Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 november 2008, Z/F-2893139;
Gelet op artikel 2, derde lid, van de Wet op de zorgtoeslag;
De Raad van State gehoord (advies van 19 november 2008, no. W13.08.0487/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24 november 2008, Z/F-2895908;
Hebben goedgevonden en verstaan:
NOTA VAN TOELICHTING
Algemeen
Dit besluit heeft tot doel om de koopkracht van alleenstaanden met een laag inkomen voor het komende jaar te repareren. Daartoe
wordt het percentage voor de vaststelling van de maximale zorgtoeslag voor deze categorie personen met ingang van 1 januari
2009 gewijzigd van 3,5 naar 2,7%1. Met deze wijziging is een budgettair bedrag gemoeid van € 536 mln.
Deze wijziging is mogelijk op grond van de Wet op de zorgtoeslag (Wzt). Verzekerden met een zorgverzekering als bedoeld in
de Zorgverzekeringswet kunnen als tegemoetkoming in de (nominale) premie die zij voor die verzekering verschuldigd zijn en mits hun inkomen beneden
bepaalde grenzen blijft, in aanmerking komen voor een zorgtoeslag. De zorgtoeslag is gelijk aan het verschil tussen de standaardpremie
en de normpremie, waarbij de standaardpremie gelijk is aan de geraamde gemiddelde nominale premie vermeerderd met het geraamde
gemiddelde bedrag aan verplicht eigen risico dat een verzekerde kwijt zal zijn, en de normpremie kan worden beschouwd als
het bedrag waarvan de wetgever vindt dat dat in redelijkheid door een verzekerde voor zijn zorgverzekering kan worden betaald.
De normpremie is gedefinieerd als een percentage van een vast drempelinkomen (gerelateerd aan het minimumloon), vermeerderd
met een percentage van het werkelijke inkomen van de verzekerde boven dat drempelinkomen. Het percentage van het drempelinkomen
dat in aanmerking wordt genomen voor een verzekerde zonder partner, bedraagt 3,5 (art. 2, derde lid, Wzt). Ingevolge de tweede
zin van laatstgenoemd artikellid kan dit percentage bij algemene maatregel van bestuur (amvb) worden gewijzigd. Deze amvb
dient te worden voorgehangen (art. 2, achtste lid, Wzt). Van de mogelijkheid het desbetreffende percentage te wijzigen, wordt
in voorliggend besluit gebruik gemaakt.
Voorhangprocedure
Het percentage van 2,7% vervangt het percentage van 2,85% dat was opgenomen in het reeds eerder voorgehangen besluit tot wijziging
van het Besluit zorgverzekering in verband met actualisatie van de regels over de vereveningsbijdrage, en houdende wijziging
van het percentage van het drempelinkomen, benodigd voor het berekenen van de zorgtoeslag voor verzekerden zonder partner.
De artikelen III en IV, tweede lid, van dat ontwerpbesluit zijn geschrapt voordat het voor advies naar de Raad van State is
gegaan.
De achterliggende ratio voor het kiezen van 2,7% of 2,85%, waar datzelfde percentage voor gehuwden gelijk is gesteld aan 5%,
is dat in de begroting van VWS is gemeld dat het percentage voor eenpersoonshuishoudens verlaagd wordt om koopkrachtbeeld
van alleenstaanden met een laag inkomen te repareren.
Tijdens de voorhangprocedure van bovengenoemd wetsvoorstel zijn andere voorstellen van de Tweede Kamer om de zorgtoeslag toekomstbestendiger
te maken dan de voorstellen van de regering, gedaan, zoals de zorgtoeslag baseren op de werkelijke premies, de zorgtoeslag
indexeren aan de loonontwikkeling in plaats van aan de premieontwikkeling, het niet uitbreiden van de doelgroep voor de zorgtoeslag
en pakketmaatregelen. Deze voorstellen heeft de regering niet betrokken bij het aanpassen van de zorgtoeslag. Bij de invoering
van de zorgtoeslag is ervoor gekozen om voor de zorgtoeslag niet uit te gaan van de werkelijke premie. De prikkel voor mensen
om een goedkopere zorgverzekeraar te kiezen zou dan afwezig zijn. Om de concurrentie tussen zorgverzekeraars zoveel mogelijk
te bevorderen is uitgegaan van een gemiddelde premie. De zorgtoeslag indexeren met de loonontwikkeling in plaats van met de
gemiddelde premie betekent dat de normering van de zorgkosten verlaten wordt. Pakketmaatregelen kunnen zorgen voor een daling
van de premie voor de basisverzekering, maar zullen ook zorgen voor toenemende kosten in de aanvullende verzekering voor mensen
met lage inkomens. Pakketmaatregelen moeten niet genomen worden om de zorgtoeslag te verlagen.
Artikelsgewijs
Artikel I
Het percentage van het drempelinkomen dat voor verzekerden zonder partner in aanmerking wordt genomen bij de berekening van
de zorgtoeslag, zal met ingang van 1 januari 2009 2,7 zijn. Zo spoedig mogelijk zal dit percentage, door middel van een wijziging
van artikel 2, derde lid, Wzt, ook in de Wzt zelf worden opgenomen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink