Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2008, 257AMvB

Besluit van 13 juni 2008, houdende wijziging van het Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen, inzake het toevoegen van jodium

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 januari 2008, VGP/VV 2827382, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en van Economische Zaken;

Gelet op artikel 4, eerste lid, onder a en c, van de Warenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 15 februari 2008, no. W13.08.0037/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 juni 2008, VGP/VV 2853311, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1, eerste lid, worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma drie onderdelen toegevoegd, luidende:

h. brood: brood, bedoeld in het Warenwetbesluit Meel en brood;

i. bakkerszout: gejodeerd keukenzout dat gebruikt wordt bij de bereiding van brood en andere bakkerijproducten;

j. verordening (EG) 1925/2006: verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen (PbEU L 404).

B

Artikel 9a komt te luiden:

Artikel 9a

  • 1. In de navolgende eet- en drinkwaren mogen jodiumverbindingen aanwezig zijn, met inachtneming van de daarbij vermelde voorwaarden:

    a. in brood, broodvervangers en andere bakkerijproducten, uitsluitend door de toevoeging aan die waren van bakkerszout met een gehalte van ten hoogste 65 mg jodium per kg zout;

    b. in andere eet- en drinkwaren: tot een gehalte van ten hoogste 25 mg jodium per kg zout.

  • 2. Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op onbewerkte producten en dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumeprocent als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) 1925/2006.

ARTIKEL II

Eet- en drinkwaren die voldoen aan artikel 9a van het Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen zoals dat luidde onmiddellijk voor de inwerkingtreding van dit besluit, mogen bereid en verhandeld worden tot 20 juni 2009.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 20 juni 2008.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 13 juni 2008

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink

Uitgegeven de achtste juli 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Artikel I en II

Jodium is een voor de gezondheid essentiële microvoedingsstof. Jodium komt van nature slechts in een beperkt aantal levensmiddelen voor (met name in zeevis, melk en eieren). Tekorten leiden tot de zogenaamde IDD («iodine deficiency disorders») waaronder struma, lusteloosheid, kouwelijkheid, cretinisme en mentale retardatie. Ook te hoge inname van jodium is evenwel schadelijk voor de gezondheid. De Nederlandse overheid voert daarom reeds lange tijd een beleid gericht op een adequate jodiumvoorziening met het oog op het voorkómen van deze aandoeningen. Sinds 1942 wordt daarbij broodzout en later ook keukenzout en nitrietpekelzout als drager voor jodium gebruikt.

In artikel 9a van het Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen is bepaald hoeveel jodium aan bepaalde levensmiddelen mag worden toegevoegd. Tot de inwerkingtreding van dit besluit mocht jodium worden toegevoegd aan brood en broodvervangers (70–85 mg jodium per kg zout), vleesproducten (20–30 mg per kg nitrietpekelzout), en aan keukenzout en keukenzoutvervangers (30–40 mg per kg zout).

Op verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft TNO Kwaliteit van Leven een evaluatie van het jodiumbeleid uitgevoerd1. Daarbij is gebleken dat de jodiumvoorziening van de Nederlandse bevolking niet optimaal is. TNO adviseert kort samengevat het gebruik van met jodium verrijkt zout uit te breiden met toepassing in koek en gebak en in industrieel bereide producten (sauzen, soepen, salades, kant- en klaarmaaltijden, kaas enz.), en daarbij alle concentraties van jodium iets te verlagen. Volgens TNO zou dat tot de meest gunstige verbetering ten opzichte van de huidige situatie leiden.

Het advies van TNO heeft geresulteerd in wijziging van bovengenoemd artikel 9a (artikel I van dit besluit). Jodium mag voortaan worden toegevoegd aan:

– brood, broodvervangers en andere bakkerijproducten (tot 65 mg jodium per kg zout); en

– alle andere levensmiddelen (tot ten hoogste 25 mg jodium per kg zout), uitgezonderd onbewerkte producten en dranken met meer dan 1,2 volumeprocent alcohol als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) 1925/20062.

Tot 20 juni 2009 geldt een uitverkooptermijn (artikel II van dit besluit).

Voor een adequate jodiumvoorziening van de Nederlandse bevolking is van belang dat vooral brood, broodvervangers en andere bakkerijproducten daadwerkelijk gejodeerd worden. De Minister van VWS heeft het voornemen daartoe een convenant te sluiten met Nederlandse producenten van brood, broodvervangers en andere bakkerijproducten.

Deze nieuwe wetgeving sluit aan bij wetgeving in andere landen (met name Duitsland en Frankrijk). Tevens wordt hiermee naar verwachting bereikt dat zoveel mogelijk consumenten in Nederland een optimale hoeveelheid jodium zullen innemen, inclusief consumenten die brood eten dat niet gebakken is met gejodeerd zout.

Administratieve lasten en andere bedrijfseffecten

Dit besluit heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor de burger en het bedrijfsleven, en heeft ook verder geen bedrijfseffecten.

