Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2007, 540Wet

Wet van 13 december 2007 tot wijziging van de Zorgverzekeringswet en andere wetten met het oog op het verzwaren van het premie-incassoregime en andere maatregelen om de werking van het met die wet en de Wet op de zorgtoeslag in het leven geroepen stelsel te optimaliseren (verzwaren incassoregime premie en andere maatregelen zorgverzekering)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is zoveel mogelijk te voorkomen dat verzekeringsplichtigen als gevolg van het niet betalen van de verschuldigde premie van de zorgverzekering onverzekerd raken dan wel een moeilijk te beheersen schuldenlast opbouwen, en dat het in verband daarmee wenselijk is incassomaatregelen van zorgverzekeraars te ondersteunen door verzekeringsplichtigen die in verzuim zijn wat betreft de betaling van de premie, tijdelijk de mogelijkheid te ontnemen om de zorgverzekering op te zeggen, dat het met het oog op borging van publieke belangen wenselijk is te waarborgen dat in academische ziekenhuizen voldoende topreferente zorg wordt verleend en voldoende innovatie en ontwikkeling plaatsvindt, en in verband daarmee de bekostiging daarvan ten laste van het Zorgverzekeringsfonds te doen komen, dat het tevens wenselijk is een voorziening te treffen ten behoeve van een groep personen die door de invoering van de Zorgverzekeringswet niet langer in staat is op acceptabele voorwaarden een verzekering tegen ziektekosten te sluiten, dat het wenselijk is mogelijk te maken dat het College voor zorgverzekeringen het sociaal-fiscaalnummer van bepaalde groepen niet-verzekeringsplichtigen verwerkt voor de uitoefening van zijn taken en dat ziektekostenverzekeraars in beperkte mate van zorgaanbieders persoonsgegevens betreffende de gezondheid ontvangen voor zover dat noodzakelijk is voor uitvoering van de zorgverzekering en andere ziektekostenverzekeringen, dat het voorts wenselijk is de regeling van de zorgtoeslag te wijzigen met betrekking tot verdragsgerechtigden in samenhang met de door deze personen verschuldigde bijdrage, dat het ten slotte wenselijk is de regels inzake het bestuursmodel en werkwijze van enige colleges aan te passen in verband met de gewijzigde taken van die colleges;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Zorgverzekeringswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8a

  • 1. Nadat de zorgverzekeraar de verzekeringnemer heeft aangemaand tot betaling van een of meer vervallen termijnen van de verschuldigde premie, kan de verzekeringnemer gedurende de tijd dat de verschuldigde premie en incassokosten niet zijn voldaan, de zorgverzekering niet opzeggen, tenzij de zorgverzekeraar de dekking van de zorgverzekering heeft geschorst.

  • 2. Het eerste lid lijdt uitzondering indien de zorgverzekeraar de verzekeringnemer binnen twee weken te kennen geeft de opzegging te bevestigen.

B

Vervallen

C

Aan artikel 39, derde lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

f. subsidies als bedoeld in artikel 123a.

D

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden» vervangen door: uit ten hoogste drie leden.

2. Het vijfde lid vervalt.

3. Het zesde lid wordt vernummerd tot het vijfde lid.

4. Na het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 6. Bij ministeriële regeling kunnen andere functies of werkzaamheden dan die, genoemd in het vijfde lid, worden aangewezen, die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het College zorgverzekeringen.

5. Het negende lid komt te luiden:

  • 9 Onze Minister stelt de bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden van het College zorgverzekeringen vast.

Da

Na artikel 59 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 59a

  • 1. Het College zorgverzekeringen heeft een commissie die rapporten of signalen als bedoeld in artikel 66 voorbereidt.

  • 2. De commissie bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden, waaronder de leden van het College zorgverzekeringen.

  • 3. Artikel 59, tweede, derde, vierde, zevende en achtste lid, zijn op de leden van de commissie die niet tevens leden van het College zorgverzekeringen zijn, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hun benoeming plaatsvindt op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de commissie en op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

  • 4. Bij ministeriële regeling worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan de leden van de commissie die niet tevens leden van het College zorgverzekeringen zijn, vastgesteld.

E

Artikel 60 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede en derde lid komen te luiden:

  • 2. Vergaderingen van het College zorgverzekeringen zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.

  • 3. In het bestuursreglement legt het College zorgverzekeringen in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. Het vierde lid vervalt.

3 Het vijfde lid wordt vernummerd tot vierde lid.

F

Onder vernummering van het vijfde lid van artikel 69 tot zevende lid, worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 5. Indien tegen een door het College zorgverzekeringen op grond van dit artikel genomen beschikking bezwaar wordt gemaakt:

    a. kan dat college, in afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht, van het horen van een belanghebbende afzien, tenzij deze binnen een door het college gestelde, redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord;

    b. beslist dat college, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.

  • 6. Het College zorgverzekeringen gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het sociaal-fiscaalnummer van de in het eerste lid bedoelde personen.

G

Aan artikel 70 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 13. Het College zorgverzekeringen gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het sociaal-fiscaalnummer van de gemoedsbezwaarde.

