Wet van 11 mei 2007 tot intrekking van de Vestigingswet Bedrijven 1954

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de Vestigingswet Bedrijven 1954 haar betekenis verloren heeft en dat het daarom wenselijk is dat deze ingetrokken wordt;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Vestigingswet Bedrijven 1954 wordt ingetrokken.

ARTIKEL II

In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten vervalt de zinsnede met betrekking tot de Vestigingswet Bedrijven 1954.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL IV

Deze wet wordt aangehaald als: Wet intrekking Vestigingswet Bedrijven 1954.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 11 mei 2007

Beatrix

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk

Uitgegeven de derde juli 2007

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot

Kamerstuk 30 828

Naar boven