Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2008, 121AMvB

Besluit van 31 maart 2008, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en enige andere besluiten in verband met het afleggen van centraal examen in een vak op hoger niveau, de vereenvoudiging van aanwijzing van gecommitteerden en enige andere aanpassingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart van 31 januari 2008, nr. WJZ/2008/464(3810), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 10, tiende lid, 10b, negende en tiende lid, 10d, tiende lid, 15, eerste lid, 29, tweede en vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 28 februari 2008, nr. W05.08.0040/I);

Gezien het nader rapport van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart van 25 maart 2008, nr. WJZ/2008/8132 (3810), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING EINDEXAMENBESLUIT V.W.O.-H.A.V.O.-M.A.V.O.-V.B.O.

Het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid komt de derde volzin te luiden: Indien sprake is van samenwerking tussen scholen, is artikel 2 van het Besluit samenwerking VO-BVE van toepassing.

2. In het tweede lid, wordt na «kunnen» een komma geplaatst en wordt aan het slot toegevoegd: Een examen als bedoeld in de eerste volzin heeft geen betrekking op vakken die overeenkomen met vakken die onderdeel zijn van dat eindexamen.

B

Artikel 13, derde lid, komt te luiden:

  • 3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor h.a.v.o. bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, respectievelijk zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.

C

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt na «omvat,» ingevoegd: waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk,.

2. In het eerste lid, onderdeel c, vervalt: en onderdeel c voor zover het betreft de Friese taal,.

3. Onder vernummering van het vierde tot en met zesde lid tot vijfde tot en met zevende lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. In geval van toepassing van artikel 10, negende lid, van de wet, zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het zevende lid, gekozen kan worden.

4. In het zevende lid (nieuw) wordt het zinsdeel na «eerste lid,» vervangen door:

kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen:

a. een vak als bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet,

b. een vak dat behoort tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de wet, of

c. een vak genoemd in, dan wel aangewezen op grond van, artikel 13 of 14 van de wet.

5. Na het zevende lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 8. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor v.m.b.o., voor zover het betreft de theoretische leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.

D

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt na «afdelingsvak» ingevoegd: , genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.

2. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdelen a en c, van de wet, dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vijfde lid, kan dienen.

3. In het vijfde lid (nieuw) wordt het zinsdeel na «eerste lid,» vervangen door:

kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen:

a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet,

b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.,

c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de basisberoepsgerichte leerweg,

d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk de artikelen 10, 10b of 10d van de wet, of

e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.

E

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt na «afdelingsvak» ingevoegd: , genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.

2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdeel b, van de wet dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt het zinsdeel na «eerste lid,», vervangen door:

kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen:

a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet,

b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.,

c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoepsgerichte leerweg,

d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk artikel 10 of artikel 10d van de wet, of

e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.

F

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt na «omvat» ingevoegd: waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk,.

2. In het eerste lid, onderdeel c, vervalt «en onderdeel d voor zover het betreft de Friese taal,».

3. In het eerste lid, onderdeel d, wordt na «afdelingsvak» ingevoegd: , genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.

4. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. In geval van toepassing van artikel 10d, negende lid, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen.

5. In het vierde lid (nieuw) wordt het zinsdeel na «eerste lid,» vervangen door: kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen, een vak als bedoeld in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a, b en c, van de wet, of als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.

G

Artikel 36 komt te luiden:

Artikel 36. Gecommitteerden

  • 1. De Informatie Beheer Groep maakt een koppeling van scholen en instellingen voor educatie en beroepsonderwijs voor de uitvoering van de tweede correctie door gecommitteerden. De Informatie Beheer Groep maakt deze koppeling bekend aan het bevoegd gezag van elke school en instelling voor educatie en beroepsonderwijs en kan, zo nodig, zelf een gecommitteerde aanwijzen voor een school of instelling. Op grond van deze koppeling wijst het bevoegd gezag een of meer gecommitteerden aan. Het bevoegd gezag maakt deze aanwijzing bekend aan de scholen waarvoor zij de tweede correctie verrichten. De aanwijzing geldt tot na de afloop van de herkansing.

  • 2. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de aangewezen gecommitteerde zijn verplichtingen nakomt.

  • 3. In afwijking van het eerste lid, worden voor het praktisch gedeelte van het centraal examen v.m.b.o. geen gecommitteerden aangewezen.

  • 4. De gecommitteerde voegt bij het gecorrigeerde werk een verklaring betreffende de verrichte correctie. Deze verklaring wordt mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde.

H

In artikel 41, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt na «tweede lid» ingevoegd: ,.

2. Aan het slot wordt toegevoegd: Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vijfde lid, bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde.

