Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2007, 525AMvB

Besluit van 10 december 2007 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en enige andere besluiten in verband met het wegnemen van wetstechnische onvolkomenheden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 oktober 2007, Directie Arbeidsomstandigheden, nr. ARBO/A&V/2007/32481;

Gelet op Richtlijn nr. 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (Pb EG L 177);

Gelet op de artikelen 16, 24, negende lid, 28a en 33, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 19 november 2007, nr. W12.07.0393/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 december 2007, Directie Arbeidsomstandigheden, nr. ARBO/A&V/2007/38236;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1, zevende lid, vervalt.

B

Artikel 1.5e wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Een certificaat kan worden geweigerd of onder voorschriften worden afgegeven dan wel geschorst of ingetrokken, indien is gebleken dat niet of niet volledig is voldaan aan bij of krachtens de wet met betrekking tot het certificaat gestelde eisen.

2. In het vijfde lid wordt «geweigerd dan wel ingetrokken» vervangen door: geweigerd dan wel geschorst of ingetrokken.

C

Artikel 1.30, aanhef, komt te luiden:

Artikel 3, eerste lid, van de wet en de op artikel 16 van de wet gebaseerde artikelen 1.37 en 1.41, de afdelingen 5, 6, 6A en 8 van hoofdstuk 2, en de hoofdstukken 3 tot en met 8 van dit besluit zijn niet van toepassing:.

D

Het opschrift van artikel 1.33 komt te luiden:

Artikel 1.33 Partiële uitzondering artikelen 27, 28 en 28a van de wet

E

Het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk 2 komt te luiden:

AFDELING 1. MELDING BEROEPSZIEKTEN

F

Het opschrift van artikel 2.1 komt te luiden:

Artikel 2.1 Gegevens beroepsziekten

G

In artikel 2.5c, vierde lid, wordt «de bedrijfshulpverleners en de hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 15 van de wet» vervangen door: de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, en de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

H

Artikel 2.7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «arbeid- en bedrijfsgeneeskunde» vervangen door: arbeids- en bedrijfsgeneeskunde.

2. Het derde lid vervalt.

I

Artikel 2.14a wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zinsdeel toegevoegd, luidende:

, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.

2. In het tweede lid, wordt «een deskundige die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid arbeids- en bedrijfsgeneeskunde als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid» vervangen door: een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.

3. In het derde lid wordt «deskundigen» vervangen door: deskundigen en bedrijfsartsen.

J

Aan artikel 2.14b, tweede lid, onderdeel b, wordt een zinsdeel toegevoegd, luidende: , of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.

K

In artikel 2.41 vervalt het lid dat luidt als volgt:

  • 4. Situaties die een ernstig gevaar vormen worden onverwijld gemeld aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet.

L

Artikel 3.16, tweede en derde lid, komt te luiden:

  • 2. Er is in elk geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden, openingen in vloeren, of als het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer te vallen.

  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op arbeid onder omstandigheden waarin het gebruik van ladders en trappen is toegestaan als bedoeld in artikel 7.23, tweede lid.

M

In artikel 3.35, eerste lid, wordt «afdeling 4 van hoofdstuk 2» vervangen door: artikel 15 van de wet.

N

Aan artikel 3.42 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 9. Artikel 3.5h is niet van toepassing op tankschepen die zich buiten Nederland bevinden.

O

Artikel 4.1 komt te luiden:

Artikel 4.1 Definities

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. gevaarlijke stoffen: stoffen, mengsels of oplossingen van stoffen waaraan werknemers bij de arbeid worden of kunnen worden blootgesteld die vanwege de eigenschappen van of de omstandigheden waaronder die stoffen, mengsels of oplossingen voorkomen gevaar voor de veiligheid of gezondheid kunnen opleveren;

b. grenswaarde:

1°. de limiet van de concentratie of van het tijdgewogen gemiddelde van de concentratie voor een gevaarlijke stof in de individuele ademhalingszone van een werknemer gedurende een gespecificeerde referentieperiode;

2°. de limiet van de concentratie in het passende biologische medium van een gevaarlijke stof, de metabolieten daarvan of een indicator van het effect van de betreffende stof gedurende een gespecificeerde referentieperiode;

c. ongewilde gebeurtenis: een plotselinge situatie, ongeval, voorval of noodsituatie die gevaar oplevert voor veiligheid en gezondheid van de werknemer of zijn omgeving, en die gelet op de toegepaste stoffen, procédés en maatregelen niet is voorzien.

P

In artikel 4.1a, derde lid, wordt «artikel 4.58» vervangen door: artikel 4.61b.

Q

In artikel 4.47c, eerste lid, wordt «een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet» vervangen door: een daartoe aangewezen toezichthouder.

R

Artikel 4.61a, vierde lid, vervalt.

S

Artikel 4.62 komt te luiden:

Artikel 4.62 Toepasselijkheid

Voor zover de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 4.59, eerste en tweede lid, en 4.60, eerste en derde lid, en het gebruik van benzeen, bedoeld in artikel 4.61a, zijn toegestaan, is daarop, met inachtneming van artikel 4.12, afdeling 2 van dit hoofdstuk van toepassing.

T

In artikel 4.86, tweede lid, wordt «artikelen 4.87» vervangen door: artikelen 4.87, 4.87a, 4.87b.

U

Artikel 4.87b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Bij het in bedrijf nemen en houden van:

    a. een luchtbevochtigingsinstallatie anders dan een stoombevochtiger;

    b. een waterinstallatie die water in aërosolvorm in de lucht kan brengen, niet zijnde een collectieve watervoorziening als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder j, of een collectief leidingnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de Waterleidingwet;

    zijn de maatregelen, bedoeld in artikel 4.87a, eerste en tweede lid, ter voorkoming of beperking van de blootstelling aan legionellabacteriën, doeltreffend, indien het water in deze installaties minder dan 100 kolonievormende eenheden legionellabacteriën per liter bevat.

2. Er wordt een lid toegevoegd:

  • 3. Dit artikel is niet van toepassing op koeltorens.

V

Artikel 4.103, eerste lid, alsmede de aanduiding «2.» voor het tweede lid vervallen.

W

Artikel 6.11b, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De beoordeling en de meting vinden plaats voor hand-armtrillingen overeenkomstig de punten 1 en 2 van deel A en voor lichaamstrillingen overeenkomstig de punten 1 en 2 van deel B van de bijlage bij de richtlijn.

X

Artikel 6.16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De ploegleider is in het bezit van een certificaat duikploegleider met betrekking tot de soort arbeid die hij verricht, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

2. In het zevende lid wordt «certificaat duikmedische begeleiding» vervangen door: certificaat duikmedische begeleiding met betrekking tot de soort arbeid die hij verricht.

Y

Artikel 6.24, vierde en vijfde lid, worden vernummerd tot derde en vierde lid.

Z

In artikel 7.17b, tweede lid, onderdeel e, wordt aan het slot «, en» vervangen door een punt.

AA

In artikel 7.17c, zesde lid, wordt «in een werkzone als bedoeld in het zesde lid» vervangen door: in een werkzone als bedoeld in het vijfde lid.

AB

Artikel 7.23d wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «In afwijking van artikel 7.18, vierde lid, is het vervoer van werknemers met behulp van een werkbak die is gekoppeld aan een hijs- of hefwerktuig uitsluitend toegestaan» vervangen door: Artikel 7.18, vierde lid, is niet van toepassing op het vervoer van werknemers met behulp van een werkbak die is gekoppeld aan een hijs- of hefwerktuig.

2. De aanhef van het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Bij toepassing van het eerste lid gelden ten aanzien van de hijskraan en het hefgereedschap die in combinatie met een werkbak worden gebruikt de volgende voorschriften:.

3. In het vijfde lid wordt aan het slot van onderdeel a de punt vervangen door een puntkomma.

AC

In artikel 7.29, eerste lid, wordt «In afwijking van artikel 7.20, zesde, zevende, achtste en negende lid» vervangen door: In afwijking van artikel 7.20, zesde en zevende lid.

AD

In het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk 9 wordt na «zelfstandige,» ingevoegd: meewerkende werkgever, degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn,.

AE

Artikel 9.1 komt te luiden:

Artikel 9.1 Verplichtingen van de werkgever

De werkgever is verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden welke bij of krachtens dit besluit zijn vastgesteld, met uitzondering van de artikelen 1.25, 2.6, 2.26 tot en met 2.29, 2.32 tot en met 2.34 en 7.21.

AF

In artikel 9.5, eerste lid, onderdeel c, wordt na «4.47b,» ingevoegd: 4.47c, eerste lid, onderdelen a en e,.

AG

Artikel 9.5a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel c wordt «de artikelen 4.1b tot en met 4.10e» vervangen door: de artikelen 4.1b tot en met 4.10d.

2. In onderdeel f wordt na «7.18b, eerste lid,» ingevoegd: 7.23, 7.23a tot en met 7.23d,.

AH

Na artikel 9.5a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9.5b Verplichting van degene die arbeid verricht of doet verrichten in de territoriale zee of de exclusieve economische zone

  • 1. Degene die arbeid verricht of doet verrichten in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone is verplicht de toezichthouder bij de uitoefening van zijn bevoegdheden te vervoeren naar door de toezichthouder aan te duiden plaatsen waar deze arbeid wordt verricht, mits dat vervoer plaatsvindt tussen 07.00 en 20.00 uur.

  • 2. Indien sprake is van arbeidsongevallen die leiden tot de dood, een blijvend letsel of een ziekenhuisopname of bij het verrichten van arbeid ernstig gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of zelfstandigen vindt het vervoer op aanwijzing van de daartoe aangewezen toezichthouder plaats tussen 00.00 uur en 24.00 uur.

AI

Artikel 9.9a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «2.42e» vervangen door: 2.42e, eerste lid.

2. In onderdeel b wordt «3.37f, eerste en derde lid» vervangen door: 3.37v, eerste, tweede en derde lid.

3. Onderdeel e komt te luiden:

e. de artikelen van de op grond van de wet en dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald.

AJ

Artikel 9.9b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «2.14a, eerste tot en met derde lid» vervangen door «2.14a, eerste en tweede lid» en wordt «2.32 tot en met 2.36» vervangen door «2.32 tot en met 2.35».

2. In onderdeel c wordt «3.5c» vervangen door: 3.5c, eerste en derde tot en met vijfde lid.

3. In onderdeel f wordt «6.15a, derde lid» vervangen door «6.15a, tweede lid», wordt «6.11b» vervangen door «6.11b, eerste tot en met vierde en zesde lid» en wordt «6.30, eerste lid» vervangen door «6.30».

4. In onderdeel g wordt «7.17b, tweede lid, onderdeel a» vervangen door «7.17b, tweede lid, onderdeel a, en derde en vierde lid», wordt «7.18, eerste, derde, vierde en achtste lid» vervangen door «7.18, eerste, derde, vijfde en negende lid» en vervalt «7.36».

5. Onderdeel j komt te luiden:

j. de artikelen van de op grond van de wet en dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald.

AK

Artikel 9.9c, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel d wordt «4.87a, eerste tot en met vierde lid» vervangen door: 4.87a, eerste tot en met derde lid.

2. In onderdeel f wordt «6.15a, eerste en tweede lid» vervangen door «6.15a, eerste lid» en vervalt «6.20c».

3. In onderdeel g wordt «7.18, tweede en derde lid, en zesde tot en met negende lid» vervangen door «7.18, tweede en vierde lid, en zesde tot en met achtste lid» en vervalt «7.23d,».

4. Onderdeel h komt te luiden:

h. de artikelen van de op grond van de wet en dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald.

AL

In artikel 9.10 vervalt «4.87c,» en wordt «4.113 en 6.7» vervangen door: 4.113, 5.3, onderdeel b, 6.7, 6.11b en 9.5b.

AM

In artikel 9.22, derde lid, worden de onderdelen c en d geletterd b en c.

AN

Artikel 9.37 komt te luiden:

Artikel 9.37 Explosieve atmosferen

Artikel 3.5e, onder e, is niet van toepassing op arbeidsmiddelen voor gebruik op plaatsen waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen die voor 30 juni 2003 in gebruik zijn genomen.

AO

Artikel 9.37a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Artikel 6.11c, tweede lid,» vervangen door: Artikel 6.11c, tweede en derde lid.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 6.11c, tweede en derde lid, tot 6 juli 2014 niet van toepassing op arbeidsmiddelen als bedoeld in het eerste lid die in de land- en bosbouw worden gebruikt.

ARTIKEL II

In artikel 22, vierde lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 wordt «de bedrijfshulpverleners en de hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet» vervangen door: de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, en de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

ARTIKEL III

In artikel 1, eerste lid, onderdeel ff, van het Besluit bezoldiging politie wordt «Arbeidsomstandighedenwet 1998» vervangen door: Arbeidsomstandighedenwet.

ARTIKEL IV

In artikel 1, onderdelen q en q, van het Inkomstenbesluit militairen wordt «Arbeidsomstandighedenwet 1998» vervangen door: Arbeidsomstandighedenwet.

ARTIKEL V

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van:

– artikel I, onderdelen A, H, I en J, dat in werking treedt met ingang van het tijdstip waarop artikel XII, onderdelen A en D, van de Verzamelwet SZW-wetgeving 2008 in werking treedt;

– artikel I, onderdelen AI, onder 3, AJ, onder 5, en AK, onder 4, dat in werking treedt met ingang van het tijdstip waarop artikel XII, onderdelen Da en G, van de Verzamelwet SZW-wetgeving 2008 in werking treedt;

– artikel I, onderdeel AN, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 januari 2007.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 10 december 2007

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de twintigste december 2007

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

I ALGEMEEN

Dit besluit strekt er hoofdzakelijk toe kleine wetstechnische onvolkomenheden in het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) weg te nemen, die het gevolg zijn van het Besluit van 5 december 2006 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit ter vergroting van de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers voor het arbeidsomstandighedenbeleid en ter beperking en vereenvoudiging van de regelgeving en van enige andere besluiten in verband hiermee (Stb. 674)(hierna: wijzigingsbesluit). Dit wijzigingsbesluit vloeide voort uit de Wet van 30 november 2006 tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en enige andere wetten in verband met het vergroten van de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers voor het arbeidsomstandighedenbeleid (Stb. 2006, 673)(hierna: wijzigingswet).

Daarnaast vloeien enkele wijzigingen rechtstreeks voort uit de Verzamelwet SZW-wetgeving 2008. Dit betreft het vervallen van artikel 1.1, zevende lid, (artikel I, onderdeel A), het vervallen van artikel 2.7, derde lid (artikel I, onderdeel H) en wijziging van de artikelen 2.14a en 2.14b (zie artikel I, onderdelen I en J). Verder is uitvoering gegeven aan de in artikel 24, negende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) gegeven mogelijkheid om degene die arbeid verricht in de territoriale zee of de exclusieve economische zone te verplichten de toezichthouder te vervoeren.

Van de gelegenheid is tenslotte tevens gebruik gemaakt om een drietal kleine tekortkomingen weg te nemen in de implementatie van Richtlijn nr. 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (zestiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (Pb EG L 177) (zie artikel I, onderdelen W en AO, en de bijlage).

Bedrijfseffecten, nalevingskosten en administratieve lasten

De voorgestelde wijzigingen hebben geen gevolgen voor het bedrijfsleven, zoals bedoeld in de bedrijfseffectentoets.

II ARTIKELSGEWIJS

Artikel I

Onderdeel A

Bij artikel XII, onderdeel A, van de Verzamelwet SZW-wetgeving 2008 wordt de inhoud van artikel 1.1, zevende lid, van het Arbobesluit overgebracht naar artikel 1, vijfde lid, van de Arbowet. In verband daarmee kan artikel 1.1, zevende lid, van het Arbobesluit vervallen.

Onderdeel B

Bij artikel I, onderdeel S, van de wijzigingswet is artikel 20, vijfde lid, onderdeel c, van de Arbowet zodanig gewijzigd, dat een afgegeven certificaat niet alleen kan worden ingetrokken, maar ook kan worden geschorst. Deze wijziging is abusievelijk niet verwerkt in artikel 1.5e, vierde en vijfde lid.

Daarnaast is in het vierde lid de mogelijkheid dat een certificaat onder voorschriften kan worden verlengd geschrapt. In artikel 20 van de Arbowet is namelijk geen bevoegdheid opgenomen om certificaten te verlengen. Wel kent dit artikel de mogelijkheid om certificaten voor een beperkte tijdsduur af te geven, met de mogelijkheid om na het verstrijken van die tijdsduur een nieuw certificaat af te geven en daaraan eventueel voorschriften te verbinden.

Onderdeel C

Bij de opname van afdeling 6A in hoofdstuk 2 is destijds verzuimd afdeling 6A ook toe te voegen aan de opsomming van bepalingen in de aanhef van artikel 1.30 (partiële uitzonderingen voor defensie). Bij het vervallen van afdeling 3, getiteld «Herkeuring», en afdeling 4, paragraaf 1, getiteld «Onderwijs, burgerlijke openbare dienst, justitiële rijksinrichtingen en defensie», van hoofdstuk 8, is destijds verzuimd om de aanhef van artikel 1.30 aan te passen. Verder is geconstateerd dat ook afdeling 8 van hoofdstuk 2 ten onrechte niet in de opsomming van bepalingen in de aanhef van artikel 1.30 is vermeld. Deze afdeling bevat nl. bepalingen met betrekking tot de bijzondere sector vervoer en met betrekking tot thuiswerkers die voor defensie niet van belang zijn. Alle drie de omissies zijn thans gerepareerd.

Onderdeel D

Het opschrift van artikel 1.33 is alsnog aangepast aan de wijziging van dit artikel bij artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit, waarbij artikel 28a aan het artikel is toegevoegd.

Onderdelen E en F

Het opschrift van afdeling 1 en het opschrift van artikel 2.1 zijn alsnog aangepast aan de wijziging van artikel 2.1 bij artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit waarbij de opdracht om nadere regels te stellen met betrekking tot arbeidsongevallen is geschrapt.

Onderdeel G

In artikel 2.5c, vierde lid, werd als gevolg van artikel I, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit verwezen naar «de bedrijfshulpverleners en de hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 15 van de wet». Daarbij is over het hoofd gezien dat bij de wijzigingswet het alarmeren van en samenwerken met de (externe) hulpverleningsorganisaties als taak van de bedrijfshulpverleners in artikel 15 is geschrapt. Het onderhouden van doeltreffende verbindingen met de externe hulpverleningsorganisaties is thans een verplichting van de werkgever en geregeld in artikel 3, eerste lid, van de Arbowet. De verwijzing naar de hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 15 van de wet, is daarom vervangen door een verwijzing naar de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

Onderdelen H, I en J

In artikel 2.7, derde lid, van het Arbobesluit is als gevolg van het wijzigingsbesluit bepaald dat een registratie als bedrijfsarts wordt aangemerkt als een certificaat van vakbekwaamheid arbeids- en bedrijfsgeneeskunde. Een registratie vindt plaats indien op grond van het Besluit Bedrijfsgeneeskunde van 26 maart 2004 van het College voor Sociale Geneeskunde (Stcrt. 223) met succes een opleiding is afgesloten die voldoet aan de opleidingseisen voor het sociaal-geneeskundig specialisme arbeid en gezondheid – bedrijfsgeneeskunde. Het Besluit Bedrijfsgeneeskunde is goedgekeurd door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij besluit van 29 oktober 2004 (Stcrt. 223). Per 1 januari 2007 is het dus niet meer nodig dat een afzonderlijk certificaat wordt verstrekt door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of een door hem aangewezen certificerende instelling; een registratie als bedrijfsarts is voldoende.

Bij artikel XII van de Verzamelwet SZW-wetgeving 2008 is de aanhef van artikel 14 van de Arbowet zodanig gewijzigd dat voor de vakbekwaamheid van een bedrijfarts niet een certificaat van vakbekwaamheid is vereist, maar een inschrijving in het betreffende specialistenregister. Hierbij gaat het om het register met betrekking tot de bedrijfsarts. De bedrijfsarts is opgeleid op het deelgebied arbeid en gezondheid – bedrijfsgeneeskunde. Volstaan kan worden met een verwijzing naar dit register; de verdere normering voor de inschrijving, zoals hiervoor is aangegeven, volgt uit regelgeving van het College voor Sociale Geneeskunde die door de Minister van VWS is goedgekeurd. Daarmee is de strekking van artikel 2.7, derde lid, van het Arbobesluit overgebracht naar artikel 14 van de Arbowet en kan dit derde lid vervallen. Het register van wettelijk erkende sociaal geneeskundigen wordt bijgehouden door de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst. Een dergelijke registratie geldt voor een periode van vijf jaar. Om in aanmerking te komen voor een verlenging van de registratie voor weer vijf jaar, dient betrokkene bewijzen te overleggen dat vakkennis en vaardigheden zijn onderhouden overeenkomstig de door het College voor Sociale Geneeskunde gestelde eisen.

De artikelen 2.14a en 2.14b zijn in verband met het voorgaande eveneens aangepast.

Onderdeel K

Bij artikel I, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit is artikel 2.41 gewijzigd. Bij deze wijziging is het derde lid vernummerd tot vierde lid en is onbedoeld het bestaande vierde lid gehandhaafd, met als gevolg dat dit artikel thans twee vierde leden kent. Omdat het de bedoeling was het oorspronkelijke vierde lid te schrappen gebeurt dit nu alsnog. Voor een toelichting daarop wordt verwezen naar de nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit (Stb. 2006, 674, blz. 71).

Onderdeel L

Artikel 3.16, tweede lid, is aangepast om beter tot uitdrukking te brengen dat dit artikellid geen zelfstandige verplichting bevat, maar een concrete grenswaarde ten behoeve van de toepassing van de in het eerste lid opgenomen verplichting. Vergelijk de grenswaarden opgenomen in de artikelen 3.5c, tweede lid, 3.5g, derde lid, en 3.34, tweede lid.

Artikel 3.16, derde lid, is aangepast teneinde de bedoeling van deze bepaling beter tot uitdrukking te brengen. In artikel 7.23 is aangegeven onder welke omstandigheden het gebruik van ladders en trappen is toegestaan. Namelijk omstandigheden waarin het gebruik van andere, veiliger arbeidsmiddelen niet wordt gerechtvaardigd in verband met het geringe risico en de korte gebruiksduur of kenmerken van de locaties die door de werkgever niet kunnen worden veranderd.

Onderdeel M

Bij artikel I, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit is afdeling 4 van hoofdstuk 2, getiteld Bedrijfshulpverlening, vervangen door een nieuwe afdeling 4 getiteld Psychosociale arbeidsbelasting. In artikel 3.35 dient daarom niet meer te worden verwezen naar bedoelde afdeling 4, maar naar artikel 15 van de Arbowet, dat betrekking heeft op bedrijfshulpverlening.

Onderdeel N

Bij artikel I, onderdeel AF, van het wijzigingsbesluit is de inhoud van artikel 4.7 overgebracht naar artikel 3.5h. Daarbij is verzuimd de uitzondering voor tankschepen die zich buiten Nederland bevinden van artikel 4.103, eerste lid, over te brengen naar artikel 3.42, negende lid. Bij onderhavig besluit is dit alsnog gebeurd.

Onderdeel O

Bij artikel I, onderdeel AX, zijn de in artikel 4.1 opgenomen definities abusievelijk genummerd in plaats van geletterd. Dit is gecorrigeerd.

Onderdeel P

Bij artikel I, onderdelen BN en BO, is artikel 4.78 vernummerd tot artikel 4.61b. In artikel 4.1a, derde lid, werd echter abusievelijk verwezen naar artikel 4.58. Dit is gecorrigeerd.

Onderdeel Q

In het wijzigingsbesluit is verzuimd artikel 4.47c, eerste lid, aan te passen aan de definitie van toezichthouder in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbowet.

Onderdelen R en S

Omdat artikel 4.61a, Verbod van benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen, thans is opgenomen in afdeling 6 van hoofdstuk 4, kon het vierde lid van dit artikel vervallen onder gelijktijdige aanpassing van artikel 4.62.

Onderdeel T

Bij artikel I, onderdelen BS en BT, van het wijzigingsbesluit zijn de artikelen 4.87a en 4.87b aan het Arbobesluit toegevoegd. Bij die gelegenheid is verzuimd deze artikelen ook op te nemen in artikel 4.86, tweede lid. Dit is alsnog gebeurd. Indien uit de in artikel 4.85 verplicht gestelde risico-inventarisatie en -evaluatie blijkt dat werknemers een gerede kans lopen op blootstelling aan biologische agentia van de categorieën, 2, 3 of 4, dan gelden voortaan ook de nieuwe artikelen 4.87a en 4.87b.

Onderdeel U

Artikel 4.87b is in het Arbobesluit opgenomen bij artikel I, onderdeel BT, van het wijzigingsbesluit. Hoewel in het eerste lid al is aangegeven dat het artikel alleen betrekking heeft op het in bedrijf nemen en houden van luchtbevochtigingsinstallaties en waterinstallaties die water in aerosolvorm in de lucht kunnen brengen is ter voorkoming van mogelijke misverstanden en ter verduidelijking, in een nieuw derde lid aangegeven dat het artikel niet betrekking heeft op koeltorens.

Onderdeel V

Omdat de inhoud van artikel 4.7 in het wijzigingsbesluit is overgebracht naar artikel 3.5h kan het eerste lid van artikel 4.103 vervallen. De uitzondering voor tankschepen die zich buiten Nederland bevinden is thans opgenomen in artikel 3.42, negende lid (zie Artikel I, onderdeel N).

Onderdeel W

In artikel 6.11b, derde lid, is artikel 4, eerste lid, geïmplementeerd van Richtlijn nr. 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (zestiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (Pb EG L 177). In bedoeld artikel 4, eerste lid, is bepaald dat de werkgever de niveaus van de mechanische trillingen waaraan werknemers zijn blootgesteld moet beoordelen en, indien nodig, meten en dat de meting dient plaats te vinden overeenkomstig punt 2 van deel A, respectievelijk deel B, van de bijlage bij de richtlijn. Voorschriften met betrekking tot de wijze van beoordelen en meten zijn echter niet alleen opgenomen in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn, maar eveneens in artikel 3, eerste lid, laatste zin, en tweede lid, laatste zin. Voorgeschreven is dat de blootstelling van een werknemer aan hand-armtrillingen dient te worden beoordeeld of gemeten volgens de bepalingen van punt 1 van deel A, respectievelijk deel B, van de bijlage bij de richtlijn. Dit voorschrift is abusievelijk niet geïmplementeerd. Met het onderhavige besluit is de bedoelde bepaling alsnog geïmplementeerd.

Onderdeel X

In artikel 6.16, zesde lid, wordt verwezen naar het certificaat duikarbeid met betrekking tot de soort arbeid die duikers verrichten. Er kunnen derhalve verschillende certificaten duikarbeid worden afgegeven, gedifferentieerd naar het type duikarbeid. Als gevolg van deze wijziging kunnen er ook verschillende certificaten duikploegleider en certificaten duikmedische begeleiding worden afgegeven waaraan ook verschillende eisen ten grondslag kunnen worden gelegd. In de praktijk is hieraan behoefte gebleken. Een en ander is op grond van artikel 1.5e, eerste lid, van het Arbobesluit nader uitgewerkt in de Arbeidsomstandighedenregeling.

Onderdeel Y

Bij artikel I, onderdeel DH, van het wijzigingsbesluit is artikel 6.24, derde lid, vervallen. Bij die gelegenheid is verzuimd de leden vier en vijf te vernummeren.

Onderdeel Z

Dit betreft een redactionele verbetering.

Onderdeel AA

In artikel 7.17c, zesde lid, is de onjuiste verwijzing naar het zesde lid van dat artikel gecorrigeerd.

Onderdeel AB

In artikel 7.18, vierde lid, is een verbod opgenomen om met een hijs- of hefwerktuig dat uitsluitend is bestemd en ingericht voor het vervoer van goederen in de plaats van of tezamen met goederen personen te vervoeren. In de aanhef van artikel 7.23d is beter tot uitdrukking gebracht dat het bedoelde verbod niet van toepassing is op het vervoer van werknemers in een werkbak die is gekoppeld aan een hijs- of hefwerktuig, mits is voldaan aan de in artikel 7.23d daaraan gestelde voorwaarden. Indien niet wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden, te weten:

– het moet werkzaamheden betreffen die jaarlijks hooguit enkele keren plaatsvinden;

– de werkzaamheden duren per keer niet langer dan vier uur;

– de werkzaamheden worden verricht op plaatsen die moeilijk bereikbaar zijn;

– toepassing van andere, meer geëigende middelen om die plaatsen te bereiken zou grotere gevaren meebrengen dan het vervoer met een werkbak of

– de toepassing van andere meer geëigende middelen kan in redelijkheid niet worden gevergd,

mag er niet worden gewerkt vanuit werkbakken bevestigd aan hijs- of hefwerktuigen.

In het tweede tot en met zesde lid is aangegeven aan welke voorschriften bij toepassing van het eerste lid moet worden voldaan. Dit betekent dat het verbod van artikel 7.18, vierde lid, alleen niet van toepassing is als is voldaan aan de voorwaarden van het eerste lid en de voorschriften van het tweede tot en met zesde lid.

De wijzigingen in het vijfde lid betreffen redactionele verbeteringen.

Onderdeel AC

Bij artikel I, onderdeel DO, van het wijzigingsbesluit is artikel 7.20 gewijzigd. Bij die gelegenheid is verzuimd de verwijzing naar dit artikel in artikel 7.29 aan te passen.

Onderdeel AD

Bij het wijzigingsbesluit zijn in afdeling 1 van hoofdstuk 9 in een nieuw artikel 9.5a verplichtingen opgenomen voor degenen bij wie vrijwilligers werkzaam zijn. Verzuimd is het opschrift van afdeling 1 daarop aan te passen. Het opschrift is tevens nog aangepast aan artikel I, onderdeel R, van het Besluit van 20 mei 2005 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en enige andere besluiten in verband met een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 inzake een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid (Stb. 279), waarbij de werkingssfeer van artikel 9.5 werd uitgebreid tot de werkgever die zelf arbeid verricht.

Onderdeel AE

Bij artikel I, onderdeel DW, van het wijzigingsbesluit is aan de opsomming van artikelen in artikel 9.1 (Verplichtingen van de werkgever) abusievelijk een artikel 2.36 toegevoegd, terwijl dit artikel niet bestaat. Bovendien was in het te vervangen tekstdeel abusievelijk «2.37,» niet opgenomen. Daarom is artikel 9.1 opnieuw vastgesteld.

Onderdeel AF

Bij besluit van 7 juli 2006 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit houdende regels met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van asbest (implementatie van wijzigingsrichtlijn nr. 2003/18/EG)(Stb. 348) is de in artikel 4.47c, eerste lid, opgenomen verplichting tot het melden van de locatie, datum en tijdstip van werkzaamheden met asbest aan de Arbeidsinspectie abusievelijk niet van toepassing verklaard op zelfstandigen. Voordien was de verplichting tot het voorafgaand melden aan de Arbeidsinspectie van de locatie, de datum en het tijdstip waarop werkzaamheden bestaande uit het slopen en verwijderen van asbest worden verricht, opgenomen in artikel 4.54, tweede lid. Deze verplichting was van toepassing op zelfstandigen.

Onderdeel AG

Uit de opsomming van artikelen die moeten worden nageleefd door vrijwilligers in artikel 9.5a, eerste lid, onder c, is artikel 4.10e geschrapt, omdat dit artikel niet bestaat. Aan de opsomming van artikelen in onderdeel f zijn de artikelen 7.23 en 7.23a tot en met 7.23d toegevoegd. Het betreft de voorschriften voor het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte. Omdat de artikelen 7.23 en 7.23a tot en met 7.23c eerst met ingang van 15 juli 2006 in werking zijn getreden, waren zij (nog) niet opgenomen in de vrijstellingsregeling voor vrijwilligers die sinds 15 maart 2006 was opgenomen in artikel 1.12 van de Arboregeling en die in artikel 9.5a is overgenomen. Toepassing van deze artikelen ten aanzien van vrijwilligers ligt in de rede, aangezien het arbeid betreft waaraan bijzondere gevaren voor de veiligheid en de gezondheid zijn verbonden. Er zijn vele situaties denkbaar waarin vrijwilligers met gebruik van ladders of trappen activiteiten op hoogte verrichten (schilderwerkzaamheden, vervanging van lampen, aanbrengen van versiering, ophangen van zaken etc.). Argument is voorts dat deze artikelen ook van toepassing zijn verklaard op zelfstandigen en meewerkende werkgevers.

Onderdeel AH

De Arbowetgeving is onder meer van toepassing op mijnbouwinstallaties in de territoriale zee en op het continentaal plat. Omdat het Staatstoezicht op de Mijnen op deze installaties al toezicht houdt op basis van de Mijnbouwwetgeving is het toezicht op de Arbowetgeving mede opgedragen aan het Staatstoezicht op de Mijnen. Met mede is tot uitdrukking gebracht dat ook de Arbeidsinspectie bevoegd bleef om toezicht te houden. Het Staatstoezicht op de Mijnen kon al vanouds op basis van de Mijnbouwwetgeving vervoer vorderen. Echter men kon dit niet op basis van de Arbowetgeving. Hoewel men dus op basis van de Mijnbouwwetgeving wel ter plekke kon komen, ook om toezicht te houden op de Arbowetgeving (in die zin was er in de praktijk geen probleem), diende de vervoersplicht alsnog ook in de Arbowetgeving te worden vastgelegd.

De thans opgenomen vervoerplicht betreft niet alleen inspectie van een mijnbouwinstallatie of een bouwplaats van bijvoorbeeld windmolens in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone, maar ook inspectie van activiteiten als duiken, het leggen van een pijpleiding of verkenningsonderzoek. Het tweede lid ziet op uitzonderingssituaties waarin ernstige arbeidsongevallen hebben plaatsgevonden of waarin sprake is van ernstig gevaar voor de veiligheid en gezondheid van werknemers en zelfstandigen. Bij de omschrijving van ernstige arbeidsongevallen is aansluiting gezocht bij artikel 9, eerste lid, van de Arbowet, waarin de arbeidsongevallen zijn omschreven die door de werkgever aan de Arbeidsinspectie moeten worden gemeld.

In de bedoelde uitzonderingssituaties kan het nodig zijn dat buiten de uren, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, zo spoedig mogelijk ter plekke wordt geïnspecteerd. Op grond van het tweede lid zullen in de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW-wetgeving de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie en de Inspecteur-Generaal der mijnen worden aangewezen.

Onderdeel AI

In artikel 9.9a, eerste lid, onderdeel a, is de vermelding van artikel 2.42e gewijzigd, omdat artikel 2.42e, tweede lid, geen voorschrift of verbod bevat dat bij overtreding een strafbaar feit kan opleveren, maar een grondslag om bij ministeriële regeling nadere regels te stellen.

Bij artikel I, onderdeel EE, van het wijzigingsbesluit is abusievelijk in artikel 9.9a, eerste lid, onderdeel b, 3.37v vervangen door 3.37f, eerste en derde lid.

Artikel 9.9a, eerste lid, onderdeel e, wordt gewijzigd zodat voortaan in de Arboregeling zelf de artikelen van die regeling kunnen worden aangewezen die bij overtreding een strafbaar feit opleveren.

Onderdeel AJ

Bij artikel I, onderdeel U, van het wijzigingsbesluit is artikel 2.14a, derde lid, vervallen, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid. Verzuimd is deze wijziging ook te verwerken in artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel b. In artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel b, wordt abusievelijk artikel 2.36 aangemerkt als beboetbaar feit, terwijl er sinds 1 januari 2007 geen artikel 2.36 meer bestaat.

Bij artikel I, onderdeel AD, van het wijzigingsbesluit is een nieuw tweede lid toegevoegd aan artikel 3.5c. Verzuimd is de vermelding van artikel 3.5c in artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel c, aan te passen.

Bij artikel I, onderdeel DD, van het wijzigingsbesluit is artikel 6.15a gewijzigd. Verzuimd is de vermelding van artikel 6.15a in artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel f, aan te passen.

De vermelding van artikel 6.11b in artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel f, is gewijzigd, teneinde overtreding van artikel 6.11b, vijfde lid, niet langer als beboetbaar feit aan te merken. Artikel 6.11b, vijfde lid, geeft nader inhoud aan het eerste lid en bevat geen zelfstandig na te leven verplichting.

Omdat was verzuimd overtreding van artikel 7.17b, derde en vierde lid, als beboetbaar feit aan te merken, is onderdeel g aangepast. Bij artikel I, onderdeel DN, van het wijzigingsbesluit zijn van artikel 7.18, onder invoeging van een nieuw vierde lid, de leden vier tot en met acht vernummerd tot vijf tot en met negen. Deze vernummering is abusievelijk niet verwerkt in artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel g. Artikel 7.36 is vervallen bij artikel I, onderdeel W, van het besluit van 24 september 1998 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit houdende regels inzake arbeidsmiddelen (Stb. 589). Bij artikel I, onderdeel FI, van het besluit van 10 september 1999 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit in verband met de vaststelling van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 (Stb. 435) is artikel 7.36 per abuis echter opgenomen in artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel g. Dit is thans weer rechtgezet.

Artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel j, wordt gewijzigd zodat voortaan in de Arboregeling zelf de artikelen van die regeling kunnen worden aangewezen die bij overtreding een beboetbaar feit opleveren.

Onderdeel AK

De vermelding in artikel 9.9c, eerste lid, onderdeel d, van artikel 4.87a, eerste tot en met vierde lid, is aangepast omdat artikel 4.87a, maar drie leden kent.

Bij artikel I, onderdeel DD, van het wijzigingsbesluit is artikel 6.15a gewijzigd. Verzuimd is de vermelding van artikel 6.15a in artikel 9.9c, eerste lid, onderdeel f, aan te passen.

De vermelding van artikel 6.20c in onderdeel f is geschrapt omdat dit artikel bij artikel I, onderdeel DG, van het wijzigingsbesluit is komen te vervallen.

Bij artikel I, onderdeel DN, van het wijzigingsbesluit zijn van artikel 7.18, onder invoeging van een nieuw vierde lid, de leden vier tot en met acht vernummerd tot vijf tot en met negen. Deze vernummering is onjuist verwerkt in artikel 9.9c, eerste lid, onderdeel g.

De vermelding van artikel 7.23d in het eerste lid, onderdeel g, is geschrapt. Artikel 7.23d, eerste lid, is in artikel I, onderdeel AB, van dit besluit zodanig geherformuleerd dat, als niet is voldaan aan de voorwaarden van het eerste lid en de voorschriften van het tweede tot en met zesde lid, het verbod van artikel 7.18, vierde lid, van toepassing is. Overtreding van dit verbod is in artikel 9.9c, eerste lid, onderdeel g, als beboetbaar feit aangemerkt. Daarom behoeft overtreding van artikel 7.23d als zodanig niet eveneens als beboetbaar feit te worden aangemerkt (zie ook de toelichting op artikel I, onderdeel AB, van dit besluit).

Artikel 9.9c, eerste lid, onderdeel h, wordt gewijzigd zodat voortaan in de Arboregeling zelf de artikelen van die regeling kunnen worden aangewezen die bij overtreding een beboetbaar feit opleveren.

Onderdeel AL

Abusievelijk is in de opsomming van artikelen in artikel 9.10 (Bestuursdwang) het niet bestaande «4.87c» opgenomen. Verder is artikel 6.11b abusievelijk niet in artikel 9.10 opgenomen. In artikel 9.10 zijn alle bepalingen van het Arbobesluit opgenomen die een nadere verplichting bevatten met betrekking tot de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de Arbowet. Abusievelijk waren de artikelen 5.3, onderdeel b, en 6.11b, die eveneens nadere voorschriften bevatten met betrekking tot bedoelde risico-inventarisatie en -evaluatie niet in de opsomming opgenomen.

Toegevoegd wordt de nieuwe in artikel 9.5b opgenomen plicht van degene die arbeid verricht of doet verrichten in de territoriale zee of de exclusieve economische ruimte om toezichthouders te vervoeren.

Onderdeel AN

Bij artikel I, onderdeel ES, van het wijzigingsbesluit is abusievelijk artikel 9.37, tweede lid, vervallen in plaats van artikel 9.37, eerste lid. Artikel 9.37, eerste lid, kan vervallen omdat dit artikellid een overgangsbepaling bevat die met ingang van 1 juli 2006 is geëxpireerd.

Onderdeel AO

In artikel 9.37a is artikel 9 geïmplementeerd van Richtlijn nr. 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (zestiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PbEG L 177). Bedoeld artikel 9 biedt de lidstaten de mogelijkheid om voor de uitvoering van de in artikel 5, lid 3, van de richtlijn bedoelde verplichtingen gebruik te maken van een overgangsperiode. Dit artikel 5, lid 3, is geïmplementeerd in artikel 6.11, tweede en derde lid, van het Arbobesluit. De in artikel 9.37a opgenomen overgangsregeling heeft echter abusievelijk alleen betrekking op artikel 6.11, tweede lid. Daarnaast is in het tweede lid door het opnemen van een verwijzing naar het eerste lid, ter verduidelijking tot uitdrukking gebracht dat arbeidsmiddelen in de land- en tuinbouw, om voor de overgangsregeling in aanmerking te komen, ook moeten voldoen aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden.

Artikel II

Zie de toelichting op artikel I, onderdeel G.

Artikel III

Bij artikel II, onderdeel A, van het Besluit van 12 december 2006, houdende wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit bezoldiging politie, het Besluit dienst geneeskundige verzorging politie, het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, het Besluit rechtspositie vrijwillige politie en het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie in verband met het akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie voor de periode 1 juni 2005 tot en met 31 december 2007 (Stb. 676) is artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, van het Besluit bezoldiging politie geletterd tot onderdeel ff. Deze wijziging is met ingang van 22 december 2006 in werking getreden en werkt terug tot 1 januari 2006. Met deze wijziging is in artikel XI, onderdeel h, van het wijzigingsbesluit abusievelijk geen rekening gehouden. Daarom is artikel 1, eerste lid, onderdeel ff, alsnog gewijzigd.

Artikel IV

Bij artikel IV, onderdeel A, van het Besluit van 3 juli 2006 tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement, het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie en enige andere besluiten in verband met actualisering van de bevoegdhedentoedeling, het beperken van aanstellingskeuringen alsmede de implementatie van arbeidsvoorwaardelijke afspraken omtrent loondoorbetaling bij ziekte (Stb. 353) is artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van het Inkomstenbesluit militairen met ingang van 2 augustus 2006 (terugwerkend tot en met 5 september 2005) geletterd tot q. Met deze wijziging is in artikel XI, onderdeel t, van het wijzigingsbesluit abusievelijk geen rekening gehouden. Daarom is artikel 1, eerste lid, onderdeel q, alsnog gewijzigd.

Artikel V

Dit besluit kan in werking treden met ingang van de dag na uitgifte van het Staatsblad van publicatie. Dit geldt echter niet voor de onderdelen die samenhangen met de Verzamelwet SZW-wetgeving 2008, welke onderdelen gelijktijdig met de desbetreffende onderdelen van die wet in werking moeten treden. Ook de foutieve wijziging van de overgangsbepaling met betrekking tot explosieve atmosferen dient te worden gecorrigeerd vanaf het tijdstip van die wijziging. Daarmee wordt voorkomen dat de overgangsbepaling die was opgenomen in artikel 9.5e, tweede lid, en die abusievelijk met ingang van 1 januari 2007 was komen te vervallen, niet van kracht zou zijn in de periode van 1 januari 2007 tot het tijdstip van inwerkingtreding van het onderhavige besluit.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. P. H. Donner

Bijlage

Transponeringstabel EG-richtlijn

Richtlijn nr. 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (Pb EG L 177).

Richtlijn 2002/44/EG

Artikel

Arbeidsomstandighedenbesluit

Artikel

Overige regelingen

Artikel

3, eerste lid, laatste zin, en tweede lid, laatste zin

6.11b, derde lid

 

9

9.37a, eerste en tweede lid

 

XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 8 januari 2008, nr. 5.