Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van DefensieStaatsblad 2007, 229AMvB

Besluit van 11 mei 2007 tot vaststelling van een eenmalige uitkering 2005, een eenmalige uitkering 2006 en tot wijziging van enige besluiten in het kader van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode 1 januari 2004 tot en met 28 februari 2007, alsmede in verband met enige technische wijzigingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 1 maart 2007, nr. P/2007001742;

Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet alsmede artikel 12, eerste lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931;

De Raad van State gehoord (advies van 21 maart 2007, nr. W07.07.0056/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 2 mei 2007, nr. P/2007009677;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1 Toekenning van een eenmalige uitkering 2005 aan het defensiepersoneel (Toekenning eenmalige uitkering 2005 defensiepersoneel)

Artikel 1

  • 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    a. militair: de militair ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel;

    b. peildatum: 1 januari 2006;

    c. betrokkene:

    1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;

    2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;

    3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;

    4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

    d. berekeningsbasis:

    1°. de over de maand januari van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;

    2°. het over de maand januari van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;

    3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand januari 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

  • 2. De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering 2005 ter grootte van 1,85% van het twaalfvoud van de voor betrokkene geldende berekeningsbasis.

  • 3. De eenmalige uitkering 2005 heeft geen algemeen karakter en is voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° en 3°, niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen en maakt evenmin deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

  • 4. De eenmalige uitkering 2005 maakt voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° en 4°, deel uit van de pensioengrondslag.

Hoofdstuk 2 Toekenning van een eenmalige uitkering 2006 aan het defensiepersoneel (Toekenning eenmalige uitkering 2006 defensiepersoneel)

Artikel 2

  • 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    a. militair: de militair ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel;

    b. peildatum: 1 december 2006;

    c. betrokkene:

    1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;

    2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;

    3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;

    4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

    d. berekeningsbasis:

    1°. de over de maand december van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;

    2°. het over de maand december van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;

    3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand december 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

  • 2. De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering 2006 ter grootte van 1% van het twaalfvoud van de voor betrokkene geldende berekeningsbasis.

  • 3. De eenmalige uitkering 2006 heeft geen algemeen karakter en is voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° en 3°, niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen en maakt evenmin deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

  • 4. De eenmalige uitkering 2006 maakt voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° en 4°, deel uit van de pensioengrondslag.

Hoofdstuk 3 Toekenning van een eenmalige nominale uitkering 2006 en een eenmalige nominale uitkering 2007 aan gewezen militairen met een UKW-uitkering (Toekenning nominale uitkeringen 2006 en 2007 aan UKW-ers)

Artikel 3

  • 1. De gewezen militair die op 1 januari 2006 aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen, heeft aanspraak op een eenmalige nominale bruto uitkering ter grootte van € 435.

  • 2. De gewezen militair die op 1 januari 2007 aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen, heeft aanspraak op een eenmalige nominale bruto uitkering ter grootte van € 300.

  • 3. De eenmalige uitkeringen hebben geen algemeen karakter en maken geen deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

Hoofdstuk 4 Wijzigingen met ingang van 1 januari 2006

Artikel 4

Artikel 2, derde lid 3, onder c, van het Besluit van 3 juli 2006 inzake vaststelling van een eenmalige uitkering 2005, een aflopende uitkering in het kader van de intrekking van de Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel en een vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage voor gewezen defensiepersoneel en tot wijziging van enige besluiten in het kader van enige arbeidsvoorwaardenmaatregelen voor de sector Defensie, alsmede tot vaststelling van enige technische wijzigingen, komt te luiden:

c. indien een ambtenaar, gewezen ambtenaar dan wel de nabestaanden van de ambtenaar of gewezen ambtenaar in 2005 rechthebbende is respectievelijk zijn geworden en als gevolg daarvan over een deel van het kalenderjaar 2005 een tegemoetkoming heeft respectievelijk hebben ontvangen: een bedrag berekend aan de hand van de formule (A : M) x 12, waarbij A het bedrag van de aanspraak over 2005 is en M het aantal maanden dat belanghebbende rechthebbende was.

Artikel 5

Artikel 87d van het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt telkens de zinsnede «in Nederland werkzame» geschrapt.

2. In het negende tot en met elfde lid wordt de zinsnede «gewichtige redenen van» telkens vervangen door: zwaarwegend

3. Na het elfde lid wordt onder vernummering van het twaalfde lid in dertiende lid een twaalfde lid toegevoegd, dat luidt:

  • 12. Indien de militair op een datum gelegen na 1 april 2006 buiten Nederland werkzaam is, heeft hij aanspraak op het verlof bedoeld in dit artikel, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich hiertegen verzet.

Artikel 6

Het Besluit dienstreizen defensie wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h in een puntkomma, een onderdeel i toegevoegd, dat luidt:

i. Europa:

Europa inclusief Turkije.

 B.

   Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 7 Openbaar vervoer

2. Er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt:

  • 4. Indien een deel van de dienstreis wordt uitgevoerd met een taxi of een gehuurd motorvoertuig worden de daaraan verbonden kosten vergoed, indien het gebruik daarvan naar het oordeel van de commandant voor de dienstreis noodzakelijk is.

 C.

   Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9 Eigen vervoer
  • 1. Indien dienstvervoer niet beschikbaar en openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is en de dienstreiziger gebruik maakt van eigen vervoer, maakt deze aanspraak op de bij ministeriële regeling vast te stellen vergoeding.

  • 2. Indien dienstvervoer niet beschikbaar is en de dienstreis doelmatig met openbaar vervoer kan worden gemaakt, maar de dienstreiziger er de voorkeur aan geeft gebruik te maken van eigen vervoer, maakt deze aanspraak op de bij ministeriële regeling vast te stellen vergoeding.

  • 3. De vergoeding voor het gebruik van een eigen motorvoertuig als bedoeld in het eerste lid strekt mede tot vergoeding van eventueel onverhaalbare schaden aan het motorvoertuig of de premie van een hierop betrekking hebbende schadeverzekering, voor zover de kilometervergoeding, bedoeld in het eerste lid, is verstrekt voor minder dan een bij ministeriële regeling vastgesteld aantal kilometers per jaar, alsmede tot vergoeding van de bij ministeriële regeling omschreven andere kosten.

  • 4. Indien in bijzondere gevallen het gebruik van eigen vervoer tussen de woning en een plaats van tewerkstelling noodzakelijk is voor het doelmatig uitvoeren van een op die dag voorkomende dienstreis, kan de commandant een daarvoor aangevraagde vergoeding als bedoeld in het eerste lid goedkeuren.

 D.

   De artikelen 10 en 11 vervallen.

Artikel 7

In artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie wordt «€ 129,78» vervangen door: € 132,64.

Artikel 8

Het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt na de zinsnede «artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie» ingevoegd: zoals dat op 31 december 2005 gold dan wel artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

2. Onderdeel k komt te luiden:

k. Reglement FPU:

het Reglement flexibel pensioen en uittreden ter zake van de basisuitkering en aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 1.1, onder i, van het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;

3. Na onderdeel k worden twee onderdelen l en m toegevoegd luidende:

l. extra opbouw ouderdomspensioen:

het verschil tussen de opbouw conform artikel 7.5 van het pensioenreglement en de opbouw conform de overgangsbepaling B bij artikel 7.5 van het pensioenreglement;

m. versterkt ouderdomspensioen:

het bedrag aan ouderdomspensioen dat voorvloeit uit het flexibel pensioen ingevolge het pensioenreglement, alsook de extra inkoop ouderdomspensioen ingevolge overgangsbepaling C bij artikel 7.5 van het pensioenreglement en extra opbouw ouderdomspensioen, en dat op moment van toekenning van de uitkering ingevolge dit besluit kan worden toegerekend aan de periode vanaf het bereiken van de leeftijd van 60 jaar tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.

 B.

   Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3 Recht vóór en na 1950
  • 1. De betrokkene die is geboren vóór 1 januari 1950 heeft recht op een uitkering zoals bedoeld in artikel 4 jo artikel 4a.

  • 2. De betrokkene die is geboren na 31 december 1949 heeft recht op een uitkering zoals bedoeld in artikel 4 jo artikel 4c.

  • 3. Onze Minister beslist over de toekenning van uitkering op aanvraag door de betrokkene.

 C.

   In artikel 4a, derde lid, wordt na de zinsnede «artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie» ingevoegd: zoals dat op 31 december 2005 gold dan wel artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

 D.

   Na artikel 4b wordt een artikel 4c toegevoegd dat luidt:

Artikel 4c
  • 1. De in artikel 4 genoemde uitkering wordt, voor zover daarop recht bestaat, verminderd met het bedrag van het versterkt ouderdomspensioen vanaf het bereiken van de leeftijd van 60 jaar.

  • 2. Indien de op grond van artikel 119 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zoals dat op 31 december 2005 gold en artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie ontslagen ambtenaar niet of niet tijdig het versterkt ouderdomspensioen bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar aanvraagt, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode waarin hij dientengevolge geen versterkt ouderdomspensioen ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de uitkering die hij vanaf de ontslagdatum zou hebben genoten indien hij het voornoemde versterkt ouderdomspensioen wel tijdig zou hebben aangevraagd.

  • 3. Ingeval naast de in artikel 4 genoemde uitkering inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf als bedoeld in artikel 5 worden genoten, wordt op de uitkering in voorkomend geval boven de vermindering die reeds krachtens het eerste lid plaatsvindt, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de onverminderde uitkering krachtens artikel 4 vermeerder met het totaal bedrag van de inkomsten, bedoeld in artikel 5 tezamen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaat.

 E.

   In artikel 17 wordt de zinsnede «kan worden aangehaald» vervangen door: wordt aangehaald.

Artikel 9

Het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   In artikel 30da, derde lid, wordt de zinsnede «door de commandant nader vast te stellen voorwaarden» vervangen door: door het hoofd defensieonderdeel nader vast te stellen voorwaarden.

 B.

Aan artikel 33, achtste lid, wordt de volgende zinsnede toegevoegd:

Onder onvolledige werktijd wordt hierbij uitsluitend begrepen de situatie waarin de ambtenaar zijn arbeidsduur heeft verminderd als bedoeld in de Wet aanpassing arbeidsduur.

 C.

