Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatsblad 2008, 330AMvB

Besluit van 26 juli 2008, houdende regels ten aanzien van het financieel beheer van de netbeheerder (Besluit financieel beheer netbeheerder)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 24 juni 2008, nr. WJZ8070077;

Gelet artikel 18a van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 10e van de Gaswet;

De Raad van State gehoord (advies van 9 juli 2008, nr. W10.08.0241/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 11 juli 2008, nr. WJZ/8085772;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder erkend kredietbeoordelingsbureau: een kredietbeoordelingsbureau als bedoeld in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft, dat ingevolge artikel 88 van dat besluit is erkend.

§ 2. Financiële criteria

Artikel 2

  • 1. De netbeheerder voldoet aan de volgende eisen:

    • a. het bedrijfsresultaat voor rente en belasting gedeeld door de bruto rentelasten bedraagt ten minste 1,7;

    • b. de som van de netto winst uit gewone bedrijfsuitoefening, afschrijvingen, amortisatie, latente belastingen, overige kostenposten waarvoor geen kasgeld noodzakelijk is en bruto rentelasten gedeeld door de bruto rentelasten bedraagt ten minste 2,5;

    • c. de som van de netto winst uit gewone bedrijfsuitoefening, afschrijvingen, amortisatie, latente belastingen en overige kostenposten waarvoor geen kasgeld noodzakelijk is gedeeld door de totale schuld bedraagt ten minste 0,11;

    • d. de totale schuld gedeeld door de som van de totale schuld en het eigen vermogen inclusief minderheidsbelangen en preferente aandelen is maximaal 0,7.

  • 2. Bij het voldoen aan de in het eerste lid bedoelde eisen, worden in de berekening opgenomen de financiële verplichtingen van tot de groep behorende rechtspersonen en vennootschappen die ten laste kunnen komen van de tot de groep behorende netbeheerder.

  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing indien door een erkend kredietbeoordelingsbureau aan de netbeheerder een kredietkwaliteitstrap investeringswaardig is toegekend.

Artikel 3

De netbeheerder voegt jaarlijks bij zijn afzonderlijke boekhouding, bedoeld in artikel 32 van de Gaswet en artikel 43 van de Elektriciteitswet 1998:

  • a. een overzicht waaruit blijkt dat de netbeheerder voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, gestelde eisen, of

  • b. een verklaring waaruit blijkt dat door een erkend kredietbeoordelingsbureau aan de netbeheerder een kredietkwaliteitstrap investeringswaardig is toegekend als bedoeld in artikel 2, derde lid.

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financieel beheer netbeheerder.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Tavarnelle, 26 juli 2008

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

Uitgegeven de eenentwintigste augustus 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

I. ALGEMEEN

1. Doel en aanleiding

In dit besluit worden eisen gesteld aan het financieel beheer van een netbeheerder om hiermee te verzekeren dat een netbeheerder niet te grote financiële risico’s loopt en zodoende altijd zijn wettelijke taken kan uitvoeren. Hierbij gaat het met name om de investeringen die een netbeheerder moet doen in zijn netten om deze in werking te hebben, te onderhouden, te vernieuwen en uit te breiden.

Deze eisen waren voorheen opgenomen in het Handhavingsplan Groepsfinancieringen (hierna: handhavingsplan) van de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: de raad van bestuur), maar in de wet van 23 november 2006 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer (Stb. 614) (hierna: de wet onafhankelijk netbeheer) is in de artikelen 18a van de Elektriciteitswet 1998 en 10e van de Gaswet de mogelijkheid geschapen om deze eisen op het niveau van algemene maatregel van bestuur vast te leggen. Hiermee is het belang van deze eisen onderstreept, en worden de verplichtingen van de netbeheerder die voortvloeien uit dit besluit beter handhaafbaar voor de raad van bestuur. Dit besluit geeft aan uitvoering aan deze bepalingen.

2. Een wettelijke keuze: financiële criteria of een verklaring van een onafhankelijke deskundige

Een netbeheerder kan op twee manieren voldoen aan de eisen uit dit besluit: indien hij voldoet aan de financiële criteria, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en of indien hij beschikt over een verklaring van een erkend kredietbeoordelingsbureau als bedoeld in artikel 2, derde lid. Deze keuze voor de netbeheerder is expliciet verwoord in de hiervoor genoemde delegatiebepalingen.

De financiële criteria die worden gesteld in het eerste lid van artikel 2 zien op verschillende aspecten van het financieel beheer van de netbeheerder en bepalen – mede in relatie tot elkaar – op hoofdlijnen het financiële profiel van de netbeheerder. In hoofdzaak gaat het bij deze criteria om vragen als: kan een netbeheerder uit zijn resultaat zijn rentelasten betalen en hoe verhouden de schulden zich tot de waarde van het bedrijf?

