Besluit van 27 augustus 2008, houdende wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang in verband met aanpassingen van de maximumuurprijs en de inkomenstabellen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sharon A. M. Dijksma, van 18 juli 2008, nr. WJZ/19352 (2667), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Financiën;

Gelet op artikel 7, tweede, derde en vierde lid, van de Wet kinderopvang;

De Raad van State gehoord (advies van 24 juli 2008, nr. W05.08.0342/l);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sharon A. M. Dijksma, van 21 augustus 2008, nr. WJZ/40520 (2667), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt vervangen door:

  • 1. De maximumuurprijs voor dagopvang, buitenschoolse opvang of gastouderopvang bedraagt € 6,10.

  • 2. Onder vernummering van het derde lid tot tweede lid vervalt het tweede lid.

B

In artikel 6 wordt «2007» vervangen door: 2009.

C

In artikel 22a wordt «2007» vervangen door: 2009.

D

Aan artikel 22b wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Voor de berekeningsjaren 2007 en 2008 blijft het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang zoals dit luidde op 31 december 2008, van toepassing op de kinderopvangtoeslag.

ARTIKEL II

Bijlage I, behorende bij het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang wordt vervangen door bijlage I, behorende bij dit besluit.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 27 augustus 2008

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. A. M. Dijksma

De Minister van Financiën,

W. J. Bos

Uitgegeven de elfde september 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

BIJLAGE Bijlage I, behorende bij artikel 6 van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang

Kinderopvangtoeslag over berekeningsjaar 2009 en volgende jaren

(Gezamenlijk) toetsingsinkomen

Tegemoetkoming Rijk als percentage van de kosten van kinderopvang

Van

Tot

Eerste kind

Tweede e.v. kind

lager dan

€ 17.553

95,5%

96,5%

€ 17.554

€ 18.721

95,0%

96,5%

€ 18.722

€ 19.889

94,3%

96,5%

€ 19.890

€ 21.058

93,8%

96,4%

€ 21.059

€ 22.226

93,3%

96,4%

€ 22.227

€ 23.394

92,8%

96,4%

€ 23.395

€ 24.563

92,1%

96,4%

€ 24.564

€ 25.730

91,6%

96,4%

€ 25.731

€ 26.987

91,0%

96,3%

€ 26.988

€ 28.243

90,5%

96,2%

€ 28.244

€ 29.500

89,8%

96,1%

€ 29.502

€ 30.757

89,3%

96,0%

€ 30.758

€ 32.014

88,6%

96,0%

€ 32.015

€ 33.271

88,0%

95,9%

€ 33.272

€ 34.527

87,5%

95,8%

€ 34.528

€ 35.784

86,8%

95,7%

€ 35.785

€ 37.040

86,3%

95,6%

€ 37.042

€ 38.298

85,7%

95,5%

€ 38.299

€ 39.554

85,0%

95,4%

€ 39.555

€ 40.811

84,5%

95,3%

€ 40.812

€ 42.068

83,9%

95,3%

€ 42.069

€ 43.324

83,4%

95,2%

€ 43.325

€ 44.697

82,6%

95,1%

€ 44.698

€ 47.324

81,4%

94,9%

€ 47.325

€ 49.951

79,9%

94,7%

€ 49.953

€ 52.580

77,9%

94,5%

€ 52.581

€ 55.207

76,1%

94,3%

€ 55.208

€ 57.835

74,2%

94,2%

€ 57.836

€ 60.462

72,3%

94,0%

€ 60.463

€ 63.091

70,5%

93,8%

€ 63.092

€ 65.718

68,5%

93,6%

€ 65.719

€ 68.347

66,7%

93,4%

€ 68.348

€ 70.974

64,8%

93,2%

€ 70.975

€ 73.603

63,0%

93,0%

€ 73.604

€ 76.230

61,0%

92,9%

€ 76.231

€ 78.857

59,1%

92,7%

€ 78.858

€ 81.486

57,3%

92,5%

€ 81.487

€ 84.113

55,4%

92,3%

€ 84.114

€ 86.741

53,6%

92,1%

€ 86.742

€ 89.368

51,6%

91,9%

€ 89.369

€ 91.996

49,7%

91,8%

€ 91.997

€ 94.623

47,9%

91,6%

€ 94.624

€ 97.250

45,9%

91,4%

€ 97.251

€ 99.878

44,1%

91,2%

€ 99.879

€ 102.505

42,2%

91,0%

€ 102.506

€ 105.133

40,4%

90,8%

€ 105.134

€ 107.760

38,5%

90,7%

€ 107.761

€ 110.387

36,5%

90,4%

€ 110.388

€ 113.015

34,7%

90,2%

€ 113.016

€ 115.642

33,3%

89,9%

€ 115.643

€ 118.270

33,3%

89,7%

€ 118.271

€ 120.897

33,3%

89,4%

€ 120.898

€ 123.524

33,3%

89,1%

€ 123.526

€ 126.152

33,3%

88,9%

€ 126.153

€ 128.779

33,3%

88,6%

€ 128.780

€ 131.407

33,3%

88,4%

€ 131.408

€ 134.034

33,3%

88,1%

€ 134.035

€ 136.661

33,3%

87,9%

€ 136.663

€ 139.289

33,3%

87,6%

€ 139.290

€ 141.916

33,3%

87,3%

€ 141.917

€ 144.544

33,3%

87,1%

€ 144.545

€ 147.171

33,3%

86,8%

€ 147.172

€ 149.798

33,3%

86,6%

€ 149.799

€ 152.426

33,3%

86,3%

€ 152.427

€ 155.053

33,3%

86,0%

€ 155.054

€ 157.681

33,3%

85,8%

€ 157.682

€ 160.308

33,3%

85,5%

€ 160.309

€ 162.935

33,3%

85,3%

€ 162.936

en hoger

33,3%

85,0%

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

Sinds de invoering van de Wet kinderopvang in 2005 zijn het aanbod en het gebruik van formele kinderopvang sterk gegroeid. De omvang en de snelheid van de groei overtreffen de prognoses.

Als gevolg van deze groei is in 2007 per saldo € 0,5 miljard meer uitgegeven voor de kinderopvangtoeslag dan was begroot (€ 1,6 miljard). Bij ongewijzigd beleid zal deze overschrijding in 2011 zijn opgelopen naar € 1,2 miljard.

Het kabinet heeft de snelle groei van de uitgaven in 2007 incidenteel gedekt vanuit de algemene middelen. Daarnaast is per 1 januari 2008 de bijdrage van werkgevers aan de kosten van kinderopvang verhoogd door een aanpassing van de opslag op de sectorpremie van 0,28% naar 0,34%. Extra maatregelen zijn noodzakelijk om het kinderopvangstelsel structureel beheersbaar en toegankelijk te houden.

Het ligt in de rede dat alle betrokken partijen hieraan een bijdrage leveren. Dit betreft dus naast de overheid en de werkgevers ook de ouders. Het onderhavige besluit, dat wijzigingen aanbrengt in de maximumuurprijs en de inkomens- en percentagetabellen voor de kinderopvangtoeslag, strekt daartoe. Deze wijzigingen zorgen voor een evenwichtige verdeling van het koopkrachtbeeld.

Voor de analyse van de oorzaken van de groei, de budgettaire gevolgen en de overwegingen van het kabinet wordt verwezen naar de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 20 juni 2008 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (Kamerstuken II 2007/08, 31 322, nr. 25).

2. Maatregelen

De wijzigingen in het onderhavige besluit hebben betrekking op:

  • een aanpassing van de maximumuurprijs, en

  • aanpassingen in de inkomens- en percentagetabellen voor de kinderopvangtoeslag.

De Wet kinderopvang kent een maximumuurprijs die jaarlijks wordt geïndexeerd. Meerkosten boven het maximum komen voor rekening van de ouders.

Vanaf 2006 zijn de rendementen in de sector kinderopvang verbeterd. Ook zijn de bezettingsgraden als gevolg van de grote toeloop hoger. Er zijn marges in de sector die het mogelijk maken maatregelen in de maximumuurprijs te absorberen.

Tegen deze achtergrond heeft het kabinet besloten dat de maximumuurprijs in 2009 wordt bevroren op het niveau van 2008. Dit betekent in concreto dat er geen indexering over 2009 plaatsvindt. In 2009 wordt aldus de maximumuurprijs vastgesteld op € 6,10.

Bij de aanpassing van de inkomens- en de percentagetabellen is gekozen voor een even grote proportionele verhoging van de kosten voor alle ouders. Concreet betekent dit dat ouders in 2009 29% meer gaan betalen ten opzichte van de situatie in 2008. Dat wil zeggen dat een ouder die nu bijvoorbeeld 21 cent per uur betaalt, in de nieuwe situatie 27 cent zal betalen. Een ouder die nu € 1 per uur betaalt, betaalt in de nieuwe situatie € 1,29 per uur etcetera.

Daarnaast wordt de tabel voor het 2e en volgende kind aangepast. Onder de bestaande structuur van de tabel loopt de toeslag voor het 2e kind af van 96,5% van de kosten bij een inkomen lager dan circa € 16.000 naar 90,7% van de kosten bij een inkomen van circa € 98.000. Vanaf dat niveau blijft de toeslag verder constant op 90,7%.

