Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 2009, 130AMvB

Besluit van 2 maart 2009, houdende wijziging van het Kentekenreglement in verband met het digitaal schorsen van de geldigheid van een kentekenbewijs

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 22 december 2008, nr. CEND/HDJZ/2008-1660 sector AWW, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 67, derde en vijfde lid, 69, tweede lid, en 70, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

De Raad van State gehoord (advies van 7 januari 2009, nr. W09.08.0582/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 februari 2009, nr. CEND/HDJZ/2009-130 sector AWW, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Kentekenreglement wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 50 komt te luiden:

Artikel 50

  • 1. De aanvraag bij de Dienst Wegverkeer tot een schorsing als bedoeld in artikel 67 van de wet vindt plaats op één van de volgende wijzen:

    • a. door het deel I B van het kentekenbewijs, het deel II alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen. De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B een bij ministeriële regeling vastgestelde aantekening;

    • b. langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.

  • 2. Indien de aanvraag is ingediend op de in het eerste lid, onderdeel b, bepaalde wijze, verstrekt de Dienst Wegverkeer een nieuw deel I B van het kentekenbewijs waarop een bij ministeriële regeling vastgestelde aantekening is geplaatst. De aanvrager vernietigt, na ontvangst van het nieuwe kentekenbewijs deel I B, het ongeldig geworden oude deel I B van het kentekenbewijs.

B

Artikel 51 komt te luiden:

Artikel 51

  • 1. Indien de schorsing eindigt ingevolge artikel 68 van de wet, wordt een nieuw deel I B aangevraagd bij de Dienst Wegverkeer op één van de volgende wijzen:

    • a. onder overlegging van deel I B van het kentekenbewijs, het deel II alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;

    • b. langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd authenticatiemiddel.

  • 2. Indien de aanvraag is ingediend op de in het eerste lid, onderdeel b, bepaalde wijze, vernietigt de aanvrager, na ontvangst van het nieuwe deel I B van het betrokken kentekenbewijs, het ongeldig geworden oude deel I B van het kentekenbewijs.

C

Na artikel 51 wordt een artikel ingevoegd, luidend:

Artikel 51a

Indien het een aanvraag inzake een driedelig kentekenbewijs, dan wel een kentekenbewijs bestaande uit een voor 31 mei 2004 afgegeven deel I, een deel I B en een overschrijvingsbewijs betreft geldt:

  • a. in afwijking van de artikelen 50, eerste lid, onderdeel a, en 51, eerste lid, onderdeel a, dat het deel II dan wel deel I B van het betrokken kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs worden overgelegd.

  • b. in afwijking van de artikelen 50, tweede lid, en 51, tweede lid, dat de aanvrager, na ontvangst van het nieuwe deel I B van het betrokken kentekenbewijs, het ongeldig geworden deel II dan wel deel I B van het kentekenbewijs vernietigt.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 6 april 2009.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 2 maart 2009

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings

Uitgegeven de vierentwintigste maart 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

De onderhavige wijziging van het Kentekenreglement voorziet er in dat een schorsing, een verlenging van de schorsing of een beëindiging van de schorsing van de geldigheid van een kentekenbewijs langs digitale weg bij de Dienst Wegverkeer (hierna: RDW) kan worden aangevraagd. De mogelijkheid om digitaal te schorsen, een schorsing te verlengen of te ontschorsen (hierna kortweg: digitaal schorsen), maakt onderdeel uit van de overheidsdoelstelling om zoveel mogelijk overheidsdiensten digitaal aan te bieden. Sinds enkele jaren wordt digitalisering van werkprocessen binnen en tussen overheidsdiensten sterk gestimuleerd. Hetzelfde geldt ten aanzien van processen tussen overheidsdiensten enerzijds en bedrijven en particulieren anderzijds. Meer slagvaardigheid, een hoge mate van doelgerichtheid en een verhoogde klanttevredenheid zijn hier belangrijke drijfveren. Naast een voordeel voor de burger in de vorm van een verbeterde service en lagere administratieve lasten, is er tevens een voordeel voor de RDW, omdat er als gevolg van digitaal schorsen minder diensten hoeven te worden afgenomen van Postkantoren BV.

De aanvrager van de schorsing hoeft thans niet langer naar een postkantoor of een vestiging van de RDW, maar kan de schorsing aanvragen via een internetverbinding. De aanvrager dient daarvoor in te loggen op de website van de RDW, waar hij naar een beveiligde digitale omgeving wordt geleid waar de schorsing kan worden aangevraagd. Omdat er bij deze vorm van aanvragen geen persoonlijk contactmoment meer is, kan voor de vaststelling van de identiteit van de aanvrager geen gebruik worden gemaakt van een legitimatiedocument. Hij dient daarom gebruik te maken van een authenticatiemiddel dat voldoende beveiliging biedt tegen misbruik. De aanvrager is hiervoor aangewezen op het gebruik van DigiD. Betaling vindt plaats via Ideal.

