Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2007, 94AMvB

Besluit van 17 februari 2007, houdende wijziging van het Inrichtingsbesluit W.V.O. en het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. onder meer in verband met het voorzien in de mogelijkheid van het afleggen van centraal examen in het voorlaatste leerjaar

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 14 december 2006, nr. WJZ/2006/46452(3807), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 22, eerste en derde lid, 29, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 18 januari 2006, no. W05.06.0556/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 9 februari 2007, nr. WJZ/2007/127(3807), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING EINDEXAMENBESLUIT V.W.O.-H.A.V.O.-M.A.V.O.-V.B.O

Het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Na de begripsbepaling van «examencommissie v.a.v.o.» wordt een nieuwe begripsbepaling ingevoegd, luidend:

leerweg: de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, de kaderberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet en de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet;.

2. In de begripsomschrijving van «eindexamen v.m.b.o.» vervalt «, genoemd in artikel 10 van de wet,», «, genoemd in artikel 10d van de wet,» en vervalt telkens «, genoemd in artikel 10b van de wet,».

3. In de begripsomschrijving van «deeleindexamen» wordt na «voorgeschreven vakken» ingevoegd: aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs.

B

In artikel 5, vierde lid, wordt het gedeelte dat begint met «In overeenstemming met artikel 30a» aangeduid als vijfde lid.

C

In artikel 22, tweede lid, vervalt: of derde.

D

Artikel 23, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O..

E

Artikel 33, onderdeel a, komt te luiden:

a. welk cijfer of welke cijfers hij heeft behaald voor het schoolexamen,.

F

In artikel 37, vierde lid, wordt «eindexamen» vervangen door: centraal examen.

G

Na artikel 37 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 37a. Centraal examen voorlaatste leerjaar

  • 1. In afwijking van artikel 37, tweede lid, kan het bevoegd gezag een leerling uit het voorlaatste leerjaar toelaten tot het centraal examen in één of meer vakken, niet zijnde alle vakken van het eindexamen.

  • 2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het schoolexamen in dat vak of die vakken afgesloten voor aanvang van het eerste tijdvak in dat leerjaar.

  • 3. Artikel 49, negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het derde tijdvak aansluitend aan het voorlaatste leerjaar afgenomen door de staatsexamencommissie.

H

In artikel 39, eerste lid, wordt na onderdeel c1 ingevoegd:

c2. het vaststellen van de wijze waarop de centrale examens worden afgenomen;.

I

Artikel 41, vijfde lid, vervalt.

J

Artikel 42, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score, bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel g.

K

Artikel 45, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de directeur, is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen voor ten hoogste twee toetsen per dag alsnog te voltooien.

L

Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 49.» vervangen door: artikel 49, en voor zover van toepassing artikel 52a.

2. In het vierde lid, onderdeel a, wordt na «artikel 52, eerste lid» ingevoegd: , of artikel 52a.

M

In artikel 49, vierde lid, wordt «gelegd» vervangen door: afgelegd.

N

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «voor één vak» ingevoegd: van het eindexamen.

2. In het vierde lid wordt na «herkansing» ingevoegd: in het laatste leerjaar.

3. Onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid wordt een nieuw vijfde lid ingevoegd, luidende:

  • 5. Na afloop van een herkansing in het voorlaatste leerjaar wordt het eindcijfer schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.

O

Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt in de laatste volzin na «diploma v.m.b.o. is» ingevoegd: in elk geval.

2. Het achtste lid komt te luiden:

  • 8. De directeur van een school voor m.a.v.o. of een scholengemeenschap die in elk geval een school voor m.a.v.o. omvat, reikt op verzoek van de kandidaat die met goed gevolg het examen v.m.b.o. in de gemengde leerweg aan die school heeft afgelegd en bovendien examen heeft afgelegd in een algemeen vak en met het meetellen van dat vak voldoet aan artikel 49 voor zover het betreft de uitslag van het eindexamen v.m.b.o. in de theoretische leerweg, het diploma v.m.b.o. in de theoretische leerweg uit.

P

Na artikel 52 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 52a. Voorlopige cijferlijst

  • 1. Indien de kandidaat een centraal examen of een afsluitend schoolexamen in één of meer vakken heeft afgelegd in het voorlaatste leerjaar en vervolgens de school verlaat zonder het eindexamen te voltooien, verstrekt de directeur hem een voorlopige cijferlijst.

  • 2. Op de voorlopige cijferlijst worden het vak of de vakken waarin de kandidaat centraal examen heeft afgelegd vermeld, alsmede het cijfer van het schoolexamen, het cijfer van het centraal examen en het eindcijfer, met de aantekening of gebruik is gemaakt van de herkansingsmogelijkheid.

  • 3. Indien de kandidaat een afsluitend schoolexamen heeft afgelegd wordt de beoordeling of het cijfer daarvan vermeld op de voorlopige cijferlijst.

  • 4. Onze Minister stelt het model van de voorlopige cijferlijst vast.

Q

Artikel 56, eerste lid, aanhef komt te luiden:

  • 1. Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de eindcijfers in het voorlaatste leerjaar, voor zover van toepassing, en na de vaststelling van de definitieve uitslag stuurt het bevoegd gezag aan de Informatie Beheer Groep en aan de inspectie een lijst waarop voor de kandidaten voor zover van toepassing zijn vermeld:.

ARTIKEL II. WIJZIGING INRICHTINGSBESLUIT W.V.O

Het Inrichtingsbesluit W.V.O. wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 26n wordt na het tweede lid een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De leerling die op basis van artikel 22, tweede volzin, geen onderwijs volgt in de tweede moderne vreemde taal, zijnde Franse taal of Duitse taal, volgt in de sector economie van de basisberoepsgerichte leerweg in plaats hiervan, naar keuze van de leerling, het vak Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijleer II, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde.

B

In artikel 32, eerste lid, vervalt de zinsnede «, met dien verstande dat in het derde leerjaar de stage ten hoogste 60 lesuren omvat, onverminderd het tweede lid».

ARTIKEL III. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

Lech, 17 februari 2007

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Uitgegeven de twintigste maart 2007

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

1. Doel van het besluit

Dit besluit heeft tot doel scholen voor voortgezet onderwijs (met uitzondering van scholen voor praktijkonderwijs) ruimte te geven meer maatwerk te kunnen bieden aan hun leerlingen binnen het systeem van centrale examinering en de inrichting van het binnen- en buitenschools onderwijs. Om de verruiming van de mogelijkheden tot afname van de centrale examens te bewerkstelligen is het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-ha.v.o.-v.b.o. (verder: het Eindexamenbesluit) aangepast. Deze aanpassingen hebben tot gevolg dat het bevoegd gezag leerlingen in het voorlaatste leerjaar in de gelegenheid kan stellen deel te nemen aan het centraal examen in één of meer vakken van het eindexamen (verder: vervroegd examen). Hierdoor kan de uitvoering van het eindexamen op de individuele leerling worden toegesneden en de school krijgt meer zeggenschap over de invulling van het eigen onderwijskundig proces en een daarbij passend programma van toetsing en afsluiting. Hierbij blijft het examenprogramma en het centraal examen garant staan voor de kwaliteit.

Ook brengt dit besluit voor wat betreft het vmbo een wijziging aan in het Inrichtingsbesluit W.V.O.. Er wordt meer ruimte geboden aan het combineren van binnen- en buitenschools onderwijs door het schrappen van de maximale stageduur van 60 uur in het derde leerjaar van het vmbo.

Tenslotte wordt het Eindexamenbesluit op een aantal onderdelen geactualiseerd.

2. Achtergronden van het besluit

Voor wat betreft het centraal examen in het voorlaatste leerjaar geeft dit besluit uitvoering aan de maatregel uit Koers VO (hierin is de visie verwoord van het Kabinet op de toekomst van het voortgezet onderwijs) om het mogelijk maken dat leerlingen in het voorlaatste leerjaar een centraal examen kunnen afleggen. Dit is uitgewerkt in Uitwerkingsnotitie examens voortgezet onderwijs van 16 december 2004 (Kamerstukken II 2004/05, 29 800 VIII, nr. 152). De maatregel is in het Algemeen Overleg d.d. 26 mei 2005 door de Vaste Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen akkoord bevonden.

In vervolg op Koers VO is tijdens het Algemeen Overleg van 22 juni 2005 met de Vaste Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gesproken over het schrappen van de bepaling dat een stage in het derde leerjaar vmbo is beperkt tot maximaal 60 uur. Onder de titel «verbindend leren» organiseren de onderwijsorganisaties in 2006 vier regionale bijeenkomsten om het vmbo te informeren over de mogelijkheden van buitenschools leren in alle leerwegen.

Ten gevolge van de maatregelen genoemd in Koers VO en in de Uitwerkingsnotitie examens voortgezet onderwijs is verduidelijking en aanscherping van een aantal bepalingen in het Eindexamenbesluit noodzakelijk geworden.

3. Inhoud van het Besluit

De wijzigingen die dit besluit aanbrengt in het Eindexamenbesluit bieden zowel het vmbo, het havo als het vwo de mogelijkheid een leerling vervroegd examen te laten afleggen, echter niet in alle vakken. Het gaat dan om: 3-vmbo, 4-havo, 5-vwo. Uitgangspunt is dat het hier gaat om een bevoegdheid van het bevoegd gezag van een school, het gaat hier niet om een verplichting. De school bepaalt zelf of deze vorm van maatwerk aansluit bij de inrichting van het eigen onderwijskundig proces.

Een kandidaat kan een aantal redenen hebben om centraal examen in het voorlaatste leerjaar te willen afleggen:

1. er zijn leerlingen die zo goed zijn in één of meer vakken (bijv. Engels omdat één van de ouders van Engelse afkomst is) dat ze dit vak snel kunnen afsluiten en niet hoeven te wachten tot het laatste leerjaar;

2. het kan zijn dat de kandidaat zijn diploma wil behalen in meer profielen (havo/vwo) en een grotere examenlast op zich neemt, gespreid over twee leerjaren;

3. hoogbegaafden kunnen op deze manier gespreid over twee leerjaren in hun tempo in veel meer vakken uitdaging vinden;

4. een leerling kan de vrijkomende tijd besteden aan een module van het vervolgonderwijs, loopbaanoriëntatie of stage;

5. een leerling kan de vrijkomende tijd besteden aan een ander (extra) vak, dat daardoor wellicht op een hoger niveau kan worden afgesloten.

Tenslotte, bestaat al de mogelijkheid een extra vak te doen dat betrokken mag worden bij de vaststelling van de uitslag, bovenop de verplichte vakken. De kandidaat kan dat extra vak in het voorlaatste leerjaar afsluiten en zo een eventuele «buffer» creëren tegen eventuele onvoldoendes voor verplichte vakken. In de mogelijkheid om in het vmbo een vak op een hoger niveau te volgen «in plaats van» het overeenkomstige vak uit de eigen leerweg zal op korte termijn in de regelgeving voorzien worden.

Relatie met onderwijstijd

Legt de leerling het vervroegd examen af en leidt dat tot een voldoende resultaat, dan betekent dit dat die vakken daarmee ook afgesloten zijn. Dat betekent niet dat de kandidaat daardoor een geringere onderwijslast heeft in het laatste leerjaar. Het bevoegd gezag is op grond van de artikelen 10, tweede lid, 10b, tweede lid, en 10d, tweede lid (vmbo) en artikel 12, vijfde lid (havo/vwo) van de wet, in het laatste leerjaar nog steeds verplicht een, voor 700 uren in schooltijd verzorgd, onderwijsprogramma aan te bieden. De «vrijgevallen» uren zullen dus in overleg tussen bevoegd gezag en leerling anders worden ingevuld (zie hierboven).

Centraal examen in het voorlaatste leerjaar in de praktijk

Het Eindexamenbesluit is daar waar nodig aangepast aan de systematiek van examen doen in het voorlaatste leerjaar. Voor het overige zijn uiteraard alle bepalingen ten aanzien van het centraal examen van toepassing. Dit betekent bijvoorbeeld dat ook in het geval van het centraal examen in het voorlaatste leerjaar de bepalingen betreffende de opgave van de kandidaten en de melding van de schoolexamenresultaten, zoals geregeld in artikel 38, van toepassing zijn. Een ander voorbeeld betreft artikel 45 «verhindering centraal examen». Een kandidaat in het voorlaatste leerjaar die is verhinderd in het eerste tijdvak examen te doen kan conform deze bepaling in het tweede of derde tijdvak dit examen inhalen. Een leerling kan er echter ook voor kiezen het examen in het laatste leerjaar voor de eerste maal af te leggen. Een laatste voorbeeld betreft de bepaling in het negende lid van artikel 49, dat de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag na vaststelling aan iedere kandidaat bekend gemaakt worden. Een uitslag kan in het voorlaatste leerjaar natuurlijk niet worden vastgesteld. De eindcijfers echter die in het voorlaatste leerjaar zijn vastgesteld, dienen wel conform deze bepaling bekend gemaakt te worden aan de kandidaten.