I

Artikel 42, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De examinator en de gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid, stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Indien de examinator en de gecommitteerde daarbij niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag van de gecommitteerde. Dit bevoegd gezag kan hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien het geschil niet kan worden beslecht, wordt hiervan melding gemaakt aan de inspectie. De inspectie kan een derde onafhankelijke gecommitteerde aanwijzen. De beoordeling van de derde gecommitteerde komt in de plaats van de eerdere beoordelingen.

J

Artikel 47, tweede lid, tweede volzin, komt te luiden:

Voor de vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, als bedoeld in artikel 10b van de wet en een vak dat op grond van artikel 23, tweede lid, onderdeel kan zijn van de basisberoepsgerichte leerweg geldt in afwijking van de eerste volzin dat voor de bepaling van het eindcijfer, het cijfer voor het schoolexamen tweemaal wordt meegerekend, en het cijfer voor het centraal examen éénmaal.

K

Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid, onderdeel a, onder 4°, wordt na «eindexamen h.a.v.o.» ingevoegd: of eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg.

2. In het vijfde lid, onderdeel a, wordt onder vernummering van het vijfde onderdeel tot zesde onderdeel een onderdeel ingevoegd, luidende:

5°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen h.a.v.o. is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld in artikel 14, achtste lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;.

3. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt onder vernummering van het derde onderdeel tot vierde onderdeel een onderdeel ingevoegd, luidende:

3°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg, is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld in artikel 10, negende lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;.

ARTIKEL II. WIJZIGING INRICHTINGSBESLUIT W.V.O.

Het Inrichtingsbesluit W.V.O. wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 26e wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt na «diploma h.a.v.o.» ingevoegd «of het diploma v.m.b.o. in de theoretische leerweg» en na «artikel 26c,» wordt ingevoegd: respectievelijk artikel 10 van de wet, of als extra vak.

2. In het derde lid wordt het woord «overeenkomstige» geschrapt.

3. Na het vijfde lid wordt een nieuw zesde lid toegevoegd, luidende:

  • 6. De leerling van een school voor h.a.v.o. die in het bezit is van het diploma v.m.b.o. in de theoretische leerweg en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 10 van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 26c of 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.

B

Artikel 26h wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het extra vak bedoeld in artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet, is Friese taal en cultuur.

C

Artikel 26n wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Ontheffingen en vrijstellingen v.m.b.o.

2. Na het derde lid, wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De leerling van een school voor v.m.b.o., voor zover het betreft de theoretische leerweg, die in het bezit is van het diploma v.m.b.o. in de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg en die in plaats van de vakken, als bedoeld in artikel 10b van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10 van de wet of artikel 26c dan wel 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.

ARTIKEL III. WIJZIGING BESLUIT STAATSEXAMENS VWO-HAVO-MAVO 2000

Artikel 30, zesde lid, van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, onder 4°, wordt na «staatsexamen h.a.v.o.» ingevoegd: of v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg,.

2. In onderdeel a, wordt onder vernummering van het vijfde onderdeel tot zesde onderdeel een onderdeel ingevoegd, luidende:

5°. vakken waarvoor de kandidaat bij het staatsexamen h.a.v.o. is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen of staatsexamen v.m.b.o., voor zover het betreft de theoretische leerweg waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld in artikel 14, achtste lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;.

3. In onderdeel b, wordt onder vernummering van het derde onderdeel tot vierde onderdeel een onderdeel ingevoegd, luidende:

3°. vakken waarvoor de kandidaat bij het staatsexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg, is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld artikel 10, negende lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;.

ARTIKEL IV. WIJZIGING BESLUIT VAN 1 DECEMBER 2005, HOUDENDE WIJZIGING VAN HET EINDEXAMENBESLUIT V.W.O.-H.A.V.O.-M.A.V.O.-V.B.O. IN VERBAND MET VERRUIMING VAN DE COMPENSATIEMOGELIJKHEID BIJ EINDEXAMENS VOORBEREIDEND MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS (STB. 2006, 18)

Artikel II van het Besluit van 1 december 2005, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met verruiming van de compensatiemogelijkheid bij eindexamens voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (Stb. 2006, 18) vervalt.

ARTIKEL V. INTREKKING ENKELE BESLUITEN

A

Het Eindexamenbesluit m.h.n.o. wordt ingetrokken.

B

Het Besluit van 14 juni 1994, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., het Inrichtingsbesluit dagscholen m.b.o., het Inrichtingsbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en het Besluit staatsexamens v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. 1978 (diploma m.a.v.o.-v.b.o.; compensatie bij gespreide examinering) (Stb. 1994, 488) wordt ingetrokken.

