Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg)

In artikel 71b van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg is de verwijzing naar artikel 20, eerste lid, onder a, van de WWB vervallen. Dit omdat artikel 20 van de WWB in zijn geheel is vervallen door de inwerkingtreding van de WIJ.

Daarnaast wordt aan artikel 71b een verwijzing naar de artikelen uit de WIJ die normen bevatten voor de inkomensvoorziening, toegevoegd.

Artikel XI (Wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000)

Onderdelen A en B

Vreemdelingen die in het bezit willen worden gesteld van een verblijfsvergunning moeten op grond van de Vreemdelingenwet 2000 over voldoende bestaansmiddelen beschikken. Deze eis is nader ingevuld in het Vreemdelingenbesluit 2000. Iemand beschikt over voldoende bestaansmiddelen als de hoogte van deze middelen ten minste gelijk is aan de normen van artikel 21 van de WWB voor de desbetreffende categorie (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden). Het middelenvereiste geldt ongeacht de leeftijd van de vreemdeling. In artikelen 3.29 en 3.43 van het Vreemdelingenbesluit 2000 is een leeftijd opgenomen van 21 jaar. Aangezien deze leeftijdsgrens uit de WWB door de invoering van de WIJ verschuift, behoeft het Vreemdelingenbesluit 2000 op dit punt aanpassing.

Onderdelen C en D

Ten aanzien van Gemeenschapsonderdanen geldt dat zij recht hebben op verblijf als zij over voldoende middelen van bestaan beschikken voor henzelf en hun familieleden. Dat is in ieder geval zo als zij meer dan de bijstandsnorm van artikel 21 van de WWB verdienen. Gemeenschapsonderdanen dienen op dit punt gelijk te worden behandeld aan nationalen. Nu door de invoering van de WIJ de WWB-norm voor personen van jonger dan 27 jaar mogelijk lager kan uitvallen, dient, om zeker te stellen dat zij in toekomstige gevallen gelijk worden behandeld aan hun Nederlandse leeftijdgenoten, de WIJ toegevoegd te worden aan de artikelen 8.12 en 8.15 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Op deze wijze wordt veiliggesteld dat het Vreemdelingenbesluit 2000 binnen de grenzen blijft van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG.

Artikel XIII (Inwerkingtreding)

Voor de datum van inwerkingtreding is aangesloten bij de inwerkingtreding van artikel 13 van de WIJ. Hierop is echter een uitzondering gemaakt voor artikel X (wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg), onder 1, dat pas met ingang van 1 januari 2011 in werking treedt. Dit onderdeel regelt dat de verwijzing naar artikel 20 van de WWB vervalt. Echter, artikel 20 van de WWB vervalt pas met ingang van 1 januari 2011. Om die reden dient de verwijzing naar dat artikel ook tot die datum te blijven bestaan.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. Klijnsma


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.