De omstandigheid dat de aanvrager niet meer verschijnt bij een loket leidt er toe dat inname van de ongeldig geworden documenten niet meer feitelijk kan plaatsvinden. De administratieve inzet die hiervoor vereist zou zijn, is dermate omvangrijk dat hierdoor het administratieve-lastenvoordeel dat met digitalisering wordt bereikt voor een groot deel teniet zou worden gedaan. In plaats daarvan is de aanvrager verplicht om de ongeldige documenten te vernietigen om te voorkomen dat ze op ongewenste wijze in het verkeer komen. Overigens wordt het ontbreken van een inleverplicht gerechtvaardigd doordat de inzichten met betrekking tot de betekenis van kentekendocumenten de laatste jaren zijn gewijzigd. In toenemende mate zijn immers de opsporingsautoriteiten in Nederland in staat om bij controle direct in het kentekenregister te controleren of een voertuig gebruik mag maken van de openbare weg. De betekenis van het kentekendocument is hierdoor, alhoewel nog wel van waarde, van een ondergeschikter betekenis geworden. Daarnaast zet het ministerie van Justitie een nieuwe ontwikkeling in binnen het opsporingsbeleid door het inzetten van voertuigen die uitgerust zijn met Automatic Numberplate Recognision (ANPR). Dit is een selectieve controle van het kentekennummer met gebruik van ANPR om overtreders aan te kunnen pakken. Op basis van de uit te voeren controles worden er door de politie controles uitgevoerd, aan de hand van actuele informatie uit het kentekenregister, op de voertuigen die op dat moment gebruik maken van de openbare weg. Van sommige uitgevoerde controles en de daaruit voorvloeiende bevindingen wordt de RDW geïnformeerd. Het is hierdoor voor de bezitter van een geschorst voertuig vanwege de pakkans riskant om gebruik te maken van de openbare weg met gebruikmaking van ongeldige kentekenpapieren. Bij staande houding geldt dat het register leidend is.

Het ontwerpbesluit is overeenkomstig artikel 2b van de Wegenverkeerswet 1994 op 20 december 2008 voorgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal. Dit heeft niet geleid tot enige reactie.

Administratieve lasten en bedrijfseffecten

De mogelijkheid om de handelingen inzake de schorsing, ontschorsing en verlenging van een schorsing van een kentekenbewijs online te kunnen uitvoeren heeft een daling van de administratieve lasten tot gevolg. De kentekenhouder van het voertuig hoeft in de nieuwe situatie niet meer naar het postkantoor om een schorsing aan te vragen, te verlengen of te beëindigen, maar kan dit vanuit huis regelen. Het invoeren van de mogelijkheid om digitaal een schorsing aan te vragen is onderdeel van de digitaliseringoperatie voor diensten van de RDW.

Tijdsreductie per transactie is 70 minuten, bestaande uit reistijd (60 minuten) plus de wachttijd bij de balie van het postkantoor (15 minuten) minus tijd voor online schorsing (5 minuten).

Binnen 12 kilometer is altijd een Postkantoor te vinden waar een voertuig kan worden overgeschreven. Uitgaande van gemiddeld zes OV-strippen voor de heen- en terugreis is dat een bedrag aan reiskosten van € 2,76.

Het totaal aantal schorsingen, verlengingen en ontschorsingen van alle gekentekende voertuigen is voor 2009 begroot op 388.279. Dit betekent dat er sprake is van een mogelijke totale administratieve lastenverlichting van 452.992 uur (tijdsreductie) en € 1.071.650 (reiskosten). Echter hiervan moeten de schorsingen ten aanzien van voertuigen die op naam van bedrijven staan worden afgetrokken. Voor rechtspersonen is het namelijk niet mogelijk om digitaal te schorsen, omdat daar nog geen goed werkende voorziening voor is. Daarnaast vindt de betaling plaats via iDeal, dat alleen beschikbaar is voor privérekeningen en niet voor zakelijke rekeningen. Zodra er een mogelijkheid is voor bedrijven om geauthenticeerd te worden, zal de mogelijkheid voor digitaal schorsen uiteraard ook voor bedrijven beschikbaar zijn. Hierbij zal zo veel mogelijk worden aangesloten bij het traject E-erkenning van het ministerie van Economische Zaken waarbinnen gewerkt wordt aan een DigiD voor bedrijven.

In 2007 maakten bedrijfsvoertuigen 11,1 procent uit van het aantal geschorste voertuigen. Op grond hiervan kunnen we de vermindering in administratieve lasten vaststellen op 88,9 procent van de bovengenoemde bedragen. Daarmee komt de maximale reductie op 402.709 uur en € 952.697.

Ten aanzien de kennismakingskosten het volgende: autobezitters worden geïnformeerd over de mogelijkheid tot digitaal schorsen door het verstrekken van een persbericht aan onder andere dagbladen en vakbladen en door informatie te plaatsen op de RDW-site. Richting de zogenoemde grootverbruikers van het schorsen, bijvoorbeeld verzamelaars, wordt daarnaast ook gericht gecommuniceerd via vertegenwoordigende verenigingen, zoals de Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs (FEHAC) en de Haagse Automobiel Club (HAC).

Het onderhavige besluit is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal). Actal heeft een positief advies uitgebracht. Actal wijst er echter op dat aansluiting voor bedrijven op zo kort mogelijke termijn wenselijk is. Ten aanzien van het vervallen van de toonplicht van het kentekenbewijs wordt op dit moment bekeken of deze maatregel wenselijk en uitvoerbaar is. Een verlenging van de schorsingstermijn naar meer dan een jaar, de derde optie die door Actal geopperd wordt, zou aansluiten bij het streven de administratieve lasten te verminderen. Om daarover een weloverwogen voorstel te kunnen doen, is de RDW verzocht een uitvoeringstoets te doen waarbij de voor- en nadelen inzichtelijk worden gemaakt.

Er is geen sprake van bedrijfseffecten aangezien voor bedrijven het online schorsen vooralsnog niet beschikbaar is.

Handhaving

De onderhavige wijziging heeft geen gevolgen voor de wijze waarop het geschorst zijn van een kenteken wordt gehandhaafd. Er is voor de handhaving geen verschil of iemand digitaal schorst of gewoon bij het postkantoor of een RDW-kantoor. De politie controleert met behulp van een kentekenscan en raadpleging van het kentekenregister. De Raad van Hoofdcommissarissen heeft desgevraagd aangegeven geen bezwaren te hebben ten aanzien van de handhaafbaarheid.

Artikelgewijs

Artikel I, onderdeel A

In het nieuwe artikel 50 van het Kentekenreglement is geregeld dat, naast door het fysiek overleggen van de delen IB en II van het kentekenbewijs en een legitimatiebewijs bij het postkantoor of een kantoor van de RDW (eerste lid, onderdeel a), thans ook door inloggen bij de RDW een kentekenbewijs kan worden geschorst (eerste lid, onderdeel b). In plaats van het plaatsen van een aantekening op deel IB wordt in dat geval een nieuw deel IB toegezonden (tweede lid). De aanvrager van het nieuwe deel IB dient het oude deel IB, dat ongeldig is geworden, te vernietigen.

Het deel II, dat dient te worden overgelegd bij de aanvraag van een schorsing op het postkantoor of bij een kantoor van de RDW, wordt niet vervangen, doch weer aan de aanvrager teruggegeven. Ingeval van het aanvragen van een schorsing via elektronische weg is er geen sprake van overleggen van delen van het kentekenbewijs, noch van een legitimatiebewijs aangezien authenticatie plaatsvindt via DigiD.

Artikel I, onderdeel B

In het nieuwe artikel 51 wordt het tevens mogelijk een schorsing ongedaan te maken via inloggen bij de RDW (eerste lid, onderdeel b), naast de reeds bestaande mogelijkheid bij het postkantoor of een kantoor van de RDW (eerste lid, onderdeel a). Bij aanvraag van het ongedaan maken van een schorsing via elektronische weg wordt een nieuw deel IB toegezonden (tweede lid). Ook in dit geval moet het oude, door de afgifte van het nieuwe deel IB ongeldig geworden, deel IB van het kentekenbewijs worden vernietigd.

Artikel I, onderdeel C

In het nieuwe artikel 51 zijn de uitzonderingen opgenomen op hetgeen is bepaald in de artikelen 50 en 51 die nodig zijn vanwege het nog in omloop zijn van driedelige kentekenbewijzen. In bepaalde gevallen moeten dan namelijk afwijkende delen van het kentekenbewijs worden overgelegd bij de aanvraag van een schorsing of de beëindiging van een schorsing (onderdeel a). Daarnaast moet, indien aanwezig het oude deel II van het driedelige kentekenbewijs worden vernietigd na ontvangst van het nieuwe deel IB van het kentekenbewijs (onderdeel b). Het kan evenwel ook zo zijn dat bij een driedelig kentekenbewijs wel al een deel IB in plaats van een deel II zit, vanwege een nieuwe tenaamstelling of een eerdere schorsing of beëindiging van een schorsing. Ook daarmee is rekening gehouden.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.