ARTIKEL VI. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 31 maart 2008

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Uitgegeven de tweeëntwintigste april 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Deze nota van toelichting wordt gegeven namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

1. Doel van het besluit

Het doel van dit besluit is het mogelijk maken maatwerk te leveren voor de individuele leerling in het vmbo. Daartoe wijzigt dit besluit het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. (verder: Eindexamenbesluit) en het Inrichtingsbesluit W.V.O. (verder: Inrichtingsbesluit) om het bevoegd gezag of de Staatsexamencommissie die mogelijkheid te geven. Deze mogelijkheid bestaat er met name uit dat het bevoegd gezag een leerling in de gelegenheid kan stellen een of meer vakken uit een volgende of daaropvolgende leerweg of het havo of vwo te volgen en af te sluiten in plaats van het overeenkomstige vak uit de «eigen leerweg» of als extra vak. Dit sluit aan bij de bepaling die per 1 augustus 2007 voor het havo geldt (artikel 13, tweede lid, Eindexamenbesluit).

Daarnaast wijzigt dit besluit zowel het Eindexamenbesluit als het Inrichtingsbesluit in verband met de mogelijkheid het vak Fries als extra vak in het vrije deel van de beroepsgerichte leerwegen te kiezen (zie hieronder bij 3.4.).

Tenslotte heeft dit besluit tot doel de administratieve aanwijzingsprocedure van de gecommitteerden te vereenvoudigen. De bevoegdheid tot aanwijzing van individuele gecommitteerden is niet meer centraal bij de IB-Groep maar rechtstreeks bij het bevoegd gezag belegd. Daarnaast is de procedure met betrekking tot het uitvoeren van de tweede correctie zoals verwoord in artikel 42 van het Eindexamenbesluit aangescherpt (zie hieronder bij 3.3.).

2. Achtergronden bij het besluit

In de Uitwerkingnotitie examens examens voortgezet onderwijs van 16 december 2004 (Kamerstukken II 2004/05, 29 800 VIII, nr. 152) (verder: Uitwerkingsnotitie) en Koers VO worden diverse maatregelen aangekondigd om scholen ruimte te geven om meer maatwerk te kunnen leveren, o.a. in de sfeer van de examens. Het kunnen leveren van maatwerk voor de individuele leerling door de school is een speerpunt van het kabinet.

Diverse maatregelen die dit doel nastreven zijn tot stand gebracht en in werking getreden.

Recent is de wet van 18 oktober 2007 (Stb. 2007, 441) totstandgekomen die in dit Besluit verder wordt uitgewerkt in nadere regels voor het vak op hoger niveau en voor de gecommitteerden. Het besluit van 1 december 2005 (Stb. 2006, 18) maakte mogelijk dat extra vakken door de leerling gevolgd kunnen worden, waarvan het eindcijfer bij de de uitslag betrokken kan worden. Dit besluit gaat daarin nog verder, door ook het afleggen van een extra vak op een hoger niveau inclusief het havo en vwo mogelijk te maken. Dat was weliswaar ook in het Besluit van 1 december 2005 vastgelegd, maar dit Besluit voegt daaraan ook het havo en vwo toe. Artikel II (nog niet in werking getreden) van het Besluit van 1 december 2005 is hiermee «ingehaald».

Het door Nederland geratificeerde Europees Handvest voor streektalen of talen van minderheden voor het voortgezet onderwijs (art. 8, eerste lid, onderdeel c iii) vormt de basis voor de toevoeging aan de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vak Friese taal en cultuur dat gekozen kan worden als extra vak.

Met uitzondering van de aanwijzing van gecommitteerden (geldt ook voor havo en vwo) is dit besluit van belang voor het vmbo.

3. Inhoud van het besluit

In dit besluit worden een aantal onderwerpen geregeld die hieronder puntsgewijs aan de orde komen. Het gaat om het vervangend vak op een hoger niveau en het extra vak op een hoger niveau met de daarbij behorende vrijstellingen, de aanwijzing van het vak Fries, de procedure omtrent de aanwijzing van gecommitteerden en een aanscherping van de regels omtrent de tweede correctie.

3.1. Vervangend vak

Het bevoegd gezag kan leerlingen in de gelegenheid stellen in plaats van vakken uit de eigen leerweg één of meer overeenkomstige vakken op een hoger kwalificatieniveau te volgen en af te sluiten. Dit kunnen overeenkomstige vakken zijn uit een volgende of daaropvolgende leerweg of het havo of vwo. Dit kan per vak verschillen. Deze mogelijkheid geldt voor alle leerwegen binnen het vmbo voor de algemene vakken uit het gemeenschappelijk deel, het sectordeel en het vrije deel (inclusief het «extra» vak, zie verder bij 3.2).