   In artikel 59 wordt de «bevelhebber» telkenmale vervangen door: het hoofd defensieonderdeel.

 D.

   Aan artikel 114 wordt een vierde lid toegevoegd dat luidt:

  • 4. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing als de ambtenaar ontslag vraagt met het oog op ouderdomspensioen dat voor de leeftijd van 65 jaar ingaat.

Artikel 10

Het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   In artikel 22, eerste lid, wordt «weekperiode» vervangen door: werkperiode.

 B.

   In artikel 43, tweede lid, wordt «€ 137,12» vervangen door: € 140,14.

 C.

   De bijlagen A, B en C worden vervangen door de bijlagen A, B en C, opgenomen als bijlagen 1, 2 en 3 bij dit besluit.

Artikel 11

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   De tabel in artikel 5a, derde lid, komt te luiden:

per 1 januari 2006

bezoldiging

percentage

t/m € 2681,18

9,3%

van € 2681,19 t/m € 3065,10

8,8%

van € 3065,11 t/m € 3592,76

7,7%

van € 3592,77 t/m € 5963,33

6,3%

vanaf € 5963,34

4,6%

 B.

   Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:

    a. met salarisnummer 0: € 98,09;

    b. met salarisnummer 1: € 112,11;

    c. met salarisnummer 2: € 126,13;

    d. met salarisnummer 3 of hoger: € 140,14.

 C.

   De bijlagen A en B worden vervangen door de bijlagen A en B, opgenomen als bijlagen 4 en 5 bij dit besluit.

Artikel 12

Het Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   Aan artikel 2, eerste lid, wordt een onderdeel o toegevoegd, dat luidt:

o. Europa:

Europa inclusief Turkije.

 B.

   In artikel 12 vervalt de zinsnede «alsmede Kreta of IJsland».

Artikel 13

Het Verplaatsingskostenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   Artikel 1, onderdeel i, komt te luiden:

i. Europa:

Europa inclusief Turkije;

 B.

   In artikel 14 wordt de zinsnede «de artikelen 10, 11 en 12» vervangen door: de artikelen 10 en 11

 C.

   De artikelen 19 en 20 komen te luiden:

Artikel 19 Aanspraken op een tegemoetkoming in de reiskosten indien dagelijks wordt gereisd
  • 1. De militair heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen over de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, indien:

    a. de te reizen afstand meer dan 10 kilometer bedraagt, en

    b. hij een eigen huishouding voert, en

    c. hij dagelijks reist.

  • 2. Aan de militair die dagelijks met het openbaar vervoer reist, kan door Defensie een openbaar vervoerbewijs verstrekt worden. Deze militair maakt alsdan geen aanspraak op de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming en kan hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.

Artikel 20 Aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten indien niet dagelijks wordt gereisd

De militair heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het niet dagelijks reizen over de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, indien hij een eigen huishouding voert en niet dagelijks reist, van:

a. vier maal per periode van vier weken voor een periode van maximaal vijf jaren, vanaf de begindatum van de aanspraakperiode op een tegemoetkoming in de verhuiskosten, indien de plaats van tewerkstelling in Nederland, België of Duitsland en de woning in Nederland, België of Duitsland is gelegen, terwijl b, c of d niet van toepassing is;

b. vier maal per periode van vier weken, indien de plaats van tewerkstelling en de woning beide in Nederland zijn gelegen en hij verplicht huisvesting van rijkswege ontvangt;

c. eenmaal per periode van twee weken, indien de plaats van tewerkstelling en de woning beide in Europa zijn gelegen, terwijl a of b niet van toepassing is;

d. eenmaal per plaatsingsperiode van negen maanden, indien de plaats van tewerkstelling buiten Europa is gelegen.

 D.

   Na artikel 20 wordt een artikel 20a ingevoegd dat luidt:

Artikel 20a Overgangsbepalingen
  • 1. De militair van wie op 1 januari 2006 een periode van meer dan drie jaar is verstreken sedert de begindatum van de aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten maar van wie nog geen periode van vijf jaar is verstreken sedert die begindatum, heeft met ingang van 1 januari 2006 aanspraak op de vergoeding als bedoeld in artikel 20, onderdeel a, tot de periode van vijf jaar is verstreken.

  • 2. Voor de militair die voor 1 oktober 2006 is verplaatst naar Turkije, Kreta of IJsland wordt gedurende de resterende duur van die plaatsing voor de toepassing van artikel 22, eerste en tweede lid, Turkije, Kreta en IJsland niet tot Europa gerekend.

Hoofdstuk 5 Wijzigingen met ingang van 1 januari 2007

Artikel 14

Het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   Artikel 39, tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. ter zake van het bereiken of overschrijden van de leeftijd van 60 jaar;

 B.

   Artikel 39a komt te luiden:

Artikel 39a Overgangsbepaling ontslagleeftijd

In afwijking van artikel 39, tweede lid, onderdeel a, kan aan de militair die vóór 1 januari 2002 voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, ontslag worden verleend wegens het bereiken of overschrijden van de volgende ontslagleeftijd:

a. Voor de militair van de zeemacht zonder rang, of die een rang bekleedt lager dan luitenant ter zee der derde klasse, die de leeftijd van vijftig jaar bereikt:

1°. in het jaar 2006: vijftig jaar en drie maanden;

2°. in het jaar 2007: vijftig jaar en zes maanden;

3°. in het jaar 2008: vijftig jaar en negen maanden;

4°. in het jaar 2009: eenenvijftig jaar;

5°. in het jaar 2010: eenenvijftig jaar en drie maanden;

6°. in het jaar 2011: eenenvijftig jaar en zes maanden;

7°. in het jaar 2012: tweeënvijftig jaar;

8°. in het jaar 2013: tweeënvijftig jaar en zes maanden;

9°. in het jaar 2014: drieënvijftig jaar;

10°. in het jaar 2015: drieënvijftig jaar en zes maanden;

11°. in het jaar 2016: vierenvijftig jaar;

12°. in het jaar 2017: vierenvijftig jaar en zes maanden;

13°. in het jaar 2018 tot en met het jaar 2024: vijfenvijftig jaar.

b. Voor de militair van de zeemacht, die de rang bekleedt van luitenant ter zee der derde klasse, luitenant ter zee der tweede klasse of luitenant ter zee der tweede klasse oudste categorie, die de leeftijd van tweeënvijftig jaar bereikt:

1°. in het jaar 2006: tweeënvijftig jaar en drie maanden;

2°. in het jaar 2007: tweeënvijftig jaar en zes maanden;

3°. in het jaar 2008: tweeënvijftig jaar en negen maanden;

4°. in het jaar 2009: drieënvijftig jaar;

5°. in het jaar 2010: drieënvijftig jaar en drie maanden;

6°. in het jaar 2011: drieënvijftig jaar en zes maanden;

7°. in het jaar 2012: vierenvijftig jaar;

8°. in het jaar 2013: vierenvijftig jaar en zes maanden;

9°. in het jaar 2014: vijfenvijftig jaar;

10°. in het jaar 2015: vijfenvijftig jaar en zes maanden;

11°. in het jaar 2016: zesenvijftig jaar;

12°. in het jaar 2017: zesenvijftig jaar en zes maanden;

13°. in het jaar 2018 tot en met het jaar 2026: zevenenvijftig jaar.

c. Voor de militair van de zeemacht die de rang bekleedt van luitenant ter zee der eerste klasse, of een hogere rang:

1°. tot en met 30 juni 2006: vierenvijftig jaar en drie maanden;

2°. van 1 juli 2006 tot en met 30 juni 2007: vierenvijftig jaar en zes maanden;

3°. van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008: vierenvijftig jaar en negen maanden;

4°. van 1 juli 2008 tot en met 31 december 2008: vijfenvijftig jaar;

d. Voor de militair van de zeemacht die de rang bekleedt van luitenant ter zee der eerste klasse, of een hogere rang, die de leeftijd van vijfenvijftig jaar bereikt:

1°. in het jaar 2009: vijfenvijftig jaar en drie maanden;

2°. in het jaar 2010: vijfenvijftig jaar en zes maanden;

3°. in het jaar 2011: vijfenvijftig jaar en negen maanden;

4°. in het jaar 2012: zesenvijftig jaar;

5°. in het jaar 2013: zesenvijftig jaar en drie maanden;

6°. in het jaar 2014: zesenvijftig jaar en zes maanden;

7°. in het jaar 2015: zevenenvijftig jaar;

8°. in het jaar 2016: zevenenvijftig jaar en zes maanden;

9°. in het jaar 2017: achtenvijftig jaar;

10°. in het jaar 2018: achtenvijftig jaar en zes maanden;

11°. in het jaar 2019: negenenvijftig jaar;

12°. in het jaar 2020: negenenvijftig jaar en zes maanden.

e. Voor de overige militairen, die de leeftijd van vijfenvijftig jaar bereiken:

1°. in het jaar 2006: vijfenvijftig jaar en drie maanden;

2°. in het jaar 2007: vijfenvijftig jaar en zes maanden;

3°. in het jaar 2008: vijfenvijftig jaar en negen maanden;

4°. in het jaar 2009: zesenvijftig jaar;

5°. in het jaar 2010: zesenvijftig jaar en drie maanden;

6°. in het jaar 2011: zesenvijftig jaar en zes maanden;

7°. in het jaar 2012: zevenenvijftig jaar;

8°. in het jaar 2013: zevenenvijftig jaar en zes maanden;

9°. in het jaar 2014: achtenvijftig jaar;

10°. in het jaar 2015: achtenvijftig jaar en zes maanden;

11°. in het jaar 2016: negenenvijftig jaar;

12°. in het jaar 2017: negenenvijftig jaar en zes maanden.

 C.

   Na artikel 39a worden twee artikelen genummerd 39b en 39c ingevoegd, luidende:

Artikel 39b Leeftijdsontslag voor militairen met de rang van kapitein ter zee, kolonel of een hogere rang en academisch geschoolde kapitein-luitenants ter zee en luitenant-kolonels

In afwijking van artikel 39, tweede lid, onderdeel a, wordt, onverminderd artikel 39a, ontslag verleend wegens het bereiken van een individueel te bepalen leeftijd gelegen tussen de leeftijd van zestig en vijfenzestig jaar:

a. aan militairen met de rang van kapitein ter zee / kolonel of een hogere rang;

b. met hun instemming, aan militairen met de rang van kapitein-luitenant ter zee / luitenant-kolonel die een academische opleiding hebben afgerond en als zodanig werkzaam zijn in het veld van hun academische deskundigheid.

Artikel 39c Verlaging van de ontslagleeftijd wegens deelname aan vredes- en humanitaire operaties
  • 1. Aan militairen voor wie een ontslagleeftijd geldt van zestig jaar of hoger kan de beoogde datum van leeftijdsontslag vervroegd worden met één derde van de tijd, maar met een maximum van twee jaren, waarin zij na 1 januari 1990 buiten Nederland hebben deelgenomen aan een vredes- of humanitaire operatie.

  • 2. Aan militairen voor wie een ontslagleeftijd geldt tussen de achtenvijftig en zestig jaar kan de beoogde datum van leeftijdsontslag vervroegd worden met één derde van de tijd, waarin zij na 1 januari 1990 buiten Nederland hebben deelgenomen aan een vredes- of humanitaire operatie, met dien verstande dat de ontslagleeftijd daardoor niet lager kan zijn dan de leeftijd van achtenvijftig jaar.

Artikel 15

In artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie wordt «€ 132,64» vervangen door: € 132,97.

Artikel 16

Het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   Artikel 119 vervalt.

 B.

   Na artikel 171 wordt een artikel 171a ingevoegd dat luidt:

Artikel 171a Overgangsbepaling functioneel leeftijdsontslag
  • 1. Voor de ambtenaar die op 1 januari 2006 was geplaatst op een functie als:

    a. verpleegkundige, in hoofdzaak werkzaam bij het ambulancevervoer van patiënten;

    b. ambtenaar van de brandweer belast met de actieve deelname aan de repressieve brandbestrijding;

    c. burgerverkeersleider bij de Koninklijke luchtmacht;

    d. bootsman, matroos of tweede machinist aan boord van een zeesleper of een haven- of kustsleper van de Rijks Havendienst, geldt een leeftijdsgrens indien hij de leeftijd van vijfenvijftig jaar bereikt:

    1°. in het jaar 2010, van vijfenvijftig jaar en drie maanden;

    2°. in het jaar 2011, van vijfenvijftig jaar en zes maanden;

    3°. in het jaar 2012, van vijfenvijftig jaar en negen maanden;

    4°. in het jaar 2013, van zesenvijftig jaar;

    5°. in het jaar 2014, van zesenvijftig jaar en drie maanden;

    6°. in het jaar 2015, van zesenvijftig jaar en zes maanden;

    7°. in het jaar 2016, van zevenenvijftig jaar;

    8°. in het jaar 2017, van zevenenvijftig jaar en zes maanden;

    9°. in het jaar 2018, van achtenvijftig jaar;

    10°. in het jaar 2019, van achtenvijftig jaar en zes maanden;

    11°. in het jaar 2020, van negenenvijftig jaar;

    12°. in het jaar 2021, van negenenvijftig jaar en zes maanden;

    13°. in het jaar 2022 van zestig jaar.

  • 2. Voor de ambtenaar die op 1 januari 2006 was geplaatst op een functie:

    a. die in hoofdzaak bestaat uit de daadwerkelijke verpleging van lichamelijk en geestelijk zieken. Hieronder worden medebegrepen de niet-gekwalificeerde functionarissen die in de daadwerkelijke verpleging werkzaam zijn;

    b. als directrice of adjunct-directrice van een inrichting voor verpleging van zieken;

    c. als commandant van de brandweer die op grond van de organisatie van deze dienst tijdens een brand door één of meerdere officieren wordt bijgestaan;

    d. bij het geüniformeerd burgerpersoneel van het Marine Bewakings Korps of als de bediende aan boord van een zeeloodsvaartuig;

    e. in nader door Onze Minister aan te wijzen functies in de operationele sector bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

    f. belast met de interceptie (verwerven en verwerken) van bijzonder verbindings- en berichtenverkeer ten behoeve van veiligheidsdoeleinden, dan wel (tevens) rechtstreeks met de leiding daarvan;

    g. als kapitein of eerste machinist aan boord van een zeesleper of een haven- of kustsleper van de Rijks Havendienst;

    h. aan boord van de tanker of de transportvaartuigen van de Rijks Havendienst;

    i. aan boord van een schip van de Hydrografische Dienst;

    j. bij het burgerbewakingspersoneel van het Joint Operations Centre;

    k. als bewaker-hondengeleider of bewaker-hondengeleider-portier bij het burgerbewakingspersoneel van de Koninklijke landmacht, voor zover belast met de continubewaking van afgelegen objecten onder verzwarende terreinomstandigheden, geldt een leefijdsgrens indien hij de leeftijd van zestig jaar bereikt:

    1°. in het jaar 2010, van zestig jaar en twee maanden;

    2°. in het jaar 2011, van zestig jaar en vier maanden;

    3°. in het jaar 2012, van zestig jaar en vijf maanden;

    4°. in het jaar 2013, van zestig jaar en zeven maanden;

    5°. in het jaar 2014, van zestig jaar en tien maanden;

    6°. in het jaar 2015, van één en zestig jaar;

    7°. in het jaar 2016, van één en zestig jaar en drie maanden;

    8°. in het jaar 2017, van één en zestig jaar en vijf maanden;

    9°. in het jaar 2018, van één en zestig jaar en negen maanden;

    10°. in het jaar 2019, van één en zestig jaar en elf maanden;

    11°. in het jaar 2020, 2021 of 2022, van tweeënzestig jaar.

  • 3. Aan de ambtenaar bedoeld in het eerste of tweede lid kan eervol ontslag worden verleend met ingang van de eerste van de maand, volgende op die waarin de voor de ambtenaar geldende leeftijdsgrens wordt bereikt. Dit ontslag wordt aangemerkt als een ontslag als bedoeld in artikel 114, eerste lid, indien wordt voldaan aan de daar bedoelde voorwaarden.

  • 4. Het in het derde lid bedoelde ontslag kan op aanvraag of met instemming van de ambtenaar voor de duur van ten hoogste één jaar worden opgeschort indien dit door het bevoegde gezag in het belang van de dienst wordt geacht en de ambtenaar blijkens de uitslag van een onderzoek door de deskundige persoon of de arbodienst bedoeld in artikel 54a, onderdeel b, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven waarnemen. De opschorting kan op gelijke voet telkenmale voor één jaar worden verlengd. Niettemin kan aan de ambtenaar, die tussentijds blijkens de uitslag van een bedrijfsgeneeskundig onderzoek ongeschikt is geworden voor de verdere waarneming van zijn functie, eervol ontslag worden verleend met ingang van de eerste van de maand, volgende op die waarin de uitslag van het geneeskundig onderzoek te zijner kennis is gebracht.

  • 5. De ambtenaar bedoeld in het eerste of tweede lid voor wie tijdens de periode gelegen na het vijfenvijftigste levensjaar op basis van een individuele afweging het voortzetten van de uitoefening van zijn functie leidt tot een te grote fysieke belasting, wordt een passende functie opgedragen, bij voorkeur in of in de nabijheid van zijn standplaats, met behoud van het uitzicht op functioneel leeftijdsontslag als bedoeld in het derde lid.

  • 6. De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, die de leeftijd van vijfenvijftig respectievelijk zestig jaar bereikt in het jaar 2023 of later, wordt vóór het bereiken van de leeftijd van zestig respectievelijk tweeënzestig jaar een andere functie dan bedoeld in het eerste of tweede lid opgedragen. Indien dit niet mogelijk blijkt, wordt ontslag verleend als bedoeld in het derde lid.

Artikel 17

Het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   In artikel 43, tweede lid, wordt «€ 140,14» vervangen door: € 140,49.

 B.

   In artikel 44a wordt € 116,67» vervangen door: € 116,96;

 C.

   De bijlagen A, B en C worden vervangen door de bijlagen A, B en C, opgenomen als bijlagen 6, 7 en 8 bij dit besluit.

Artikel 18

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

 A.

   De tabel in artikel 5a, derde lid, komt te luiden:

per 1 januari 2007

bezoldiging

percentage

t/m € 2687,88

9,3%

van € 2687,89 t/m € 3072,76

8,8%

van € 3072,77 t/m € 3601,74

7,7%

van € 3601.75 t/m € 5978,24

6,3%

vanaf € 5978,25

4,6%

 B.

   Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:

    a. met salarisnummer 0: € 98,34;

    b. met salarisnummer 1: € 112,39;

    c. met salarisnummer 2: € 126,44;

    d. met salarisnummer 3 of hoger: € 140,49.

 C.

   Artikel 23a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel n, wordt de zinsnede «in artikel 39a, onderdelen a onder 1, b onder 1, c en e onder 1 van het AMAR» vervangen door: in het vierde lid.

2. Na het derde lid wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt:

  • 4. Met de uitzondering genoemd in het eerste lid, onderdeel n, wordt bedoeld:

    a. de militair van de zeemacht zonder rang, of die een rang bekleedt lager dan luitenant ter zee der derde klasse die in het jaar 2002, 2003, 2004 of 2005 de leeftijd van vijftig jaar heeft bereikt;

    b. de militair van de zeemacht, die de rang bekleedt van luitenant ter zee der derde klasse, luitenant ter zee der tweede klasse of luitenant ter zee der tweede klasse oudste categorie, die in het jaar 2002, 2003, 2004 of 2005 de leeftijd van tweeënvijftig jaar heeft bereikt;

    c. de militair van de zeemacht die de rang bekleedt van luitenant ter zee der eerste klasse, of een hogere rang, die:

    1°. van 1 januari 2002 tot en met 30 juni 2002 de leeftijd van drieënvijftig jaar en zes maanden heeft bereikt;

    2°. van 1 juli 2002 tot en met 30 juni 2003 de leeftijd van drieënvijftig jaar en negen maanden heeft bereikt;

    3°. van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2005 de leeftijd van vierenvijftig jaar heeft bereikt;

    4°. van 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006 de leeftijd van vierenvijftig jaar en drie maanden heeft bereikt;

    5°. van 1 juli 2006 tot en met 30 juni 2007 de leeftijd van vierenvijftig jaar en zes maanden bereikt;

    6°. van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008 de leeftijd van vierenvijftig jaar en negen maanden bereikt;

    7°. van 1 juli 2008 tot en met 31 december 2008 de leeftijd van vijfenvijftig jaar bereikt;

    d. de overige militairen die in het jaar 2002, 2003, 2004 en 2005 de leeftijd van vijfenvijftig jaar hebben bereikt.