Een kredietbeoordelingsinstelling kijkt naar meer factoren dan uitsluitend de vier genoemde criteria. Zo wordt er bijvoorbeeld aandacht geschonken aan aandeelhouders- en bestuursstructuren. Een kredietbeoordelingsinstelling betrekt in haar beoordeling bovendien de toekomstige ontwikkeling van de kredietwaardigheid. Desondanks kunnen de genoemde criteria en de rating met elkaar worden vergeleken. In dit besluit zijn de rating en de criteria zo goed mogelijk op elkaar afgestemd en zijn voor een netbeheerder derhalve inwisselbaar.

3. Administratieve-, uitvoerings- en handhavinglasten

Dit besluit levert geen toename van administratieve lasten op. De raad van bestuur verzocht de netbeheerders reeds, door middel van het handhavingsplan, om deze informatie jaarlijks aan te leveren. Dit handhavingsplan verdwijnt en hiervoor in de plaats komen dezelfde eisen voor financieel beheer. Er is dus geen sprake van een extra inspanningsverplichting voor de netbeheerders. Bovendien zijn de netbeheerders al wettelijk verplicht om een afzonderlijke boekhouding te voeren en hun jaarrekening op te sturen aan de raad van bestuur. De eisen in dit besluit zouden eenvoudig hieruit te herleiden moeten zijn. Omdat de administratieve lasten gelijk blijven, is het besluit niet voor advies aan Actal aangeboden.

Naar aanleiding van de uitvoerings- en handhavingstoets die door raad van bestuur is uitgevoerd in het voorjaar van 2008 zijn een aantal aanvullingen opgenomen in de nota van toelichting waardoor de financiële criteria duidelijker zijn.

II. ARTIKELSGEWIJS

Artikel 2, eerste en tweede lid

Het eerste lid van artikel 2 geeft een viertal financiële criteria aan, waaraan de netbeheerder moet voldoen. Het eerste criterium, opgenomen in het eerste lid, onder a, strekt ertoe dat het resultaat van het bedrijf voordat er belasting en rentelasten moeten worden betaald, ruim voldoende moet zijn om er de rente van te betalen. Het resultaat van het bedrijf voordat er belasting en rentelasten moeten worden betaald staat algemeen bekend als Earnings before Interest and Tax (EBIT). Het gaat hier om continue bedrijfsactiviteiten en derhalve niet over in de toekomst af te stoten bedrijfsactiviteiten. Ook buitengewone posten worden buiten beschouwing gelaten, waarbij de kwalificatie buitengewoon afhankelijk is van de vigerende verslaggevingrichtlijnen. Onder de in Nederland meest toegepaste systemen voor jaarverslaggeving is buitengewoon iets zeer uitzonderlijks (bijvoorbeeld de financiële gevolgen van natuurrampen). Deze categorie zal zich derhalve slechts sporadisch voordoen. Ook wordt door ondernemingen vaak de term EBITDA gebruikt. Dit is EBIT zonder Depreciation en Amortization. (Dus zonder afschrijving en amortisatie). Dit is een wezenlijk andere term dan EBIT en mag dus niet in deze ratio gebruikt worden. De term EBIT is derhalve het uit de winst- en verliesrekening afgeleide bedrijfsresultaat voor de toerekening van interestlasten en belastingen. Alle overige posten dienen in het bedrijfsresultaat opgenomen te zijn. De bruto rentelasten betreffen de rentelasten in de winst- en verliesrekening, exclusief rentebaten, koersverschillen en overige financiële baten en lasten zoals bijvoorbeeld beleggingsresultaten.

Het tweede criterium, onder b, houdt in dat een netbeheerder met zijn kasstroom minimaal 2,5 keer de jaarlijkse rentelasten moet kunnen betalen als buffer voor een rentestijging of voor het inzakken van het resultaat. De nettowinst uit gewone bedrijfsuitoefening en daarbij opgeteld alle kosten die geen uitgaven zijn, zoals afschrijvingen, latente belastingen (belastingen die in de toekomst moeten worden betaald) en overige kostenposten waarvoor geen kasgeld noodzakelijk is, en de bruto rentelasten worden bij deze ratio gedeeld door de bruto rentelasten.

Het derde criterium, onder c, ziet op de vraag of er voldoende kasstroom is ten opzichte van de uitstaande schulden. Met de uitstaande schuld wordt hier bedoeld het totaal van de, al dan niet rentedragende, schulden. Omdat een netwerkbeheerder een stabiele kasstroom heeft en veel investeringen in vast actief, die een lange afschrijvingsperiode kennen, wordt een aflosperiode van minimaal 9 jaar als grens gezien. In tegenstelling tot de tweede ratio worden alleen de bruto rentelasten hier niet meegenomen.

