Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2008, 246AMvB

Besluit van 17 juni 2008, houdende wijziging van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (introductie budgetfinanciering GBA)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 april 2008, 2008-0000192586, CZW/WVOB

Gelet op artikel 5 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

De Raad van State gehoord (advies van 29 mei 2008, nr. W04.08.0152/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juni 2008, nr. 2008-0000251281;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt als volgt gewijzigd:

A

Afdeling 3 van hoofdstuk 1 komt te luiden:

Afdeling 3. De bijdrage in de kosten in verband met de uitvoering van de wet

Artikel 3

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. de betrokkene: de betrokkene, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet;

b. de bijdrage: de bijdrage van de betrokkene, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;

c. een jaar: een kalenderjaar.

Artikel 4

Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn de kosten in verband met:

a. de verzending en ontvangst van netwerkberichten;

b. het beheer van het stelsel van basisadministraties en het beheer en gebruik van de verstrekkingsvoorziening.

Artikel 5
  • 1. Netwerkberichten tussen basisadministraties komen ten laste van de betrokkene die het bericht verzendt.

  • 2. Netwerkberichten aan of van een buitengemeentelijke afnemer of een bijzondere derde, behoudens berichten ter uitvoering van artikel 62, komen ten laste van die afnemer of derde.

Artikel 6
  • 1. Onze Minister stelt elk jaar het bedrag per netwerkbericht vast dat hij in het volgende jaar zal hanteren.

  • 2. Onze Minister bepaalt dit bedrag, gelet op:

    a. de voor het volgende jaar te verwachten kosten als bedoeld in artikel 4, verminderd met het saldo over het vorige jaar;

    b. het voor het volgende jaar te verwachten aantal netwerkberichten dat ten laste van de betrokkenen komt.

  • 3. Het saldo over het vorige jaar wordt gevonden door het aantal gerealiseerde netwerkberichten dat in dat jaar ten laste van de betrokkenen komt te vermenigvuldigen met het bedrag per netwerkbericht voor dat jaar en dit product te verminderen met de kosten, bedoeld in artikel 4, in dat jaar.

  • 4. Onze Minister deelt het in het eerste lid bedoelde bedrag in september van elk jaar mede aan de betrokkenen.

Artikel 7
  • 1. De bijdrage van een betrokkene bestaat uit maandelijkse betalingen. Hiertoe brengt Onze Minister de betrokkene maandelijks een bedrag in rekening dat wordt bepaald door:

    a. het op grond van artikel 6, eerste lid, vastgestelde bedrag per netwerkbericht voor het lopende jaar;

    b. het aantal berichten dat gedurende de betreffende maand ten laste van de betrokkene komt;

  • 2. Onze Minister stelt het maandelijks in rekening te brengen bedrag voor een betrokkene op nul vast, voor zover een voorziening is getroffen in de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die in de plaats treedt van de bijdrage van de betrokkene.

Artikel 8
  • 1. Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn tevens kosten in verband met de afstemming van de gegevens van een betrokkene op de gegevens in de basisadministratie.

  • 2. De bijdrage van een betrokkene in de in het eerste lid bedoelde kosten wordt vastgesteld op basis van artikel 69.

Artikel 9
  • 1. Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn tevens kosten in verband met de verzending van berichten met behulp van optische schijf of magneetschijf, tenzij deze kosten vallen onder artikel 8 of de verzending verband houdt met een infrastructurele wijziging ten aanzien van een gemeente.

  • 2. Een college van burgemeester en wethouders kan bij de betrokkene aan wie de berichten worden verzonden in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen voor zover de verzending geschiedt ter uitvoering van een autorisatiebesluit. Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welke bijdragen ten hoogste in rekening kunnen worden gebracht.

Artikel 10
  • 1. Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn tevens kosten in verband met de schriftelijke verstrekking van gegevens.

  • 2. Een college van burgemeester en wethouders dat schriftelijk gegevens verstrekt, kan bij de betrokkene aan wie de gegevens worden verstrekt in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen. Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welke bijdragen ten hoogste in rekening kunnen worden gebracht.

Artikel 10a

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de onderwerpen die zijn geregeld in deze afdeling.