 D.

   In artikel 23c, eerste lid, wordt de zinsnede «in artikel 39a, onder a ten 1°, b ten 1°, c en e ten 1° van het AMAR» wordt vervangen door: in artikel 23a, vierde lid,.

 E.

   De bijlagen A en B worden vervangen door de bijlagen A en B, opgenomen als bijlagen 9 en 10 bij dit besluit.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 19

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006, met dien verstande dat:

a. artikel 9, onderdeel B, terugwerkt tot 31 december 2004;

b. artikel 9, onderdeel A en C, terugwerken tot en met 5 september 2005;

c. artikel 5 terugwerkt tot en met 1 april 2006;

d. de artikelen 6, onderdeel A, artikel 12, en artikel 13, onderdeel A, terugwerken tot en met 1 juli 2006;

e. de artikelen 14 tot en met 18, terugwerken tot 1 januari 2007.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 11 mei 2007

Beatrix

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Uitgegeven de derde juli 2007

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

De Staatssecretaris van Defensie heeft met de centrales van overheidspersoneel in de Sectorcommissie Defensie overeenstemming bereikt over een pakket maatregelen betreffende het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de sector Defensie voor de periode van 1 januari 2004 tot en met 28 februari 2007. Voor zover de maatregelen leiden tot wijzigingen van regelingen op het niveau van algemene maatregel van bestuur zijn deze in dit besluit opgenomen. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele redactionele wijzigingen en technische aanpassingen aan te brengen. Hieronder volgt een beknopte opsomming van deze maatregelen.

Primaire inkomensontwikkeling

De salarissen van het defensiepersoneel zijn per 1 januari 2006 met 2,2% verhoogd en per 1 januari 2007 met 0,25%. Deze verhoging werkt door naar een aantal ontslaguitkeringen van het gewezen defensiepersoneel zoals wachtgelden, uitkeringen op grond van functioneel leeftijdsontslag (FLO) of de Uitkeringswet gewezen militairen (UKW). De indexering van de pensioenen en VUT- en FPU-uitkeringen, WW-conforme uitkeringen en bovenwettelijke uitkeringen vindt plaats in overeenstemming met de ter zake geldende voorschriften. Daarnaast ontvangt het actief dienende defensiepersoneel, evenals degenen die met leeftijdsontslag zijn en een uitkering genieten op grond van de UKW, of vanwege FLO en degenen die een wachtgeld genieten, over 2005 een eenmalige uitkering ter grootte van 1,85% (peildatum 1 januari 2006) en over 2006 een eenmalige uitkering ter grootte van 1,00% (peildatum 1 december 2006).

Diensteindestelsel militairen

Met ingang van 1 januari 2006 wordt de ontslagleeftijd voor militairen in acht jaar verhoogd naar 58 jaar, waarbij voor nieuw instromend personeel vanaf 1 januari 2006 een generieke ontslagleeftijd geldt van 58 jaar. Voor een nadere toelichting van deze overgangsmaatregel wordt verwezen naar de Nota van Toelichting behorende bij Stb. 2001, 511.

Aansluitend op dit thans geldende overgangsregime worden met ingang van 1 januari 2007 de ontslagleeftijd voor militair personeel verhoogd naar – in het algemeen – 60 jaar.

In de periode tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2018 wordt de ontslagleeftijd voor militair personeel met vier maal zes maanden per jaar verhoogd. Specifiek voor militairen van de Koninklijke Marine geldt voor zittend personeel de volgende systematiek:

– voor schepelingen die op 1 januari 2006 31 jaar of ouder zijn wordt met ingang van 1 januari 2015 de ontslagleeftijd stapsgewijs verhoogd naar 55 jaar. In dit kader wordt de ontslagleeftijd na afloop van het huidige overgangsregime in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2018 met zes maanden per jaar verhoogd;

– voor subalterne officieren die op 1 januari 2006 31 jaar of ouder zijn wordt met ingang van 1 januari 2015 de ontslagleeftijd stapsgewijs verhoogd naar 57 jaar. In dit kader wordt de ontslagleeftijd na afloop van het huidige overgangsregime in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2018 met zes maanden per jaar verhoogd;

– voor schepelingen en subalterne officieren die op 1 januari 2006 jonger zijn dan 31 jaar geldt een generieke ontslagleeftijd van 60 jaar;

– voor hoofd- en vlagofficieren wordt met ingang van 1 januari 2018 de ontslagleeftijd stapsgewijs verhoogd naar 60 jaar. In dit kader wordt de ontslagleeftijd na afloop van het huidige overgangsregime in de periode tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2021 met zes maanden per jaar verhoogd.

In aansluiting op het overgangsregime naar 60 jaar geldt voor vlag- en opperofficieren, kapiteins ter zee en kolonels een individueel te bepalen ontslagleeftijd gelegen tussen 60 en 65 jaar.

Voor de categorie academisch geschoolde kapitein-luitenants ter zee en luitenant-kolonels die in hun veld van academische deskundigheid als zodanig werkzaam zijn, waaronder accountants, artsen, juristen, psychologen en gedragswetenschappers, technisch specialisten en geestelijk verzorgers, wordt er naar gestreefd om met instemming van de individuele militair te komen tot een ontslagmoment tussen de 60 en 65 jaar.

In aanvulling hierop wordt een derde van de tijd gedurende welke de militair is uitgezonden in het kader van vredes- en humanitaire operaties, te rekenen vanaf 1 januari 1990, voor diegenen waarvoor de ontslagleeftijd 60 jaar of hoger is, tot een maximum van twee jaar in mindering gebracht op de hierboven genoemde ontslagleeftijden. Voor het personeel waarvoor de ontslagleeftijd 58 tot 60 jaar is, wordt eveneens de factor van een derde toegepast, met dien verstande dat de ontslagleeftijd niet lager kan zijn dan 58 jaar.

Functioneel leeftijdsontslag burgerambtenaren

De ontslagleeftijden van 55 jaar en 60 jaar, zoals die thans in artikel 119, eerste en tweede lid van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD) zijn bepaald, vervallen. Dit artikel blijft gelden voor het zittende personeel met dien verstande dat in de periode tussen 1 januari 2010 en 1 januari 2022 de ontslagleeftijd van 55 jaar stapsgewijs verhoogd wordt tot 60 jaar. De ontslagleeftijd van 60 jaar wordt in de periode van 1 januari 2010 tot 1 januari 2020 stapsgewijs verhoogd naar 62 jaar.

Uitgangspunt vormt dat de huidige bruto uitkering ongewijzigd blijft. Deze uitkering wordt vormgegeven via de FLO/FPU constructie, zolang via het overgangsrecht van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) (Stb. 2005, 115) nog FPU rechten in beeld zijn. Waar dat niet meer het geval is, wordt de financiële voorziening ingevuld via versterkt ouderdomspensioen, waarbij de uitkomst materieel gelijk is aan de huidige FLO/FPU uitkering.

Voor het personeel dat valt onder het overgangsregime en waarvoor tijdens de periode gelegen na het 55ste jaar op basis van een individuele afweging een voortzetting van de uitoefening van de functie leidt tot een te grote fysieke belasting, wordt in de directe omgeving een bij het individu passende vervangende functie gezocht met behoud van het uitzicht op functioneel leeftijdsontslag.

Voor het personeel dat niet onder het hiervoor genoemde overgangsrecht valt, wordt tijdens de loopbaan in de FLO functie naar een nieuwe functie toegewerkt. Instroom naar de FLO regeling blijft slechts mogelijk als in de praktijk deze bemiddeling naar een andere functie niet mogelijk is gebleken.

Voor het personeel dat nieuw in dienst treedt, wordt de mobiliteit vergroot, waarbij medewerkers bij voorbaat weten dat ze voor een bepaalde periode het vak uitoefenen en daarna hun loopbaan elders (binnen of buiten Defensie) voortzetten.

Ouderschapsverlof

Vanaf het moment van totstandkoming van de aanspraak op ouderschapsverlof voor militairen (Stb. 1992, 412) in het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) was bepaald dat dit recht alleen zou gelden voor militairen werkzaam in Nederland. Nadien is de territoriale beperking mede in overleg met de centrales van overheidspersoneel meerdere malen aangemerkt als zijnde een voor militairen gerechtvaardigde en toegestane afwijking van de wettelijke regeling. De beperking was gebaseerd op primair operationele maar ook organisatorische bezwaren van een eventuele verwerkelijking van het recht op ouderschapsverlof in het buitenland. Inmiddels is sprake van een zodanige inrichting van de organisatie dat het verwerkelijken van het recht in het buitenland in mindere mate tot nadelige gevolgen leidt voor de organisatie, hetgeen zich meer en meer uit in positieve zin van de territoriale beperking afwijkende beslissingen op aanvragen van militairen voor ouderschapsverlof in het buitenland. Ook is het besef gegroeid dat het combineren van arbeid en zorg een steeds belangrijker rol speelt bij werknemers. Strikte toepassing van de territoriale beperking belemmert daardoor in toenemende mate de aantrekkelijkheid van het werken in het buitenland. Daarnaast bestaat nog de mogelijkheid het verlof op te schorten op grond van zwaarwegende redenen van dienstbelang, waarbij moet worden gedacht aan varen, vliegen, oefenen, evenals de daadwerkelijke inzet van de krijgsmacht, de voorbereiding daarop en voltijdse opleidingen in verband met het functioneren van de krijgsmacht. Ook de thans in de Wet arbeid en zorg opgenomen clausulering voor zich in het buitenland voordoende situaties (recht, tenzij€) biedt voldoende waarborgen om het functioneren van de organisatie zeker te stellen. Met het oog hierop wordt de algemeen geldende territoriale beperking voor militairen in het AMAR geschrapt en vervangen door de in de Wet arbeid en zorg opgenomen clausulering die uitgaat van een afweging per geval, waarnaast de genoemde al bestaande opschortingmogelijkheid bovendien houvast geeft voor reeds lopend ouderschapsverlof.

