Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 2009, 199Wet

Wet van 29 april 2009 tot wijziging van de Waterschapswet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet modernisering waterschapsbestel, tot aanbrenging van verbeteringen van wetstechnische en inhoudelijk ondergeschikte aard

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Waterschapswet en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te wijzigen in verband met verbeteringen van wetstechnische en inhoudelijk ondergeschikte aard;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Waterschapswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 7, tweede lid, wordt «eerste tot en met vierde lid» vervangen door: eerste en tweede lid.

B

In artikel 12, tweede lid, onder b en c, wordt «artikel 116, onder d» telkens vervangen door: artikel 116, onder c.

C

In artikel 13, eerste lid, wordt «tenminste» vervangen door: ten minste.

D

Aan artikel 31, tweede lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel q door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • r. lid van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur van een ander waterschap.

E

In artikel 41, vierde lid, tweede volzin, wordt «artikel 28, eerste lid» vervangen door: artikel 27, eerste lid.

F

In het eerste lid van artikel 79 wordt «de door dat bestuur te nemen besluiten» vervangen door: het beleid van dat bestuur.

G

In artikel 108, tweede lid, onder b, wordt «artikel 115, eerste lid onder a en b» vervangen door: artikel 115, eerste lid.

H

Artikel 116 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. ingezetene: degene die blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij het begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied van het waterschap en die aldaar gebruik heeft van woonruimte, met dien verstande dat gebruik van woonruimte door de leden van een gezamenlijke huishouding wordt aangemerkt als gebruik door een lid van dat huishouden, dat wordt aangewezen door de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap;

2. In onderdeel c wordt «tenminste» vervangen door: ten minste.

I

In artikel 119, eerste lid, wordt «in de desbetreffende kadastrale registratie is vermeld» vervangen door: in de desbetreffende kadastrale registratie zijn vermeld.

J

Artikel 120 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder b, wordt na «500» een komma ingevoegd.

2. In het zesde lid wordt «tenminste» vervangen door: ten minste.

K

In artikel 121, tweede lid, wordt «de heffingen» vervangen door: de heffing.

L

Aan artikel 122a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Op het tweede lid is artikel 116 van toepassing.

M

Artikel 122b, tweede lid, tweede volzin, komt te luiden:

Daarbij kunnen de artikelen 118 tot en met 121 van overeenkomstige toepassing worden verklaard.

N

Artikel 122g wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij de maatregel kan worden bepaald dat ter uitvoering van die maatregel nadere regels worden gesteld bij verordening van het algemeen bestuur.

O

Artikel 122j komt te luiden:

Artikel 122j

Het aantal vervuilingseenheden in een kalenderjaar kan geheel of gedeeltelijk door middel van schatting worden vastgesteld indien door de heffingplichtige:

  • a. de meting, bemonstering en analyse niet of niet geheel is geschied in overeenstemming met de in artikel 122g bedoelde regels;

  • b. het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp van meting, bemonstering en analyse en bepaling van de vervuilingswaarde op basis van artikel 122h, eerste lid, 122i, eerste of tweede lid, of 122k, eerste lid of vierde lid, niet mogelijk is;

  • c. het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp van meting, bemonstering, bepaling van de vervuilingswaarde op basis van artikel 122k, vierde lid, wel mogelijk is, maar door de heffingplichtige gedurende het heffingsjaar geen verzoek als bedoeld in dat artikel is gedaan.

P

Na artikel 122k wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 122l

Nadere regels met betrekking tot de zuiveringsheffing kunnen worden gesteld bij verordening van het algemeen bestuur.

Q

In artikel 151, derde lid, wordt na «artikel 120, eerste lid» ingevoegd: , of 122b, eerste lid.

ARTIKEL II

De Wet verontreiniging oppervlaktewateren wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 7, derde lid, wordt «150 gram zuurstof per etmaal» vervangen door: 54,8 kilogram zuurstof per kalenderjaar.

B

In artikel 19, tweede lid, artikel 20, zesde lid, en artikel 21, eerste lid, wordt «afgevoerd» telkens vervangen door: geloosd.

C

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «€ 25,00 per vervuilingseenheid» vervangen door: € 35,50 per vervuilingseenheid.

2. In het vierde lid wordt «bedraagt ten minste 50% en ten hoogste 100% van» vervangen door: is gelijk aan.

ARTIKEL III

De Wet modernisering waterschapsbestel wordt als volgt gewijzigd:

A

In het derde lid van artikel X wordt «de artikelen 106 en 107 van de Waterschapswet» vervangen door: de artikelen 105, 106 en 107 van de Waterschapswet.

B

Artikel XI wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

1. « en 122g» wordt geschrapt.

2. «122b, tweede lid,» wordt gewijzigd in: en 122b, eerste lid,.

2. Het tweede lid, komt te luiden:

De belastingverordeningen ter zake van de heffingen bedoeld in artikel 117, 122a en 122d van de Waterschapswet en artikel 18 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, zoals deze artikelen luiden met ingang van de inwerkingtreding van respectievelijk artikel I en artikel II van deze wet, worden voor de eerste maal vastgesteld vóór de vaststelling van de begroting over het jaar 2009.

ARTIKEL IIIa

Artikel 3, tweede lid, van de Ontgrondingenwet komt te luiden:

  • 2. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bevordering en bescherming van belangen, betrokken bij de ontgronding, de herinrichting van de ontgronde onroerende zaken en de aanpassing van de omgeving van de ontgronde onroerende zaken.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 29 april 2009

Beatrix

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

J. C. Huizinga-Heringa

Uitgegeven de eerste mei 2009

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 31 515