Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2008, 206Wet

Wet van 29 mei 2008 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het door de scholen om niet ter beschikking stellen van lesmateriaal aan de leerlingen in het voortgezet onderwijs

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat lesmateriaal dat is voorgeschreven voor het volgen van voortgezet onderwijs in een specifiek leerjaar, elk jaar door de scholen in het voortgezet onderwijs om niet aan de leerlingen ter beschikking wordt gesteld;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING WVO

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 6d wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6e. Beschikbaarstelling lesmateriaal aan leerlingen

  • 1. Het bevoegd gezag stelt elk leerjaar om niet aan een leerling lesmateriaal ter beschikking.

  • 2. Onder lesmateriaal wordt verstaan: lesmateriaal dat naar vorm en inhoud is gericht op informatieoverdracht in onderwijsleersituaties en waarvan het gebruik binnen het onderwijsaanbod door het bevoegd gezag specifiek voor het desbetreffende leerjaar is voorgeschreven.

B

Aan artikel 86, eerste lid, onderdeel c, wordt toegevoegd: waaronder mede wordt verstaan lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e,.

ARTIKEL II. WIJZIGING WEB

In artikel 2.2.1, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Aan het slot van onderdeel j vervalt: en.

2. Aan het slot van onderdeel k wordt de punt vervangen door: , en.

3. Toegevoegd wordt een onderdeel l, luidend:

l. ten behoeve van het voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum: lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e van de Wet op het voortgezet onderwijs.

ARTIKEL III. WIJZIGING WTOS

De Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsomschrijving van bovenbouw komt te luiden:

bovenbouw:

a. voor havo: het vierde en vijfde leerjaar, of

b. voor vwo: het vierde, vijfde en zesde leerjaar,

2. In alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

onderbouw:

a. het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de WVO, alle leerjaren,

b. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de WVO, alle leerjaren,

c. voor havo: het eerste, tweede en derde leerjaar, of

d. voor vwo: het eerste, tweede en derde leerjaar,

B

Het eerste lid van artikel 3.5 komt te luiden:

  • 1. De bedragen in onderstaand overzicht luiden per schooljaar en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008.

    Overzicht. Bedragen tegemoetkoming schoolkosten

    onderbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en volledig op grond van de WEB bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum

    € 282,87

    bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs

    € 363,07

    onderbouw overig onderwijs

    € 594,41

    bovenbouw overig onderwijs

    € 674,61

    beroepsonderwijs

    € 995,86

    speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs

    nihil

    vavo

    € 674,61

C

Aan artikel 3.7 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Voor leerlingen die vallen onder de categorie bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs, genoemd in de tabel van artikel 3.5, wordt de overbruggingstegemoetkoming vermeerderd met tweetwaalfde van het verschil tussen het bedrag dat voor de categorie bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en het bedrag dat voor de categorie bovenbouw overig onderwijs in de tabel van artikel 3.5 is opgenomen.

D

Het eerste lid van artikel 4.6 komt te luiden:

  • 1. De bedragen in onderstaand overzicht luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008.

    Overzicht. Bedragen tegemoetkoming schoolkosten

    onderbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en volledig op grond van de WEB bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum

    € 23,58

    bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs

    € 30,26

    onderbouw overig onderwijs

    € 49,53

    bovenbouw overig onderwijs

    € 56,22

    speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs

    nihil

    Vavo

    € 56,22

ARTIKEL IV. WIJZIGING WMS

In artikel 14, tweede lid, onderdeel d, van de Wet medezeggenschap op scholen wordt «voor schoolboeken en lesmateriaal, noodzakelijk om het onderwijs aan de school te kunnen volgen, en voor andere schoolkosten» vervangen door: voor schoolkosten, met uitzondering van lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.

ARTIKEL V. WIJZIGING WVI

De Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 9e, zesde lid, onderdeel a, wordt «de uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet» vervangen door: de uitvoering van

1°. de Algemene Kinderbijslagwet, en

2°. artikel VI, eerste lid, van de Wet van 29 mei 2008, Stb. 2008, 206, tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het door de scholen om niet ter beschikking stellen van lesmateriaal aan de leerlingen in het voortgezet onderwijs.