Tevens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt een redactionele onvolkomenheid te corrigeren in de tekst van het BARD over het overboeken van niet verleend vakantieverlof naar het volgende kalenderjaar in relatie tot o.a. ouderschapsverlof, dat kan leiden tot een niet bedoeld verschil met militairen.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Eerste lid

In het eerste lid worden de belanghebbenden en de berekeningsbasis voor de eenmalige uitkering 2005 gedefinieerd. De berekeningsbasis is de over de maand januari 2006 genoten bezoldiging respectievelijk het salaris dan wel het wachtgeld of de uitkering, eventueel na toepassing van de ter zake geldende anticumulatiebepalingen.

Tweede en derde lid

In deze leden is het percentage van de eenmalige uitkering 2005 vastgesteld. Voor het actief in dienst zijnde defensiepersoneel maakt de vakantie-uitkering (8% van het salaris) en de eindejaarsuitkering (0,8% van het salaris) afzonderlijk deel uit van de berekeningsgrondslag voor de eenmalige uitkering 2005. Voor dit personeel bedraagt de eenmalige uitkering 2005 derhalve 24,15% (1,85% x 1,088 x 12 maanden) van de feitelijk genoten bezoldiging of het feitelijk genoten salaris op 1 januari 2006. Voor het gewezen defensiepersoneel zijn de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering reeds maandelijks in de uitkering respectievelijk het wachtgeld verrekend, zodat de eenmalige uitkering 2005 22,2% (1,85% x 12 maanden) van de op 1 januari 2006 genoten uitkering of wachtgeld bedraagt. Voor zover op de uitkering of het wachtgeld de anticumulatie wegens nevenwerkzaamheden wordt toegepast, wordt over het gekorte bedrag geen eenmalige uitkering 2005 berekend.

Artikel 2

Eerste lid

In het eerste lid worden de belanghebbenden en de berekeningsbasis voor de eenmalige uitkering 2006 gedefinieerd. De berekeningsbasis is de over de maand december 2006 genoten bezoldiging respectievelijk het salaris dan wel het wachtgeld of de uitkering, eventueel na toepassing van de ter zake geldende anticumulatiebepalingen.

Tweede en derde lid

In deze leden is het percentage van de eenmalige uitkering 2006 vastgesteld. Voor het actief in dienst zijnde defensiepersoneel maakt de vakantie-uitkering (8% van het salaris) en de eindejaarsuitkering (0,8% van het salaris) afzonderlijk deel uit van de berekeningsgrondslag voor de eenmalige uitkering 2006. Voor dit personeel bedraagt de eenmalige uitkering 2006 derhalve 13,06% (1,0% x 1,088 x 12 maanden) van de feitelijk genoten bezoldiging of het feitelijk genoten salaris op 1 december 2006. Voor het gewezen defensiepersoneel zijn de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering reeds maandelijks in de uitkering respectievelijk het wachtgeld verrekend, zodat de eenmalige uitkering 2006 12,0% (1,0% x 12 maanden) van de op 1 december 2006 genoten uitkering of wachtgeld bedraagt. Voor zover op de uitkering of het wachtgeld de anticumulatie wegens nevenwerkzaamheden wordt toegepast, wordt over het gekorte bedrag geen eenmalige uitkering 2006 berekend.

Artikel 3

In het eerste en tweede lid van dit artikel wordt de gewezen militair die op 1 januari 2006 respectievelijk 1 januari 2007 aanspraak heeft op een UKW-uitkering aanspraak verleend op een eenmalige uitkering van € 435,– (uitbetaling in oktober 2006) respectievelijk € 300,– (uitbetaling in oktober 2007) als compensatie van hogere ziektekosten.

Artikel 4

Voor personen die in 2005 rechthebbende voor de ZVD zijn geworden, is het bedrag van de grondslag voor berekening van de aflopende uitkering in het kader van de afschaffing van de ZVD gewijzigd van het bedrag dat in 2005 is ontvangen in het bedrag dat in 2005 is ontvangen herleid naar een fictief jaarbedrag.

Artikel 5

Het schrappen van de woorden «in Nederland werkzame» in artikel 87d, eerste en tweede lid, van het AMAR betreft de feitelijke beëindiging van de nu algemeen geldende territoriale beperking voor ouderschapsverlof. Iedere militair, waar ook werkzaam, heeft recht op ouderschapsverlof, tenzij gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid in het nieuwe twaalfde lid, overgenomen uit de Wet arbeid en zorg (artikel 6:1, derde lid). De afwijkingsmogelijkheid gaat uit van een afweging per zich voordoend geval. Van deze afwijkingsmogelijkheid wordt in ieder geval gebruik gemaakt in geval van uitzendingen van militairen in het kader van vredes- en humanitaire operaties. Wanneer in geval van uitzending van militairen in het kader van vredes- en humanitaire operaties sprake is van reeds verleend ouderschapsverlof kan gebruik worden gemaakt van de opschortingsmogelijkheid in het elfde lid. Het spreekt voor zich dat wanneer het ouderschapsverlof niet kan worden verleend overleg tussen de militair en de commandant plaatsvindt over de vraag wanneer het verlof wel kan worden opgenomen, rekening houdend met het bepaalde over de leeftijd van het kind.

De wijzigingen in het negende tot en met elfde lid behelzen een terminologische aanpassing aan de Wet arbeid en zorg en de overige bepalingen over buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg in het AMAR. Bij zwaarwegend dienstbelang gaat het in ieder geval om varen, vliegen, oefenen, evenals de daadwerkelijke inzet van de krijgsmacht, de voorbereiding daarop en voltijdse opleidingen in verband met het functioneren van de krijgsmacht.

Artikel 6

Onderdeel A

De definitie van Europa is opnieuw vastgesteld en geharmoniseerd met de definitie in het Verplaatsingskostenbesluit militairen en het Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Onderdelen B tot en met D

De soorten van vervoer bij dienstreizen zijn hier teruggebracht tot drie basisvormen: openbaar vervoer, dienstvervoer en eigen vervoer. De artikelen 10 en 11 komen hierdoor te vervallen.

Artikel 7

De aanspraken op grond van het Besluit personenchauffeurs defensie zijn met 2,2% verhoogd.

Artikel 8

Ingevolge het overgangsrecht zoals in artikel 171a van het BARD is bepaald, blijft het FLO ontslag voor het zittend personeel in de aldaar genoemde gevallen bestaan.

Voor het zittend personeel dat in aanmerking blijft komen voor een FLO uitkering geldt als uitgangspunt dat de huidige bruto uitkering ongewijzigd blijft. Deze uitkering werd tot invoering van de Wet VPL (Stb. 2005, 115) vormgegeven via de FLO/FPU constructie. Met de bepaling dat het FLO ontslag tevens FPU ontslag is, werd de FPU uitkering in de FLO uitkering ingebouwd. Met ingang van 1 januari 2006 is de FPU regeling als gevolg van de Wet VPL vervallen. Zolang via het overgangsrecht van de Wet VPL nog FPU rechten in beeld zijn blijft deze constructie gehandhaafd. Waar dat niet meer het geval is, wordt de financiële voorziening ingevuld via versterkt ouderdomspensioen (OP). Versterkt OP houdt in dat burgerpersoneel meer OP gaat opbouwen. Enerzijds wordt de FPU die men tot nu toe heeft opgebouwd toegevoegd aan het OP. Anderzijds wordt het premievrije deel van het salaris (de «franchise») verlaagd. Over het premievrije deel wordt geen pensioen opgebouwd. Vanwege deze verlaging van de franchise bouwt de burgermedewerker over een groter gedeelte van uw salaris pensioen op. Ook bij invulling via versterkt OP is de uitkomst materieel gelijk is aan de huidige FLO/FPU.

Artikel 9

Onderdeel A

Deze wijziging herstelt een technische onvolkomenheid. Naar analogie van artikel 54d, derde lid, van het AMAR kan het hoofd defensieonderdeel met betrekking tot de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur, formatieve voorwaarden stellen. Deze corrigerende wijziging werkt terug tot en met 5 september 2005 (Stb. 2006, 353).

Onderdeel B

De wijziging van artikel 33, achtste lid, van het BARD betreft een redactionele aanpassing. De oude tekst leidde er in de praktijk toe dat het maximum aantal over te boeken niet verleende uren vakantieverlof naar het volgende kalenderjaar ook in geval van verleend ouderschapsverlof evenredig werd aangepast. Dit in tegenstelling tot militairen waar de bepaling zodanig luidt dat evenredige aanpassing alleen wordt toegepast in geval van deeltijdarbeid. De tekst voor burgerambtenaren is aangepast aan die voor militairen. Gekozen is voor terugwerkende kracht tot en met 31 december 2004 omdat reeds bij nota van 18 januari 2005, nr. P/2005001245, intern het Ministerie van Defensie de beleidslijn bekend is gesteld dat in dit militair- en burgerpersoneel gelijk moet worden behandeld.

Onderdeel C

Bij een eerdere actualisering van de bevoegdhedentoedeling (Stb. 2006, 353) is verzuimd dit artikel aan te passen. Deze onvolkomenheid is hiermee hersteld.

Onderdeel D

Zie de toelichting bij artikel 8.

Artikel 10

Onderdeel A

Dit betreft een redactionele aanpassing.

Onderdelen B en C

Met ingang van 1 januari 2006 is een salarisverhoging van 2,2% van toepassing voor het burgerpersoneel dat wordt bezoldigd volgens het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD). De salarisverhogingen zijn verwerkt in de nieuwe salaristabellen. Tevens is het minimumbedrag vakantie-uitkering met 2,2% verhoogd.

Artikel 11

Met ingang van 1 januari 2006 is een salarisverhoging van 2,2% van toepassing voor het militair personeel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal. Deze salarisverhoging is verwerkt in de nieuwe salaristabellen. Tevens is het minimumbedrag van de vakantie-uitkering met 2,2% verhoogd en zijn de bezoldigingsbedragen voor de bepaling van de vaste vergoeding voor extra beslaglegging met 2,2% verhoogd. Militairen met de rang van vice-admiraal of luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal volgen de salarisontwikkeling van de sector Rijk.

Artikel 12

Zie de toelichting bij artikel 6, onderdeel A.

Artikel 13

Onderdeel A

Zie de toelichting bij artikel 6, onderdeel A.

Onderdeel B

Dit betreft een redactionele wijziging.