Regulier Overleg Warenwet

Het ontwerp van dit besluit is voorgelegd aan de deelnemers aan het Regulier Overleg Warenwet (ROW)3. Daarbij is gebleken dat zij geen bezwaar hebben tegen dit besluit.

Notificatie

Het ontwerpbesluit is op 23 november 2007 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (verder: de Europese Commissie), ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204).

Deze notificatie was noodzakelijk, aangezien artikel I van het ontwerpbesluit een technisch voorschrift is in de zin van richtlijn 98/34/EG.

Voor zover het ontwerpbesluit kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bevat, worden deze maatregelen gerechtvaardigd ter bescherming van de volksgezondheid. Levensmiddelen met een hoger jodiumgehalte dan toegelaten bij dit besluit, kunnen schadelijk zijn voor de volksgezondheid. In verband hiermee bevat dit besluit – evenmin als het Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen – geen clausule van wederzijdse erkenning. Ook levensmiddelen, afkomstig uit een andere lidstaat van de Europese Unie, dienen dus te voldoen aan dit besluit.

Naar aanleiding van deze notificatie heeft de Europese Commissie een uitvoerig gemotiveerde mening en opmerkingen afgegeven. Opmerkingen zijn gemaakt door Spanje en Slovenië. Als gevolg van de uitvoerig gemotiveerde mening van de Europese Commissie is de vaststelling van dit besluit uitgesteld tot na 26 mei 2008.

De Europese Commissie heeft erop gewezen dat het genotificeerde ontwerpbesluit geen rekening hield met artikel 4 van verordening (EG) 1925/2006. Dat artikel bepaalt dat aan onbewerkte producten – zoals onder meer groenten, fruit, vlees, pluimvee en vis – en aan dranken met meer dan 1,2 volumeprocent alcohol, geen vitaminen en mineralen mogen worden toegevoegd. Deze tekortkoming is hersteld door aan artikel 9a een tweede lid toe te voegen.

De Europese Commissie heeft Nederland voorts gevraagd toe te lichten in hoeverre het genotificeerde ontwerpbesluit voldoet aan artikel 6, zesde lid, van verordening (EG) 1925/2006, inzake de hoeveelheid van een vitamine of mineraal die na toevoeging ten minste aanwezig dient te zijn in het desbetreffende levensmiddel. Deze vraag heeft ertoe geleid dat het bij dit besluit gewijzigde artikel 9a geen ondergrens meer bevat voor de hoeveelheid jodium, aangezien een dergelijke ondergrens uit oogpunt van gezondheidsbescherming niet noodzakelijk is. Deze vraag van de Commissie hoeft derhalve niet meer beantwoord te worden.

Tot slot heeft de Europese Commissie zijn mening gegeven over het vaststellen van maximumgehalten voor de vrijwillige toevoeging van jodium, in afwachting van de toekomstige vaststelling daarvan bij een communautaire uitvoeringsmaatregel (zie artikel 10 van verordening (EG) 1925/2006). Die mening luidt:

«In dit verband is de Commissie van mening dat het vaststellen van maximumhoeveelheden die mogen worden toegevoegd aan levensmiddelen (naast de levensmiddelen die zijn uitgesloten krachtens artikel 4 van verordening (EG) 1925/2006) om redenen van volksgezondheid kan worden gerechtvaardigd op basis van de lokale situatie waarin sprake is van een jodiumtekort. Door de jodiumvoorziening uit te breiden door middel van maatregelen betreffende de maximale opname is het mogelijk te voldoen aan de behoeften voor de volksgezondheid zonder de veiligheid van de producten voor de consument in gevaar te brengen».

Slovenië heeft gevraagd ten aanzien van artikel 9a een clausule van wederzijdse erkenning op te nemen. Aan deze wens is geen gehoor gegeven aangezien – zoals hierboven uiteengezet – levensmiddelen met een hoger jodiumgehalte dan toegelaten bij dit besluit, schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid.

Spanje heeft Nederland gevraagd de procedure van artikel 11, tweede lid, van verordening (EG) 1925/2006 na te leven. Dit besluit heeft evenwel uitsluitend betrekking op vrijwillige toevoeging van jodium aan levensmiddelen, en valt daarom buiten de reikwijdte van die bepaling.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 12 augustus 2008, nr. 154.

XNoot
1

De jodiumvoorziening in Nederland op basis van databestanden van de voedselconsumptiepeilingen (TNO-rapport | V7049, juni 2006).

XNoot
2

Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen (PbEU L 404). Artikel 4, onder a, van die verordening verwijst naar «onbewerkte producten zoals, onder meer, groenten, fruit, vlees, pluimvee en vis».

XNoot
3

Aan het ROW nemen vertegenwoordigers deel van ondernemers (industrie en handel), van consumenten, van ministeries (met name van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en van Economische Zaken), van de Voedsel en Waren Autoriteit, en van product- en bedrijfschappen.