Wet van 12 juni 2008 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het vervallen van de mogelijkheid om Nederlandse onderdanen tot inburgering te verplichten en het aanbrengen van enkele technische verbeteringen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is om de in artikel 4 van de Wet inburgering gegeven mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur te voorzien in een inburgeringsplicht voor Nederlandse onderdanen te schrappen en de daarmee samenhangende bepalingen te wijzigen en dat het wenselijk is enkele technische verbeteringen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inburgering wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel b worden «de artikelen 3 tot en met 6» vervangen door: de artikelen 3, 5 en 6.

2. Onderdeel c komt te luiden:

c. oudkomer: de vreemdeling die sedert het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000 en die op grond van de artikelen 3 en 5 inburgeringsplichtig wordt, voor zover die vreemdeling op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen nieuwkomer was in de zin van de Wet inburgering nieuwkomers;

3. Onderdeel o vervalt.

4. De onderdelen p, q en r worden verletterd tot o, p en q.

Aa

Aan artikel 3 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De inburgeringsplicht, bedoeld in het eerste lid, wordt niet met terugwerkende kracht gevestigd.

B

Artikel 4 vervalt.

C

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «In afwijking van de artikelen 3 en 4» vervangen door: In afwijking van artikel 3.

2. In onderdeel a van het tweede lid wordt «de vreemdeling» vervangen door «de persoon».

3. Onderdeel b van het tweede lid vervalt.

4. De onderdelen c, d en e van het tweede lid worden verletterd tot b, c en d.

5. In onderdeel b (nieuw) van het tweede lid wordt «bedoeld in de onderdelen a en b» vervangen door: bedoeld in onderdeel a.

Ca

In artikel 15, eerste lid, wordt «door een door Onze Minister aan te wijzen instantie» vervangen door: door Onze Minister.

D

In artikel 25, derde lid, wordt de puntkomma in onderdeel i vervangen door een punt en vervalt onderdeel j.

E

Artikel 48 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «personen» vervangen door: vreemdelingen.

2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «persoon» vervangen door: vreemdeling.

Ea

In artikel 49 wordt «sociaal-fiscaal nummer» vervangen door: burgerservicenummer.

ARTIKEL II

(VERVALLEN)

ARTIKEL IIA

Aan artikel 31, tweede lid, van de Wet werk en bijstand wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel r door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

s. een vergoeding als bedoeld in artikel 18 van de Wet inburgering voorzover deze niet een vergoeding is als bedoeld in onderdeel f.

ARTIKEL IIB

Artikel IV van de wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Leerplichtwet 1969 en de Wet inburgering in verband met onder meer de invoering van een kwalificatieplicht (Stb. 203) vervalt.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 12 juni 2008

Beatrix

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

C. P. Vogelaar

Uitgegeven de zesentwintigste juni 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot

Kamerstuk 30 877

Naar boven