Onderdeel C

In artikel 19 is voor de militair de mogelijkheid opgenomen om in plaats van het toekennen van een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling een openbaar vervoerbewijs te verstrekken onder inhouding van een eigen bijdrage.

In artikel 20 is de periode waarvoor aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten voor niet dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling verlengd van drie naar vijf jaren. Tevens is het verschil voor militairen die in de grenslanden wonen en in Nederland werken opgeheven waardoor eveneens een aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten voor niet dagelijks reizen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling van vier maal per vier weken in plaats van eenmaal per twee weken.

Onderdeel D

In het eerste lid van artikel 20a zijn overgangsbepalingen opgenomen voor de militairen van wie op 1 januari 2006 de termijn van drie jaar als bedoeld in artikel 20, onder a, zoals dat voor 1 januari 2006 van kracht was, was verstreken. Zij hebben vanaf 1 januari 2006 aanspraak op viermaal een vergoeding per vier weken, totdat een termijn van vijf jaar is verstreken na de datum waarop aanspraak ontstond op een verhuiskostenvergoeding.

In het tweede lid van artikel 20a zijn overgangsbepalingen opgenomen voor militairen die op 1 januari 2006 in Turkije waren geplaatst. Hiermee wordt voorkomen dat zij, als gevolg van de definitiewijziging van Europa, niet langer in aanmerking zouden komen voor de vergoedingen van artikel 22. Dit overgangsrecht bestaat gedurende de duur van de plaatsing die vóór 1 januari 2006 is aangevangen.

Artikel 14

Onderdeel A

Dit betreft het verhogen tot 60 jaar van de algemene leeftijd van het leeftijdsontslag voor militairen van alle krijgsmachtdelen en alle categorieën.

Onderdeel B

Voor de militairen, aangesteld voor onbepaalde tijd, die op 31 december 2001 in werkelijke dienst zijn, geldt een overgangsregime dat beschreven is in het algemeen deel van deze nota van toelichting, onder: diensteindestelsel militairen.

Onderdeel C

In artikelen 39b zijn de bijzondere bepalingen voor militairen met de rang van kapitein ter zee, kolonel of een hogere rang alsmede academisch geschoolde kapitein-luitenants ter zee en luitenant-kolonels opgenomen.

In artikel 39c is omschreven onder welke voorwaarden de tijd welke een militair uitgezonden is geweest in het kader van een vredes- of humanitaire missie in mindering kan worden gebracht op de ontslagleeftijd.

Artikel 15

De aanspraken op grond van het Besluit personenchauffeurs defensie zijn met 0,25% verhoogd.

Artikel 16

Onderdelen A en B

Voor burgerambtenaren, die op 1 januari 2006 geplaatst waren op een van de met name genoemde bijzondere functies, geldt een overgangsregime dat beschreven is in het algemeen deel van deze nota van toelichting, onder: functioneel leeftijdsontslag burgerambtenaren. Onder bijzondere omstandigheden wordt met een plaatsing op genoemde functie gelijkgesteld het vervullen van de aard van de werkzaamheden van deze functie. Als voorwaarde voor deze gelijkstelling geldt in ieder geval dat deze werkzaamheden direct aansluitend op de plaatsing op de FLO functie worden vervuld.

Onderdelen C en D

Dit betreft het verhogen tot 65 jaar van het burgerpersoneel waar voorheen de leeftijd van 55 en 60 jaar gold. Voor hen geldt een overgangsregime dat beschreven is in het algemeen deel van deze nota van toelichting, onder: functioneel leeftijdsontslag burgerambtenaren.

Artikel 17

Met ingang van 1 januari 2007 is een salarisverhoging van 0,25% van toepassing voor het burgerpersoneel dat wordt bezoldigd volgens het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD). De salarisverhogingen zijn verwerkt in de nieuwe salaristabellen. Tevens is het minimumbedrag vakantie-uitkering (artikel 43, tweede lid, IBBAD) alsmede de inkomenstoeslag (artikel 44a, IBBAD) met 0,25% verhoogd.

Artikel 18

Onderdelen A, B en E

Met ingang van 1 januari 2007 is een salarisverhoging van 0,25% van toepassing voor het militair personeel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal. Deze salarisverhoging is verwerkt in de nieuwe salaristabellen. Tevens is het minimumbedrag van de vakantie-uitkering met 0,25% verhoogd en zijn de bezoldigingsbedragen voor de bepaling van de vaste vergoeding voor extra beslaglegging met 0,25% verhoogd. Militairen met de rang van vice-admiraal of luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal volgen de salarisontwikkeling van de sector Rijk.

Onderdelen C en D

In verband met de wijziging van de tekst van artikel 39a van het AMAR is de verwijzing in het IBM van de genoemde artikelen aangepast.

Artikel 19

Het arbeidsvoorwaardenakkoord van de sector Defensie ziet op een periode van 1 januari 2004 tot en met 28 februari 2007. Hierdoor is het noodzakelijk om aan enkele onderdelen, die overigens alle een begunstigend karakter hebben, terugwerkende kracht te verlenen. Tevens is dit besluit pas ná 1 januari 2006 in het Staatsblad geplaatst.

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 1 behorende bij artikel 10 onder C

Bijlage A van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie behorend bij artikel 8, tweede lid

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 2 behorende bij artikel 10 onder C

Bijlage B bij artikel 13, zesde lid, IBBAD

Maandsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 januari 2006 (in euro's)

Aantal punten per jaar:

Maandsalaris

van

t/m

 
 

11818,0

3714,00

11818,1

13167,0

3865,00

13167,1

14516,0

4076,17

14516,1

15884,0

4311,33

15884,1

17233,0

4543,67

17233,1

18582,0

4771,17

18582,1

19931,0

4945,33

19931,1

21280,0

5124,33

21280,1

22629,0

5287,42

22629,1

23978,0

5461,75

23978,1

25327,0

5562,58

25327,1

26599,9

5636,50

26600,0

en meer

5670,08

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 3 behorende bij artikel 10 onder C

Bijlage C bij artikel 14, eerste lid, IBBAD

Jaarsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 januari 2006 (in euro's)

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

 

11818

44568

         

11913

44753

14858

51024

17822

57123

20767

61740

23731

66141

 

11989

44932

14953

51204

17898

57254

20862

61873

23807

66198

 

12084

45111

15029

51380

17993

57332

20938

62003

23902

66252

 

12160

45295

15124

51557

18069

57465

21033

62135

23978

66306

 

12236

45475

15200

51736

18164

57600

21109

62143

24073

66364

 

12331

45654

15276

51912

18240

57735

21204

62273

24149

66418

 

12407

45836

15371

52091

18316

57870

21280

62402

24244

66473

 

12502

46018

15447

52268

18411

58003

21356

62535

24320

66530

 

12578

46202

15542

52445

18487

58137

21451

62662

24396

66584

 

12673

46380

15618

52624

18582

58272

21527

62792

24491

66638

 

12749

46562

15713

52801

18658

58404

21622

62925

24567

66696

 

12844

46744

15789

52927

18753

58540

21698

63056

24662

66751

 

12920

46923

15884

53104

18829

58675

21793

63186

24738

66807

 

12996

47105

15960

53281

18924

58807

21869

63319

24833

66862

 

13091

47287

16036

53460

19000

58942

21964

63449

24909

66914

 

13167

47466

16131

53636

19076

59077

22040

63579

25004

66971

 

13262

47645

16207

53812

19171

59212

22116

63710

25080

67028

 

13338

47830

16302

53991

19247

59344

22211

63840

25156

67083

 

13433

48008

16378

54171

19342

59479

22287

63973

25251

67140

 

13509

48187

16473

54347

19418

59614

22382

64103

25327

67194

 

13604

48371

16549

54524

19513

59747

22458

64235

25422

67249

 

13680

48551

16644

54701

19589

59882

22553

64365

25498

67306

 

13756

48732

16720

54879

19684

60017

22629

64497

25593

67360

 

13851

48914

16796

55056

19760

60152

22724

64627

25669

67415

 

13927

49047

16891

55233

19836

60284

22800

64754

25764

67469

 

14022

49226

16967

55412

19931

60420

22876

64887

25840

67524

 

14098

49408

17062

55591

20007

60551

22971

65017

25916

67581

 

14193

49589

17138

55767

20102

60686

23047

65148

26011

67638

 

14269

49768

17233

55944

20178

60819

23142

65278

26106

67693

 

14364

49950

17309

56123

20273

60956

23218

65408

26182

67747

 

14440

50131

17404

56300

20349

61089

23313

65541

26258

67805

 

14516

50311

17480

56479

20444

61224

23389

65671

26353

67857

 

14611

50493

17556

56653

20520

61356

23484

65802

26429

67913

 

14687

50674

17651

56831

20596

61492

23560

65932

26524

67970

 

14782

50849

17727

56985

20691

61610

23636

66086

26600

68041

 

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 4 behorende bij artikel 11 onder C

Bijlage A

(IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor de militairen van de Koninklijke marine met ingang van 1 januari 2006 (maandbedragen in euro's)

salarisnr.

matr3

matr2

matr1

kpl

sgt

smjr

aoo

ltz3

ltz2

ltz2oc

ltz1

kltz

ktz

cdr

sbn

vadm

ltadm vadm

0

848,87

884,56

1219,30

1247,75

1286,33

            

1

952,58

993,08

1393,40

1425,71

1470,09

            

2

1069,29

1114,14

1567,52

1604,17

1653,85

            

3

1199,03

1249,67

1741,63

1782,15

1837,62

1918,16

1991,48

          

4

1296,46

1355,29

1804,33

1825,56

1879,58

1954,82

2027,65

          

5

1489,87

1532,79

1836,66

1870,41

1918,16

1993,89

2063,83

          

6

1506,74

1555,94

1872,33

1903,21

1954,82

2030,54

2072,98

2119,76

2217,20

        

7

1524,60

1580,05

1899,36

1936,50

1993,89

2066,72

2109,63

2222,02

2319,45

        

8

1542,44

1604,17

1925,40

1968,33

2030,54

2099,51

2147,74

2324,75

2421,22

        

9

1560,29

1627,81

1951,44

2002,09

2066,72

2135,68

2185,84

2399,02

2505,63

        