Voor de beroepsgerichte programma’s is bepaald dat alleen de kandidaat in de basisberoepsgerichte leerweg het overeenkomstig vak van de eerstvolgende leerweg kan volgen. Immers alleen het examenprogramma van het beroepsgerichte programma in de kaderberoepsgerichte leerweg is als overeenkomstig aan te merken. Een vergelijking met andere leerwegen is dus niet van toepassing.

Er is geen mogelijkheid tot het volgen van overeenkomstige vakken uit de theoretische leerweg in de gemengde leerweg, omdat de examenprogramma’s van de algemene vakken uit de gemengde- en theoretische leerweg dezelfde eisen op hetzelfde niveau aan de kandidaten stellen. Kandidaten die met succes het eindexamen in de gemengde leerweg hebben afgelegd met een extra algemeen vak en daarmee voldoen aan de uitslagregeling van de theoretische leerweg, kunnen, op hun verzoek, het diploma v.m.b.o. in de theoretische leerweg uitgereikt krijgen (zie artikel 52, achtste lid, van het Eindexamenbesluit).

Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan de mogelijkheid één of meer vakken door de leerling op een hoger niveau te volgen en af te sluiten, wordt het daarvoor behaalde eindcijfer betrokken bij de vaststelling van de uitslag van het eindexamen van de «eigen leerweg» waarin de leerling staat ingeschreven.

De voorwaarden voor deze mogelijkheid zijn de volgende:

• in overeenstemming met de bepaling in de wet (artikel 10, negende lid 10b, negende lid, en 10d, negende lid), beslist het bevoegd gezag of de leerling in de gelegenheid wordt gesteld een of meer vakken uit een volgende of daaropvolgende leerweg of het havo of vwo af te sluiten in plaats van het overeenkomstige vak uit de eigen leerweg, waarbij het bevoegd gezag bepaalt of er sprake is van overeenkomstigheid tussen de vakken;

• alle regels van het overeenkomstige vak uit het hogere niveau gelden; het desbetreffende examenprogramma en de voorgeschreven weging voor de berekening van het eindcijfer van het vak (verhouding van het meetellen van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen), het daarbij behorend examen en de daarbij behorende normering;

• het diploma en de cijferlijst blijven herkenbaar; hierop blijft dus de leerweg van inschrijving vermeld worden, ongeacht of er een vak of meer op een hoger niveau zijn afgesloten. Het soort uit te reiken diploma wordt bepaald door de vakken van het laagste niveau; de leerling moet kunnen excelleren, niet afzakken. Indien een vak op een hoger niveau is afgelegd, wordt dit op de cijferlijst vermeld (zie: Regeling modellen diploma’s vmbo). Selectie en plaatsing van een leerling in het vmbo gebeurt nu op basis van onderscheidende en herkenbare programma’s van de verschillende leerwegen. Leerlingen examen laten doen op een lager niveau dan de eigen leerweg doet hier afbreuk aan. Leerlingen vakken op een lager niveau laten volgen zou een terugkeer zijn naar de onduidelijke situatie van voor de invoering van het vmbo;

• het is niet mogelijk om een cijfer behaald voor een vak om te rekenen naar een hoger of een lager niveau: iedere leerweg kent immers een eigen examenprogramma en het daarbij behorende eindexamen;

• een herkansing vindt altijd plaats op hetzelfde niveau als waarop het examen in een vak is afgelegd. Het herkansingsrecht bestaat er immers uit dat een eerder afgelegd examen opnieuw kan worden afgelegd, dit impliceert dat het om hetzelfde vak gaat;

• het niveau waarop in een vak centraal examen wordt afgelegd is bepaald op het moment waarop de school het schoolexamencijfer verstrekt aan de IB-Groep;

• in een vak slechts op één niveau centraal examen kan worden afgelegd. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk op meerdere niveaus centraal examen af te leggen in dezelfde vakken. Ook is het niet mogelijk dat als in het voorlaatste leerjaar centraal examen is afgelegd in een vak, in het laatste leerjaar centraal examen wordt afgelegd in hetzelfde vak op een ander niveau;

• Indien een vak door het overeenkomstige vak uit een hoger niveau is vervangen, mag het vak dat is vervangen niet als «extra» vak alsnog onderdeel uitmaken van het examen. Voorbeeld: indien het vak economie uit de theoretische leerweg is vervangen door economie uit het havo, mag het vak economie uit de theoretische leerweg niet alsnog als extra vak worden ingezet (tegelijkertijd met economie op havo-niveau). Zie hiervoor ook de toevoeging bij artikel 8 van het Eindexamenbesluit (onderdeel A).

