Besluit van 31 oktober 2008 tot het vernietigen van de niet-schriftelijke beslissing van gedeputeerde staten van de provincie Noord Holland van 31 oktober 2008 inzake het uitwinnen van gelden bij Landsbanki Islands hf.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Financiën van 31 oktober 2008, FM 2008-2753 N, en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Overwegingen

Landsbankí Íslands hf. is niet in staat de uitstaande deposito’s uit te keren. Hierdoor zijn in Nederland ruim 120.000 spaarders en investeerders gedupeerd voor naar schatting EUR 2 mld. De Nederlandse Staat heeft op 11 oktober 2008 een Memorandum of Understanding (MoU) met de Staat IJsland gesloten waarin is overeengekomen dat IJsland een lening aangaat die er toe strekt het IJslandse depositogarantiestelsel in werking te kunnen stellen opdat alle Nederlandse spaarders, daaronder mede begrepen de andere overheden, inclusief de provincie Noord-Holland, in aanmerking komen voor een uitkering ingevolge het IJslandse depositogarantiestelsel. Momenteel worden de details van deze overeenkomst nader uitgewerkt en besproken met bewindspersonen van de Staat IJsland.

Onze Ministers van Financiën en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met het gevoelen van de Ministerraad, wensen daarbij, overeenkomstig de door de Nederlandse Staat op 11 oktober 2008 gesloten MoU met de IJslandse Staat, tot de meest optimale oplossing te komen waarbinnen het beginsel van paritas creditorum leidend is.

Pogingen van een mede-overheid om via een eigen, zelfstandige procedure gelden van Landsbanki terug te krijgen betekenen een rechtstreekse inbreuk op het, voor een belangrijk deel vertrouwelijke diplomatieke, overleg met de IJslandse overheid. Dit gegeven, in combinatie met het feit dat als gevolg van een procedure de paritas creditorum wordt doorbroken, betekent dat een zelfstandige procedure, gevoerd door een openbaar lichaam, de totstandkoming van de nadere overeenkomst zo niet onmogelijk zal maken ernstig zal verstoren. Het niet-totstandkomen van de nadere overeenkomst betekent dat een definitieve regeling van deze kwestie met de IJslandse overheid niet kan worden getroffen, waardoor alle spaarders, waaronder naast medeoverheden ook ca. 470 particuliere spaarders, zullen worden geschaad, hetgeen in strijd is met het algemeen belang.

Het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland heeft op 31 oktober 2008 de beslissing genomen om via een gerechtelijke procedure een executoriale titel te verkrijgen om daarmee vervolgens de eerder gelegde beslagen te executeren.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft aan de Commissaris der Koningin van Noord Holland op 30 oktober 2008 te kennen gegeven dat procedures tegen Landsbankí Íslands hf. met het oogmerk om gelden te executeren, het streven om te komen tot een constructieve oplossing waarbinnen het beginsel van paritas creditorum leidend is, alsmede een voorspoedig overeenkomen van een nadere MoU doorkruisen en daarmee in de weg staan aan een zo optimaal mogelijke regeling waarin alle gedupeerde spaarders gelijkelijk worden behandeld. Dit zou in strijd zijn met het algemeen belang.

Gelet op het bovenstaande zijn Onze Minister van Financiën en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van oordeel dat de beslissing van het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord Holland een ongeoorloofde doorkruising oplevert van de door de Minister van Financiën tezamen met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te dienen belangen van alle spaarders. Om deze redenen kan deze beslissing van het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord Holland niet in stand blijven en dient deze beslissing te worden vernietigd wegens strijd met het algemeen belang.

Gelet op artikel 10:41, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht is het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland gelegenheid geboden tot overleg. Dit overleg heeft op diverse momenten plaatsgevonden, laatstelijk op 31 oktober 2008, plaatsgevonden.

Tijdens dit overleg zijn de bovengenoemde bedenkingen tegen de beslissing van het college van gedeputeerde staten aan de orde gekomen en heeft het college te kennen gegeven te persisteren bij zijn voornemen.

Besluit

Gelet op artikel 261 van de Provinciewet, juncto afdeling 10.2.2. Algemene wet bestuursrecht, hebben Wij goedgevonden en verstaan:

De beslissing van het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord Holland van 31 oktober 2008 tot het instemmen met het voorstel tot het behalen van een titel teneinde de gelden waarop in Noorwegen conservatoir beslag is gelegd te kunnen executeren en/of andere daarop gerichte handelingen ter verrichten, te vernietigen wegens strijd met het algemeen belang.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 31 oktober 2008

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

J. C. de Jager

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

Uitgegeven de elfde november 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Naar boven