10

1578,13

1652,41

1978,46

2032,95

2099,51

2173,30

2222,98

2479,58

2584,72

        

11

1595,98

1677,00

2005,94

2063,83

2135,68

2211,89

2262,05

2561,57

2659,48

        

12

,,

,,

,,

2096,61

2173,30

2245,65

2300,15

2631,99

2738,09

        

13

,,

,,

,,

2127,48

2211,89

2278,93

2339,21

2709,64

2809,96

2983,59

       

14

,,

,,

,,

2161,25

2245,65

2300,15

2377,82

2782,95

2875,56

3053,53

       

15

,,

,,

,,

2194,05

2278,93

2338,26

2416,88

2848,06

2945,50

3126,36

       

16

,,

,,

,,

2225,89

2315,59

2375,87

2459,32

,,

3000,96

3177,00

       

17

,,

,,

2048,87

2262,05

2351,28

2413,98

2501,76

,,

3054,01

3223,30

       

18

,,

,,

,,

,,

2386,48

2455,95

2543,73

,,

3109,48

3269,12

3460,59

      

19

,,

,,

2091,31

,,

2423,63

2499,83

2579,90

,,

3158,67

3319,76

3571,53

      

20

,,

,,

,,

,,

2464,13

2538,90

2615,58

,,

3236,33

3366,56

3680,54

3783,27

     

21

,,

,,

2134,72

,,

2499,83

2576,51

2654,66

,,

3305,30

3438,90

3785,68

3915,91

     

22

,,

,,

,,

,,

2538,90

2613,65

2692,76

,,

3379,58

3518,96

3891,31

4017,20

     

23

,,

,,

,,

,,

2576,51

2652,72

2731,35

,,

,,

3595,65

3992,12

4124,75

     

24

,,

,,

,,

,,

,,

2692,27

2768,49

,,

,,

3671,38

4098,70

4230,37

     

25

,,

,,

,,

,,

,,

2731,35

2803,20

,,

,,

,,

4203,36

4332,14

     

26

,,

,,

,,

,,

,,

2769,45

2856,27

,,

,,

,,

4303,68

4437,77

     

27

,,

,,

,,

,,

,,

2805,14

2910,28

,,

,,

,,

4393,88

4542,92

     

28

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2965,74

,,

,,

,,

4484,07

4648,54

4746,92

    

29

,,

,,

2178,62

,,

,,

,,

3021,70

,,

,,

,,

4573,79

4752,72

5003,53

    

30

,,

,,

,,

,,

,,

,,

3077,16

,,

,,

,,

4662,53

4857,86

5122,65

    

31

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4704,49

4963,02

5242,28

    

32

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4745,97

5040,18

5354,17

    

33

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4861,24

5136,16

5529,72

5720,73

6569,12

  

34

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5229,26

5707,71

5999,99

6751,43

  

35

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5358,02

5947,41

6396,44

7077,95

  

36

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5554,82

6195,32

6591,78

7411,24

  

37

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6449,50

6955,94

7751,27

  

38

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6707,06

7330,20

8100,94

8457,10

9014,91

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 5 behorende bij artikel 11 onder C

Bijlage B

(IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor de militairen van de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee met ingang van 1 januari 2006 (maandbedragen in euro's)

salarisnr.

sld3 mar4

sld2 ma32

sd1

mar2

kpl/kpl1 mar1

sgt

sgt1

sm

aoo

tlnt

elnt

kap

maj

lkol

kol

bgen

genm

lgen genm

gen lgen

0

848,87

884,56

1083,76

1083,76

1147,42

1213,50

 

1261,73

1309,97

          

1

952,58

993,08

1238,58

1238,58

1311,41

1386,65

 

1441,63

1497,10

          

2

1069,29

1114,14

1392,92

1392,92

1475,39

1560,29

 

1622,02

1684,24

          

3

1199,03

1249,67

1547,75

1547,75

1639,39

1733,44

1757,55

1802,41

1871,38

          

4

1296,46

1355,29

1587,30

1587,30

1688,10

1788,90

1814,46

1871,38

1946,62

          

5

1489,87

1532,79

1628,29

1628,29

1717,52

1844,37

1871,38

1918,16

1977,49

          

6

1506,74

1555,94

1671,70

1671,70

1746,47

1872,33

1918,16

1977,49

2005,94

2082,63

2152,09

        

7

1524,60

1580,05

1704,50

1704,50

1773,95

1899,36

1946,62

2005,94

2036,81

2188,74

2259,16

        

8

1542,44

1604,17

1737,30

1737,30

1803,37

1926,84

1977,49

2036,81

2066,72

2292,44

2367,68

        

9

1560,29

1627,81

1768,64

1768,64

1829,90

1953,85

2005,94

2066,72

2161,25

2367,68

2442,44

        

10

1578,13

1652,41

1801,44

1801,44

1860,77

1981,82

2036,81

2098,55

2194,05

2442,44

2526,83

        

11

1595,98

1677,00

1831,83

1831,83

1888,26

2007,87

2066,72

2128,45

2225,89

2526,83

2601,12

        

12

,,

,,

1866,56

1866,56

1914,30

2032,95

2098,55

2161,25

2262,05

2601,12

2675,87

        

13

,,

,,

1896,45

1896,45

1940,83

2063,83

2128,45

2194,05

2297,26

2675,87

2752,08

2909,81

       

14

,,

,,

,,

,,

1966,88

2096,61

2161,25

2225,89

2333,91

2752,08

2821,06

2972,02

       

15

,,

,,

,,

,,

1993,89

2127,48

2194,05

2262,05

2370,57

2821,06

2883,28

3035,21

       

16

,,

,,

,,

,,

,,

2161,25

2225,89

2297,26

2407,23

,,

2950,31

3100,32

       

17

,,

,,

,,

,,

,,

2194,05

2262,05

2333,91

2444,37

,,

3015,42

3161,09

       

18

,,

,,

,,

,,

,,

2225,89

2297,26

2370,57

2491,15

,,

3082,46

3220,88

       

19

,,

,,

,,

,,

,,

2262,05

2333,91

2407,23

2527,80

,,

3146,62

3278,77

3463,98

      

20

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2370,57

2444,37

2566,88

,,

3205,94

3336,65

3573,94

3717,68

     

21

,,

,,

,,

,,

2036,81

,,

2407,23

2491,15

2599,68

,,

3257,07

3400,32

3681,99

3821,37

     

22

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2444,37

2527,80

2634,88

,,

3319,76

3463,02

3786,65

3927,00

     

23

,,

,,

,,

,,

2079,26

,,

,,

2566,88

2671,54

,,

,,

3531,98

3892,76

4028,28

     

24

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2599,68

2710,60

,,

,,

3597,58

3995,01

4135,85

     

25

,,

,,

,,

,,

2122,66

,,

,,

2634,88

2746,78

,,

,,

,,

4103,04

4241,46

     

26

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2671,54

2805,14

,,

,,

,,

4209,16

4343,23

     

27

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2710,60

2860,13

,,

,,

,,

4311,40

4448,87

     

28

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2746,78

2915,58

,,

,,

,,

4418,00

4554,00

4671,20

    

29

,,

,,

,,

,,

2166,56

,,

,,

,,

2972,98

,,

,,

,,

4501,44

4676,51

4946,13

    

30

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

3029,41

,,

,,

,,

4650,00

4800,47

5080,69

    

31

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4704,49

4923,94

5214,78

    

32

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4745,97

5040,18

5354,17

    

33

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4861,24

5136,16

5529,72

5720,73

6569,12

  

34

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5229,26

5707,71

5999,99

6751,43

  

35

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5358,02

5947,41

6396,44

7077,95

  

36

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5554,82

6195,32

6591,78

7411,24

  

37

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6449,50

6955,94

7751,27

  

38

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6707,06

7330,20

8100,94

8457,10

9014,91

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 6 behorende bij artikel 17 onder C

Bijlage A van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie behorend bij artikel 8, tweede lid

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 7 behorende bij artikel 17 onder C

Bijlage B bij artikel 13, zesde lid, IBBAD

Maandsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 januari 2006 (in euro's)

Aantal punten per jaar:

Maandsalaris

van

t/m

 
 

11818,0

3723,25

11818,1

13167,0

3874,67

13167,1

14516,0

4086,33

14516,1

15884,0

4322,08

15884,1

17233,0

4555,00

17233,1

18582,0

4783,08

18582,1

19931,0

4957,67

19931,1

21280,0

5137,17

21280,1

22629,0

5300,67

22629,1

23978,0

5475,42

23978,1

25327,0

5576,50

25327,1

26599,9

5650,58

26600,0

en meer

5684,25

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 8 behorende bij artikel 17 onder C

Bijlage C bij artikel 14, eerste lid, IBBAD

Jaarsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 januari 2007 (in euro's)

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

11818

44679

        

11913

44865

14858

51152

17822

57266

20767

61894

23731

66306

11989

45044

14953

51332

17898

57397

20862

62028

23807

66363

12084

45224

15029

51508

17993

57475

20938

62158

23902

66418

12160

45408

15124

51686

18069

57609

21033

62290

23978

66472

12236

45589

15200

51865

18164

57744

21109

62298

24073

66530

12331

45768

15276

52042

18240

57879

21204

62429

24149

66584

12407

45951

15371

52221

18316

58015

21280

62558

24244

66639

12502

46133

15447

52399

18411

58148

21356

62691

24320

66696

12578

46318

15542

52576

18487

58282

21451

62819

24396

66750

12673

46496

15618

52756

18582

58418

21527

62949

24491

66805

12749

46678

15713

52933

18658

58550

21622

63082

24567

66863

12844

46861

15789

53059

18753

58686

21698

63214

24662

66918

12920

47040

15884

53237

18829

58822

21793

63344

24738

66974

12996

47223

15960

53414

18924

58954

21869

63477

24833

67029

13091

47405

16036

53594

19000

59089

21964

63608

24909

67081

13167

47585

16131

53770

19076

59225

22040

63738

25004

67138

13262

47764

16207

53947

19171

59360

22116

63869

25080

67196

13338

47950

16302

54126

19247

59492

22211

64000

25156

67251

13433

48128

16378

54306

19342

59628

22287

64133

25251

67308

13509

48307

16473

54483

19418

59763

22382

64263

25327

67362

13604

48492

16549

54660

19513

59896

22458

64396

25422

67417

13680

48672

16644

54838

19589

60032

22553

64526

25498

67474

13756

48854

16720

55016

19684

60167

22629

64658

25593

67528

13851

49036

16796

55194

19760

60302

22724

64789

25669

67584

13927

49170

16891

55371

19836

60435

22800

64916

25764

67638

14022

49349

16967

55551

19931

60571

22876

65049

25840

67693

14098

49532

17062

55730

20007

60702

22971

65180

25916

67750

14193

49713

17138

55906

20102

60838

23047

65311

26011

67807

14269

49892

17233

56084

20178

60971

23142

65441

26106

67862

14364

50075

17309

56263

20273

61108

23218

65572

26182

67916

14440

50256

17404

56441

20349

61242

23313

65705

26258

67975

14516

50437

17480

56620

20444

61377

23389

65835

26353

68027

14611

50619

17556

56795

20520

61509

23484

65967

26429

68083

14687

50801

17651

56973

20596

61646

23560

66097

26524

68140

14782

50976

17727

57127

20691

61764

23636

66251

26600

68211

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 9 behorende bij artikel 18 onder E