Ook na invoering van de mogelijkheid om vervroegd examen te doen blijft er sprake van één ondeelbaar eindexamen in het voortgezet onderwijs. Aan scholen voor voortgezet onderwijs blijft dus sprake van het kunnen afleggen van een eindexamen: een examen in het geheel van de voor het desbetreffende eindexamen voorgeschreven vakken, ongeacht het afnamemoment van die examens. Er wordt nu een eerder afnamemoment geboden voor het centraal examen in één of meer vakken van dit geheel. Het onderwijs blijft gericht op het behalen van een diploma. Een cijferlijst kan niet eerder worden uitgereikt dan nadat de definitieve uitslag van een eindexamen is vastgesteld. Een uitslag kan pas worden vastgesteld als er sprake is van een eindexamen. Hiertoe dient dus het gehele examen te zijn voltooid.

Het afleggen van deeleindexamen aan een v.a.v.o.-opleiding aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs of het afleggen van een deelstaatsexamen ten overstaan van de staatsexamencommissie is uitdrukkelijk een andere mogelijkheid dan het afleggen van vervroegd examen.

Herkansen

Door het principe van één ondeelbaar eindexamen blijft het recht van één herkansing betrekking hebben op het geheel van het centraal examen in alle vakken, ongeacht het tijdstip van afname. De aanpassing van artikel 51 van het Eindexamenbesluit is om te voorkomen dat het recht om in één vak te herkansen zowel in het voorlaatste als het laatste leerjaar wordt toegepast. Een kandidaat die centraal examen heeft afgelegd in één of meer vakken van het eindexamen in het voorlaatste leerjaar bepaalt zelf of hij het recht om voor één vak van zijn eindexamen opnieuw centraal examen af te leggen in hetzelfde of het laatste leerjaar uitoefent.

Voorbeeld

Een kandidaat doet in het voorlaatste leerjaar centraal examen in Engels en voltooit dat met succes. Wat zijn daarvan de consequenties?:

1. Engels hoeft niet meer gevolgd te worden en de «vrijgevallen» onderwijstijd moet nu aan iets anders besteed worden (het zijn geen vrije uren omdat er een 700 uur verplichting geldt voor het bevoegd gezag (zie eerder)).

2. Engels mag nog wel gevolgd worden (bijv. met het oog op een eventuele herkansing in het laatste leerjaar (2e of 3e tijdvak)).

3. Engels wordt alleen nog als verdieping gevolgd, mits aangeboden door het bevoegd gezag.

Nu haalt deze kandidaat voor Engels in het voorlaatste leerjaar een onvoldoende:

Wat zijn dan de mogelijkheden:

1. De kandidaat gebruikt meteen (dus in het voorlaatste leerjaar) zijn herkansingsmogelijkheid en heeft daarna geen herkansingsmogelijkheden meer. Bij een eventuele volgende onvoldoende ontbreekt de herkansingsmogelijkheid (dit geldt overigens ook als de kandidaat wel een voldoende heeft gehaald, daarmee ontevreden is en meteen herkanst);

2. De kandidaat wacht met het afleggen van het herkansingsexamen tot het laatste leerjaar. Hij overziet dan het totaal van de behaalde examenresultaten en kan een goede afweging maken voor welk vak hij zijn recht op herkansing wil inzetten.

Als de leerling ertoe besloten heeft aan het eind van het laatste leerjaar zijn herkansing te gebruiken, voor een in het voorlaatste leerjaar behaald resultaat, blijft artikel 51, derde lid, Eindexamenbesluit van toepassing. Het hoogste van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder afgelegde centraal examen geldt als definitief cijfer voor het centraal examen.

Voorlopige cijferlijst

Het kan voorkomen dat een kandidaat voordat het eindexamen volledig is afgelegd, maar na het behalen van (definitieve) eindcijfers, van school verandert. Dit kunnen eindcijfers betreffen van zowel afgesloten vakken, die alleen een schoolexamen kennen (daaronder begrepen het profielwerkstuk) als eindcijfers van vakken waarin in het voorlaatste leerjaar centraal examen is afgelegd. Indien door een kandidaat het sectorwerkstuk al is afgesloten en hij van school verandert voordat de uitslag kan worden vastgesteld, dan wordt dit ook vermeld op de cijferlijst. Zowel voor de vertrekkende kandidaat als voor de ontvangende school is het van belang om een waardedocument te krijgen dat geldt als bewijs van het eerder afgelegde examen. De ontvangende school dient er kennis van te nemen in welk vak of welke vakken er centraal examen is afgelegd alsmede of er al vakken met alleen schoolexamen zijn afgesloten en welke cijfers daarvoor zijn behaald. Tevens is het voor de ontvangende school van belang te weten of het recht om in één vak te herkansen is toegepast in het voorlaatste leerjaar.

