Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2009, 233Wet

Wet van 29 mei 2009 tot wijziging van de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken («de betekening en de kennisgeving van stukken»), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 (PbEU L 324/79)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening te wijzigen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken («de betekening en de kennisgeving van stukken»), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 (PbEU L 324/79);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. verordening: verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken («de betekening en de kennisgeving van stukken»), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 (PbEU L 324/79);

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Als verzendende instanties worden voor Nederland aangewezen de gerechtsdeurwaarders.

2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Als ontvangende instanties worden aangewezen de gerechtsdeurwaarders en de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders.

C

In artikel 4 wordt de zinsnede «in de Engelse taal» telkens vervangen door: in de Engelse of de Duitse taal.

D

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6

  • 1. De vergoeding voor bijstand door een gerechtsdeurwaarder inzake de betekening of kennisgeving van uit een andere lidstaat afkomstige gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken als bedoeld in artikel 11 van de verordening bedraagt € 65.

  • 2. Onze Minister van Justitie kan het in het eerste lid bedoelde bedrag eenmaal per vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van van toepassing worden van de verordening, wijzigen, indien daartoe gronden zijn.

E

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bewijs, hetzij van betekening of kennisgeving, hetzij van afgifte» vervangen door: certificaat van betekening, kennisgeving of afgifte.

2. In het tweede lid wordt «bewijs» vervangen door: certificaat.

F

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

Een ieder mag de betekening of kennisgeving van stukken afkomstig uit een Staat waar de verordening van toepassing is, rechtstreeks door een gerechtsdeurwaarder doen verrichten aan in Nederland verblijvende personen.

ARTIKEL II

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (PbEG L 160/37)» vervangen door: «de verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken («de betekening en de kennisgeving van stukken»), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 (PbEU L 324/79)» en wordt «tweede tot en met vierde lid» vervangen door: tweede tot en met vijfde lid.

2. In het tweede lid wordt «artikel 8, eerste lid onder a, van de verordening» vervangen door: artikel 8, eerste lid, van de verordening.

3. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Een deurwaarder die is aangewezen als verzendende instantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening, mag een afschrift van het te betekenen stuk of een vertaling van het stuk als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening, ook rechtstreeks verzenden aan degene voor wie het stuk bestemd is, overeenkomstig artikel 14 van de verordening. De gerechtsdeurwaarder maakt in het stuk melding van de verzending, alsmede van het volgende:

    • a. de datum van verzending;

    • b. de wijze van verzending;

    • c. of een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal;

    • d. de mededeling in een van de in artikel 8, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, dat degene voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 8, eerste lid, van de verordening bedoelde talen en dat geweigerde stukken naar hem moeten worden gezonden.

4. In het vierde lid wordt de zinsnede «overeenkomstig het tweede lid» vervangen door «overeenkomstig het tweede of derde lid» en vervalt de tweede volzin.

C

In artikel 63, eerste lid, wordt na de zinsnede «laatstelijk terzake woonplaats heeft gekozen» een zinsnede toegevoegd, luidende: , ook indien deze een bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf heeft in een Staat waar de in artikel 56, eerste lid, bedoelde verordening van toepassing is.

D

In artikel 115, eerste lid, wordt «de verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (PbEG L 160/37)» vervangen door: de in artikel 56, eerste lid, bedoelde verordening.

E

Artikel 277 komt te luiden:

Artikel 277

  • 1. De oproeping bij brief van verzoekers of belanghebbenden die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar wel een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf in een Staat waar de verordening 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken («de betekening en de kennisgeving van stukken»), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 (PbEU L 324/79) van toepassing is, geschiedt door rechtstreekse verzending overeenkomstig artikel 14 van de verordening. In plaats daarvan mag het gerecht ook een vertaling van de oproeping verzenden in een taal als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening. Het gerecht maakt in de oproeping melding van de verzending, alsmede van het volgende:

    • a. de datum van verzending;

    • b. de wijze van verzending;

    • c. of een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal;

    • d. de mededeling in een van de in artikel 8, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, dat degene voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 8, eerste lid, van de verordening bedoelde talen en dat geweigerde stukken naar hem moeten worden gezonden.

  • 2. Het gerecht mag de oproeping ook verrichten door verzending daarvan of van een vertaling daarvan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de in het eerste lid bedoelde verordening aan een ontvangende instantie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van die verordening, ter betekening aan degene voor wie de oproeping bestemd is. Het gerecht maakt in de oproeping melding van de verzending, alsmede van volgende gegevens:

    • a. de datum van verzending;

    • b. de naam en het adres van de ontvangende instantie;

    • c. de wijze van verzending;

    • d. of een vertaling is verzonden en, zo ja, in welke taal;

    • e. de taal waarin het formulier als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de verordening is ingevuld;

    • f. de gevraagde wijze van betekening.

ARTIKEL III

  • 1. In geval van een rechtstreekse verzending door de deurwaarder aan degene voor wie het stuk bestemd is, overeenkomstig artikel 14 van de verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (PbEG L 160/37) of artikel 14 van de verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken («de betekening en de kennisgeving van stukken»), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 (PbEU L 324/79), waarbij de handelingen voor die verzending zijn verricht voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, is artikel 56 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.

  • 2. Op betekening van een dagvaarding aan het kantoor van de advocaat of deurwaarder bij wie degene voor wie de dagvaarding is bestemd, laatstelijk woonplaats heeft gekozen, overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op een datum gelegen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijft artikel 56, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 29 mei 2009

Beatrix

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Uitgegeven de negende juni 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 31 522