B

Na artikel 98 wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 98a

  • 1. Voor de vaststelling van het saldo, bedoeld in artikel 6, derde lid, over het jaar 2007 wordt:

    a. onder het bedrag per netwerkbericht voor dat jaar verstaan de prijs per bericht als bedoeld in artikel 8, zesde lid, zoals dat luidde op 31 december 2007;

    b. onder de kosten, bedoeld in artikel 4, in dat jaar verstaan de kosten zoals die door Onze Minister zijn vastgesteld over dat jaar op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel b, zoals dat luidde op 31 december 2007.

  • 2. Voor de toepassing van artikel 7, eerste lid, wat betreft de maandelijks in rekening te brengen bedragen voor het jaar 2008 wordt onder het op grond van artikel 6, eerste lid, vastgestelde bedrag per netwerkbericht voor het lopende jaar verstaan de prijs per bericht zoals die door Onze Minister is vastgesteld voor dat jaar op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a, zoals dat luidde op 31 december 2007.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2008.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 17 juni 2008

Beatrix

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

Uitgegeven de derde juli 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

§ 1. Inleiding

Het kabinet heeft besloten dat voor de exploitatie van de basisvoorzieningen e-overheid, zoals de basisregistraties, budgetfinanciering zal worden toegepast, tenzij blijkt dat dit ondoelmatig of niet budgettair neutraal inpasbaar is. Bijkomend effect van de budgetfinanciering van de basisvoorzieningen is dat hierdoor de bureaucratie wordt teruggedrongen doordat interne overheidsfacturering achterwege kan blijven. Om voornoemde redenen wordt de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA), sinds 1 april 2007 een basisregistratie1, gedeeltelijk gefinancierd op basis van budgetfinanciering. Met onderhavige wijziging van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Besluit GBA) wordt de mogelijkheid voor budgetfinanciering naast tarieffinanciering juridisch vormgegeven. Daarbij is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de hele opzet van afdeling 3 van hoofdstuk 1 te vereenvoudigen.

§ 2. De tarieffinanciering

De GBA werd tot nu toe uitsluitend gefinancierd op basis van een bedrag per (verzonden of ontvangen) bericht. Hieronder wordt het systeem van tarieffinanciering beschreven, waarbij wordt verwezen naar de met het onderhavig besluit gewijzigde bepalingen van het Besluit GBA. Over het GBA-netwerk wordt gecommuniceerd met behulp van zogenaamde netwerkberichten. Aan een netwerkbericht is een berichtprijs gekoppeld. De berichtprijs komt als volgt tot stand. Voor ieder komend kalenderjaar worden door het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) de kosten en het aantal netwerkberichten geraamd. Tot de kosten behoren op de eerste plaats de kosten in verband met het berichtentransport (artikel 4, onderdeel a). Op de tweede plaats betreft het kosten in verband met het beheer van het stelsel van basisadministraties en het beheer en gebruik van de verstrekkingsvoorziening (artikel 4, onderdeel b). Voorbeelden van deze laatste kosten zijn de kosten van de beheerorganisatie zelf, kosten van de GBA-audit en kosten in verband met de «hosting» van de verstrekkingsvoorziening.

De berichtprijs bestaat uit de verwachte kosten gedeeld door het verwachte aantal berichten. De berekende berichtprijs kan op basis van het zogenaamde exploitatiesaldo van het Agentschap BPR (zie artikel 6, derde lid) van het voorgaande jaar omhoog of omlaag worden bijgesteld (zie artikel 6, tweede lid, onderdeel a, laatste zinsdeel). Ieder jaar kan een overschot dan wel tekort op de balans van BPR ontstaan. Dit ontstaat doordat het volume van het aantal netwerkberichten afwijkt van de raming voor dat jaar of doordat de werkelijke kosten afwijken van de raming. Tekorten worden gecompenseerd door een toeslag op de berekende berichtprijs. Overschotten worden «teruggegeven» door de berichtprijs lager vast te stellen dan de berekende berichtprijs en/of door de geraamde kosten te financieren uit het exploitatieoverschot zodat deze niet worden meegenomen in de berekening van de berichtprijs. De uiteindelijke berichtprijs wordt door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld na overleg met het zogenaamde gebruikersoverleg (zie artikel 23a van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens).