Op de voorlopige cijferlijst staan voor zover van toepassing vermeld:

– afgesloten vakken met alleen schoolexamen met het schoolexamencijfer, dat tevens eindcijfer is;

– het thema of de titel en de beoordeling van het sectorwerkstuk;

– het vak of de vakken, waarin centraal examen is afgelegd in het voorlaatste leerjaar, met daarbij het cijfer voor het schoolexamen, het cijfer voor het centraal examen en het eindcijfer.

Indien de kandidaat ook meteen in het voorlaatste leerjaar zijn enige herkansingsmogelijkheid heeft gebruikt, is dit ook aangegeven op de voorlopige cijferlijst. Dit om te voorkomen dat de nieuwe school deze kandidaat in de gelegenheid stelt te herkansen. Op basis van deze gegevens kan de school het onderwijsprogramma van de kandidaat vaststellen voor het laatste leerjaar en bepalen in welke vakken nog centraal examen moet worden afgelegd en welke resultaten betrokken mogen worden bij de vaststelling van de uitslag van het betreffende eindexamen. De cijfers (of beoordeling) worden overgenomen op de cijferlijst, die de directeur op grond van de definitieve uitslag uitreikt. Zodra dit is gebeurd, komt de betekenis van en daarmee de voorlopige cijferlijst te vervallen: deze is immers opgegaan in de cijferlijst.

Bovendien blijft de bepaling gelden dat zodra de uitslag definitief is vastgesteld en de kandidaat is afgewezen aan scholen voor voortgezet onderwijs, alle cijfers van de eerder afgelegde centrale examens vervallen.

Een voorlopige cijferlijst wordt dus alleen uitgereikt als een kandidaat de school tussentijds verlaat. Voor een kandidaat die aan zijn eigen school verbonden blijft heeft een voorlopige cijferlijst geen functie en wordt dus ook niet verstrekt.

Onder de cijferlijsten, genoemd in artikel 48, vijfde lid, van het Eindexamenbesluit, wordt ook de voorlopige cijferlijst verstaan. Dit houdt in dat de bepaling ten aanzien van de geldigheidsduur van toepassing is.

Stage

Voor het derde leerjaar geldt nu nog een maximum van 60 uur stage in het derde leerjaar van de basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte en gemengde leerwegen. In de praktijk zal het buitenschools leren vooral in het derde leerjaar plaatsvinden, omdat (het tweede deel van) het vierde leerjaar in het teken van (het grootste deel) van het centraal examen staat. Om meer ruimte te bieden aan het combineren van binnen- en buitenschools leren, wordt deze beperking, zoals opgenomen in het Inrichtingsbesluit W.V.O., geschrapt. Hierdoor kunnen scholen leerlingen meer maatwerk bieden. Dit gaat niet ten koste van het niveau van het vmbo: de examenprogramma’s en het centraal examen blijven immers gehandhaafd. Het schrappen van de maximaal 60 uur stage betekent dat leerlingen voortaan niet alleen op school, maar ook in een leerbedrijf kunnen leren.

Actualisering

De actualisering van het Eindexamenbesluit betreft verschillende zaken. Het gaat hierbij om het aanscherpen of verduidelijken van bestaande bepalingen, nieuwe bepalingen en het schrappen van achterhaalde bepalingen.

4. Administratieve lasten

Het huidige systeem van centraal examineren blijft intact. Alleen scholen die hier voor kiezen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid leerlingen in het voorlaatste leerjaar in de gelegenheid te stellen centraal examen in één of meer vakken af te leggen. Als een school kiest om deze vorm van examineren in te voeren dan betekent dit een toename van de administratieve lasten. De school bepaalt zelf of deze vorm van maatwerk bij haar past. De administratieve last zal dan ook per school verschillen. Het aanbieden van deze mogelijkheid van examineren doet een groter beroep op het organisatievermogen van de school, welke zal moeten investeren in de organisatie, administratie en begeleiding van leerlingen.

Bezien moet worden of de programmatuur van de administratiepakketten hierop moet worden aangepast.

Het vervallen van de bepaling van maximaal 60 uur stage in het derde leerjaar heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten van de scholen. Scholen krijgen alleen meer ruimte om invulling te geven aan hun eigen onderwijskundig proces. Een school hoeft geen gebruik te maken van de hier geboden ruimte.