3.2. Extra vak

In dit besluit is ook voorzien in het afleggen van examen in extra vakken in het vmbo. Dit zijn vakken van een hoger (of hetzelfde) kwalificatieniveau en kunnen ook vakken zijn die niet voorkomen in de eigen leerweg. Deze vakken worden dan bij de uitslag betrokken. Het door dit besluit gewijzigde Eindexamenbesluit regelt welke vakken als extra vak uit een andere leerweg (van hetzelfde of hoger niveau) en het havo of vwo in het eindexamen vmbo kunnen worden opgenomen en meetellen voor de uitslag. Daarbij geldt dat het vak een vastgesteld examenprogramma heeft en het geen schooleigen vakken (vakken zonder een door de minister vastgesteld examenprogramma) mogen zijn. Hierdoor kunnen leerlingen uit de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg bijvoorbeeld algemene vakken als kunstvakken II of lichamelijke opvoeding 2 uit het vrije deel van de gemengde- en theoretische leerweg als extra vak kiezen. Het is niet mogelijk een beroepsgericht vak als «extra vak» uit een «hogere leerweg» te volgen. Wel kan door deze maatregel de leerling uit de theoretische leerweg een beroepsgericht vak uit de gemengde leerweg als extra vak volgen.

Artikel 48, derde lid, van het Eindexamenbesluit voorkomt dat een kandidaat door een onvoldoende eindcijfer voor een extra vak zakt. In dat geval moet het eindcijfer van het extra vak buiten beschouwing moet worden gelaten.

3.3. Vrijstellingen aan scholen voor voortgezet onderwijs

Leerlingen kunnen met een diploma vmbo in de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg doorstromen naar de theoretische leerweg (binnen de verblijfsduur). Als in dat geval door de leerling al één of meer vakken zijn afgesloten op het niveau van de theoretische leerweg (daaronder begrepen de vakken genoemd in het tweede en derde lid van artikel 26n – en het tweede lid van artikel 26h – van het Inrichtingsbesluit) of hoger, wordt de leerling voor die vakken vrijgesteld, tenzij de kandidaat heeft aangegeven af te zien van deze vrijstelling. In het geval van een dergelijke vrijstelling wordt het eerder behaalde cijfer, dat betrokken wordt bij de vaststelling van de uitslag, vermeld op de cijferlijst. Natuurlijk moet wel worden voldaan aan de voorgeschreven onderwijstijd. Het bevoegd gezag kan deze verantwoordelijkheid invullen door een leerling met een vrijstelling de vrijgekomen tijd te laten benutten voor het volgen van de extra vakken, zoals voorgeschreven in artikel 26g van het Inrichtingsbesluit W.V.O of aan loopbaanoriëntatie.

Vrijstellingsmogelijkheden op grond van eerder afgelegde examens in de schoolsoort waarin een leerling «met diploma» doorstroomt zijn ook geregeld voor leerlingen die met een diploma vmbo in de theoretische leerweg doorstromen naar het havo of vwo.

3.4. Fries

Omdat Fries nu ook in de wet is genoemd als keuzevak in het vrije deel van de gemengde en theoretisch leerweg is de expliciete bepaling in het Eindexamenbesluit, die dit voor deze leerwegen mogelijk maakte overbodig geworden en dus verwijderd. Op grond van artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet, kan het vak Friese taal en cultuur door een amvb worden aangewezen als extra vak in het vrije deel van de beroepsgerichte leerwegen. Het Eindexamenbesluit en Inrichtingsbesluit voorzien hierin.

3.5. Gecommitteerden

Wijziging van artikel 29, tweede lid, van de wet (zie Stb. 2007, 441) creeërt de grondslag voor de bepaling in artikel 36 van het Eindexamenbesluit dat het bevoegd gezag van de school en van elke instelling voor educatie en beroepsonderwijs zelf ten behoeve van het centraal examen een of meer gecommitteerden (tweede correctoren) rechtstreeks aanwijst. De IB-Groep blijft verantwoordelijk voor het koppelen van de scholen in verband met de uitvoering van de eerste en tweede correctie en zal de scholen daarover informeren (conform de huidige praktijk). Het kan voorkomen dat een examen maar aan één school wordt afgenomen, waardoor er geen andere school is die een gecommitteerde kan aanwijzen. In dat geval (of in geval van nood) kan de IB-Groep de gecommiteerde aanwijzen voor een school. De gecommitteerden blijven de tweede correctie verzorgen zoals beschreven in het Eindexamenbesluit. Het bevoegd gezag van de school wijst de individuele gecommitteerden zelf (rechtstreeks) aan. Hiermee verandert de systematiek van het examineren niet. Het uitgangspunt blijft dat het eindexamen onder toezicht van een of meer gecommitteerden staat.

3.6. Tweede correctie

In het Onderwijsverslag van de Inspectie van het Onderwijs over 2005 wordt geconstateerd dat de uitvoering van de tweede correctie onder druk staat en er getwijfeld kan worden aan de kwaliteit. Na overleg met de betrokken organisaties, te weten: Inspectie, CEVO, Cito en de VO-raad heeft dit geleid tot een gezamenlijk plan van aanpak van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met alle betrokken organisaties. Uitgangspunt bij het voorgenomen plan van aanpak is het versterken van de rol van het bevoegd gezag inzake de afhandeling van en de verantwoordelijkheid voor de tweede correctie. Het Eindexamenbesluit is conform deze aanpak gewijzigd.

Ter vergroting van de kwaliteit van de tweede correctie is voorgeschreven dat de tweede corrector bij het gecorrigeerde werk een door hem opgestelde en ondertekende verklaring voegt betreffende de verrichte correctie, die mede door zijn bevoegd gezag wordt ondertekend. Tevens wordt de procedure aangescherpt die moet worden gevolgd als de eerste corrector (oftewel examinator) en tweede corrector (oftewel gecommitteerde) niet tot overeenstemming kunnen komen. In dat geval kan de corrector (zowel de eerste als de tweede) het meningsverschil voorleggen aan het eigen bevoegd gezag. Dit bevoegd gezag beoordeelt of er werkelijk sprake is van een serieus meningsverschil en kan dan vervolgens contact opnemen met het bevoegd gezag van de andere corrector. Als beide bevoegde gezagen niet tot overeenstemming kunnen komen dan kunnen zij dit melden bij de Inspectie. De Inspectie kan besluiten tot het inschakelen van een onafhankelijke derde corrector. Het werk van de derde corrector is vervolgens definitief. Deze taak van de Inspectie is gebaseerd op artikel 3, tweede lid, sub d, van de Wet op het Onderwijstoezicht en in artikel 42 van het Eindexamenbesluit vastgelegd.

De wijziging van artikel 36, tweede lid, van het Eindexamenbesluit is nodig vanwege het feit dat met ingang van 1 januari 2007 de onkostenvergoeding voor de tweede correctie is opgenomen in de materiële exploitatiebekostiging. De onkosten van de gecommitteerden van een instelling voor educatie en beroepsonderwijs of van een niet uit de openbare kas bekostigde school echter worden nog wel op de gebruikelijke wijze gedeclareerd.

4. Administratieve lasten

Scholen die hun leerlingen de mogelijkheid bieden vakken te volgen en af te sluiten op een hoger kwalificatieniveau in plaats van de leerweg van inschrijving, zullen naar verwachting hun administratiepakketten en roosters hierop moeten aanpassen. Ook als de school de leerlingen de mogelijkheid van een extra vak uit een hoger kwalificatieniveau biedt, moeten de gegevens over dit eventuele extra vak worden geregistreerd en worden doorgegeven aan de IB-Groep; het cijfer kan immers bij de uitslagbepaling worden betrokken.

De school bepaalt zelf of zij Friese taal en cultuur als extra vak in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg aanbiedt. Indien de school bepaalt dat Friese taal als extra vak in het vrije deel door de leerling kan worden gekozen, zal het administratiepakket hierop moeten worden ingericht. Er zullen nieuwe programma’s van toetsing en afsluiting moeten worden ontwikkeld en aanbieding zal, afhankelijk van de keuze, gevolgen hebben voor roosters en formatie.

Door rechtstreekse aanwijzing van de gecommitteerden door het bevoegd gezag verminderen de administratieve lasten voor zowel de scholen als voor de IB-Groep.

De scholen hebben niet meer de verplichting voordrachten van docenten op te sturen en hoeven ook niet te wachten op een officiële aanwijzing door de IB-Groep. Nadat de koppeling van scholen is bekend gemaakt door de IB-Groep kan het bevoegd gezag direct de gecommitteerden aanwijzen. Hiermee vervalt de verplichting van de IB-Groep de voordrachtslijsten van de scholen te controleren, goed te keuren en geaccordeerd terug te sturen naar de scholen.

