Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2008, 604Wet

Wet van 29 december 2008 tot wijziging van de Wet inburgering (inburgeringsvoorzieningen voor alle inburgeringsplichtigen gericht op het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is gemeenten de mogelijkheid te bieden iedere inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening gericht op het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal aan te bieden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inburgering wordt als volgt gewijzigd:

A

In het opschrift van paragraaf 2 van hoofdstuk 5 vervalt: aan bijzondere groepen.

B

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het college kan een inburgeringsvoorziening aanbieden aan een inburgeringsplichtige.

2. In het derde lid wordt na «het inburgeringsexamen» ingevoegd «of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs» en wordt «het examen» vervangen door: het desbetreffende examen.

3. In het vierde lid wordt «, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a» vervangen door: die algemene bijstand of een uitkering op grond van een van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen ontvangt.

4. In het vijfde lid, onderdeel a, wordt «aan de inburgeringsplichtigen,» vervangen door: als.

C

In de artikelen 20, eerste lid, 21, eerste lid, 24, eerste lid, 37, en 44, eerste lid, wordt «eerste lid, onderdeel a» telkens vervangen door: vierde lid.

ARTIKEL IA

De Wet inburgering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Het college kan in afwijking van de eerste volzin aan een inburgeringsplichtige, niet zijnde een geestelijke bedienaar, die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt of zal volgen een taalkennisvoorziening aanbieden.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het college biedt in ieder geval aan:

    • a. een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige die houder is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel

    • b. een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige die geestelijke bedienaar is omtrent welk aanbod bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld.

3. Aan het derde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een beroepsopleiding als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.

4. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt na «inburgeringsvoorziening» ingevoegd «of taalkennisvoorziening» en wordt «de inburgeringsvoorziening» vervangen door: die voorziening.

5. In het zesde lid wordt na «inburgeringsvoorziening» ingevoegd: of de taalkennisvoorziening.

B

Na artikel 19 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19A

  • 1. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat het college een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen.

  • 2. Indien de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan het eerste lid:

    • a. kan het college geen inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aanbieden;

    • b. zijn de artikelen 19, 20 en 21 van overeenkomstige toepassing, en

    • c. geeft het college, indien de vaststelling betrekking heeft op een oudkomer, daarbij tevens toepassing aan artikel 26.

C

In artikel 20, eerste lid wordt na «een inburgeringsvoorziening» ingevoegd: of een taalkennisvoorziening.

D

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «de inburgeringsvoorziening» ingevoegd: of de taalkennisvoorziening.

2. In het tweede lid en het derde lid, eerste volzin, wordt na «een inburgeringsvoorziening» ingevoegd: of een taalkennisvoorziening.

3. In het vierde lid, eerste volzin, wordt na «een inburgeringsvoorziening» ingevoegd «of een taalkennisvoorziening», wordt «de inburgeringsvoorziening voortgezet» vervangen door «die voorziening voortgezet» en wordt «de inburgeringsvoorziening vervalt» vervangen door: zij vervalt.

E

In artikel 30 wordt «artikel 22, eerste lid» vervangen door: artikel 19a, eerste lid, of 22, eerste lid.

ARTIKEL IB

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 augustus 2007 ingediende voorstel van wet, houdende aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb), na tot wet te zijn verheven, in werking treedt na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet wordt in artikel 10, onderdeel B, van hoofdstuk 13 van die wet «22, eerste lid» vervangen door: 19a, eerste lid, of 22, eerste lid.

ARTIKEL II

Na de inwerkingtreding van deze wet berust het Besluit inburgering mede op artikel 19, vierde lid, van de Wet inburgering.

ARTIKEL III

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst met dien verstande dat de artikelen I, onderdelen A, B, onder 1, 3 en 4, en C, en II terugwerken tot en met 1 november 2007 en artikel I, onderdeel B, onder 2, terugwerkt tot en met 1 januari 2008.

  • 2. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 augustus 2008 werkt artikel IA, onderdelen A en C, terug tot en met 1 september 2008.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 29 december 2008

Beatrix

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

E. E. van der Laan

Uitgegeven de dertigste december 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 31 318