Wet van 22 mei 2008 tot wijziging van enige wetten teneinde het verhaal van kosten van re-integratiemaatregelen te vergemakkelijken

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het verhaal te vergemakkelijken van kosten van door (overheids)werkgevers en het UWV verplicht genomen maatregelen tot re-integratie van een gekwetste tijdens diens ziekte of arbeidsongeschiktheid;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN HET BURGERLIJK WETBOEK

In artikel 107a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek wordt, onder vernummering van lid 3 tot lid 4, een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. De in lid 2 bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door de werkgever gemaakte redelijke kosten ter nakoming van zijn in artikel 658a van Boek 7 bedoelde verplichtingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE VERHAALSWET ONGEVALLEN AMBTENAREN

De Verhaalswet ongevallen ambtenaren wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 3 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 3a

De in artikel 2 bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het verhalend lichaam gemaakte redelijke kosten ter nakoming van zijn in artikel 76e van de Ziektewet dan wel in naar aard en strekking daarmee overeenkomende bepalingen van de op de ambtenaar van toepassing zijnde rechtspositieregeling bedoelde verplichtingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de getroffene ten dienste zou hebben gestaan.

Artikel 3b. Overgangsbepaling in verband met artikel 3a

In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van artikel 3a bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 3a. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN

De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 69 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.

B

Na artikel 101b wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 101c. Overgangsrecht in verband met artikel 69, derde lid

In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van artikel 69, derde lid, bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 69, derde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 61 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke en de aansprakelijke jegens de ingezetene die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt zijn eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de jonggehandicapte, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de jonggehandicapte ten dienste zou hebben gestaan.

B

Artikel 76 komt te luiden:

Artikel 76. Overgangsbepaling in verband met artikel 61, derde lid

In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van artikel 61, derde lid, bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 61, derde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 90 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigen risicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigen risicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop rustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.

B

Na artikel 91d wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 91e

In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van artikel 90, vierde lid, bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 90, vierde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

ARTIKEL VI. WIJZIGING VAN DE WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 99 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke en de aansprakelijke jegens de persoon met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking zijn eveneens verplicht tot vergoeding van de door het UWV of de eigenrisicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet of de persoon met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking, die op het UWV of de eigenrisicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de persoon die recht heeft op een uitkering of voorziening op grond van deze wet ten dienste zou hebben gestaan.

B

In artikel 100, eerste lid, wordt «de persoon die recht heeft op een uitkering» vervangen door «de persoon die recht heeft op een uitkering of voorziening» en wordt «als de verzekerde jegens wie» vervangen door «als de persoon jegens wie».

C

Artikel 128 komt te luiden:

Artikel 128. Overgangsrecht in verband met artikel 99, vierde lid

In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van artikel 99, vierde lid, bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 99, vierde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

ARTIKEL VII. WIJZIGING VAN DE ZIEKTEWET

De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 52a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.

B

Na artikel 92 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 93

In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van artikel 52a, derde lid, bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan artikel 52a, derde lid. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open.

ARTIKEL VIII. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

's-Gravenhage, 22 mei 2008

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. P. H. Donner

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

Uitgegeven de twaalfde juni 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot

Kamerstukken 31 087

Naar boven