Besluit van 20 oktober 2008, houdende wijziging van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24 september 2008, VGP/VV 2878778;

Gelet op artikel 36, eerste lid, van de Gezondheidswet;

De Raad van State gehoord (advies van 1 oktober 2008, no.W13.08.0415/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 oktober 2008, VGP/VV 2883276;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

Het Staatstoezicht op de volksgezondheid bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. de Inspectie voor de Gezondheidszorg;

  • b. de Voedsel en Waren Autoriteit.

B

De artikelen 3, 4, 5 en 6 vervallen.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 20 oktober 2008

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink

Uitgegeven de achttiende november 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Tot de inwerkingtreding van dit besluit bepaalde artikel 1 van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid niet alleen uit welke onderdelen het Staatstoezicht bestaat, maar bevatte het tevens een niet-limitatieve beschrijving van de werkgebieden van deze onderdelen. Volgens die beschrijving zou alleen de Inspectie voor de Gezondheidzorg (verder: IGZ) actief zijn op het gebied van de geneesmiddelen, en de Voedsel en Waren Autoriteit (verder: VWA) niet. Die beschrijving was niet in overeenstemming met de feitelijke situatie, aangezien de VWA inmiddels ook is belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Geneesmiddelenwet gestelde voorschriften.

Gezien het voorgaande was het gewenst artikel 1 van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid te beperken tot uitsluitend de aanwijzing van de beide onderdelen van het Staatstoezicht op de volksgezondheid: de IGZ en de VWA. Artikel I, onder A, van dit besluit zorgt daarvoor. Hierdoor wordt niet langer de indruk gewekt dat de VWA niet bevoegd zou zijn op het gebied van de geneesmiddelen.

Het voorgaande betekent niet dat nu onduidelijk zou zijn welke taken en bevoegdheden de ambtenaren van de IGZ en de VWA thans hebben. Hieronder is dat nader toegelicht.

Artikel 36, eerste lid, van de Gezondheidswet bepaalt dat het Staatstoezicht op de volksgezondheid (dus: zowel IGZ als VWA) tot taak heeft onderzoek te verrichten naar de staat van de volksgezondheid en de determinanten daarvan alsmede, waar nodig, het aangeven en bevorderen van middelen tot verbetering daarvan.

Uit artikel 36, eerste lid, onder b, van de Gezondheidswet blijkt dat het Staatstoezicht tevens tot taak heeft het toezicht op de naleving en de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens wettelijke voorschriften op het gebied van de volksgezondheid, een of ander voor zover de ambtenaren van het Staatstoezicht daarmede zijn belast bij of krachtens wettelijk voorschrift.

Deze ruime taakomschrijving omvat alle werkgebieden van IGZ en VWA die voorheen beschreven waren in artikel 1 van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid.

Voor de toezichtstaken van zowel de IGZ als de VWA is artikel 8A2 van de Regeling Geneesmiddelenwet van belang. Die bepaling luidt:

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Geneesmiddelenwet bepaalde zijn belast de hoofdinspecteurs, de inspecteurs en de onder hun bevelen werkzame ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

De ambtenaren van de VWA en de IGZ zijn tevens belast met de handhaving van diverse andere wettelijke voorschriften. Die voorschriften zijn wat betreft de VWA opgesomd in artikel 3, tweede lid, van het Besluit organisatie VWA. Zo hebben de ambtenaren van de VWA onder meer de taak toe te zien op de naleving van de bij of krachtens de Warenwet gestelde voorschriften1.

Gezien deze wettelijke bevoegdheden kunnen ambtenaren van de VWA indien noodzakelijk dus optreden tegen producten die niet voldoen aan de Warenwet of de Geneesmiddelenwet. Dat is vooral van belang bij producten waarbij niet op voorhand duidelijk is welke wetgeving daarop van toepassing is: Geneesmiddelenwet of Warenwet. Dit soort producten wordt regelmatig aangetroffen in levensmiddelenbedrijven – inclusief drogisterijen en andere bedrijven die voedingssupplementen of kruidenpreparaten en dergelijke verhandelen – waar het toezicht in de praktijk uitsluitend wordt uitgeoefend door ambtenaren van de VWA, en dus niet door de IGZ.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt enkele uitgewerkte artikelen van het Besluit Staatstoezicht op de volksgezondheid te laten vervallen (artikel I, onder B, van dit besluit).

Dit besluit heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor de burger en het bedrijfsleven, en heeft ook verder geen bedrijfseffecten.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink


XNoot
1

Zie hiervoor het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 25 juli 2003/ nr. TRCJZ/2003/6699, Stcrt. 146.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven