Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 2008, 196AMvB

Besluit van 28 mei 2008, houdende wijziging van het Kentekenreglement in verband met het aanmerken van het kentekenregister als basisregistratie alsmede in verband met de herziening van de gegevensverstrekking uit het kentekenregister

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 januari 2008, nr. HDJZ/AWW/2008-85, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 4q, tweede lid, onderdeel c, 42, zesde lid, 42a, derde en vierde lid, 43, tweede, derde en vijfde lid, 43a, 43c, zevende lid, en 45a, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

De Raad van State gehoord (advies van 25 maart 2008, nr. W09.08.0032/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 mei 2008, nr. CEND/HDJZ-2008/123 sector AWW, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Kentekenreglement wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel j vervalt.

2. Onderdeel k wordt verletterd tot onderdeel j.

B

In artikel 6, eerste lid, onderdeel s, wordt «de verantwoordelijke voor de gegevensverwerking» vervangen door: de Dienst Wegverkeer.

C

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7 Authentieke en gevoelige gegevens

  • 1. Als authentieke gegevens of categorieën daarvan als bedoeld in artikel 42a, derde lid, van de wet worden aangewezen gegevens omtrent:

    a. afgifte van een kentekenbewijs, bedoeld in artikel 6, onderdelen f en u;

    b. een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet is verleend;

    c. voertuigstatus;

    d. aansprakelijkheid;

    e. uitvoering en constructie van een voertuig;

    f. milieuaspecten van een voertuig; of

    g. gebruik van een voertuig.

  • 2. Als gevoelige gegevens worden aangewezen gegevens of combinaties van gegevens die zijn aan te merken als:

    a. persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

    b. gegevens waarvan de verstrekking een nadelig effect kan hebben op de concurrentiepositie van een onderneming, waaronder in elk geval worden verstaan voertuigidentificerende gegevens in combinatie met gegevens ten aanzien van een rechtspersoon omtrent:

    1°. naam, adres en vestigingsplaats;

    2°. datum van oprichting en opheffing;

    3°. aan de rechtspersoon gerelateerde nummers en coderingen, en

    4°. rechtspersoonsstatus.

    c. gegevens waarvan de verstrekking het risico van handelen in strijd met een wettelijk voorschrift met zich brengt waaronder in elk geval worden verstaan gegevens omtrent:

    1°. identificatie en registratie van een voertuig;

    2°. diefstal van een voertuig;

    3°. aansprakelijkheden met betrekking tot het voertuig;

    4°. kentekenbewijsstatus, en

    5°. voertuigstatus.

  • 3. Niet-gevoelige gegevens zijn alle gegevens die niet op grond van het tweede lid als gevoelig zijn aangewezen.

D

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8 Mededeling feiten en onjuistheden door overheidsorganen

De Dienst Wegverkeer bepaalt de wijze waarop:

a. overheidsorganen als bedoeld in artikel 41a, eerste lid, onderdeel a, van de wet een melding als bedoeld in artikel 43c, eerste lid, van de wet doen;

b. een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 41a, eerste lid, onderdeel c, van de wet «in onderzoek» wordt geplaatst als bedoeld in artikel 43c, derde lid, van de wet.

E

Artikel 8a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «Gegevensverstrekking» vervangen door: Verstrekking van gevoelige gegevens.

2. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. «gegevens» wordt vervangen door: gevoelige gegevens.

b. De onderdelen a tot en met c komen te luiden:

a. met de registratie van voertuigen belaste autoriteiten buiten Nederland ten behoeve van de registratie van voertuigen aldaar;

b. autoriteiten buiten Nederland die zijn belast met de handhaving van verkeersregels, de opsporing van verkeersovertredingen en de heffing van parkeerbelasting of andere heffingen inzake het gebruik van de weg;

c. met de toelating van voertuigen belaste autoriteiten buiten Nederland, omtrent typen voertuigen, voertuigsystemen, voertuigonderdelen of technische eenheden en omtrent de uitstoot van verontreinigde gassen en deeltjes;.

3. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Gevoelige gegevens als bedoeld in het eerste lid worden slechts verstrekt aan autoriteiten uit landen die geen deel uitmaken van de Europese Unie, de Europese Vrijhandelsassociatie of de Europese Economische Ruimte en aan instellingen van volkenrechtelijke organisaties welke niet door een lidstaat van de Europese Unie, de Europese Vrijhandelsassociatie of de Europese Economische Ruimte als zodanig zijn aangewezen, indien dat land of die instelling naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer een passend beschermingsniveau waarborgt. De beoordeling of sprake is van een passend beschermingsniveau geschiedt overeenkomstig artikel 76, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.

F

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9 Verstrekking van gevoelige gegevens aan anderen dan overheidsorganen, autoriteiten buiten Nederland en instellingen van volkenrechtelijke organisaties

  • 1. Aan de volgende personen en instanties kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt:

    a. door Onze Minister of, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk dan wel, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de verplichtingen, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, door Onze Minister en Onze Minister van Financiën, respectievelijk Onze Minister en Onze Minister van Justitie, gezamenlijk aangewezen beroepsbeoefenaren of categorieën van beroepsbeoefenaren;

    b. door Onze Minister of, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk aangewezen informatieproviders, en

    c. belanghebbenden, niet zijnde personen en instanties als bedoeld in de onderdelen a en b.

  • 2. Onverminderd de artikelen 11 tot en met 14 kunnen met betrekking tot gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld die betrekking hebben op:

    a. de personen en instanties, bedoeld in het eerste lid, aan wie wordt verstrekt;

    b. de gevallen waarin wordt verstrekt;

    c. de voorwaarden waaronder wordt verstrekt, of

    d. de doeleinden waarvoor wordt verstrekt.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het gebruik van de aan de in het eerste lid genoemde personen en instanties verstrekte gegevens. Daarbij kunnen beperkingen aan het gebruik worden gesteld alsmede voorschriften ten aanzien van de beveiliging van de verstrekte gegevens en voorschriften voor het verlenen van medewerking aan het toezicht door de Dienst Wegverkeer.

G

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Aanvraag van gegevens.

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De aanvraag tot het verstrekken van gegevens geschiedt op door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze en onder opgave van de reden, waarbij de identiteit van de aanvrager met voldoende zekerheid door deze dienst kan worden vastgesteld.

3. Onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid vervalt het tweede lid.

4. In het tweede lid (nieuw) wordt «de verantwoordelijke voor de gegevensverstrekking in het kader van het kentekenregister» vervangen door «de Dienst Wegverkeer» en wordt «de houder» vervangen door: deze dienst.

5. In het derde lid (nieuw) wordt «onderdelen b, c of d» vervangen door: eerste lid, onderdelen a of b.

6. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid hoeft bij de aanvraag van niet-gevoelige gegevens geen reden voor de aanvraag te worden opgegeven noch is vaststelling van de identiteit van de aanvrager noodzakelijk.

H

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Verstrekking van persoonsgegevens aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c.

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Nadat een belanghebbende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, een verzoek om verstrekking van persoonsgegevens heeft ingediend, vraagt de Dienst Wegverkeer aan betrokkene toestemming voor de verstrekking van deze gegevens. Deze dienst geeft daarbij aan voor welke doeleinden de verstrekking is verzocht.

3. In het tweede, derde en vierde lid wordt «artikel 9, onderdeel a» telkens vervangen door: artikel 9, eerste lid, onderdeel c.

4. In het derde lid wordt «particulieren» vervangen door: desbetreffende belanghebbenden.

5. Er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 5. In afwijking van het eerste lid blijft het vragen van toestemming achterwege indien het een aanvraag betreft door degene die als eigenaar van het desbetreffende voertuig in het kentekenregister staat geregistreerd tot verstrekking van persoonsgegevens met betrekking tot de houder aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.

I

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Er wordt een opschrift toegevoegd, luidende: Verstrekking van gevoelige gegevens aan beroepsbeoefenaren.

2. «Belanghebbenden» wordt vervangen door «beroepsbeoefenaren of categorieën van beroepsbeoefenaren» en «artikel 9, onderdeel b» wordt telkens vervangen door: artikel 9, eerste lid, onderdeel a.

J

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13 Verstrekking van gevoelige gegevens aan geregistreerde rechtspersonen en bedrijven

  • 1. Aan rechtspersonen kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt met betrekking tot de motorrijtuigen en aanhangwagens ten aanzien waarvan de desbetreffende rechtspersoon als eigenaar dan wel houder in het kentekenregister staat geregistreerd.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid kunnen aan degene die in het kentekenregister staat geregistreerd als eigenaar van een voertuig waarvan het kentekenbewijs is afgegeven aan een houder, gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, die betrekking hebben op de houder of diens voertuig worden verstrekt.

K

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Verstrekking van gevoelige gegevens aan informatieproviders.

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Aan informatieproviders bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, kunnen op aanvraag bij ministeriële regeling bepaalde gevoelige gegevens worden verstrekt in overeenstemming met de aanwijzing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b. De verstrekking van gevoelige gegevens vindt slechts plaats ten behoeve van:

    a. statistische doeleinden;

    b. bij de aanwijzing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, aangewezen voertuiginformatiesystemen ten behoeve van de voertuigbranche, of

    c. andere bij ministeriële regeling te bepalen doeleinden.

3. In het tweede lid wordt «belanghebbenden» vervangen door: informatieproviders.

L

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift en in de tekst wordt voor «gegevens» ingevoegd: gevoelige.

2. «Belanghebbenden» wordt vervangen door «De personen en instanties» en «artikel 9» wordt vervangen door «artikel 9, eerste lid,».

M

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16 Beperking aan verstrekking en gebruik van gevoelige gegevens

Op verzoek van betrokkene wordt in het kentekenregister geregistreerd dat hij zijn toestemming onthoudt aan de verstrekking van op hem betrekking hebbende gevoelige gegevens aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c.

N

Na artikel 16 wordt in hoofdstuk 3 een nieuwe artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 16a Tarief voor toezicht

Het tarief, bedoeld in artikel 45a, derde lid, van de wet wordt in rekening gebracht in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen aan in die ministeriële regeling aangewezen personen en instanties of categorieën daarvan.

O

Aan artikel 35 wordt na het tweede lid een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het in het eerste lid bedoelde tarief dient tevens ter dekking van de kosten van verstrekkingen waarbij inning van het tarief meer kost dan het te innen tarief.

P

Artikel 38, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De Dienst Wegverkeer kan een kentekenbewijs ongeldig verklaren voor het rijden op de weg indien naar het oordeel van deze dienst:

    a. het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven niet ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de in artikel 45a, tweede lid, van de wet bedoelde inspectie;

    b. niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 52, tweede lid, van de wet in het kentekenbewijs vermelde voorschriften, of

    c. het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven niet voldoet aan een of meer van de in artikel 58, tweede lid, onderdelen b, c, of d, van de wet bedoelde eisen.

ARTIKEL II

Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de aanwijzingsbeschikkingen voor beroepsbeoefenaren op artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van het Kentekenreglement.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 28 mei 2008

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings

Uitgegeven de tiende juni 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Het onderhavige besluit wijzigt het Kentekenreglement (hierna: KR). De wijziging van het KR is noodzakelijk in verband met de wet houdende wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het aanmerken van het kentekenregister als basisregistratie alsmede in verband met de herziening van de gegevensverstrekking uit het kentekenregister en enkele andere wijzigingen1 (hierna: de wet). De wet bevat geen gedetailleerde regelgeving inzake de aanmerking van het kentekenregister als basisregistratie en de herziening van het gegevensverstrekkingenbeleid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, in casu het KR, wordt het een en ander verder uitgewerkt. Hieronder zullen de wijzigingen nader worden toegelicht.

1 Wijzigingen in verband met het aanmerken van het kentekenregister als basisregistratie

Een basisregistratie is een verzameling van gegevens waarvan bij wet is bepaald dat deze authentieke gegevens bevat. Zie ook artikel 41a, eerste lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994).

1.1 Authentieke gegevens

In artikel 42a, tweede lid, van de WVW 1994 zijn reeds enkele gegevens als authentiek aangemerkt. Op grond van het derde lid van dat artikel kunnen daarnaast bij algemene maatregel van bestuur gegevens als authentiek worden aangemerkt. Dit gebeurt in het eerste lid van artikel 7 (artikel I, onderdeel C). Hierin wordt een zevental categorieën gegevens als authentiek bestempeld. Het betreft de volgende gegevens of categorieën van gegevens. Als eerste gegevens omtrent de afgifte van een kentekenbewijs. Deze categorie bevat informatie omtrent het soort legitimatiemiddel dat is gebruikt bij het op naam zetten van een voertuig en de zogenoemde administratieve persoonsstatus. Deze persoonsstatus heeft betrekking op het niet voldoen aan de verplichting tot het betalen van motorrijtuigenbelasting of van opgelegde boetes en heeft op grond van artikel 19a, eerste lid, van het KR een blokkerende werking op de afgifte van (delen van) kentekenbewijzen.

Ten tweede gegevens omtrent de status van een aan een erkend bedrijf verleende erkenning. Deze gegevens hebben betrekking op de bevoegdheid van een (lease-)bedrijf om gegevens omtrent het eigenaarschap van een voertuig te plaatsen en om bepaalde verplichtingen van het op naam hebben van een voertuig op zich te nemen. Tevens maken deze gegevens de uitvoering van artikel 36, derde lid, van het KR, waar voor de afgifte van een vervangend kentekenbewijs toestemming van de eigenaar van het voertuig nodig is, mogelijk.

Ten derde gegevens omtrent de status van een voertuig. Dit betreft informatie over de geldigheid van het kentekenbewijs en de verplichtingen die daaraan zijn verbonden. Indien niet wordt voldaan aan regelgeving omtrent het gebruik van een voertuig op de openbare weg, kan het kentekenbewijs ongeldig worden verklaard, waardoor tevens de informatieverstrekking omtrent verplichtingen wordt opgeschort of beëindigd. Daarnaast betreft het informatie over het tijdstip van de eerste toelating van het voertuig in Nederland en aan wie het document deel IA voor het eerst is verstrekt.

Ten vierde: gegevens omtrent aansprakelijkheden. Hier gaat het om informatie over de termijnen en de categorieën van aansprakelijken, zoals bijvoorbeeld de mede-aansprakelijken bedoeld in artikel 48, vierde lid, van de WVW 1994 van degene die als gemachtigde is opgetreden voor een niet-verplicht in het Handelsregister ingeschreven publiekrechtelijke rechtspersoon of kerkelijke instelling. Deze aansprakelijkheden worden niet op het kentekenbewijs vermeld, maar hebben wel gevolgen voor de handhaving in brede zin.

Ten vijfde gegevens omtrent de uitvoering en constructie van een voertuig. Deze gegevens hebben betrekking op specifieke voertuigkenmerken en betreffen onder meer het soort voertuig, de inrichting daarvan en de technisch specifieke kenmerken van voertuigen.

Ten zesde is er de categorie gegevens omtrent milieuaspecten van een voertuig. Dit betreft informatie over de zuinigheid en milieunormering van een voertuig. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn de in Europese richtlijnen neergelegde classificaties voor voertuigen, gedifferentieerd naar zuinigheid in relatie tot brandstofverbruik en naar de mate van belastendheid voor het milieu.

Tot slot: gegevens omtrent het gebruik van een voertuig betreffen vooral gegevens inzake maximale snelheden die op het voertuig van toepassing zijn vanwege de constructie, dan wel afwijking van de standaard voor die voertuigsoort van toepassing zijnde wettelijke snelheid, zoals de 100 kilometer maximumsnelheid bij autobussen. In de toekomst kunnen onder deze categorie ook komen te vallen gegevens omtrent kilometerstanden en het gebruik van de weg.

1.2 Verplichtingen ten aanzien van authentieke gegevens

Indien gegevens als authentiek zijn aangemerkt dan gelden voor overheidsorganen het verplicht gebruik en de terugmeldplicht. Het verplicht gebruik is reeds geregeld in artikel 43b van de WVW 1994. De terugmeldplicht geldt op grond van artikel 43c van de WVW 1994 indien een overheidsorgaan gerede twijfel heeft over de juistheid van een in het kentekenregister opgenomen authentiek gegeven. Op grond van het eerste lid van artikel 43c dient een overheidsorgaan deze twijfel te melden bij de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW). Het zevende lid van artikel 43c bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van de terugmeldplicht. Deze nadere uitwerking vindt plaats in artikel 8 van het KR (artikel I, onderdeel D). Daarin wordt geregeld dat de RDW bepaalt op welke wijze de terugmelding moet plaatsvinden alsmede hoe een authentiek gegeven «in onderzoek» wordt geplaatst gedurende de periode dat wordt nagegaan of het authentieke gegeven juist is. Tijdens de periode van «in onderzoek» – zijn van het gegeven vervalt het verplicht gebruik.

De RDW stelt verschillende communicatiekanalen ter beschikking aan overheidsorganen in het kader van de terugmeldplicht. Met de overheidsorganen wordt afgesproken welke procedure moet worden gevolgd in het geval van een terugmelding. Door de RDW wordt vervolgens vastgesteld dat de melding aan de volgende criteria voldoet:

– het betreft een authentiek gegeven dat afkomstig is uit een basisregistratie;

– de melder is bij de Dienst Wegverkeer bekend en geautoriseerd tot het doen van de terugmeldingen;

– de melding is volledig.

Naast de terugmeldplicht ten aanzien van authentieke gegevens wordt van overheidsorganen tevens verwacht dat zij feiten die zij tijdens de uitoefening van hun publieke taak te weten zijn gekomen en die van belang kunnen zijn voor de kwaliteit van het kentekenregister melden bij de Dienst Wegverkeer. Dit is neergelegd in artikel 43f van de WVW 1994. Dit om de hoge kwaliteit van het kentekenregister zoveel mogelijk te kunnen waarborgen. Ook voor deze meldingen wordt door de RDW bepaald hoe ze dienen plaats te vinden.

2 Wijzigingen in verband met de herziening van de gegevensverstrekking uit het kentekenregister

Het beleid inzake de gegevensverstrekking uit het kentekenregister wordt thans gewijzigd. Deze wijziging is ingegeven door een aantal ontwikkelingen, namelijk de wens tot bredere beschikbaarstelling van overheidsinformatie, de bescherming van persoonsgegevens, ontwikkelingen op het gebied van markt en overheid en ontwikkelingen op het gebied van internationale gegevensverstrekking. Voor een meer gedetailleerde achtergrond van deze ontwikkelingen zij verwezen naar hoofdstuk II, paragraaf 1, van de memorie van toelichting bij de wet.2

2.1 Gevoelige en niet-gevoelige gegevens

De kern van het nieuwe verstrekkingenbeleid is het onderscheid tussen gevoelige en niet-gevoelige gegevens. Ten aanzien van niet-gevoelige gegevens geldt dat deze aan een ieder kunnen worden verstrekt en dat aan het gebruik van die gegevens geen beperkingen worden verbonden (artikel 43, vierde lid, van de WVW1994). Aan de verstrekking en het gebruik van gevoelige gegevens worden evenwel wel beperkingen gesteld.

In artikel 7, tweede lid, worden de categorieën van gevoelige gegevens gedefinieerd (artikel I, onderdeel C).

De gevoelige gegevens in het kentekenregister betreffen niet alleen persoonsgegevens van natuurlijke personen waarop de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing is, maar ook gegevens die een nadelig effect kunnen hebben op de concurrentiepositie van een onderneming. Het betreft met name de gegevens van rechtspersonen die in het kader van de tenaamstelling in het kentekenregister zijn opgenomen. Als voorbeeld kan worden genoemd de combinatie van de rechtspersoon of diens Kamer-van-Koophandelnummer met het kenteken of de kentekens van de voertuigen die op naam van de rechtspersoon staan, bijvoorbeeld omdat kennis omtrent de omvang van een bedrijfsvoorraad van een concurrent de concurrentiepositie van die concurrent benadelen. Deze categorie van gevoelige gegevens is nader uitgewerkt in het tweede lid, onderdeel b, van artikel 7. Het gaat om voertuigidentificerende gegevens in combinatie met gegevens van rechtspersonen. Hieronder vallen gegevens zoals naam-, adres- en vestigingsplaatsgegevens, de datum van oprichting van een rechtspersoon alsmede, indien bekend, de datum van de opheffing van een rechtspersoon. Onder de aan de rechtspersoon gerelateerde nummers wordt verstaan: het Kamer-van-Koophandelnummer, het fiscaalnummer, het telefoonnummer en enkele andere in het kentekenregister opgenomen nummers waarmee een rechtspersoon kan worden geïdentificeerd, zoals bijvoorbeeld het intern gebruikte RDW-nummer voor rechtspersonen. Tot slot is er de subcategorie gegevens die vallen onder de noemer rechtspersoonstatus. Hieronder vallen gegevens die betrekking hebben op situaties waarbij de houder van een voertuig een andere (rechts-)persoon is dan de eigenaar, op de voertuigverplichtingen die de eigenaar van het voertuig op zich neemt (in het kader van de verdeling van voertuigverplichtingen over eigenaar en houder, indien dit niet dezelfde (rechts-)personen zijn) of de registratie van een rechtspersoon als importeur van voertuigen.

Tot slot is er de categorie gevoelige gegevens waarmee een voertuig op relatief eenvoudige wijze van identiteit kan veranderen of waarmee op andere wijze fraude kan worden gepleegd of handelen in strijd met wettelijke voorschriften gemakkelijker kan worden gemaakt, bijvoorbeeld de combinatie van kenteken en chassisnummer. Bij handelen in strijd met een wettelijk voorschrift kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het omkatten van voertuigen, het zich onttrekken aan de aansprakelijkheden, zoals belastingen, verzekering en periodieke keuring, welke zijn verbonden aan de registratie van een voertuig en het onjuist opgeven van gegevens waardoor een geldelijk voordeel kan worden behaald.

Deze categorie van gevoelige gegevens is nader uitgewerkt in het tweede lid, onderdeel c, van artikel 7. Bij gegevens die vallen onder de subcategorie gegevens ten aanzien van de identificatie en registratie van het voertuig, gaat het om gegevens zoals het VIN (voertuig identificatie nummer), de duplicaatcode van het kentekenbewijs en de meldcode. Onder deze subcategorie vallen ook enkele interne codes die de RDW gebruikt teneinde de voertuigen juist te kunnen identificeren en registreren. De diefstalgegevens betreffen meer dan alleen het feit dat het voertuig als gestolen geregistreerd staat (dat enkele feit valt onder voertuigstatus), maar ook wanneer het als gestolen is gemeld en de inhoudelijke gegevens ten aanzien van de aangifte. De subcategorie kentekenstatus betreft informatie omtrent de kentekenbewijsstatus als het gaat om schorsing en buiten registratie staan van een voertuig of in onderzoek zijn van gegevens zoals deze zijn opgenomen op het kentekenbewijs en bij de subcategorie voertuigstatus betreft het gegevens ten aanzien van het voertuig zoals: total loss, vermist of gestolen zijn van een voertuig en kilometerstand bij keuring.

Vanwege het belang van het onderscheid tussen gevoelige en niet-gevoelige gegevens zijn de categorieën van gevoelige gegevens op het niveau van een algemene maatregel van bestuur neergelegd. In de praktijk zullen deze categorieën nader en in meer detail worden uitgewerkt door de RDW in een beleidsregel. Hiervoor is gekozen omdat de verwachting is dat de lijst met gegevens op attribuutniveau aan verandering onderhevig zal zijn als gevolg van externe factoren zoals maatschappelijke ontwikkelingen, voortschrijdend inzicht of veranderende wet- of regelgeving.

2.2 Verstrekking van gevoelige gegevens

In artikel 9 wordt een aantal categorieën van personen en instanties benoemd aan wie gevoelige gegevens kunnen worden verstrekt. Dit zijn de beroepsbeoefenaren en categorieën van beroepsbeoefenaren (eerste lid, onderdeel a) zoals advocaten en deurwaarders. De tweede categorie wordt gevormd door personen en organisaties die op bedrijfsmatige wijze de uit het kentekenregister ontvangen gegevens bewerken en met deze bewerkte gegevens diensten leveren aan gebruikers. Dit zijn de zogenoemde informatieproviders (eerste lid, onderdeel b). Tot slot is er een restcategorie overige belanghebbenden (eerste lid, onderdeel c). De drie categorieën worden hieronder behandeld.

Nadere regels ten aanzien van de verstrekking van de in artikel 9, eerste lid, genoemde categorieën van personen en instanties aan wie gevoelige gegevens kunnen worden verstrekt kunnen worden neergelegd in een ministeriële regeling (artikel 9, tweede lid).

Op grond van het derde lid kunnen beperkingen worden gesteld aan het gebruik en voorschriften worden gesteld ten aanzien van de beveiliging van de verstrekte gegevens en de beveiliging van digitaal te verstrekken gegevens. Daarnaast kunnen voorschriften worden gesteld aan het verlenen van medewerking bij het door de RDW uit te voeren toezicht en het traceren door de RDW van mogelijk handelen in strijd met de doeleinden waarvoor, dan wel de voorwaarden waaronder is verstrekt door de personen en instanties aan wie gevoelige gegevens worden verstrekt op grond van artikel 9.

2.2.1 Beroepsbeoefenaren

Ten aanzien van de verstrekking van gevoelige gegevens aan beroepsbeoefenaren wordt het een en ander geregeld in artikel 12 van het KR. Dit artikel is niet wezenlijk gewijzigd.

2.2.2 Informatieproviders

Een nieuwe categorie is de informatieprovider. De individuele informatieproviders worden op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, door de Minister van Verkeer en Waterstaat of door de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Justitie gezamenlijk aangewezen (artikel I, onderdeel F). Een informatieprovider verzamelt en verwerkt bedrijfsmatig gegevens afkomstig uit diverse bronnen waaronder het kentekenregister. Een informatieprovider selecteert motieven die de markt hanteert en bewerkt deze zodanig dat ze in een informatiebehoefte uit de markt kunnen voorzien. Hierbij mogen de zogenoemde niet-gevoelige gegevens vrijelijk worden gebruikt. Daarnaast kunnen op grond van artikel 14 van het KR bij ministeriële regeling vastgestelde gevoelige gegevens worden gebruikt. Bijvoorbeeld ten behoeve van voertuiginformatiesystemen voor de voertuigbranche en ten behoeve van statistische bewerking, waarbij als voorwaarde voor de verstrekking van gevoelige gegevens of de combinatie van verstrekte gegevens geldt dat deze niet herleidbaar mogen zijn tot een individuele natuurlijke persoon, rechtspersoon of een huishouden. Onder gegevensverstrekking ten behoeve van voertuiginformatiesysteem voor voertuigbranche wordt verstaan het gebruik van gegevens uit het kentekenregister om informatiesystemen voor de voertuigbranche te voeden, waarmee de aan het betreffende voertuig of voertuigtype gerelateerde informatie op eenvoudige wijze kan worden geproduceerd. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een voertuigonderdelensysteem dat de onderdelen van een bepaald (type) voertuig kan selecteren, indien de informatie ten aanzien van de onderdelen zich ook in dat voertuiginformatiesysteem bevinden.

Binnen de groep van informatieproviders bevindt zich tevens de groep die voorheen was aangewezen als belangenbehartigers van de automobielbranche. Deze hebben onder de werking van de wet- en regelgeving zoals die gold tot 1 maart 2007 gevoelige gegevens ontvangen welke tevens mochten worden gebruikt voor commerciële doeleinden. Deze gegevens worden vanaf 1 maart 2007 niet meer verstrekt als gevolg van de inwerkingtreding van het zogenoemde NAW-besluit (Naam-Adres-Woonplaats)3. De gevoelige gegevens die vóór die datum zijn verstrekt mogen ook na die datum worden gebruikt voor alle doeleinden waarvoor gebruik was toegestaan op het moment van verstrekking. Gegevens die ná 1 maart 2007 zijn verstrekt mogen alleen nog worden gebruikt voor statistische doeleinden en voor voertuiginformatiesystemen. Welke gegevens dat waren is ten tijde van de inwerkingtreding van het NAW-besluit neergelegd in de Beleidsregels gegevensverstrekking uit het kentekenregister,4 omdat er geen grondslag bestond om dit elders in regelgeving neer te leggen. Thans zijn dezelfde sets met gegevens neergelegd op het niveau van een ministeriële regeling (artikel I, onderdeel K). De aanwijzingsbeschikkingen van de bestaande belangenbehartigers van de automobielbranche zijn aan de nieuwe regelgeving aangepast.

2.2.3 Overige belanghebbenden

In het eerste lid van artikel 11 is geregeld dat indien een belanghebbende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, een persoonsgegeven opvraagt eerst toestemming voor verstrekking wordt gevraagd aan degene op wie het gegeven betrekking heeft (artikel I, onderdeel H). Hierop wordt in het nieuwe vierde lid een uitzondering gemaakt. In het vierde lid wordt geregeld dat een bedrijf (bijvoorbeeld een lessor) dat als eigenaar in het kentekenregister is opgenomen, informatie mag opvragen omtrent de persoon (in het genoemde voorbeeld: de lessee) die het betreffende kentekenbewijs in het kentekenregister op naam heeft staan.

In het nieuwe artikel 13 worden twee categorieën van personen en instanties aangewezen aan wie gevoelige gegevens kunnen worden verstrekt (artikel I, onderdeel J). Deze personen en instanties vallen onder de restcategorie van belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c. Artikel 13 heeft betrekking op rechtspersonen en bedrijven die als eigenaar of houder van een voertuig in het kentekenregister staan opgenomen. Aan deze rechtspersonen kunnen gevoelige gegevens die betrekking hebben op het eigen voertuig of op het voertuig waarvan zij houder zijn worden verstrekt (eerste lid). De tweede groep betreft de bedrijven met veel voertuigen (fleetowners zoals leasebedrijven) die ervoor hebben gekozen het voertuig op naam van de houder of lessee te zetten, en, onder andere ter uitvoering van artikel 36, derde lid, van het KR hun eigendomsindicatie in het kentekenregister hebben geplaatst. Aan deze bedrijven mogen op grond van deze bepaling tevens gevoelige gegevens, niet zijnde persoonsgegevens, met betrekking tot de persoon die als houder in het kentekenregister is opgenomen of met betrekking tot diens voertuig worden verstrekt. Artikel 13, tweede lid, heeft echter geen betrekking op de verstrekking van persoonsgegevens. Zoals hierboven al is aangegeven kunnen persoonsgegevens worden opgevraagd op grond van artikel 11, vierde lid.

Met betrekking tot de restcategorie van artikel 9, eerste lid, onderdeel c, waarvoor in het KR niets is geregeld worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld ten aanzien van de verstrekking van gevoelige gegevens (tweede lid van artikel 9). Ten algemene stelt artikel 15 van het KR overigens dat gevoelige gegevens die verstrekt worden slechts mogen worden gebruik voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt.

Zoals hierboven reeds vermeld kunnen op grond van het derde lid van artikel 9 beperkingen worden gesteld aan het gebruik en eisen worden gesteld aan de beveiliging van de verstrekte gegevens.

Artikel 8a biedt de grondslag voor de verstrekking van gevoelige gegevens aan buitenlandse autoriteiten en instellingen van volkenrechtelijke organisaties. In het eerste lid wordt thans alleen nog gesproken over de verstrekking van gevoelige gegevens (artikel I, onderdeel E). Niet-gevoelige gegevens worden immers, conform artikel 43, vierde lid, van de WVW 1994, aan een ieder verstrekt, dus ook aan buitenlandse autoriteiten en instellingen van volkenrechtelijke organisaties. De belangrijkste wijziging betreft de verbreding van de doeleinden waarvoor handhavende en opsporende autoriteiten buiten Nederland gevoelige gegevens mogen ontvangen in het kader van de heffing van parkeerbelasting en heffingen inzake het gebruik van de weg. Hiermee komen de doeleinden beter overeen met de in Nederland voorkomende vergelijkbare doeleinden. Redenen hiervoor zijn terug te vinden in de artikelen 7 (transparantie), 9 (bij voorkeur online), 10 (discriminatieverbod) en 11 (exclusiviteitsverbod) van de Richtlijn 03/98/EG van het Europese Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie.5

In het kader van de beperkte verstrekking van gevoelige gegevens wordt onderscheid gemaakt tussen verstrekking aan enerzijds de lidstaten en anderzijds de niet-lidstaten van de Europese Unie (EU), EVA Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en Europese Economische Ruimte (EER) en instellingen van volkenrechtelijke organisaties die door deze staten zijn aangewezen. In hoofdstuk 11 van de Wet bescherming persoonsgegevens wordt ook een dergelijk onderscheid gemaakt voor wat betreft persoonsgegevens. In artikel 76 is bepaald dat persoonsgegevens na verwerking slechts mogen worden verstrekt aan landen buiten de EU indien dat land een passend beschermingsniveau waarborgt.

Op grond van de richtlijn nr. 95/46/EG van het Europese Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens6 wordt ervan uitgegaan dat het beschermingsniveau van persoonsgegevens binnen alle EU-, EVA- en EER-lidstaten op een vergelijkbaar peil wordt gewaarborgd.

In het tweede lid wordt aangegeven dat de Dienst Wegverkeer zich bij niet-lidstaten van de EU, EVA of EER en instellingen van de volkenrechtelijke organisaties die niet als zodanig zijn aangewezen door een lidstaat van de EU, EVA of EER, ervan vergewist dat er sprake is van voldoende waarborgen omtrent een passend beschermingsniveau, alvorens persoonsgegevens of andere gevoelige gegevens worden verstrekt. Deze beoordeling vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 76, tweede lid, van de Wet beschermingpersoonsgegevens. In het verlengde daarvan geldt dat er door de RDW een actief toezicht op het gebruik van de gegevens plaatsvindt.

2.3 Aanvraag van gegevens

Artikel 10 regelt de wijze waarop gegevens dienen te worden aangevraagd (artikel I, onderdeel G). Dit artikel heeft betrekking op zowel de aanvraag van gevoelige als van niet-gevoelige gegevens. In principe dient bij de aanvraag van gegevens te worden opgegeven waarvoor men de gegevens wil hebben alsmede de identiteit van de aanvrager te worden vastgesteld door de RDW (eerste lid). Hierop wordt in het vijfde lid een uitzondering gemaakt voor de niet-gevoelige gegevens. Bij de aanvraag van niet-gevoelige gegevens hoeft geen reden voor de aanvraag te worden opgegeven, noch behoeft de identiteit van de aanvrager te worden vastgesteld. Het tweede lid vervalt, omdat in artikel 43, zesde lid, van de wet al is bepaald dat verstrekking van gegevens, anders dan aan overheidsorganen of daarmee vergelijkbare buitenlandse instanties, slechts plaatsvindt tegen betaling van het tarief.

2.4 Toezicht en handhaving

In artikel 45a, vierde lid, van de wet is geregeld dat verstrekking van gegevens uit het kentekenregister achterwege kan worden gelaten indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer sprake is van handelen in strijd met de doeleinden waarvoor dan wel de voorwaarden waaronder is verstrekt. Deze mogelijkheid van stopzetting is evenwel niet van toepassing op de verstrekking van authentieke gegevens aan overheidsorganen. Ten aanzien van overheidsorganen geldt immers wat betreft de authentieke gegevens verplicht gebruik. Daarnaast wordt er vanuit gegaan dat bij overheidsorganen sprake is van een eigen verantwoordelijkheid en gelden daarnaast de algemene beginselen van behoorlijk bestuur die misbruik moeten voorkomen. Hetzelfde geldt voor buitenlandse autoriteiten en instellingen van volkenrechtelijke organisaties van de lidstaten die lid zijn van de EU, EVA of EER. Op deze instanties zal dus minder toezicht worden gehouden dan op niet-overheidsorganen waaraan gevoelige gegevens worden verstrekt.

Overigens geldt ten aanzien van de op grond van artikel 41a, tweede lid, door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen overheidsinstanties dat de aanwijzing kan worden ingetrokken indien er van misbruik sprake blijkt te zijn. Na intrekking van de aanwijzing is er geen sprake meer van verplicht gebruik en kan de verstrekking van gevoelige gegevens alsnog worden stopgezet.

Het tarief voor het houden van toezicht door de RDW wordt slechts in bepaalde gevallen en aan bepaalde instanties in rekening gebracht. Artikel 16a bepaalt dat hiertoe bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld (artikel I, onderdeel N).

Toezicht wordt ook uitgeoefend via de inspectie van het voertuig. Artikel 45a, tweede lid, van de wet biedt immers de mogelijkheid voor de RDW om een voertuig op te roepen voor inspectie indien er het vermoeden is dat gegevens in het kentekenregister onjuist zijn opgenomen. Indien de onjuistheid van het gegeven degene aan wie het kentekenbewijs voor het desbetreffende voertuig is afgegeven kan worden aangerekend, wordt een tarief voor de inspectie in rekening gebracht. Dit is geregeld in het tweede lid van artikel 16b (artikel I, onderdeel N).

Indien de Dienst Wegverkeer op grond van artikel 45a, tweede lid, een voertuig ter inspectie heeft opgeroepen en degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven het desbetreffende voertuig niet ter inspectie beschikbaar stelt, kan het kentekenbewijs op basis van het nieuwe artikel 38, eerste lid, aanhef en onder a, ongeldig worden verklaard (artikel I, onderdeel P). Dit ter voorkoming van mogelijke onjuiste registratie, dan wel van mogelijke afwijking van voor toelating of permanente gebruik tot het verkeer op de weg vastgestelde eisen.

3 Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

3.1 Wijzigingen in verband met het aanmerken van het kentekenregister als basisregistratie

De uitvoering van de in de onderhavige wijziging van het Kentekenreglement opgenomen voorzieningen geschiedt door de RDW. Dit geldt zowel voor de aanpassingen van het kentekenregister in het kader van de omvorming tot een basisregistratie, als voor de maatregelen die moeten worden getroffen met betrekking tot de uitvoering van het nieuwe verstrekkingenbeleid. De RDW is zeer nauw betrokken geweest bij het opstellen van de onderhavige wijziging van het Kentekenreglement. Gelet op de ruime ervaring die deze dienst in de loop der jaren met de verstrekking van gegevens uit het kentekenregister heeft opgebouwd worden er in de uitvoeringspraktijk geen problemen verwacht.

Het proces van verplicht terugmelden door alle afnemende overheidsorganen is voor de RDW een nieuwe procedure. Met terugmelding is tot op heden beperkt ervaring opgedaan met enkele grote afnemers zoals de Belastingdienst, Douane, politie en justitie, waarbij er geen andere verplichtingen bestonden omtrent het registreren en (terug)melden, dan die welke onder de gebruikelijke mate van zorgvuldig handelen kunnen worden geschaard. De registers en processen zijn evenwel ingericht voor de nieuwe vorm van terugmelden. In de fase die aan de feitelijke invoering voorafgaat heeft uiteraard ook nauw overleg plaatsgevonden met de partijen aan welke gegevens uit het kentekenregister worden verstrekt.

De handhaafbaarheid voor opsporingsautoriteiten zal naar verwachting toenemen, vanwege het feit dat de kwaliteit en de actualiteit van gegevens zal toenemen. Dit is het gevolg van het continue proces van verplicht gebruik en de terugmeldplicht. Door het verplichte gebruik dienen de benodigde gegevens uitsluitend op één plaats te worden gehaald. Doorlevering van mogelijk verouderde gegevens door overheidsorganen aan andere overheidsorganen zal hiermee tot het verleden behoren.

3.2 Wijzigingen in verband met de herziening van de gegevensverstrekking uit het kentekenregister

De uitvoering van het verstrekkingenbeleid wordt transparanter als gevolg van de wijzigingen. Er kan eenvoudiger dan voorheen worden vastgesteld tot welke categorie afnemers een informatieaanvrager behoort, waarmee een nog zorgvuldiger beoordeling van de aanvraag tot gegevensverstrekking kan plaatsvinden. Ook het zuivere onderscheid tussen gevoelige en niet-gevoelige gegevens maakt het mogelijk dat de niet-gevoelige gegevens aan een ieder kunnen worden verstrekt. De beschikbaarheid van een grote hoeveelheid aan gegevens zal leiden tot een grotere vraag. Het breder maatschappelijk gebruik van het register neemt daardoor naar verwachting toe.

De handhaafbaarheid van het verstrekkingenbeleid en het juiste gebruik van verstrekte gegevens neemt toe, doordat het toezicht een prominente plaats inneemt in de regelgeving, bijvoorbeeld door de bevoegdheid tot inspectie van een voertuig op grond van artikel 45a, tweede lid, van de wet. De RDW krijgt hierdoor meer mogelijkheden om de handhaving goed in te richten.

4 Bedrijfseffecten en administratieve lasten

4.1 Bedrijfseffecten

De wijzigingen zullen tot gevolg hebben dat gegevens breder kunnen worden gebruikt. Dit geldt met name voor de niet-gevoelige gegevens. Met behulp van niet-gevoelige gegevens uit het kentekenregister kunnen nieuwe diensten worden ontwikkeld. De bijzondere positie van de aangewezen belangenbehartigers van de automobielbranche (minimale vertegenwoordiging van 5% van de branche) is door de onderhavige wijziging van het Kentekenreglement verdwenen (zie artikel 14; artikel I, onderdeel K). Voor gevoelige gegevens kan de Minister nu ook andere organisaties, binnen de autobranche of daarbuiten, die vallen onder de definitie van informatieprovider, aanwijzen. Deze aangewezen informatieproviders kunnen, voor bij ministeriële regeling te bepalen doeleinden, bepaalde gevoelige gegevens verstrekt krijgen.

4.2 Administratieve lasten

De administratieve lasten voor bedrijf en burger zullen afnemen als gevolg van het feit dat het kentekenregister een basisregistratie is. Als basisreden hiervoor geldt het principe van een eenmalige verstrekking door burgers en bedrijven en meervoudig gebruik binnen de overheid. Voor een uitgebreide toelichting zij verwezen naar de memorie van toelichting behorend bij de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het aanmerken van het kentekenregister als basisregistratie alsmede in verband met de herziening van de gegevensverstrekking uit het kentekenregister en enkele andere wijzigingen.7

Ten aanzien van de herziening van het gegevensverstrekkingenbeleid is het moeilijker aan te geven of de administratieve lasten per saldo zullen dalen of stijgen. Bij de aanvraag van gevoelige gegevens zal er sprake zijn van een toename van de administratieve lasten. Deze toename is het gevolg van het feit dat er meer afnemers dan voorheen gevoelige gegevens kunnen aanvragen en, onder voorwaarden, verstrekt krijgen. Daarnaast zal met betrekking tot de niet-gevoelige gegevens juist sprake zijn van een daling van de administratieve lasten. Dit omdat het niet langer noodzakelijk is om aan te geven dat men belanghebbende is alvorens de niet-gevoelige gegevens kunnen worden verstekt. De aanvraag wordt als gevolg daarvan veel sneller en gemakkelijker. Overigens kan het feit dat de aanvraag gemakkelijker wordt tot gevolg hebben dat het aantal aanvragen voor niet-gevoelige gegevens zal toenemen, met een toename aan administratieve lasten tot gevolg.

Per saldo is het aldus moeilijk aan te geven of de administratieve lasten zullen toenemen of afnemen. In de nulmeting van 2001 is overigens slechts een zeer beperkt bedrag, namelijk 907 euro, opgenomen als administratieve lasten die het gevolg zijn van verstrekking van gegevens uit het kentekenregister aan belanghebbenden. De verwachting is daarom dat het bij de mogelijke daling of stijging van de administratieve lasten als gevolg van het onderhavige besluit ook niet om substantiële bedragen zal gaan.

Het onderhavige besluit is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten. Het college heeft besloten het besluit niet te selecteren voor een toets op de administratieve lasten voor burgers en bedrijven.

5 Voorhangprocedure

Het ontwerpbesluit is overeenkomstig artikel 2b van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) op 21 december 2007 voorgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal. Van de zijde van de Kamers zijn geen opmerkingen ontvangen.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Onderdeel j van artikel 1 vervalt omdat in artikel 42, tweede lid, van de WVW 1994 de RDW is aangewezen als verantwoordelijke als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel I, onderdeel B

Deze wijziging van artikel 6 is van redactionele aard. In plaats van «de verantwoordelijke voor de gegevensverwerking» wordt nu gesproken over «de Dienst Wegverkeer». Verwezen zij naar de toelichting bij Artikel I, onderdeel A.

Artikel I, onderdeel C

In artikel 7 worden de authentieke en de gevoelige gegevens gedefinieerd. Voor de toelichting over de authentieke gegevens zij verwezen naar paragraaf 1.1 van deze toelichting. Gevoelige gegevens worden nader toegelicht in paragraaf 2.1 van deze toelichting.

Artikel I, onderdeel D

In artikel 8 is neergelegd dat de RDW de wijze van terugmelden bij twijfel over de juistheid van een authentiek gegeven bepaalt, alsmede de wijze waarop een authentiek gegeven vervolgens in onderzoek wordt geplaatst. Ten aanzien van de verplichtingen die van toepassing zijn bij het gebruik van authentieke gegevens zij verwezen naar paragraaf 1.2 van de toelichting.

Artikel I, onderdeel E

Artikel 8a heeft betrekking op de verstrekking aan buitenlandse instanties. Verwezen zij naar paragraaf 2.2 van deze toelichting.

Artikel I, onderdeel F

In artikel 9 wordt de verstrekking van gevoelige gegevens geregeld. In paragraaf 2.2 van deze toelichting wordt hierop in meer detail ingegaan.

Artikel I, onderdeel G

Artikel 10 regelt de wijze van aanvraag van zowel gevoelige als niet-gevoelige gegevens. Verwezen zij naar paragraaf 2.3 van deze toelichting.

Artikel I, onderdeel H

Artikel 11 regelt de verstrekking van persoonsgegevens aan belanghebbenden, niet zijnde overheidsorganen of daarmee gelijk te stellen buitenlandse instanties. Dit betreft de zogenoemde restcategorie van belanghebbenden, voorheen aangeduid als particulieren. Het nieuwe vierde lid heeft betrekking op informatieverstrekking binnen de verhouding lessor-lessee. Verwezen zij naar paragraaf 2.2 van deze toelichting.

Artikel I, onderdeel I

De wijzigingen in artikel 12 zijn van redactionele aard en houden verband met het feit dat beroepsbeoefenaren nu zijn ondergebracht in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, en het feit dat dit artikel thans alleen nog betrekking heeft op de verstrekking van gevoelige gegevens.

Artikel I, onderdeel J

Het nieuwe artikel 13 regelt de verstrekking van gevoelige gegevens aan rechtspersonen en leasebedrijven. Verwezen zij naar paragraaf 2.2 van deze toelichting. Het oude artikel 13 is komen te vervallen omdat de verstrekking van gegevens aan overheidsorganen, die in de plaats komen van de personen en instanties met een publiekrechtelijke taak, al is geregeld op wetsniveau.

Artikel I, onderdeel K

Artikel 14 is ingrijpend veranderd. Dit is het gevolg van het feit dat verstrekking van bepaalde gevoelige gegevens niet langer is voorbehouden aan belangenbehartigers van de automobielbranche (voor statistiek en voertuiginformatiesystemen). Bepaalde gevoelige gegevens kunnen voor bepaalde doeleinden verstrekt worden aan zogenoemde informatieproviders. Zie paragraaf 2.2 van de toelichting.

Artikel I, onderdeel L

De wijzigingen in artikel 15 zijn van redactionele aard en analoog aan de wijzigingen in artikel 12. Zie de toelichting bij artikel I, onderdeel I.

Artikel I, onderdeel M

In artikel 16 is geregeld dat betrokkenen in het kentekenregister kunnen laten opnemen dat zij bij voorbaat geen toestemming geven voor de verstrekking van op hen betrekking hebbende gevoelige gegevens aan anderen dan overheidsorganen, daarmee gelijk te stellen buitenlandse instanties of beroepsbeoefenaren. Het vragen van toestemming voor de verstrekking, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het KR kan dan achterwege worden gelaten. De verstrekking in geval van betrokkenheid bij een verkeersongeval, bedoeld in artikel 11, vierde lid, wordt hierdoor even wel niet voorkomen, even als de verstrekking op grond van artikel 11, vijfde lid, welke betrekking heeft op de verstrekking binnen de verhouding lessor/lessee.

Artikel I, onderdeel N

Er worden een nieuw artikel toegevoegd. Artikel 16b, eerste lid, delegeert de bevoegdheid tot het stellen van een tarief voor toezicht naar het niveau van een ministeriële regeling. Het tweede lid regelt dat het tarief voor de kosten van de inspectie van voertuigen op grond van artikel 45a, tweede lid, wordt gedekt. Deze kosten zullen niet altijd in rekening worden gebracht, maar alleen indien een onjuistheid in het kentekenregister degene aan wie het kentekenbewijs van het desbetreffende voertuig is afgegeven kan worden tegengeworpen. Bijvoorbeeld, indien bij de inspectie blijkt dat het gegeven wel degelijk juist in het kentekenregister is opgenomen of indien er sprake is van een administratieve fout wordt er geen tarief in rekening gebracht, maar worden deze kosten verdisconteerd in de opslag op het kentekenbewijs delen IA en IB.

Echter, indien degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven heeft verzuimd een wettelijk verplichte melding van een wijziging aan het voertuig aan de RDW door te geven, zal een tarief ter dekking van de kosten van de inspectie in rekening worden gebracht.

Artikel I, onderdeel O

Het nieuwe derde lid van artikel 35 regelt dat uit het eerdergenoemde tarief tevens de kosten van de verstrekkingen waarvan het innen meer kost dan de verstrekking dienen te worden gedekt. Hierbij kan worden gedacht aan de kosten van het online opvragen van gegevens uit het kentekenregister op de site www.rdw.nl.

Artikel I, onderdeel P

In het nieuwe eerste lid van artikel 38 is geregeld dat het kentekenbewijs van een voertuig dat niet voor inspectie door de RDW door de eigenaar of houder ter beschikking is gesteld ongeldig kan worden verklaard voor het rijden op de weg. Het betreft hier de inspectie op grond van artikel 45a, tweede lid, van de WVW 1994. De RDW kan op grond van dat artikel een motorrijtuig of aanhangwagen oproepen voor inspectie, indien er gerede twijfel bestaat over de juistheid van een gegeven zoals dat is opgenomen in het kentekenregister.

Artikel II

Dit artikel bevat een omhangbepaling waarmee beschikkingen die in het verleden zijn afgegeven aan beroepsbeoefenaren op grond van het oude artikel 9, onderdeel b, van het Kentekenreglement worden voorzien van de nieuwe (inhoudelijk ongewijzigde) grondslag van artikel 9, eerste lid, onderdeel a.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 8 juli 2008, nr. 129.

XNoot
1

Staatsblad, 2008, 99.

XNoot
2

Kamerstukken II 2007/08, 31 219, nr. 3.

XNoot
3

Besluit van 19 februari 2005, HDJZ/AWW/2004-3025, houdende wijziging van het Kentekenreglement en het Reglement Rijbewijzen in verband met de bescherming van persoonsgegevens en enige andere wijzigingen (Stb. 112).

XNoot
4

Stcrt. 2007, 40.

XNoot
5

PbEG 2003 L 345/90.

XNoot
6

PbEG 1995 L 281/31.

XNoot
7

Kamerstukken II 2007/08, 31 219, nr. 3.