Het vierde criterium, ten slotte, kijkt naar de verhouding tussen vreemd vermogen en het totaal vermogen, dat wil zeggen hoe de totale schulden zich verhouden tot de totale waarde van het bedrijf. Er dient voldoende buffer te zijn om incidentele verliezen op te vangen. Met totale schuld wordt bedoeld de schulden aan verschaffers van vreemd vermogen zoals die blijken uit de balans van de netbeheerder. Dit in tegenstelling tot het eigen vermogen, dat komt van de verschaffers van eigen vermogen. Het onderscheid tussen vreemd en eigen vermogen is in het algemeen duidelijk, alhoewel er verschillende vreemd vermogensproducten zijn die karaktereigenschappen van eigen vermogen hebben, zoals converteerbare obligatieleningen. De accountant van de netbeheerder toetst echter de karakteristieken van dit soort producten als onderdeel van zijn jaarlijkse accountantscontrole en waarborgt hierdoor de juiste categorisering van deze producten. De totale kapitalisatie is de optelling van eigen en vreemd vermogen, in totaliteit derhalve al het vermogen. Dit is inclusief de kortlopende schulden, al dan niet rentedragend en de voorzieningen. Wat betreft het dividend geldt dat het voorgestelde dividend nog in mindering dient te worden gebracht op het eigen vermogen van de netbeheerder. De netbeheerder voegt jaarlijks bij zijn jaarrekening een overzicht waaruit blijkt dat hij voldoet aan de financiële ratio’s of een verklaring van een erkend kredietbeoordelingsbureau.

Het tweede lid schrijft voor dat verplichtingen die door andere groepsmaatschappijen zijn aangegaan – en die invloed hebben op de financiële verplichtingen van de netbeheerder – tot uitdrukking komen in de ratio’s van de netbeheerder.

Artikel 2, derde lid, en artikel 1

Het derde lid van artikel 2 vormt het alternatief voor het voldoen aan de financiële criteria van het eerste lid in de vorm van de verklaring van de onafhankelijke deskundige. Indien door een erkend kredietbeoordelingsbureau aan de netbeheerder de kredietkwaliteitstrap «investeringswaardig» is toegekend, dan heeft hij daarmee voldaan aan de financiële eisen die in dit besluit aan de netbeheerder worden gesteld. Deze netbeheerder hoeft dus geen overzicht aan te leveren waaruit blijkt dat hij aan zijn financiële eisen heeft voldaan.

Op grond van artikel 18a, derde lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998 en 10e, derde lid, onder b, van de Gaswet kunnen eisen worden gesteld aan de onafhankelijke deskundige en de door hem afgegeven verklaring. In dit besluit wordt voor eisen ten aanzien van de onafhankelijke deskundige door middel van de in artikel 1 gegeven omschrijving aansluiting gezocht bij het Besluit prudentiële regels Wft (Wet op het financieel toezicht). In artikel 88 van dat besluit wordt aan De Nederlandsche Bank (hierna: DNB) de bevoegdheid gegeven om kredietbeoordelingsbureaus te erkennen. Om voor erkenning in aanmerking te komen moet een kredietbeoordelingsbureau voldoen aan een aantal criteria met betrekking tot objectiviteit, onafhankelijkheid, doorlopende toetsing en transparantie. Ingevolge het vijfde lid zorgt DNB voor inschrijving van erkende kredietbeoordelingsbureaus in het register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.

Erkende instellingen worden externe kredietbeoordelingsinstellingen (EKBIs) genoemd, en zijn ook bekend als ratingbureaus. DNB heeft tot dusver de volgende vier EKBIs erkend: DBRS (Dominion Bond Rating Services), Fitch Ratings, Moody’s Investors Service, Standard & Poor’s Ratings Services. De kredietkwaliteitstrap «investeringswaardig» (investment grade status) komt overeen met minimaal een zogenaamde «BBB-rating» van DBRS, Fitch Ratings of Standard & Poor’s Ratings Services en een «Baa2-rating» van Moody’s Investors Service.

Artikel 3

Het derde artikel bepaalt dat de netbeheerder bij zijn afzonderlijke boekhouding die hij op grond van artikel 32 van de Gaswet en artikel 43 van de Elektriciteitswet 1998 aan de raad van bestuur moet overleggen het genoemde overzicht van de ratio’s of de verklaring van de kredietbeoordelingsinstelling moet voegen.

De Minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.