Besluit van 7 januari 2008 tot wijziging van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen in verband met een vergoeding voor innovatieve milieuauto’s en aan arbeidsomstandigheden aangepaste dienstauto’s

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 november 2007, nr. STAF/CZW/WVOB 2007-0000507968;

Gelet op artikel 2, tweede en derde lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen;

De Raad van State gehoord (advies van 13 december 2007, nr. W04.07.0449/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 december 2007, nr. STAF/CZW/WVOB 2007-0000512366;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De prijs per kilometer van de dienstauto bedraagt niet meer dan € 0,54 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60.000 gereden kilometers per jaar. In geval van een dienstauto die wordt afgenomen overeenkomstig de door het Rijk gesloten raamovereenkomst betreffende innovatieve milieuauto's of die vóór 1 september 2009 wordt afgenomen overeenkomstig de door het Rijk gesloten raamovereenkomst betreffende auto's die voldoen aan verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PbEG L 171) bedraagt de prijs per kilometer van de dienstauto niet meer dan € 0,62 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60.000 gereden kilometers per jaar.

2. In het derde lid wordt «Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt» vervangen door: De in het tweede lid genoemde bedragen worden.

3. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. De dienstauto wordt slechts in gebruik genomen nadat is vastgesteld dat aan de voorschriften van het tweede tot en met vierde lid is voldaan, tenzij afwijking van deze voorschriften noodzakelijk is om redenen van veiligheid of wegens een individuele werkplekanalyse, verricht of getoetst door een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. Artikel 14, tweede lid, onderdelen b en c, van de Arbeidsomstandighedenwet is in het tweede geval van overeenkomstige toepassing.

B

In artikel 8 wordt «P = het percentage genoemd in artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964» vervangen door: P = het toepasselijke percentage, genoemd in artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.

ARTIKEL II

  • 1. Artikel I, onderdeel A, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Artikel I, derde lid, werkt terug tot en met 1 oktober 2007.

  • 2. Artikel I, onderdeel B, treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel VI, onderdeel A, van het Belastingplan 2008 inwerking treedt. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na de dag waarop artikel VI van het Belastingplan 2008 in werking is getreden, treedt artikel I, onderdeel B, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met de dag waarop artikel VI, onderdeel A, van het Belastingplan 2008 in werking is getreden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 7 januari 2008

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

Uitgegeven de zevende februari 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Artikel I, onderdeel A

Artikel 7 van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen normeert de aan ministers en staatssecretarissen ter beschikking te stellen dienstauto. In het tweede lid is bepaald dat de prijs per kilometer van een dergelijke dienstauto niet meer mag bedragen dan € 0,54. Gebleken is dat bepaalde innovatieve milieuvriendelijke auto’s niet binnen dat normbedrag kunnen worden aangeschaft. Het aantal auto’s in het kavel milieuauto’s in de in 2006 gesloten raamovereenkomst civiele dienstauto’s is daarom beperkt. Deze raamovereenkomst loopt voor zover betrekking hebbend op milieuauto’s af op 1 januari 2008. Voorzien is in een aanbesteding voor een nieuwe raamovereenkomst die moet ingaan per 1 januari 2008. Ten einde het gebruik van innovatieve auto’s te stimuleren, zal in die aanbesteding voor die categorie de toegestane kostprijs per kilometer worden verhoogd tot € 0,62. De hogere gebruikskosten vinden hun rechtvaardiging in de positieve milieueffecten.

Naar verwachting worden per 1 januari 2008 twee kavels aanbesteed. In de ene kavel, die zal lopen tot 1 januari 2010, worden auto’s opgenomen die een bijdrage leveren aan de vermindering van het broeikaseffect, bijvoorbeeld door verminderd gebruik van fossiele brandstoffen of gebruik van alternatieve brandstoffen. In de tweede kavel wordt aangesloten bij verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie. Omdat in artikel 10 van deze verordening is bepaald dat per 1 september 2009 alle lidstaten de goedkeuring moeten weigeren van auto’s die niet aan de verordening voldoen, loopt de mantelovereenkomst tot 1 september 2009.