De ondertekening van de gecommitteerde verklaart dat het correctiewerk is nagekeken (artikel 36, vijfde lid, Eindexamenbesluit). Het eindexamen wordt immers afgenomen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag (artikel 3 van het Eindexamenbesluit) en ingevolge het derde lid van artikel 36 draagt het bevoegd gezag zorg voor de nakoming van de verplichtingen van de gecommitteerde. De handeling kan door de gecommitteerde worden meegenomen bij de uitvoering van zijn werkzaamheden. De handeling levert derhalve geen ingrijpende lastenverzwaring op, noch voor de gecommitteerde, noch voor het bevoegd gezag.

Gelet op de geringe gevolgen van dit besluit voor de administratieve lasten heeft Actal dit besluit niet voor advies geselecteerd.

5. Uitvoerings- en handhavingsgevolgen

De IB-Groep heeft aangegeven dat het afleggen van een examen in een «extra» vak uit een hogere leerweg vanaf 1 augustus 2007 uitvoerbaar is. De IB-Groep verwacht dan ook geen problemen bij de uitvoering van de maatregel «vervangend vak op hoger niveau».

De IB-Groep heeft tevens aangegeven dat het toevoegen van het vak Friese taal en cultuur aan de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg uitvoerbaar is met ingang van 1 augustus 2007 en geen moeilijkheden zal opleveren bij de uitwisseling.

Door de IB-Groep is de uitvoering per 1 augustus 2007 van de wijziging op de aanwijzing van de gecommitteerden, welke procedure wordt vereenvoudigd, realiseerbaar.

CFI, het agentschap van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een toets op de uitvoerbaarheid van het besluit uitgevoerd. Het agentschap geeft aan dat het besluit geen uitvoerings- of bekostigingsconsequenties heeft voor CFI en uitvoerbaar is. In het kader van geintegreerd toezicht heeft CFI het besluit ook voorgelegd aan de Inspectie van het onderwijs, waarvan geen commentaar is ontvangen.

6. Financiële gevolgen

Dit besluit heeft voor wat betreft de mogelijkheid (extra) vakken op een hoger niveau te volgen geen financiële gevolgen voor de rijkskas.

De eenmalige ontwikkelkosten voor de ontwikkeling van het examenprogramma voor Friese taal en cultuur ten behoeve van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg zijn gefinancierd uit de OCW-begroting 2006.

Het overgaan tot de aanwijzing van de tweede corrector door de scholen levert een geringe besparing bij de IB-Groep op, door het wegvallen van een administratieve handeling.

Artikelsgewijs

Artikel I. Wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.

Onderdeel A (Artikel 8)

Het eerste lid, zoals dit luidde vóór inwerkingtreding van dit besluit, deed voorkomen of het Besluit samenwerking VO-BVE alleen van toepassing was indien het bevoegd gezag wil afwijken van het maximum aantal klokuren per schooljaar dat onderwijs gevolgd mag worden aan een andere school, terwijl dit niet was beoogd. Dit is nu aangepast.

Het toevoeging aan het tweede lid regelt dat in een vak slechts op één niveau examen kan worden afgelegd. De aanpassing was nodig in verband met de bij dit besluit geïntroduceerde mogelijkheid vakken op een hoger niveau af te sluiten.

Onderdeel B (Artikel 13)

In het derde lid is een verwijzing naar het artikel 26e, zesde lid, Inrichtingsbesluit toegevoegd om de daar opgenomen vrijstellingsmogelijkheid mee te nemen (zie tevens het algemene deel van deze nota van toelichting). Daarnaast is de verwijzing naar het gemeenschappelijke deel verwijderd. Deze is overbodig omdat het betreffende vak (LO) altijd deel uitmaakt van het gemeenschappelijke deel.

Onderdeel D (Artikel 23)

Voor de in hetzelfde lid genoemde intrasectorale programma’s wordt verwezen naar het artikel van het Inrichtingsbesluit, waarin de programma’s genoemd zijn. Verwijzing naar het artikel waarin de afdelingsvakken genoemd worden in het Inrichtingsbesluit ontbrak.

Het nieuwe vierde lid is gelijk aan hetgeen voor de theoretische leerweg is geregeld (artikel 22, vierde lid). Het nieuwe vijfde lid bevat de gelijksoortige bepalingen als die welke voor de theoretische leerweg gelden, met de toevoeging dat Friese taal en cultuur als extra vak mag dienen.

Onderdelen E en F (Artikel 24 en 25)

De wijzigingen in dit artikel zijn overeenkomstig aan de wijzigingen in artikel 22 en 23. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.