H

Artikel 87 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het zesde lid vervalt «of krachtens».

2. In het zesde lid, onderdeel e, subonderdeel 2, wordt «openstaande» vervangen door: openstaand.

I

Na artikel 123 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 123a

Onze Minister draagt door het verstrekken van subsidies bij aan een voldoende aanbod van topreferente zorg, innovatie en ontwikkeling van zorg in academische ziekenhuizen of in een daarmee gelijk te stellen ziekenhuis.

ARTIKEL II

In de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet worden na artikel 2.2.4 twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 2.2.5

  • 1. Een in het buitenland wonende persoon, niet zijnde of geweest zijnde een verzekeringsplichtige als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Zorgverzekeringswet of een persoon op wie artikel 69 van die wet van toepassing is of is geweest, die onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet verzekerd was op grond van een overeenkomst van standaardverzekering in de zin van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998, heeft tijdens zijn verblijf in Nederland aanspraak op een vergoeding ter zake van de kosten van zorg waarop aanspraak zou bestaan indien betrokkene ingevolge een zorgverzekering als bedoeld 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet verzekerd zou zijn.

  • 2. Aanspraak op de in het eerste lid bedoelde vergoeding bestaat slechts indien de rechthebbende zich binnen vier maanden nadat deze wet in werking is getreden of hij in redelijkheid van de inwerkingtreding van deze wet heeft kunnen kennisnemen, als zodanig heeft aangemeld bij het College zorgverzekeringen. Dat College verleent de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid.

  • 3. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de in rekening gebrachte kosten onder aftrek van het deel daarvan dat voor verzekerden in de zin van de Zorgverzekeringswet voor rekening van de verzekerde blijft.

  • 4. De belanghebbende die zich heeft aangemeld, is aan het College zorgverzekeringen per maand een bijdrage verschuldigd die gelijk is aan eentwaalfde van het bedrag van de standaardpremie als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, nadat die is verminderd met het bedrag dat de zorgtoeslag ten hoogste bedraagt, voor een in Nederland wonende verzekeringsplichtige zonder partner.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de aanspraak op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid.

  • 6. De kosten van de vergoedingen, verleend ingevolge dit artikel, onderscheidenlijk de baten van de bijdrage, betaald op grond van dit artikel, komen ten laste onderscheidenlijk ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds.

  • 7. Ten aanzien van bezwaar en beroep tegen een besluit inzake een vergoeding als bedoeld in het eerste lid, is het recht zoals dat geldt ten aanzien van besluiten inzake een aanspraak op zorg ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, met uitzondering van artikel 58 van die wet, van toepassing.

Artikel 2.2.6

  • 1. Indien een rechthebbende zich heeft aangemeld voor de toepassing van artikel 2.2.5, heeft hij op de voet van dat artikel eveneens aanspraak op vergoeding van de kosten van zorg die hem na 31 december 2005 doch voor het tijdstip van de aanmelding is verleend.

  • 2. De rechthebbende, bedoeld in het eerste lid, is de bijdrage, bedoeld in het vierde lid van artikel 2.2.5 eveneens verschuldigd over de periode die is verstreken na 31 december 2005.

ARTIKEL III

De Wet op de zorgtoeslag wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5 In afwijking van het eerste en vierde lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan zijn verzekeringsplicht, bedoeld in artikel 2 van de Zorgverzekeringswet, of aan zijn meldingsplicht, bedoeld in artikel 69 van die wet, geen recht op zorgtoeslag.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

B

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

  • 1. De zorgtoeslag waarop een persoon als bedoeld in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet aanspraak heeft, is gelijk aan het met toepassing van artikel 2 bepaalde bedrag, vermenigvuldigd met het getal dat wordt berekend uit de verhouding tussen de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale zorgverzekering in het woonland van deze persoon, en de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale zorgverzekeringen in Nederland.

  • 2. Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks uiterlijk in november per land het in het eerste lid bedoelde verhoudingsgetal vastgesteld.

ARTIKEL IV

De Wet toelating zorginstellingen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden» vervangen door: uit ten hoogste drie leden.

2. Het vierde lid vervalt.

3. Het vijfde, zesde en zevende lid worden vernummerd tot het vierde, vijfde en zesde lid.

4. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 6. Onze Minister stelt de bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden van het College bouw vast.

B

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de tweede volzin.

2. Het tweede en derde lid komen te luiden:

  • 2. Vergaderingen van het College bouw zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.

3. In het bestuursreglement legt het College bouw in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL V

De Wet marktordening gezondheidszorg wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 68 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 68a

  • 1. Een zorgaanbieder die aan een verzekerde zorg heeft verleend, en die daarvoor krachtens een door hem met de ziektekostenverzekeraar gesloten overeenkomst rechtstreeks een tarief bij die ziektekostenverzekeraar in rekening brengt, verstrekt die ziektekostenverzekeraar of een door die ziektekostenverzekeraar aangewezen persoon de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de ziektekostenverzekering of van de wet, dan wel stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking.

  • 2. Een zorgaanbieder die aan een verzekerde zorg heeft verleend en die daarvoor bij de verzekerde een tarief in rekening brengt, verstrekt hem de persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die voor zijn ziektekostenverzekeraar noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de ziektekostenverzekering of van de wet.

  • 3. Behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen mededeling toestaat, zijn personen werkzaam bij een ziektekostenverzekeraar, bij een door de ziektekostenverzekeraar aangewezen persoon of bij een door Onze Minister aangewezen persoon als bedoeld in artikel 53, eerste of derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of artikel 87, derde lid, van de Zorgverzekeringswet, voor wie niet reeds uit hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingsplicht geldt, verplicht tot geheimhouding van persoonsgegevens van een verzekerde, waaronder persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die voor een ziektekostenverzekeraar noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een ziektekostenverzekering.

  • 4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald:

    a. tot welke gegevens en tot welke categorie van ziektekostenverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, de verplichting, bedoeld in het eerste of tweede lid, zich in ieder geval uitstrekt;

    b. op welke wijze gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, worden verwerkt;

    c. volgens welke technische standaarden gegevensverwerking plaatsvindt;

    d. aan welke beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet;

    e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worden verwerkt met het oog op de uitvoering van ziektekostenverzekeringen, voor zover deze gegevens niet worden gebruikt voor het beoordelen en accepteren van een aspirant-verzekerde door een ziektekostenverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 3°, en bovendien noodzakelijk zijn voor:

    1°. de betaling aan een zorgaanbieder of de vergoeding van zorgkosten aan een verzekerde,

    2°. de vaststelling van eigen bijdragen, nog openstaand eigen risico of een no-claimteruggave aan de verzekerde,

    3°. het uitoefenen van het verhaalsrecht, of

    4°. het verrichten van controle of fraudeonderzoek.

B

In artikel 82 wordt «68 en 79» vervangen door: 68, 68a of 79.

C

In artikel 89, eerste lid, wordt «ingevolge» vervangen door: bij of krachtens artikel 68a van deze wet of.

ARTIKEL VI

Artikel 53 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt de zinsnede «behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot die mededeling verplicht» vervangen door: behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen mededeling toestaat.

2. Het zesde lid komt te luiden:

  • 6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald:

    a. tot welke gegevens de verplichting, bedoeld in het eerste of derde lid, zich in ieder geval uitstrekt;

    b. op welke wijze gegevens, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, worden verwerkt;

    c. volgens welke technische standaarden gegevensverwerking plaatsvindt;

    d. aan welke beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet;

    e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of derde lid, verder worden verwerkt met het oog op de uitvoering van deze wet, een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet of een aanvullende ziektekostenverzekering, voor zover deze gegevens niet worden gebruikt voor het beoordelen en accepteren van een aspirant-verzekerde voor een aanvullende verzekering en bovendien noodzakelijk zijn voor:

    1°. de betaling aan een zorgaanbieder of de vergoeding van zorgkosten aan een verzekerde,

    2°. de vaststelling van eigen bijdragen,

    3°. het uitoefenen van het verhaalsrecht, of

    4°. het verrichten van controle of fraudeonderzoek.

ARTIKEL VII

Indien deze wet in werking treedt nadat het bij koninklijke boodschap van 22 november 2005 ingediende voorstel van wet houdende regels inzake het gebruik van het burgerservicenummer in de zorg (Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg) (Kamerstukken I 2006/07, 30 380, A) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt in Artikel I, onderdelen F en G, van deze wet in de tekst van artikel 69, zesde lid, en artikel 70, dertiende lid, van de Zorgverzekeringswet «sociaal-fiscaalnummer» telkens vervangen door: burgerservicenummer of, bij ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer.

ARTIKEL VIII

Indien het bij koninklijke boodschap van 22 november 2005 ingediende voorstel van wet houdende regels inzake het gebruik van het burgerservicenummer in de zorg (Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg) (Kamerstukken I 2006/07, 30 380, A) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in artikel 69, zesde lid, en artikel 70, dertiende lid, van de Zorgverzekeringswet «sociaal-fiscaalnummer» telkens vervangen door: burgerservicenummer of, bij ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer.

ARTIKEL IX

  • 1. De Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid berust na de inwerkingtreding van deze wet op de artikelen 59, zesde en negende lid, en 75, derde en vierde lid, van de Zorgverzekeringswet, de artikelen 4, zevende en negende lid, en 14, derde en vierde lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg en de artikelen 20, zesde lid, 27 en 32 van de Wet toelating zorginstellingen.

  • 2. De Regeling zorgverzekering berust na de inwerkingtreding van deze wet mede op artikel 69, zevende lid, van de Zorgverzekeringswet.

ARTIKEL X

  • 1. Deze wet, met uitzondering van artikel I, onderdelen C en I, en artikel III, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Artikel I, onderdeel F, wat betreft artikel 69, zesde lid, van de Zorgverzekeringswet, en onderdeel G werken terug tot en met 1 januari 2006.

  • 3. Artikel III werkt terug tot en met 1 januari 2007.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

's-Gravenhage, 13 december 2007

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink

Uitgegeven de twintigste december 2007

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot

Kamerstuk 30 918