Afnemers (bestuursorganen) en derden (niet-bestuursorganen) ontvangen iedere maand van het Agentschap BPR een factuur op basis van het aantal verzonden en ontvangen netwerkberichten vermenigvuldigd met de berichtprijs (artikel 7, eerste lid).

§ 3. De nieuwe budgetfinanciering

Als gevolg van de invoering van budgetfinanciering van de GBA worden de geldstromen verlegd. De facturering aan afnemers en derden komt bij budgetfinanciering te vervallen en in plaats daarvan boeken departementen middelen over naar de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter bekostiging van de GBA.

Organisaties waarvoor geen middelen zijn overgeboekt naar de BZK-begroting, blijven een factuur ontvangen ter betaling van de berekende maandelijkse bijdrage in de kosten. Voor de organisaties waarvoor wel middelen zijn overgeboekt naar de BZK-begroting, wordt door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het maandelijks in rekening te brengen bedrag op nul gesteld. Het is dus aan de departementen om te bepalen of zij een organisatie onder de budgetfinanciering willen brengen dan wel de budgetfinanciering voor een bepaalde organisatie te beëindigen. Voorbeelden van organisaties waarvoor in 2008 budgetfinanciering wordt ingevoerd zijn de Belastingdienst, gemeenten, GGD’s, en de regionale bureaus leerplicht. Het streven is er op gericht om budgetfinanciering in zo veel mogelijk gevallen in te voeren.

Met de invoering van budgetfinanciering van de GBA zijn in beginsel geen kosten gemoeid. Zoals aangegeven betreft het slechts een verschuiving van geldstromen. De wijzigingen in dit besluit leiden daarom niet tot verschuivingen in de lasten voor gebruikers van het GBA-netwerk.

De budgetfinanciering is niet belastend voor de burger.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Van de introductie van budgetfinanciering in het Besluit GBA is gebruik gemaakt om de gehele opzet van afdeling 3 van hoofdstuk 1 van het Besluit GBA te vereenvoudigen. Deze vereenvoudiging, die hierna beknopt nader zal worden toegelicht, betreft geen inhoudelijke wijziging ten opzichte van de oude afdeling 3 van hoofdstuk 1 en heeft aldus ook geen gevolg ten aanzien van de wijze waarop de tarieffinanciering tot nu toe altijd heeft gewerkt (zie paragraaf 2 van het algemeen deel van deze nota). Op enkele hierna toe te lichten punten is de inhoud van de oude afdeling 3 evenwel geactualiseerd.

De introductie van de budgetfinanciering komt tot uitdrukking in het nieuwe artikel 7, tweede lid, van het Besluit GBA, waarin de in het algemeen deel van deze nota reeds genoemde bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is neergelegd om het maandelijks in rekening te brengen bedrag voor een betrokkene op nul vast te stellen, voor zover een voorziening is getroffen in de begroting van de ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die in de plaats treedt van de bijdrage van de betrokkene.

Een aantal begripsbepalingen uit het oude artikel 3 is overbodig gebleken of ingekort.

De categorieën van kosten uit het oude artikel 4 zijn allemaal behouden, maar in de nieuwe opzet verdeeld over de nieuwe artikelen 4, 8, 9 en 10. Twee categorieën van kosten zijn echter vervallen. Het betreft ten eerste de kosten in verband met mededelingen over het netwerk van de minister van Financiën inzake het sociaal-fiscaal nummer, die zijn vervallen omdat die mededelingen met de introductie van het BSN niet meer zullen worden gedaan. Ten tweede zijn de kosten in verband met mededelingen over het netwerk van de minister van Justitie inzake het verblijfsrecht vervallen, omdat deze kosten in de praktijk niet in de berichtprijs worden verrekend.