Bijlage A

(IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor de militairen van de Koninklijke marine met ingang van 1 januari 2007 (maandbedragen in euro's)

salarisnr.

matr3

matr2

matr1

kpl

sgt

smjr

aoo

ltz3

ltz2

ltz2oc

ltz1

kltz

ktz

cdr

sbn

vadm

ltadm vadm

0

850,99

886,77

1222,35

1250,87

1289,55

            

1

954,96

995,56

1396,88

1429,27

1473,77

            

2

1071,96

1116,93

1571,44

1608,18

1657,98

            

3

1202,03

1252,79

1745,98

1786,61

1842,21

1922,96

1996,46

          

4

1299,70

1358,68

1808,84

1830,12

1884,28

1959,71

2032,72

          

5

1493,59

1536,62

1841,25

1875,09

1922,96

1998,87

2068,99

          

6

1510,51

1559,83

1877,01

1907,97

1959,71

2035,62

2078,16

2125,06

2222,74

        

7

1528,41

1584,00

1904,11

1941,34

1998,87

2071,89

2114,90

2227,58

2325,25

        

8

1546,30

1608,18

1930,21

1973,25

2035,62

2104,76

2153,11

2330,56

2427,27

        

9

1564,19

1631,88

1956,32

2007,10

2071,89

2141,02

2191,30

2405,02

2511,89

        

10

1582,08

1656,54

1983,41

2038,03

2104,76

2178,73

2228,54

2485,78

2591,18

        

11

1599,97

1681,19

2010,95

2068,99

2141,02

2217,42

2267,71

2567,97

2666,13

        

12

,,

,,

,,

2101,85

2178,73

2251,26

2305,90

2638,57

2744,94

        

13

,,

,,

,,

2132,80

2217,42

2284,63

2345,06

2716,41

2816,99

2991,05

       

14

,,

,,

,,

2166,65

2251,26

2305,90

2383,76

2789,91

2882,75

3061,16

       

15

,,

,,

,,

2199,54

2284,63

2344,11

2422,92

2855,18

2952,86

3134,18

       

16

,,

,,

,,

2231,45

2321,38

2381,81

2465,47

,,

3008,46

3184,94

       

17

,,

,,

2053,99

2267,71

2357,16

2420,02

2508,01

,,

3061,65

3231,36

       

18

,,

,,

,,

,,

2392,45

2462,09

2550,09

,,

3117,25

3277,29

3469,24

      

19

,,

,,

2096,54

,,

2429,69

2506,08

2586,35

,,

3166,57

3328,06

3580,46

      

20

,,

,,

,,

,,

2470,29

2545,25

2622,12

,,

3244,42

3374,98

3689,74

3792,73

     

21

,,

,,

2140,06

,,

2506,08

2582,95

2661,30

,,

3313,56

3447,50

3795,14

3925,70

     

22

,,

,,

,,

,,

2545,25

2620,18

2699,49

,,

3388,03

3527,76

3901,04

4027,24

     

23

,,

,,

,,

,,

2582,95

2659,35

2738,18

,,

,,

3604,64

4002,10

4135,06

     

24

,,

,,

,,

,,

,,

2699,00

2775,41

,,

,,

3680,56

4108,95

4240,95

     

25

,,

,,

,,

,,

,,

2738,18

2810,21

,,

,,

,,

4213,87

4342,97

     

26

,,

,,

,,

,,

,,

2776,37

2863,41

,,

,,

,,

4314,44

4448,86

     

27

,,

,,

,,

,,

,,

2812,15

2917,56

,,

,,

,,

4404,86

4554,28

     

28

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2973,15

,,

,,

,,

4495,28

4660,16

4758,79

    

29

,,

,,

2184,07

,,

,,

,,

3029,25

,,

,,

,,

4585,22

4764,60

5016,04

    

30

,,

,,

,,

,,

,,

,,

3084,85

,,

,,

,,

4674,19

4870,00

5135,46

    

31

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4716,25

4975,43

5255,39

    

32

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4757,84

5052,78

5367,56

    

33

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4873,39

5149,00

5543,54

5735,03

6585,54

  

34

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5242,33

5721,98

6014,99

6768,31

  

35

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5371,42

5962,28

6412,43

7095,65

  

36

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5568,71

6210,81

6608,26

7429,77

  

37

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6465,62

6973,33

7770,65

  

38

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6723,83

7348,53

8121,19

8457,10

9014,91

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Bijlage 10 behorende bij artikel 18 onder E

Bijlage B

(IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor de militairen van de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee met ingang van 1 januari 2007 (maandbedragen in euro's)

salarisnr.

sld3 mar4

sld2 mar3

sld1

mar2

kpl/kpl1 mar1

sgt

sgt1

sm

aoo

tlnt

elnt

kap

maj

lkol

kol

bgen

genm

lgen genm

gen lgen

0

850,99

886,77

1086,47

1086,47

1150,29

1216,53

 

1264,88

1313,24

          

1

954,96

995,56

1241,68

1241,68

1314,69

1390,12

 

1445,23

1500,84

          

2

1071,96

1116,93

1396,40

1396,40

1479,08

1564,19

 

1626,08

1688,45

          

3

1202,03

1252,79

1551,62

1551,62

1643,49

1737,77

1761,94

1806,92

1876,06

          

4

1299,70

1358,68

1591,27

1591,27

1692,32

1793,37

1819,00

1876,06

1951,49

          

5

1493,59

1536,62

1632,36

1632,36

1721,81

1848,98

1876,06

1922,96

1982,43

          

6

1510,51

1559,83

1675,88

1675,88

1750,84

1877,01

1922,96

1982,43

2010,95

2087,84

2157,47

        

7

1528,41

1584,00

1708,76

1708,76

1778,38

1904,11

1951,49

2010,95

2041,90

2194,21

2264,81

        

8

1546,30

1608,18

1741,64

1741,64

1807,88

1931,66

1982,43

2041,90

2071,89

2298,17

2373,60

        

9

1564,19

1631,88

1773,06

1773,06

1834,47

1958,73

2010,95

2071,89

2166,65

2373,60

2448,55

        

10

1582,08

1656,54

1805,94

1805,94

1865,42

1986,77

2041,90

2103,80

2199,54

2448,55

2533,15

        

11

1599,97

1681,19

1836,41

1836,41

1892,98

2012,89

2071,89

2133,77

2231,45

2533,15

2607,62

        

12

,,

,,

1871,23

1871,23

1919,09

2038,03

2103,80

2166,65

2267,71

2607,62

2682,56

        

13

,,

,,

1901,19

1901,19

1945,68

2068,99

2133,77

2199,54

2303,00

2682,56

2758,96

2917,08

       

14

,,

,,

,,

,,

1971,80

2101,85

2166,65

2231,45

2339,74

2758,96

2828,11

2979,45

       

15

,,

,,

,,

,,

1998,87

2132,80

2199,54

2267,71

2376,50

2828,11

2890,49

3042,80

       

16

,,

,,

,,

,,

,,

2166,65

2231,45

2303,00

2413,25

,,

2957,69

3108,07

       

17

,,

,,

,,

,,

,,

2199,54

2267,71

2339,74

2450,48

,,

3022,96

3168,99

       

18

,,

,,

,,

,,

,,

2231,45

2303,00

2376,50

2497,38

,,

3090,17

3228,93

       

19

,,

,,

,,

,,

,,

2267,71

2339,74

2413,25

2534,12

,,

3154,49

3286,97

3472,64

      

20

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2376,50

2450,48

2573,30

,,

3213,96

3344,99

3582,88

3726,97

     

21

,,

,,

,,

,,

2041,90

,,

2413,25

2497,38

2606,18

,,

3265,21

3408,82

3691,20

3830,92

     

22

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2450,48

2534,12

2641,47

,,

3328,06

3471,68

3796,12

3936,82

     

23

,,

,,

,,

,,

2084,46

,,

,,

2573,30

2678,22

,,

,,

3540,81

3902,49

4038,35

     

24

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2606,18

2717,38

,,

,,

3606,57

4005,00

4146,19

     

25

,,

,,

,,

,,

2127,97

,,

,,

2641,47

2753,65

,,

,,

,,

4113,30

4252,06

     

26

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2678,22

2812,15

,,

,,

,,

4219,68

4354,09

     

27

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2717,38

2867,28

,,

,,

,,

4322,18

4459,99

     

28

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

2753,65

2922,87

,,

,,

,,

4429,05

4565,39

4682,88

    

29

,,

,,

,,

,,

2171,98

,,

,,

,,

2980,41

,,

,,

,,

4512,69

4688,20

4958,50

    

30

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

3036,98

,,

,,

,,

4661,63

4812,47

5093,39

    

31

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4716,25

4936,25

5227,82

    

32

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4757,84

5052,78

5367,56

    

33

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

4873,39

5149,00

5543,54

5735,03

6585,54

  

34

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5242,33

5721,98

6014,99

6768,31

  

35

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5371,42

5962,28

6412,43

7095,65

  

36

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

5568,71

6210,81

6608,26

7429,77

  

37

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6465,62

6973,33

7770,65

  

38

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

,,

6723,83

7348,53

8121,19

8457,10

9014,91

Mij bekend,

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.