De actualisaties in het Eindexamenbesluit leiden niet tot een toename van de administratieve lasten voor de school.

5. Uitvoeringsgevolgen

De IB-Groep ziet in haar uitvoeringstoets geen problemen bij de uitwisseling van de school- en examengegevens van leerlingen die in het voorlaatste leerjaar centraal examen afleggen.

Ook CFI acht het besluit uitvoerbaar. Ten aanzien van de handhaafbaarheid voorziet de inspectie geen problemen.

De afschaffing van de maximaal 60 uur stage verplichting in het derde leerjaar zal voor de inspectie een verlichting betekenen in de werkzaamheden omdat niet langer op deze verplichting hoeft te worden gecontroleerd.

De actualisaties hebben geen uitvoeringsgevolgen.

6. Financiële gevolgen

Het kunnen afleggen van centrale examens in het voorlaatste leerjaar heeft geen financiële gevolgen voor de Rijkskas.

Ook het schrappen van de maximaal 60 uur stage in het derde leerjaar heeft geen financiële gevolgen voor de Rijkskas, noch de in het Eindexamenbesluit aangebrachte actualisaties.

Artikelsgewijs

Artikel I. Wijziging Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.

Artikel I, onderdeel A (artikel 1)

Om praktische redenen is een begripsbepaling van «leerweg» toegevoegd. Het begrip leerweg wordt in een aantal artikelen van het Eindexamenbesluit gebruikt. In verband daarmee is de begripsbepaling van «eindexamen v.m.b.o.» ingekort.

In de begripsomschrijving van «deeleindexamen» is voor alle duidelijkheid aangegeven dat het daarbij uitsluitend gaat om het deeleindexamen aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs.

Artikel I, onderdeel B (artikel 5)

Deze wijziging is van redactionele aard: het omvangrijke vierde lid is opgedeeld in twee leden.

Artikel I, onderdeel C (artikel 22)

Het derde lid van artikel 26n van het Inrichtingsbesluit W.V.O. is met de inwerkingtreding van het Besluit kerndoelen onderbouw VO (Stb. 2006, 316) komen te vervallen. In plaats hiervan wordt een nieuw derde lid aan artikel 26n van het Inrichtingsbesluit W.V.O. toegevoegd, maar dat lid heeft slechts betrekking op de basisberoepsgerichte leerweg, sector economie, en is daarmee niet relevant voor het in artikel 22 Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. vervatte eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg.

Artikel I, onderdeel D (artikel 23)

Met de toevoeging van een derde lid aan artikel 26n van het Inrichtingsbesluit W.V.O. (zie artikel II, onderdeel A), behoeft het tweede lid van artikel 23 ook aanpassing. De systematiek komt overeen met artikel 22, tweede lid.

Artikel I, onderdeel E (artikel 33)

In dit besluit (nieuw artikel 37a) wordt de mogelijkheid gecreëerd voor een kandidaat om vervroegd examen af te leggen. Wanneer de kandidaat door het bevoegd gezag wordt toegelaten tot het centraal examen in het voorlaatste leerjaar, moet de kandidaat voor aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen, het schoolexamen in dat vak of die vakken hebben afgesloten. De directeur deelt aan de kandidaat voor aanvang van het centraal examen mede welk cijfer of welke cijfers hij heeft behaald voor het schoolexamen in het vak of de vakken waarin de kandidaat in het voorlaatste leerjaar centraal examen gaat afleggen. Omdat het zowel om één vak als meer vakken kan gaan is zowel in een enkelvoudsvorm als een meervoudsvorm voorzien.

Artikel, onderdeel F (artikel 37)

In dit lid werd ten onrechte de term «eindexamen» gehanteerd. Dit is gecorrigeerd.

Artikel I, onderdeel G (artikel 37a)

Eerste lid

Dit artikel maakt het mogelijk om vervroegd examen af te leggen, maar niet in alle vakken; het eindexamen wordt voor de rest van de vakken afgelegd in het laatste leerjaar. Voorwaarde is dat het bevoegd gezag toepassing aan dit artikel wil geven. Voor alle duidelijkheid betreft het voorlaatste leerjaar: 5-vwo, 4-havo en 3-vmbo.

De behaalde resultaten voor de vakken waarin in het voorlaatste leerjaar centraal examen is afgelegd, blijven staan totdat de uitslag van het eindexamen definitief is vastgesteld. Leerlingen die zijn afgewezen en het laatste leerjaar aan de dagschool overdoen, leggen in alle gevallen het centraal examen in alle vakken van het eindexamen opnieuw af.

Tweede lid

Evenals bij het reguliere centrale examen in het laatste leerjaar geldt ook bij vervroegd examen dat het schoolexamen voor die vakken dient te zijn afgesloten voor aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen. Als het profiel- of sectorwerkstuk betrekking heeft op het vak of de vakken die in het voorlaatste leerjaar worden afgelegd, hoeft dat werkstuk niet ook al in het voorlaatste leerjaar te zijn afgerond.

Derde lid

Na het afgeleggen van het centraal examen in het voorlaatste leerjaar maakt de directeur conform het bepaalde in artikel 49, negende lid, de eindcijfers bekend.

Vierde lid

Het vierde lid betekent dat in het geval van centraal examen in het voorlaatste leerjaar, het derde tijdvak door de staatsexamencommissie aansluitend aan het voorlaatste leerjaar wordt afgenomen. Het gaat hier uiteraard slechts om het vak of de vakken waarin het voorlaatste leerjaar centraal examen in afgelegd wordt of zou worden, en waar de kandidaat zowel in het eerste als in het tweede tijdvak een geldige reden van verhindering had.

Artikel I, onderdeel H (artikel 39)

De CEVO (Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven) kan nu bepalen op welke wijze het examen wordt afgenomen. Met het oog op de toenemende mate van invloed van ICT op het maatschappelijk leven, kunnen de eindexamens niet achterblijven. De tendens om centrale examens middels ICT-voorzieningen af te nemen, heeft zich in de loop van de tijd voortgezet. Het is daarom van belang om de wijze waarop het centraal examen wordt afgenomen nu nader te bepalen. Deze bevoegdheid wordt de CEVO gelaten.

Artikel I, onderdeel I (artikel 41)

Als gevolg van de aanvaarding van de motie Jurgens in de Eerste Kamer (Kamerstukken I, 2005/06, 21 109, A) is de mogelijkheid om bij lagere regelgeving af te wijken van hogere regelgeving ter discussie gesteld. De enige regeling (Regeling aanvullende regels correctie) die uitvoering geeft aan deze bepaling blijkt niet langer noodzakelijk. Daarnaast is niet meer nodig om dit lid in stand te houden aangezien er geruime tijd ervaring is opgedaan met de afwijkende regels uit genoemde regeling. Mocht het toch nodig zijn om afwijkende regels vast te stellen dan zullen deze in de toekomst in het besluit zelf verankerd worden.

Artikel I, onderdeel J (artikel 42)

De verwijzing naar artikel 39, eerste lid, onderdeel g, betreft een verwijzing naar de bevoegdheden van het CEVO. Uit de formulering van het lid bleek niet duidelijk om wiens bevoegdheid het ging. Om deze reden is de bepaling verduidelijkt. De directeur dient bij het vaststellen van het cijfer van het centraal examen de regels zoals die zijn neergelegd door de CEVO in acht te nemen.

Artikel I, onderdeel K (artikel 45, eerste lid)

In dit lid is geregeld dat de kandidaat die verhinderd is (bijv. door ziekte) voor het centraal examen, toch de mogelijkheid van inhalen behoudt. In het tweede tijdvak kunnen (naast een eventuele herkansing) zoveel toetsen van het centraal examen worden ingehaald als waartoe het rooster de mogelijkheid biedt. Dit kunnen meer dan twee toetsen zijn, omdat het tweede tijdvak zich inmiddels over twee tot drie dagen uitstrekt. Per dag mag er echter in niet meer dan twee toetsten centraal examen worden afgelegd. Op deze manier wordt voorkomen dat kandidaten worden overbelast.

Artikel I, onderdeel L (artikel 48)

Het vierde lid van artikel 48 ziet op het overleggen van een cijferlijst bij een vavo. Dit lid is aangepast zodat ook de voorlopige cijferlijst hieronder valt. Dit is uiteraard slechts het geval indien een voorlopige cijferlijst aan de orde is (zie artikel 52a). Onder de in het vijfde lid genoemde cijferlijsten wordt ook de voorlopige cijferlijst verstaan. Dit betekent dat de bepaling ten aanzien van de geldigheidsduur van toepassing is. Zodra de uitslag definitief is vastgesteld, komt de voorlopige cijferlijst te vervallen. Deze is dan opgegaan in de «cijferlijst». Een kandidaat kan dus óf een voorlopige cijferlijst óf een cijferlijst inzetten.

