Besluit van 11 juli 2008 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart, van 10 juli 2008, nr. WJZ/27016 (6240), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel VI van de Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen treedt in werking met ingang van 1 augustus 2008.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Tavarnelle, 11 juli 2008

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Uitgegeven de vierentwintigste juli 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Wetgeving op het terrein van het primair en voortgezet onderwijs is betrokken bij de interdepartementale pilot van vaste verandermomenten en redelijke invoeringstermijnen (Kamerstukken II 2006/07, 29 515, nr. 181). De wet treedt met ingang van 1 augustus 2008, één van de vaste verandermomenten, in werking. Afgeweken wordt van de minimuminvoeringstermijn van drie maanden. Een uitzondering op de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn is mogelijk wanneer bedrijven, instellingen of anderen gebaat zijn bij een spoedige inwerkingtreding. Aangezien de scholen voor voortgezet onderwijs gebaat zijn bij de modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning, doet deze uitzonderingsgrond zich hier voor.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Naar boven