2. In artikel 9e, zesde lid, onderdeel a, wordt «de uitvoering van

1°. de Algemene Kinderbijslagwet, en

2°. artikel VI, eerste lid, van de Wet van 29 mei 2008, Stb. 2008, 206, tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het door de scholen om niet ter beschikking stellen van lesmateriaal aan de leerlingen in het voortgezet onderwijs» vervangen door: de uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet.

ARTIKEL VI. INVOERINGSBEPALING SCHOOLJAAR 2008–2009

  • 1. Aan bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van leerlingen in het voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of aan hun wettelijk vertegenwoordiger verstrekt de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die het aangaat, volgens bij die regeling te geven regels, een bij die regeling te bepalen tegemoetkoming ten behoeve van aanschaf of huur van lesmateriaal als bedoeld in artikel I, onderdeel A, bestemd voor gebruik in het schooljaar 2008–2009. De in de eerste volzin bedoelde tegemoetkoming kan worden verstrekt door de Informatie Beheer Groep, bedoeld in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, of de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

  • 2. De leerling op wie de tegemoetkoming betrekking heeft, dient op de teldatum 1 oktober 2008 als werkelijk schoolgaand te zijn ingeschreven aan een school voor voortgezet onderwijs die wordt bekostigd op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs of aan een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs voor zover het het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs betreft.

  • 3. Indien twee natuurlijke personen voldoen aan het begrip wettelijk vertegenwoordiger, wordt daaronder verstaan:

    a. wettelijk vertegenwoordiger die over het derde kwartaal van 2008 ten behoeve van de leerling kinderbijslag als bedoeld in de Algemene Kinderbijslagwet heeft ontvangen,

    b. indien onderdeel a niet van toepassing is: wettelijk vertegenwoordiger bij wie de leerling op 1 augustus blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens woont, of

    c. indien de onderdelen a en b niet van toepassing zijn: wettelijk vertegenwoordiger die de wettelijke vertegenwoordigers gezamenlijk daartoe hebben aangewezen.

  • 4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, blijft buiten beschouwing bij de verlening van andere op het inkomen of vermogen afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen.

  • 5. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing voor het schooljaar 2009–2010, met dien verstande dat voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de teldatum 1 oktober 2009 en voor de toepassing van het derde lid, onder a, van het derde kwartaal van 2009.

ARTIKEL VIA. EVALUATIEBEPALING

  • 1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2011, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Hierin wordt in ieder geval aandacht besteed aan:

    a. de ontwikkeling van de kosten van het lesmateriaal in relatie tot de hoogte van het bedrag per leerling;

    b. de ontwikkeling van de bijkomende schoolkosten voor de ouders;

    c. de beoogde verbetering van de marktwerking op de educatieve boekenmarkt;

    d. de keuzevrijheid op scholen tot het voorschrijven van lesmateriaal; en

    e. de gevolgen van Europese aanbestedingen in het kader van deze wet.

  • 2. In het koninklijk besluit, bedoeld in artikel VII, eerste lid, onder c, kan worden bepaald dat in het eerste lid «2011» wordt vervangen door: 2012.

ARTIKEL VII. INWERKINGTREDING

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 2008 met dien verstande dat artikel 86 van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals gewijzigd door artikel I, onderdeel B, en artikel 2.2.1, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals gewijzigd door artikel II, voor het eerst van toepassing zijn ten aanzien van de bekostiging voor het kalenderjaar 2009 en met uitzondering van:

    a. artikel I, onderdeel A, artikel III, onderdeel C, en artikel IV, die in werking treden met ingang van 1 augustus 2009,

    b. artikel V, tweede lid, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, en

    c. artikel VI, vijfde lid, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

  • 2. Indien in het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt bepaald dat artikel VI, vijfde lid, in werking treedt met ingang van 1 augustus 2009, wordt in het eerste lid «2009» telkens vervangen door: 2010.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

's-Gravenhage, 29 mei 2008

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Uitgegeven de zeventiende juni 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot

Kamerstuk 31 325