Onder de huidige situatie is in de tabel de toeslag voor het 2e en volgende kind nooit kleiner dan 90,7% van de kosten. De tabel zal nu zodanig worden aangepast, dat de toeslag voor het 2e en volgende kind afloopt naar 85%.

3. Effecten

De inkomenseffecten als gevolg van de aanpassingen in de inkomens- en percentagetabellen worden in onderstaande tabel weergegeven voor een aantal voorbeeldsituaties.Weergegeven zijn de effecten voor ouders bij opvang van twee kinderen in de leeftijd 0–4 jaar gedurende twee dagen in de week1.

Kosten voor ouders per jaar bij 2 dagen kinderdagopvang voor 2 kinderen onder de 4 jaar
 

2005

2006

2007/2008

Variant 2009

Mutatie van 2008 op 2009

In €

Mutatie van 2008 op 2009

in %

minimum

444

444

444

509

65

15%

modaal

1399

1091

886

1066

180

20%

1,5 x modaal

2821

1886

1335

1624

290

22%

2 x modaal

4121

2693

1969

2422

453

23%

3 x modaal

5409

4307

3231

4009

778

24%

Op basis van een analyse uit de Macro-economische verkenning 2008, kan worden afgeleid dat de voorgestelde maatregelen een effect hebben van circa –0,1% op de arbeidsparticipatie ten opzichte van de situatie waarbij de uitgaven kinderopvang op zijn beloop worden gelaten. Daarbij wordt dan verondersteld dat de uitgavenoverschrijding wordt teruggedrongen door bezuinigingen die geen effect hebben op de participatie. Indien de overschrijding door bezuinigingen bij andere collectieve uitgaven wordt opgevangen, heeft dit eveneens negatieve effecten op de arbeidsparticipatie. Wanneer er geheel niet wordt bezuinigd dan moeten de belastingtarieven omhoog met eveneens een negatief effect op de arbeidsparticipatie.

4. Administratieve lasten

Het onderhavige besluit heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten en is na overleg met Actal niet aan dit college voorgelegd.

II. Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A (artikel 4)

Artikel 4, eerste lid, regelt de structurele maximumuurprijs voor dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang. Als gevolg van een geleidelijke overgang in een drietal jaren naar een uniforme uurprijs voor buitenschoolse opvang en gastouderopvang voor kinderen die basisonderwijs volgen (4–12 jaar) geldt met ingang van 1 januari 2008 één maximumuurprijs voor alle soorten van opvang. Zoals in het algemeen deel van deze nota van toelichting al is aangegeven is een van de maatregelen om de uitgaven voor kinderopvang beheersbaar te houden, de bevriezing van de maximumuurprijs voor kinderopvang op het niveau van 2008. Dit betekent dat de maximumuurprijs met ingang van 1 januari 2009 € 6,10 bedraagt voor alle soorten van kinderopvang. Artikel 4, tweede lid, is geëxipireerd en kan derhalve vervallen.

Artikel I, onderdeel B

In artikel 6 (en artikel 8) van het besluit wordt voor de berekeningswijze van de kinderopvangtoeslag wat betreft de verdeling van de toetsingsinkomens in inkomensgroepen (in de vorm van inkomens- en percentagetabellen) verwezen naar de bij het besluit behorende bijlage I. De tabellen in deze bijlage zijn aangepast overeenkomstig de in het algemeen deel van deze nota van toelichting genoemde uitgangspunten.

Artikel I, onderdeel C

De in bijlage I opgenomen inkomenstabellen zijn al geïndexeerd in overeenstemming met de bij en krachtens artikel 7 van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang gestelde regels. Dit betekent dat er voor het jaar 2009 geen afzonderlijke indexeringsregeling voor de inkomenstabellen wordt vastgesteld. Hetzelfde geldt voor de indexering van de maximumuurprijs; in verband met de vaststelling van een nieuwe maximumuurprijs (zie artikel I, onderdeel A) vindt indexering in de vorm van een indexeringsregeling eerst (weer) plaats met ingang van 1 januari 2010.

Artikel I, onderdeel D

In deze overgangsbepaling is geregeld dat het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang van toepassing blijft op de (toekenning van de) kinderopvangtoeslag voor de berekeningsjaren 2007 en 2008. De toekenning van de kinderopvangopvangtoeslag en de behandeling van daartegen ingesteld bezwaar en beroep vindt plaats op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. A. M. Dijksma

De Minister van Financiën,

W. J. Bos


XNoot
1

Weergegeven zijn de effecten voor een aantal specifieke situaties wat betreft inkomen, leeftijd en aantal opgevangen kinderen en omvang van het gebruik. Andere situaties leiden tot andere uitkomsten.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven