Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2009, 247Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 8 juni 2009, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 23 april 2009 tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de verhoging van het collegegeld en de aanpassing van het aflossingssysteem studieschulden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 juni 2009, nr. WJZ/124904/(6252), directie Wetgeving en Juridische Zaken; gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel V van de Wet van 23 april 2009 tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de verhoging van het collegegeld en de aanpassing van het aflossingssysteem studieschulden;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 23 april 2009 tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de verhoging van het collegegeld en de aanpassing van het aflossingssysteem studieschulden treedt voor de navolgende onderdelen als volgt inwerking:

  • a. artikel I, onderdelen A, B, voor zover het beroepsonderwijs betreft, en I, eerste lid, met ingang van 1 augustus 2009;

  • b. artikel I, onderdelen B, voor zover het hoger onderwijs betreft, C, D, G, I, tweede tot en met vierde lid, en artikel III, met ingang van 1 september 2009;

  • c. artikel I, onderdelen Ba, E, F, H, J, artikel II, en artikel IV, met ingang van 1 januari 2010;

  • d. artikel I, onderdelen Bb en Ia, met ingang van 1 januari 2012.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 juni 2009

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk

Uitgegeven de drieëntwintigste juni 2009

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak

NOTA VAN TOELICHTING

De gefaseerde inwerkingtreding van de Wet van 23 april 2009 tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de verhoging van het collegegeld en de aanpassing van het aflossingssysteem studieschulden is met dit inwerkingtredingsbesluit geregeld.

Artikel I, onderdelen A, B, voorzover het beroepsonderwijs betreft, en I, eerste lid, treden met ingang van 1 augustus 2009 in werking. Hiermee treedt de wijziging voor wat betreft de verduidelijking van het peiljaarbegrip in werking op de datum dat het studiejaar 2009–2010 op z’n vroegst begint. De wijziging voor wat betreft het loslaten van de leeftijdsgrens bij de aanspraak op studiefinanciering, treedt in werking op de datum dat het studiejaar voor het beroepsonderwijs begint.

Artikel I, de onderdelen B, voor zover het hoger onderwijs betreft, C, D, G, I, tweede tot en met vierde lid, en artikel III, treden met ingang van 1 september 2009 in werking. Hiermee treden de wijzigingen voor wat betreft de verruiming van de 1 februari-regel, de verhoging van het collegegeld en de daarmee verband houdende aanpassing van de normbedragen in werking op de datum dat het studiejaar begint. De wijziging voor wat betreft het loslaten van de leeftijdsgrens bij de aanspraak op studiefinanciering, treedt voor het hoger onderwijs in werking op de datum dat het studiejaar voor het hoger onderwijs begint.

Artikel I, onderdelen Ba, E, F, H, J, artikel II, en artikel IV, betreffende de tijdelijke bevriezing van de bijverdiengrens en het nieuwe terugbetalingssysteem voor studieschulden treden met ingang van 1 januari 2010 in werking. Het indexeren van de terugbetaling van studiefinanciering en de vaststelling van de bijverdiengrens worden vastgesteld per kalenderjaar. Voor de draagkracht wordt naar een jaarinkomen gekeken, daarom is in inwerkingtreding per 1 januari voorzien.

Artikel I, onderdelen Bb en Ia, betreffende het opheffen van de bevriezing van de bijverdiengrens, treden met ingang van 1 januari 2012 in werking. Met inwerkingtreding van deze onderdelen komt aan de bevriezing van de bijverdiengrens een einde. Vanaf 2012 wordt de bijverdiengrens weer jaarlijks aangepast aan de hand van de loon- en prijsontwikkelingen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk