Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2007, 352AMvB

Besluit van 17 september 2007, houdende wijziging van het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 september 2006, kenmerk VGP/PSL 2706116, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;

Gelet op richtlijn nr. 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG L 200) en de artikelen 4, eerste en derde lid, 6, onderdeel a, 8, 12 en 14 van de Warenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2006, no. W13.06.0374/III);

Gezien het nader rapport van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 september 2007 , VGP/PSL 2781965, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. kinderbed: een slaapmeubel, niet zijnde een wieg, dat bestemd is voor kinderen tot de leeftijd van ongeveer 4 jaar;

2. Er wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, dat luidt:

d. kinderopvang: kinderopvang, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet kinderopvang.

B

Aan artikel 2 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:

  • 3. Het is verboden kinderbedden en -boxen te gebruiken in het kader van kinderopvang, indien die bedden en boxen niet voldoen aan de eisen die op grond van artikel 3 worden gesteld met betrekking tot kinderbedden en -boxen die tot doel hebben in het kader van kinderopvang te worden gebezigd.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 2. Met betrekking tot de samenstelling, constructie, uitvoering, uitwendige staat en beziging van materialen van kinderbedden en -boxen, kunnen bij regeling van Onze Minister nadere regels worden gesteld. Ten aanzien van kinderbedden en -boxen die tot doel hebben te worden gebezigd in het kader van kinderopvang, kunnen afwijkende nadere regels worden gesteld.

  • 3. Kinderbedden en -boxen welke voldoen aan de door Onze Minister aangewezen geharmoniseerde normen, alsmede in voorkomend geval de nadere regels, bedoeld in het tweede lid, worden in zoverre vermoed te voldoen aan het eerste lid.

D

De artikelen 4, 5 en 6 komen te vervallen.

E

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7

Kinderbedden en -boxen moeten zijn vergezeld van waarschuwingen voor mogelijke gevaarsrisico’s, waaronder met name een waarschuwing voor het beklemminggevaar van kinderen door toepassing van te kleine matrassen.

F

In artikel 9 wordt de zinsnede «de artikelen 4, 5 en 6 bepaalde, met het in deze artikelen» vervangen door: het in artikel 3 bepaalde, met het in dit artikel.

ARTIKEL II

Bijlage 2, onderdeel A, van het Warenwetbesluit Speelgoed wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 11 wordt «88/379/EEG (Pb.EG L 187)» telkens vervangen door: 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG L 200);

2. In onderdeel 19.3 wordt «de richtlijn van de EEG inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten 88/379/EEG (Pb.EG L 187)» vervangen door: richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG L 200).

ARTIKEL III

Onderdeel C-23 van de tabel «Omschrijving van de overtreding» en «bijbehorend boetebedrag per categorie» in de bijlage behorende bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel C-23.1.1 wordt «art. 3» vervangen door: art. 3 lid 1.

2. In onderdeel C-23.1.2 wordt «art. 2 lid 1 jo artikel 4 lid 1», vervangen door: art. 2 lid 3.

3. De onderdelen C-23.1.3 tot en met C-23.2.4 komen te vervallen.

4. Na onderdeel C-23.1.2 wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende: C-23.2, waarbij in de kolom «Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen» wordt opgenomen «art. 2 lid 2 jo art. 7», in kolom I van het boetebedrag per categorie wordt opgenomen «€ 450» en in kolom II van het boetebedrag per categorie wordt opgenomen: € 900.

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel III dat in werking treedt met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

's-Gravenhage, 17 september 2007

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink

Uitgegeven de negende oktober 2007

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

1. Algemeen

Op 1 maart 2005 is de Tweede Kamer bij brief de rapportage «Monitoring kinderbedden en boxen in kinderdagverblijven» van Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) aangeboden (Kamerstukken II, 29800 XVI, nr. 134). Het onderzoek van de VWA heeft betrekking op het veiligheidsniveau van kinderbedden en -boxen in de kinderopvang. Uit dit onderzoek blijkt dat het aantal afwijkingen van het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen bij kinderbedden en -boxen in de kinderopvang, groot is. Daarnaast constateert de VWA dat het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen onvoldoende aandacht besteedt aan deze bedden en boxen zoals ze gebruikt worden in de kinderopvang. De VWA adviseert dan ook het besluit op dit punt te herzien. Ook adviseert de VWA het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen aan te passen aan de eisen gesteld in de voor deze producten, bestemd voor gebruik in de particuliere sfeer, ontwikkelde Europese normen EN 12227 en EN 716. Dit met het oogmerk het veiligheidsniveau van deze producten te verhogen. De in de eerdergenoemde brief aan de Tweede Kamer vermelde herziening van de Europese normen voor deze producten zal niet in 2006 worden afgerond maar pas in 2007. De Europese Commissie is van plan de herziening van deze normen in procedure te brengen voor aanwijzing ingevolge artikel 4 van richtlijn nr. 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PbEG L 11).