Artikel I, onderdeel M (artikel 49)

Deze wijziging betreft een redactionele aanpassing.

Artikel I, onderdeel N (artikel 51)

Eerste lid (artikel 51, eerste lid)

De toevoeging «van het eindexamen» is nodig om duidelijk te maken dat een kandidaat recht heeft op één herkansing per eindexamen. Er blijft namelijk sprake van één ondeelbaar eindexamen in het voorgezet onderwijs, ook na invoering van de mogelijkheid om vervroegd examen te doen.

Tweede lid (artikel 51, vierde lid)

In dit lid wordt geregeld dat de definitieve uitslag pas vastgesteld kan worden na herkansing in het laatste leerjaar. Dan wordt ook pas de definitieve uitslag aan de kandidaat bekendgemaakt.

Derde lid (artikel 51, vijfde lid)

Het nieuwe vijfde lid regelt dat ingeval van herkansing van het centraal examen in het voorlaatste leerjaar, het eindcijfer schriftelijk aan de kandidaat bekend wordt gemaakt. Daarbij gaat het uiteraard nog niet om de definitieve uitslag (die wordt in alle gevallen pas in het laatste leerjaar vastgesteld) maar om het eindcijfer van het desbetreffende vak.

Artikel I, onderdeel O (artikel 52)

Eerste lid (artikel 52, tweede lid)

In dit lid is een minimumeis opgenomen zodat de leerweg in ieder geval op het diploma vermeld dient te worden. Aanpassing van het tweede lid heeft tot gevolg dat er meer dan alleen de leerweg kan worden vermeld. De modellenregeling geeft hier verdere uitvoering aan.

Tweede lid (artikel 52, achtste lid)

De voorwaarden ten aanzien van de soort school is nu gekoppeld aan de directeur in plaats van de kandidaat. Als een leerling in de gemengde leerweg examen doet in een extra algemeen vak dan kan het bevoegd gezag onder voorwaarden, genoemd in het achtste lid, een diploma vmbo in de theoretische leerweg afgeven. De voorwaarden in het achtste lid zijn verduidelijkt. De leerling moet zijn ingeschreven aan de betreffende school, waaraan onderwijs in de gemengde leerweg mag worden gegeven.

Artikel I, onderdeel P (artikel 52a)

Dit nieuwe artikel introduceert de voorlopige cijferlijst. Hieraan is in het algemeen deel van deze toelichting reeds aandacht besteed. Deze cijferlijst is alleen maar aan de orde als vervroegd examen is afgelegd of een afsluitend schoolexamen (danwel beide) en de kandidaat de school verlaat voordat het eindexamen wordt voltooid. Onder «afsluitend schoolexamen» wordt verstaan het schoolexamen in die vakken die geen centraal examen kennen, maar alleen met een schoolexamen worden afgesloten. Voor de nieuwe school moet kenbaar zijn dat de kandidaat reeds één of meer vakken (of sectorwerkstuk) heeft afgerond. De cijfers of beoordelingen op die voorlopige cijferlijst moeten dus door de nieuwe school worden overgenomen.

Artikel I, onderdeel Q (artikel 56)

Ook voor kandidaten die centraal examen in het voorlaatste leerjaar afleggen geldt dat het bevoegd gezag die resultaten zo spoedig mogelijk aan de IB-Groep doet toekomen.

Artikel II. Wijziging Inrichtingsbesluit W.V.O.

Artikel II, onderdeel A

De wijziging van artikel 26n is een correctie als gevolg van het inwerkingtreden van de Wet regeling onderbouw (Stb. 2006, 281) en het daarop gebaseerde Besluit Kerndoelen onderbouw VO (Stb. 2006, 316). Na inwerkingtreding van deze bepalingen bleek het volgende: leerlingen in de sector economie van de basisberoepsgerichte leerweg, die in de onderbouw geen Frans of Duits hoefden te volgen, moesten in de bovenbouw deze vakken wel volgen.

Dit is een ongewenste situatie. De bepaling is zodanig aangepast dat deze leerlingen een ander vak in de plaats van Frans of Duits volgen in de bovenbouw.

Artikel II, onderdeel B

Deze wijziging laat de verplichte 60 uur stage vervallen. Hieraan is in het algemene deel van de toelichting aandacht besteed.

Deze nota van toelichting teken ik mede namens mijn ambtgenoot van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.