De inhoud van de oude artikelen 6, eerste tot en met vierde lid, 7, 8 en 9 is verwerkt in de nieuwe artikelen 5 tot en met 7, eerste lid. De enige inhoudelijke wijziging die zich in deze artikelen heeft voorgedaan is dat de jaarlijkse mededeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de betrokkenen van het bedrag per netwerkbericht dat in het volgende jaar zal worden gehanteerd, in aansluiting op de praktijk voortaan zal plaatsvinden in de september in plaats van juni. Artikel 8 van het gewijzigde Besluit GBA vervangt het oude artikel 6, zesde lid, artikel 9 vervangt het oude artikel 6, vijfde lid, en artikel 10 vervangt het oude artikel 6, zevende lid. Het oude artikel 10 is ongewijzigd teruggekeerd als artikel 10a en vormt de grondslag voor een ministeriële regeling. Aan een grondslag voor het stellen van nadere regels is nu meer behoefte dan in het verleden, gelet op de veranderingen binnen het stelsel – zoals de introductie van de budgetfinanciering en het gebruik van de verstrekkingsvoorziening. De bepalingen die met het onderhavige besluit worden opgenomen in het Besluit GBA leggen het financieringsstelsel duidelijk vast. Dat neemt niet weg dat het in de praktijk wenselijk kan blijken om op enkele – op zich ondergeschikte – punten nadere regels te stellen, zoals een nadere bepaling van in de artikelen gehanteerde begrippen.

Onderdeel B

Dit onderdeel bevat ten eerste de overgangsbepalingen die noodzakelijk zijn om de overgang van het oude systeem van tarieffinanciering naar het nieuwe systeem van zowel tarieffinanciering als budgetfinanciering goed te laten verlopen. De eerste vaststelling van het bedrag per netwerkbericht (artikel 6, eerste lid, nieuw) zal op grond van het gewijzigde besluit in 2008 geschieden voor het jaar 2009, maar bij die vaststelling zullen ook de gegevens over het jaar 2007 nodig zijn (artikel 6, derde lid, nieuw), die nog op grond van het Besluit GBA zoals dat luidde voor de onderhavige wijziging zijn vastgesteld. De vaststelling van het bedrag per netwerkbericht is ook noodzakelijk voor de bepaling van de maandelijkse bijdrage voor 2008 (artikel 7, eerste lid, onderdeel a, nieuw), zodat ook op dat punt zal moeten worden teruggegrepen op vaststellingen met betrekking tot het jaar 2008 gedaan in 2007 op grond van het oude besluit. Het eerste en tweede lid treffen de in dit verband noodzakelijke voorzieningen.

In het eerste lid wordt geregeld dat voor de toepassing van het nieuwe artikel 6, derde lid, van het Besluit GBA in de nadere invulling van de onderdelen van de berekening die zien op het vorige jaar, zijnde het jaar 2007 gelet op de inwerkingtreding van dit besluit met ingang van 1 januari 2008, wordt voorzien door verwijzing naar de bedragen zoals die zijn berekend en vastgesteld onder het Besluit GBA zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit besluit.

In het tweede lid wordt een voorziening getroffen in verband met de in het jaar 2008 maandelijks in rekening te brengen bedragen. Die maandelijkse bijdrage wordt bepaald met behulp van onder andere het in het voorgaande jaar, in dit geval dus 2007, vastgestelde bedrag per netwerkbericht. Die vaststelling geschiedde voor 2007 nog onder het Besluit GBA zoals dat luidde voor de invoering van de budgetfinanciering2.

Artikel II

Gelet op de onlosmakelijke samenhang van de op grond van dit besluit te berekenen kosten, bijdragen en maandelijkse betalingen met de daartoe relevante kalenderjaren, en de onlosmakelijke samenhang van dit besluit met de rijksbegroting in verband met de mogelijkheid om bijdragen en maandelijkse betalingen op nul vast te stellen, is inwerkingtreding met ingang van enig kalenderjaar noodzakelijk. Besloten is de budgetfinanciering per 1 januari 2008 in te voeren. Het besluit werkt daarom terug tot en met 1 januari 2008.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

XNoot
1

Stb. 2007, 76; Stb. 2007, 78.

XNoot
2

Voor 2007 is het bedrag per netwerkbericht vastgesteld op 18 eurocent.