Gevolgen voor het bedrijfsleven

De onderhavige wijziging van het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen brengt voor wat betreft het onderdeel van de aanwijzing van de Europese normen EN 12227 en EN 716 ter vervanging van de technische eisen in het eerdergenoemde besluit geen extra kosten met zich mee. Het gaat uitsluitend om vervanging waarbij de Europese normen geen nieuwe eisen toevoegen.

Volledigheidshalve kan worden opgemerkt dat zowel in de kinderopvangbranche als door de producenten van kinderbedden en -boxen die in de kinderopvang worden gebruikt, reeds wordt geanticipeerd op de nieuwe veiligheidseisen. Er zijn inmiddels bedden en boxen te verkrijgen en in gebruik die voldoen aan deze eisen.

De veiligheidseisen voor kinderbedden en -boxen die in de kinderopvang worden gebruikt, brengen wel extra kosten met zich mee voor de kinderopvangbranche en voor de producenten van de in deze branche te gebruiken bedden en boxen. De extra kosten bedragen gemiddeld € 120 per bed en gemiddeld € 26 per box. Geschat wordt dat in de kinderopvang in totaal 4000 bedden en 1000 boxen zullen worden vervangen. De extra kosten voor de kinderopvangbranche bedragen in totaal € 506.000 (bedden: € 480.000; boxen: € 26.000). De extra productiekosten voor dergelijke bedden en boxen bedragen gemiddeld € 100 per bed en gemiddeld € 22 per box. In totaal bedragen deze kosten € 422.000 (bedden € 400.000; boxen: € 22.000).

Administratieve lasten

De onderhavige wijziging van het Warenwetbesluit Kinderbedden en -boxen brengt geen verplichtingen met zich voor het bedrijfsleven en de burger die leiden tot administratieve lasten.

Europees recht

Het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Unie brengt met zich mee dat lidstaten in de nationale wetgeving in beginsel geen eisen aan goederen mogen stellen die leiden tot beperking van het vrije verkeer tussen lidstaten. De technische eisen die op basis van het besluit kunnen worden gesteld aan kinderbedden en kinderboxen die in de kinderopvang worden gebruikt kunnen worden opgevat als een inbreuk op het vrije verkeer. Daarom is in artikel 9 een wederzijdse erkenningsclausule opgenomen. Tevens voldoet de onderhavige wijziging in verband met het vrije verkeer van goederen aan de eisen van noodzaak, proportionaliteit en evenredigheid omdat wordt beoogd het veiligheidsniveau van kinderbedden en -boxen in de kinderopvang te verhogen.

Het ontwerpbesluit is op 15 februari 2007 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG L 204). Naar aanleiding van deze notificatie zijn noch door de lidstaten, noch door de Commissie opmerkingen gemaakt.

2. Artikelsgewijs

Artikel I, onderdelen A, B, C , D, E en F

Het aanpassen van de artikelen 1, 7 en 9 en het vervallen van de artikelen 4, 5 en 6 hangen samen met de keuze de nadere invulling van de technische eisen voor kinderbedden en kinderboxen niet langer in het Warenwetbesluit op te nemen maar Europese normen voor deze producten aan te wijzen. In verband hiermee is artikel 3 zodanig aangepast dat deze normen kunnen worden aangewezen op grond van artikel 3, derde lid. Verder is in het nieuwe tweede lid van artikel 3 bepaald dat er nadere voorschriften kunnen worden gesteld. Hiermee wordt de mogelijkheid geschapen specifieke veiligheidseisen te stellen voor kinderbedden en -boxen in de kinderopvang.

Artikel II

De wijziging van het Warenwetbesluit Speelgoed betreft het herstel van de omissie de verwijzing naar richtlijn nr. 88/379/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 7 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (Pb.EG L 187) te vervangen door de verwijzing naar de vervangende richtlijn, t.w. richtlijn nr. 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG L 200).

Artikel III

Het aanpassen van de artikelen 4 en 7 en het vervallen van de artikelen 5 en 6 van het besluit noodzaken tot aanpassing van de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 13 november 2007, nr. 220.