Artikel 7 van het Voorzieningenbesluit is aan het bovenstaande aangepast. Daarmee is het mogelijk om een dienstauto aan te schaffen voor een kostprijs van € 0,62 per kilometer, indien de aan te schaffen auto is opgenomen in de nieuwe raamovereenkomst. Met het woord «overeenkomstig» is tot uitdrukking gebracht dat de dienstauto na aanschaf niet zodanig mag worden aangepast dat niet langer wordt voldaan aan de specificaties die gelden voor opname in de betreffende raamovereenkomst. Nu alle dienstauto’s die na 1 september 2009 worden aangeschaft, moeten voldoen aan verordening (EG) nr. 715/2007, vervalt per 1 september 2009 de rechtvaardiging voor het tarief van € 0,62 per kilometer voor deze categorie. In artikel 7 is dit tarief dan ook beperkt tot dienstauto’s die vóór 1 september 2009 zijn aangeschaft.

Artikel 7, vijfde lid, van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen geeft de mogelijkheid om van het normbedrag per kilometer af te wijken, in geval met de aanschaf van de dienstauto extra kosten om redenen van veiligheid zijn gemoeid. Aan artikel 7, vijfde lid, is een tweede grond toegevoegd, waarbij op grond van een individuele werkplekanalyse van het normbedrag kan worden afgeweken. Het Voorzieningenbesluit biedt geen mogelijkheden als op grond van arbeidsomstandigheden binnen de gestelde kilometernorm geen geschikte dienstauto beschikbaar kan worden gesteld. Aangezien de dienstauto bij ministers en staatssecretarissen naast vervoersmiddel tevens dient als werkplek, zijn de desbetreffende voorschriften van de arbeidsomstandighedenwetgeving, zoals die van toepassing zijn op ambtenaren en op werknemers in het particuliere bedrijfsleven ook ten aanzien van ministers en staatssecretarissen van toepassing. Volgens artikel 1, derde lid, onderdeel g, van de Arbeidsomstandighedenwet dient iedere plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt of pleegt te worden gebruikt te worden aangemerkt als arbeidsplaats in de zin van die wet. Op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Arbeidsomstandighedenwet dient de werkgever te zorgen voor de veiligheid en de gezondheid inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en een beleid te voeren gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden, waarbij onder meer in acht moet worden genomen dat de inrichting van de arbeidsplaatsen zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd aan de persoonlijke eigenschappen van werknemers moet worden aangepast. Daarnaast is in artikel 5.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaald dat werkplekken, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd, moeten worden ingericht volgens de ergonomische beginselen. De werkplekanalyse dient te zijn uitgevoerd dan wel getoetst door de deskundige persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. Dit betekent dat de werkplekanalyse hetzij door de deskundige persoon zelf is uitgevoerd, hetzij is uitgevoerd door een andere persoon (bijvoorbeeld een deskundige medewerker van de werkgever), maar op volledigheid en betrouwbaarheid is getoetst door de deskundige persoon. De deskundige persoon is op grond van artikel 2.14a, jo. artikel 2.7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit hetzij een geregistreerde bedrijfsarts, hetzij een gecertificeerde veiligheidskundige, arbeidshygiënist of arbeids- en organisatiekundige. De overeenkomstige toepasselijkheid van artikel 14, tweede lid, onderdelen b en c, van de Arbeidsomstandighedenwet impliceert dat de werkplekanalyse of de toetsing daarvan in beginsel dient te worden uitgevoerd door een interne deskundige, dat wil zeggen een deskundige die in dienst is van de werkgever. Indien door een deskundige persoon met een onafhankelijke werkplekanalyse is aangetoond dat in een individueel geval binnen de gestelde kilometernorm geen geschikte dienstauto kan worden aangeschaft, bestaat de mogelijkheid een passende auto aan te schaffen waarvan de kilometerprijs uitstijgt boven het algemeen geldende normbedrag per kilometer.

Artikel I, onderdeel B

In artikel VI van het Belastingplan 20081 wordt artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 gewijzigd. Artikel 13bis regelt dat bij het privégebruik van een dienstauto een percentage van de waarde van de dienstauto als genoten voordeel bij het belastbaar loon wordt opgeteld. In het Belastingplan 2008 wordt aan genoemd artikel 13bis, eerste lid, een tweede, lager, percentage toegevoegd, dat van toepassing is op dienstauto’s die voldoen aan bepaalde milieueisen. Daarmee bevat artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 na inwerkingtreding van het Belastingplan 2008 twee percentages. In artikel 8 van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen is daarom de verwijzing naar artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 aangepast aan nieuwe tekst van dat artikel. De inwerking van deze wijziging is in artikel II gekoppeld aan de inwerkingtreding van artikel VI van het Belastingplan 2008.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

XNoot
1

Kamerstukken II 2007/08, 31 205, nr. 2.

Naar boven