Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 2008, 109Wet

Wet van 13 maart 2008 tot wijziging van de Wet verontreiniging zeewater en enige andere wetten in verband met de uitvoering van het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen (Trb. 1998, 134 en Trb. 2000, 27)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de uitvoering van het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972, met Bijlagen (Trb. 1998, 134 en Trb. 2000, 27) noodzakelijk is de Wet verontreiniging zeewater alsmede enige andere wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet verontreiniging zeewater wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

  • 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    lozen: het zich ontdoen van stoffen door deze vanaf of vanuit werken opgericht op de zeebodem, vaartuigen of luchtvaartuigen in zee te brengen, dan wel het zich in zee ontdoen van werken opgericht op de zeebodem, vaartuigen of luchtvaartuigen;

    Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

    Protocol: het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het op 29 december 1972 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen (Trb. 1998, 134 en Trb. 2000, 27);

    Verdrag: het op 22 september 1992 te Parijs tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Trb. 1993, 16);

    VN-Zeerechtverdrag: het op 10 december 1982 te Montego-Bay tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83);

    zee: alle mariene wateren, met uitzondering van de binnenwateren van staten, met inbegrip van de bodem en de ondergrond daarvan.

  • 2. Onder lozen wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen mede verstaan het zich ontdoen van stoffen door deze op zee op of vanaf een werk opgericht op de zeebodem of een vaartuig te verbranden.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «voorzover voor een van die gedragingen een vergunning is vereist op grond van artikel 15 of artikel 29 van de Kernenergiewet.» vervangen door: voorzover op een van die gedragingen artikel 15 of artikel 29 van de Kernenergiewet van toepassing is;.

2. Na onderdeel b worden vier onderdelen toegevoegd, luidende:

c. gedragingen aan boord van oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen die in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak;

d. gedragingen waaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de Mijnbouwwet;

e. het plaatsen van stoffen met een ander oogmerk dan het zich er enkel van ontdoen;

f. het achterlaten van stoffen die aanvankelijk in zee zijn geplaatst met een ander oogmerk dan het zich ervan ontdoen.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, vervalt «de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen».

2. Onder vervanging van de punt door een komma in onderdeel c, wordt aan het eerste lid een laatste regel toegevoegd, luidende: tenzij voor dat lozen of voor dat aan boord nemen een ontheffing is verleend.

3. Het tweede tot en met het vierde lid vervallen.

4. Een nieuw tweede lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. Een ontheffing kan slechts worden verleend in overeenstemming met het Protocol en het Verdrag.

D

De artikelen 4, 6b, 18 en 19 vervallen.

E

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5

De in de artikel 3, eerste lid, omschreven verboden gelden niet voor het lozen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, voorzover die handeling samenhangt met of voortvloeit uit het normale gebruik van het werk, vaartuig, of luchtvaartuig, mits dat gebruik niet ten doel heeft het lozen van dergelijke stoffen.

F

In artikel 6 wordt «het in artikel 3, eerste lid, of het in artikel 4 omschreven verbod om te lozen wordt overtreden» vervangen door: het in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, omschreven verbod wordt overtreden.

G

Artikel 6a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «is verplicht elke zodanige afgifte aan een door de provincie waarin hij die afvalstoffen in ontvangst neemt, aan te wijzen instantie te melden, met inachtneming van daartoe door Onze Minister vast te stellen regels» vervangen door: is verplicht elke zodanige afgifte te melden aan de desbetreffende instantie, bedoeld in artikel 10.40 van de Wet milieubeheer.

2. Het tweede lid komt te luiden;

  • 2. Op een melding als bedoeld in het eerste lid zijn de regels die zijn vastgesteld krachtens artikel 10.41 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing.

H

In artikel 7, eerste lid, wordt «artikel 4» vervangen door: artikel 3.

I

In artikel 8, derde lid, wordt de zinsnede «partij is bij:» tezamen met de onderdelen a en b, vervangen door: partij is bij het Protocol of het Verdrag.

J

In artikel 17 wordt «een der in de artikelen 3, eerste lid, en 4 omschreven verboden» vervangen door: een in artikel 3, eerste lid, omschreven verbod.

ARTIKEL II

Aan artikel 27, eerste lid, van de Mijnbouwwet wordt, onder vervanging van de punt in onderdeel f door een komma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

g. ter nakoming van het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het op 29 december 1972 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen (Trb. 1998, 134 en Trb. 2000, 27).

ARTIKEL III

In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt «de Wet verontreiniging zeewater: de artikelen 3, eerste lid, 4 en 11,» vervangen door: de Wet verontreiniging zeewater, de artikelen 3, eerste lid, en 11,.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

's-Gravenhage, 13 maart 2008

Beatrix

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

J. C. Huizinga-Heringa

Uitgegeven de vijftiende april 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot

Kamerstuk 31 049