Onderdeel G (Artikel 36)

Artikel 29, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs vormt de grondslag voor de wijziging van artikel 36. Deze wijziging beoogt een vereenvoudiging van de procedure omtrent de aanwijziging van gecommitteerden en houdt in dat het bevoegd gezag van de school en van elke instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ten behoeve van het centraal examen een of meer gecommitteerden (lees: tweede correctoren) aanwijst. Eerder wees de IB-groep de individuele gecommitteerde aan. Het uitgangspunt is en blijft dat de systematiek van het examineren niet verandert. De onkostenvergoeding voor de tweede correctie is opgenomen in de lumpsum. Gecommitteerden van een instelling voor educatie en beroepsonderwijs of van een niet uit de openbare kas bekostigde school kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht een vergoeding ontvangen van de IBG. Er is tevens een vierde lid opgenomen dat regelt dat de gecommitteerde een verklaring bij het gecorrigeerde werk voegt. Zie verder bij 3.5 van het algemene deel van deze nota van toelichting.

Onderdeel H (Artikel 41)

In het derde lid is een volzin toegevoegd. Deze houdt in dat de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk een verklaring voegt, mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde, betreffende de verrichte correctie, zoals dat is geregeld in het vijfde lid van artikel 36.

Onderdeel J (Artikel 47)

De toevoeging aan het tweede lid dat de afwijking voor de bepaling van het eindcijfer in de basisberoepsgerichte leerweg alleen geldt voor de «vakken» van de basisberoepsgerichte leerweg, is nodig omdat van deze leerweg ook vakken uit een hoger kwalificatieniveau deel uit kunnen maken. Bij toepassing van de mogelijkheid dat een vak op een hoger niveau kan worden afgesloten, gelden ook voor de berekening van het eindcijfer de regels behorend bij dat vak en het desbetreffende niveau.

Onderdeel K (Artikel 52) en Artikel III (Artikel 30 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000)

Indien een leerling een vrijstelling heeft gehad voor een vak, regelen deze artikelen of en op welke wijze dit vak en eventueel eerder behaald resultaat wordt vermeld op de cijferlijst. Dat geldt ook voor de vrijstellingen in het kader van het vak op een hoger niveau.

Artikel II. Wijziging van het Inrichtingsbesluit W.V.O.

Onderdeel A (Artikel 26e)

Door toevoeging van het diploma vmbo in de theoretische leerweg is het mogelijk dat ook de leerling met diploma vmbo-tl die in de tl een vak op vwo-niveau heeft afgelegd en vervolgens het vwo gaat doen, voor dát vak in elk geval vrijgesteld is van het volgen van onderwijs (derde lid).

Het zesde lid van artikel 26e regelt eenzelfde situatie, maar nu voor het havo en leerlingen met diploma vmbo-tl die in de tl examen hebben gedaan in één of meer vakken op havo- of vwo-niveau.

Onderdeel B (Artikel 26h)

Het artikel bestaat uit 2 leden. Het eerste lid is de tekst zoals deze luidde voor inwerkingtreding van dit besluit. Het tweede lid is gebaseerd op artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet. Op basis van dit artikel is in dit besluit het vak Friese taal en cultuur aangewezen.

Onderdeel C (Artikel 26n)

Omdat in dit artikel zowel vrijstellingen als ontheffingen geregeld worden, is het opschrift van het artikel aangepast. Het vierde lid regelt een soortgelijke situatie als hierboven beschreven voor het vwo en havo (zie toelichting op de onderdelen A en B), maar nu voor het vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg en leerlingen met diploma vmbo BBL of KBL die in die leerweg examen hebben gedaan in één of meer vakken op tl-niveau of hoger.

Artikel IV. Wijziging Besluit van 1 december 2005, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met verruiming van de compensatiemogelijkheid bij eindexamens voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (Stb. 2006, 18)

Omdat artikel II van dit besluit inmiddels is overgenomen en aangepast als gevolg van gewijzigde inzichten (zie ondermeer de toelichting op onderdeel C), zal artikel II van het Besluit van 1 december 2005, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met verruiming van de compensatiemogelijkheid bij eindexamens voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (Stb. 2006, 18) niet meer in werking treden. Derhalve vervalt dit artikel.

Artikel V. Intrekking enkele besluiten

Beide besluiten zijn reeds enige tijd uitgewerkt. Om deze reden worden zij ingetrokken.

Artikel VI. Inwerkingtreding

De wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs (zie Stb. 2007, 441) treedt in werking per 1 januari 2008. Gezien het feit dat dit besluit later tot stand komt, maar de examens rond mei 2008 gaan beginnen is het zaak de in dit besluit geregelde wijzigingen zo snel mogelijk te realiseren. Doel is dit besluit terug te laten werken tot en met 1 januari 2008 om aan te sluiten bij de wetswijziging. Dit is ook uitvoerbaar (zie bij 5. in het algemeen deel van deze toelichting).

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.