Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2007, 233AMvB

Besluit van 25 juni 2007, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 16, eerste lid, 17, tweede lid, en 18, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 29 mei 2007, nr. DJZ2007042611, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en negende lid, en 55, zesde lid, van de Wet op de huurtoeslag;

De Raad van State gehoord (advies van 6 juni 2007, nr. W08.07.0143/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 19 juni 2007, nr. DJZ2007056685, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

De Wet op de huurtoeslag wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 16, eerste lid, wordt «€ 17,05» vervangen door: € 18,10.

B

In artikel 17, tweede lid, wordt «€ 182,47» vervangen door: € 184,85.

C

In artikel 18, tweede lid, wordt «€ 371,00» vervangen door: € 375,83.

ARTIKEL II

In artikel 2b, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit op de huurtoeslag vervalt: vóór toepassing van de in die bepaling genoemde correcties op dat bedrag.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2007, waarbij artikel II terugwerkt tot en met 1 januari 2006.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 25 juni 2007

Beatrix

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

C. P. Vogelaar

Uitgegeven de negenentwintigste juni 2007

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Per 1 juli van elk jaar worden de bedragen, genoemd in de artikelen 16, eerste lid, 17, tweede lid, en 18, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag (hierna: Wht) aangepast.

De ontwikkeling van het netto-bijstandsinkomen in 2006 bedraagt 3 %. De verwachte huurprijsontwikkeling per 1 juli 2007 bedraagt 1,1%.

Voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008 is gekozen voor een aanpassing van de normhuren gekoppeld aan de huurprijsontwikkeling, zijnde 1,1 %. Ook inclusief onderstaande correctie is dit percentage lager dan de ontwikkeling van het netto-bijstandsinkomen, zodat dit voor de burger de meest gunstige wijze van indexeren is. Voorts is voor voormeld tijdvak gekozen voor een verhoging van de normhuren met een bedrag van € 18,10 (een verhoging met € 1,05 ten opzichte van het voorafgaande tijdvak).

Tot slot wordt in het Besluit op de huurtoeslag (hierna: Bht) nog een wetstechnische wijziging aangebracht.

Het ontwerp van dit besluit is gedurende acht weken aan beide kamers der Staten-Generaal voorgelegd (artikel 50 van de Wet op de huurtoeslag). Dat heeft niet geleid tot wijzigingen in het besluit.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Inleiding

Per 1 juli 2004 is het begrip basishuur in de Huursubsidiewet (inmiddels: Wet op de huurtoeslag) geïntroduceerd dat in artikel 16, eerste lid, van die wet wordt gedefinieerd. De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. In het subsidietijdvak 2004/2005 kwam de basishuur overeen met het berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12.

Deze verhoging van de normhuren vloeide voort uit het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet Balkenende II, waarin een versobering van de huursubsidie was aangekondigd, en waarin een taakstelling was opgenomen, inhoudende dat de huursubsidie-uitgaven met € 210 mln. structureel moeten worden beperkt.

Voor een verdere toelichting hierop kan nog worden verwezen naar de memorie van toelichting op het voorstel van wet tot wijziging van de Huursubsidiewet (verhoging van het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft) (Kamerstukken II 2003/2004, 29 463, nr. 3).

De berekening

Wat betreft de berekening van de extra bijdrage bovenop de normhuur in het kader van de bezuinigingen, is het totaalbedrag van de bezuinigingen gedeeld door het aantal in beschouwing te nemen huishoudens met huursubsidie (inmiddels: huurtoeslag). Hiertoe worden de aantallen gebruikt die per 1 juli 2004 bekend waren.

Artikel I, onderdelen B en C

Doel en inhoud

Artikel 27 van de Wht bepaalt dat jaarlijks per 1 juli de normhuren worden aangepast die behoren bij het minimum-inkomensijkpunt en bij het referentie-inkomensijkpunt. De vaststelling van de normhuren voor de twee genoemde inkomensijkpunten bepaalt mede de hoogte van de huurtoeslagbedragen. De normhuur maakt onderdeel uit van de zogenoemde basishuur (het gedeelte van de rekenhuur dat ten minste voor rekening van de huurder blijft).

De aanpassing van de normhuren voor de twee genoemde inkomensijkpunten geschiedt, zo bepaalt artikel 27 van de Wht, bij algemene maatregel van bestuur.

Ingevolge artikel 27 van de Wht vindt de aanpassing plaats:

– hetzij aan de hand van de huurprijsontwikkeling zoals die naar redelijke verwachting per 1 juli van elk jaar zal plaatsvinden (artikel 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a);

– hetzij met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast. De indexering is dan gekoppeld aan het stijgingspercentage van het netto-bijstandsinkomen van gehuwden (artikel 27, tweede lid, eerste volzin).

Nu de normhuren over het tijdvak dat loopt van 1 juli 2006 tot en met 30 juni 2007 zijn aangepast aan de huurprijsontwikkeling, dient op het onder Algemeen genoemde percentage van 1,1 op basis van artikel 27, eerste lid, tweede volzin, van de Wht een correctie plaats te vinden, dat wil zeggen een correctie naar de mate waarin de gerealiseerde gemiddelde huurprijswijziging op 1 juli van het voorafgaande jaar afweek van de gemiddelde huurprijswijziging waarvan bij de eerdere aanpassing is uitgegaan.

De huurprijsontwikkeling in 2006 bedroeg 2,4 %. De verwachte huurprijsontwikkeling was 2,2 %. Derhalve dient een correctie van 0,2 % plaats te vinden bij de aanpassing van de normhuren op 1 juli 2007.

Hiermee komt het percentage waarmee de normhuren per 1 juli 2007 worden aangepast op 1,3.

De berekening

De normhuur bij het minimum-inkomensijkpunt van € 182,47 (artikel 17, tweede lid, van de Wht) wordt als gevolg van de aanpassing aan de hand van de huurprijsontwikkeling:

€ 182,47 x 1,013 = € 184,8421 (krachtens artikel 27, zevende lid, eerste volzin, van de Wht wordt de normhuur naar boven afgerond op hele eurocenten) (artikel I, onderdeel B).

Volgens dezelfde berekeningsmethode wordt de normhuur bij het referentie-inkomensijkpunt van € 371,00 (artikel 18, tweede lid, van de Wht) als gevolg van de aanpassing aan de hand van de huurprijsontwikkeling:

€ 371,00 x 1,013 = € 375,8230 (artikel I, onderdeel C).

Derhalve worden de normhuren behorende bij het minimum-inkomensijkpunt en het referentie-inkomensijkpunt per 1 juli 2007 gewijzigd in respectievelijk € 184,85 en € 375,83

Budgettaire gevolgen

De keuze voor de indexering van de normhuren met het stijgingspercentage van de verwachte huurprijsontwikkeling, zijnde, na de correctie, bedoeld in artikel 27, eerste lid, tweede volzin, van de Wht, 1,3 %, leidt niet tot een extra budgettair beslag.

Artikel II

De wijziging in artikel 2b, eerste lid, onderdeel e, van het Bht houdt rechtstreeks verband met het door middel van het Belastingplan 2007 (Stb. 2006, 682) gewijzigde artikel 6.24, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: WIB 2001). Daarbij is de berekening van de drempel voor de aftrek van buitengewone uitgaven vereenvoudigd. Als gevolg daarvan komt de verwijzing in artikel 2b, eerste lid, onderdeel e, van het Bht naar de correcties op het genoemde drempelbedrag te vervallen.

Artikel III

Op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wht worden de bedragen, genoemd in de artikelen 17, tweede lid, en 18, tweede lid, van die wet jaarlijks per 1 juli aangepast. De verhoging, genoemd in artikel 16, eerste lid, van de Wht, loopt hierbij mee. Voor de wijziging in artikel 2b, eerste lid, onderdeel e, van het Bht is daarnaast een terugwerkende kracht-bepaling opgenomen die overeen komt met de inwerkingtredingsbepaling van (onder meer) het gewijzigde artikel 6.24, tweede lid, van de WIB 2001. Terzake kan worden verwezen naar artikel XXVII, vierde lid, van het Belastingplan 2007.

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

C. P. Vogelaar


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.